*Nenia

Misschien is het niet de beste aanpak. Misschien doe ik precies het verkeerde. Maar het leek het enige mogelijke. Hier lig ik dan, op de vloer. Zover ik aan de zon die door het raam schijnt kan zien, toch al zeker drie uur. Misschien wel langer. De vloer was koud, maar nam mijn warmte aan. Na een tijdje verloor mijn lichaam het van de koude lucht onder de planken, en koelde ik af. De naden tussen de planken lopen onder mij door, onder elke bil eentje. Wanneer ik mijn heupen beweeg rol ik een beetje heen en weer, dan voel ik de randjes van de planken langs de botten van mijn schouderbladen raspen. Het geeft een vreemd geluid. Het is zoiets als wanneer je je nek beweegt en een knak hoort. Eigenlijk hoor je dat niet echt, je voelt het. Maar je ervaart het als een geluid. Voelt-hoort. Natuurlijk, soms horen de mensen in je buurt ook echt die knak, maar het klinkt heel anders voor hen dan voor jezelf. Dat interne geluid, dat is allesomvattend. Een warm, bruin-rood, bedompt, gevuld en robuust knakken. Heel anders dan de lichte tik die de oren van anderen opvangen. Zo heb ik een tijdje heen en weer gewiegd, luisterend naar de geluiden in mijn rug.

Toen ik net was gaan liggen, voelde ik mijn lijf ontspannen. Rechtop staan vergt klaarblijkelijk een hoop inspanning van een lichaam. Zodra ik plat lag, leek het alsof mijn spieren langzaam uitademden. Ik leek langer te worden, platter, alsof een onzichtbare deegroller over mijn lichaam werd getrokken, van mijn nek tot mijn tenen. Alsof mijn longen, mijn maag, al mijn ingewanden meer ruimte kregen. Het gaf een soort rust. Een moment was ik geen mens, maar een verzameling touw, die na jaren van opgeknoopt zijn om een stellage bijeen te houden, opeens los wordt gemaakt en op de grond valt. Lekker. Maar naarmate de minuten verstreken en ik weer afkoelde, werd ik strammer. Dat bevrijde gevoel werd langzaam maar zeker vervangen door een onbestemde druk. Misschien, als ik heel precies wil zijn, eerder een gevoel dat er van onderaf aan me getrokken werd. Alsof ieder punt van mijn lichaam stevig verbonden was met een zware piano ergens onder de vloer – zo’n oude donkerbruine piano met ivoren toetsen en een paar gebroken snaren- bungelend, nu eens de druk meer aan de ene kant leggend, dan weer aan de andere kant, afhankelijk van zijn log zwaaiende bewegingen.

Ik span mijn spieren zo nu en dan aan, nu eens een been, dan weer een arm. Soms links, soms rechts. Er zit niet echt een systeem in. Hoe meer ik beweeg, hoe zwaarder mijn ondergrondse piano lijkt te worden. Bijna zo zwaar als mijn hoofd. De streep zon die over de vloer kruipt, lijkt zich niets aan te trekken van deze dag. Hij begon op het aanrecht van de keuken, dat kan ik van hieruit net zien. Langzaam droop hij omlaag, sloop richting de keukenstoelen. Daar heeft hij een tijdje op gezeten, alsof er niets aan de hand was, om daarna zijn weg over de tafel te vervolgen. Toen kon ik hem eventjes niet zien, al droop er af en toe een klein beetje over de rand, op de vloer, wat een smal streepje licht gaf. Aan het eind van de tafel gekomen, begon hij zijn tocht richting mijn kruin. Nu is hij tot aan mijn neus geraakt, waardoor ik tijdelijk verblind wordt. Hij draait in een mooie boog af, en zal over ongeveer een kwartier van mijn linkeroor afdruipen, de vloer op. Om dan verder weg te glijden, richting de deur van de woonkamer. Weg.

