Welkom in mijn geest!

Wandel rond, kijk om u heen, neurie een melodietje,
ga op een gedachte zitten, blijf even stilstaan bij een verhaal
als u wilt – en laat eventueel een stukje van uw geest achter.
Want denken doet geen zeer, toch?
 
(Voor de duidelijkheid: zo schrijf ik wat ik schrijf.)
 
egeltjegrey.jpg
En vergeet niet: ruilen kan altijd! Graag zelfs.

*Zoeft u mee?

< Update 1: zie hier de vernieuwde, verkorte, versnelde en de – in mijn bescheiden optiek – verbeterde versie. Met dank aan Impa voor de spreekwoordelijke schop onder mijn derrière die ik even nodig had om er weer in te duiken. :)

Update 2: Flut, de player houdt de oude tijd aan, de laatste helft is zwart beeld. Hij duurt nog maar zo’n 5 minuutjes nu. Ik hoop dat Vimeo dat nog rechttrekt, anders moet ik hem nogmaals uploaden. Maar dat duurt drie uur. Pfff. >

Klik op het Vimeo-logo om de grotere versie te zien.

Tripje richting Lillo, door de Tijsmanstunnel, naar de lichtjes van de haven en de rook van de verderop gelegen kerncentrale.

*Opperhoofd

Wat zeg je, waar poepte hij op?! Opperhoofd.

Ze viel toen zo hard van haar fiets, derhalve gezicht was geschaafd!

Tja. Er zijn vast zinniger dingen te doen in je leven.
Maar tijdens een lange autorit lijkt het opeens een belangrijke taak.

*Blech

Lief programmeert al zo’n twintig jaar, en heeft in al die tijd nog nooit een Azerty toetsenbord (het gangbare toetsenbord in België) gehad voor zijn werkzaamheden. En ik, als Nederlander, ben uiteraard ook verknocht aan mijn Qwerty’s. We staan in Saturn, kijken rond naar mobiele telefoontjes met een volledig toetsenbord. Op de verpakkingen staan overal afbeeldingen van Qwerty toetsenbordjes te pronken, maar op de witte sticker met barcode en kleur staat ook fijntjes ‘Azerty’ vermeld. Na vijf modellen geïnspecteerd te hebben, vinden we er eentje die ‘Qwerty’ vermeldt naast de barcode. Vragend kijken we elkaar aan. Zou het? In plaats van de verpakking ruwweg open te scheuren, loopt Lief netjes naar een medewerker en vraagt of deze telefoon een Qwerty toetsenbord heeft.
“Ik verkoop alleen Azerty, niks geen Qwerty, we zijn hier wel nog steeds in België hè.” bast de norserik. Verbouwereerd kijkt Lief me aan. ‘Kom,’ zeg ik, ‘als we nu in de auto springen zijn we nog op tijd in Breda voor de koopavond.’ Dan gaan we daar wel onze begeerde Qwerty halen.

-

Ik wandel ’s ochtends om negen uur snel even naar het postkantoortje om de hoek, om tijd te sparen. Normaliter fiets ik verderop naar een postpunt, omdat ze daar wat minder priegelig zijn met de afmetingen en dus bedragen van pakketjes, die ik veelvuldig de wereld in stuur. Wanneer ik aan de beurt ben, geef ik mijn pakketje af. De dame achter de balie weegt en frankeert. Dan geeft ze het pakketje terug en sommeert me het adres nogmaals op de enveloppe te schrijven, ditmaal uiterst rechts. Ik kijk haar vragend aan, maar meer wil ze er niet over kwijt. ‘Ok…?’ Terwijl ik het adres kopieer pal naast het origineel, vraag ik me af of ze een of andere sticker over het midden moet plakken of zoiets dergelijks. Ik geef haar het ding terug en kijk. Ze pakt een pen en zet doodleuk een kruis door het iets linkser adres. Ze gooit het pakketje opzij met de woorden ‘Zo doen wij dat hier niet.’ Verbijsterd verlaat ik het postkantoor.

Nog los van enige klantvriendelijkheid, er zijn van die dagen dat ik denk dat meneer Wilders hier in België toch ook een glanzende meerderheid aan zetels zou behalen, mocht hij een poging doen…

*Décalage

Langzaam loopt hij door de hal van het station, alsof er geen mensen bestaan die haast hebben, geen mensen bestaan die zuchtend om hem heen slalommen. Hij lijkt zich niet bewust van zijn omgeving, enkel een doel voor zijn geestesoog te hebben, dáár moet hij komen, en deze route heeft hij al ontelbaar keren gelopen, niet nodig nog enig acht op de omgeving te slaan. Dat die omgeving niet statisch is, dat er mensen met koffers staan, of juist met een fiets, dat een uitgang tijdelijk afgesloten is, of ergens houten planken liggen om verwijderde tegels af te dekken, dat twee kleuters joelend door de gang rennen, dat er iets ánders is dan het beeld in zijn hoofd, dat is simpelweg geen optie.