Ik lig hier. Hoe lang ik ook blijf liggen, het zal niet hetzelfde zijn. Ik kan mijn ogen sluiten, of juist wijd opensperren. Ik kan bewegingloos de dag laten passeren, maar het zal niet hetzelfde zijn. Ik voel de planken onder mijn billen, de spier die trilt in mijn kuit, de knak in mijn elleboog wanneer ik hem beweeg, de koude vingertoppen; het zal niet hetzelfde zijn. Ik voel de zon op mijn voorhoofd, de broekriem tegen mijn buik. Het kan niet hetzelfde zijn. Al ga ik liggen zoals zij ligt, in dezelfde ruimte, op dezelfde manier, dan nog zal het niet hetzelfde zijn.
Het is niet hetzelfde.
Ik adem nog.

10 Reacties

Het ademen en het knakken, dat heb je niet six feet under. Mooi dat van die piano, en van die baan van de zon.
Maar ik denk dat jouw experiment in niets lijkt op liggen in een kist, want hier op de vloer is ruimte om je heen. In de kist is die er niet. De claustrofobie van de kast is wat mij betreft zo angstaanjagend, dat ik er niet mee onder de grond wil. Doe mij alsjeblieft het vuur.

Geplaatst op 18 februari 2008 om 19:14

prachtig… ;)

Geplaatst op 18 februari 2008 om 19:30

Ik had verwacht dat het zonlicht tot je tenen zou komen, wreed dat dat al bij het linkeroor was afgelopen.

Als kind had ik al het inzicht: je kan nooit niets doen, want al lig je doodstil, dan ben je nog bezig met doodstil te liggen. Ik vond dat eigenlijk onrechtvaardig, maar het gaf me wel de troost dat als je dan dood was, dat je dan in ieder geval nog dingen deed als liggen, en zwijgen.
Het is toch niet hetzelfde. Je kan niet zijn zonder te doen.

Geplaatst op 18 februari 2008 om 21:39

Pffff, wat een einde.
Daar had ik niet mee gerekend zeg.
Maar, heel mooi geschreven.
Een veel gebruikte spreuk van mij, als je ‘s morgens wakker word en je hebt hier en daar een pijntje, dan is het zeker dat je nog leeft:-))

Geplaatst op 19 februari 2008 om 08:53

Sommigen zeggen dat de lijkhouding bij yoga één van de moeilijkste is. Dat snap ik wel. Zoals Jaco zegt: je kunt niet zijn, zonder te doen. Niet doen…niet zijn…is onvoorstelbaar. Voor jezelf…en voor hen die achterblijven.

Geplaatst op 20 februari 2008 om 11:21

Waarom voel ik me toch elke keer weer zo opgelucht, als ik het woordje fictie onderaan je logs zie staan?
Mooi, broos, en indrukwekkend goed geschreven weer. Dank je wel Wenz..

Geplaatst op 20 februari 2008 om 16:56
Michael

Ik denk dat als je de wereld kan observeren als hier jezelf?
Je heel erg leuke en orginele dingen kan ontdekken.

Ik ben (voor mezelf) slechts 80% water en best verbaasd dat ik iets om mezelf geef, of wat dat dode ballonnetje met water van zichzelf denkt.

Geplaatst op 21 februari 2008 om 00:36
Niemand

Mooi, mooi.

En ik weet geen andere woorden meer, sorry, ik heb ze ergens laten liggen, denk ik. Zoals Nenia’s adem Nenia heeft laten liggen en zelf op de vlucht is gegaan. Zo ongeveer.

Als het een vrolijker verhaal was klapte ik in mijn handen en rende rondjes om je heen, zoals mijn nichtje doet, ze zegt dan: “Zullen we feesten?” – maar nu bedoel ik een zelfde uitbundigheid omdat het weer mooi was, maar uit ik die maar niet door rondjes te rennen (sowieso is mijn kamer maar 10 m2, dat worden daar kleine rondjes: over het bureau, door mijn bed en zo tegen het kastje met mijn fruitschaal) maar door te zeggen: mooi, mooi.

Geplaatst op 21 februari 2008 om 17:42

Ik heb het vaker geschreven en ik blijf het schrijven: Wanneer kom je in boekvorm uit?????

Geplaatst op 22 februari 2008 om 22:41

Amazingly lovely…. Ik heb weinig woorden voor dit prachtige schrijven.. Ik voel, dus ik leef…

Geplaatst op 27 februari 2008 om 18:57