Misschien is hij op weg naar zijn vrouw in het verzorgingstehuis. Misschien is hij terug van een ochtend in het ziekenhuis voor longonderzoek. Misschien is hij chronisch verveeld en hoeft hij nergens heen. Misschien heeft hij een blaar aan zijn voeten. Misschien stinkt hij een beetje naar muffe mottenballen en ongewassen oksels. Misschien laat hij een spoor eau de cologne achter in de hal. Misschien denkt hij aan zijn afspraakje van gisteravond. Misschien baalt hij dat de prei te duur was op de markt vandaag. Misschien denkt hij aan de laatste beursberichten en zijn geld dat nu verviervoudigd is. Misschien zet hij dieren op als hobby en zag hij zojuist een prachtige houtduif die in zijn collectie niet zou misstaan, ware het niet dat het dier nog springlevend rondhipte. Misschien moet hij heel nodig naar het toilet maar gaat hij liefst thuis op zijn eigen pot. Misschien zijn de twee verweerde benen die hem al jaren dragen vermoeid. Misschien is hij de oprichter van een goedlopend restaurant. Misschien laat hij zijn kleindochter iedere maand de strengen overgebleven haar op zijn hoofd bruin verven. Misschien is hij met twee even bejaarde buurmannen aan een universitaire studie begonnen om de uitdaging nog eenmaal aan te gaan.

Ik sla de hoek om en struikel bijna over vier jochies die op weg naar de tram zijn om een middagje te gaan zwemmen. Tasjes stevig op de rug gehesen, spillebeentjes onder korte broeken. Eentje lijkt me Marokkaans, eentje van blanke makelij, twee zijn negroïde. Leuke mix, denk ik. Een van de vier draagt een Spiderman t-shirt. Knalrood en kinderlijk, maar dat moet ook als je acht bent. Ze vertellen sterke verhalen terwijl ze de snelste wandelaar van de vier proberen bij te houden. Op de roltrap gaat het Marokkaanse kereltje op zijn kont zitten. Spiderman volgt prompt. Ze hebben het over een vriendje dat iemand kent wiens broer ooit een been gebroken heeft op de roltrap. Terwijl de blanke pre-tiener ruig staat te doen om zijn moed te tonen, kijkt Spiderman om, omhoog naar mij. Ik sta ze glimlachend gade te slaan. Hij draait zich terug, bedenkt zich dan, draait zich weer om en grijnst me van oor tot oor toe. Bij het tram-perron aangekomen positioneer ik mij naast de automaat. Terwijl het jonge viertal uitgelaten en ongedurig op de tram wacht, komt de automatische-piloot-man de trap af gerold. Hij kijkt nog steeds niet op of om. Zijn blik naar binnen gekeerd gaat hij dáár staan, waar hij waarschijnlijk altijd staat. Midden tussen het jeugdige viertal. Voor een moment vermengen jong en oud, open en gesloten, losgeslagen en vastgeroest, uitbundig en ingetogen met elkaar.

Glimlachend pak ik mijn tramkaart en bedenk dat er tussen een open boek en een gesloten hoofdstuk, tussen ‘was ik ooit ook zo’ en ‘zou ik zo kunnen worden’, tussen dichtbij en veraf, eigenlijk alleen mijn verbeelding zit.

*Doelloos (zwaar befotood log, u bent gewaarschuwd)

haas02

doeluitzicht07

Zo toog ook ik, als rasechte ramptoerist fan van vervallen en verlaten gebieden, naar spookstad Doel. Voor de gemiddelde Vlaming een bekend begrip, maar voor de Nederlandse lezers en/of lezers voor wie Doel onbekend is: Dit dorp is sinds september 2009 ontruimd, wegens ooit te realiseren uitbreiding van het havengebied. In Doel staat tevens een kerncentrale.

streetview03

Hier en daar hangt een handgeschreven briefje op de deur, ‘Dit pand is nog bewoond, afblijven!’ maar over het algemeen is Doel leeg, vervallen, vervuild, verpauperd. Maar tegelijkertijd ook een kunstwerk. Niet alleen door de absurde verlatenheid, ook door de vele gedichten en immense kunstwerken op de muren, deuren, ramen.

kraai02

stier01

haas03

bever01

Wanneer je googled op ‘Doel spookstad’ kom je genoeg foto’s tegen. Vreemd om te zien hoe snel de boel grauw en gevandaliseerd raakt. Sommige graffitiwerken zien er nog precies hetzelfde uit, andere bestaan al niet meer, zijn hun glans kwijt, overwoekerd door groen of simpelweg verdwenen omdat de betreffende muur er niet meer staat.

streetview01

engelman01

Het geeft een onheilspellend gevoel, daar zo in het verleden van anderen rond te stampen. Oneerbiedig. Maar tegelijkertijd is het zo mooi daar, al zal niet iedereen dat met me eens zijn. Voor mij is het nooit een levend stadje geweest, waar de bakker op de hoek zat en waar je de bus bij het speelpleintje nam en waar de buurvrouw je nog aardbeien uit de tuin heeft gegeven. Nee. Voor mij is het enkel één groot kunstwerk. Een raar, verwrongen, treurig, driedimensionaal kunstwerk.

kalenderachterraam01

vaalpaardje01

meisjedoelblijft01

raam01

wasenhartje01

muurtje01

Natuurlijk is er een hoop gekraakt geweest, en nog veel meer gevandaliseerd. (Geplunderd, zou ik zelfs durven zeggen. Als je dan je huis uitgezet wordt tegen je zin, dan breek je die dakramen er ook nog even snel uit voor je weggaat natuurlijk.) Op veel plekken is het zo goor dat het op een vreemde manier mooi wordt. Op sommige plekken overstijgt het de smerigheid niet.

vuil01

kapotraam02

huismetmachine01

Een stad zonder regels, zonder gemeenschap: alles mag.

tankstation01

halfhuis01

oog01

gezichtenhuis02

boomgarage01

Een ongemakkelijke tweeledigheid – enerzijds de prachtige kunstige graffiti en het mooie uitzicht, anderzijds de verpauperde omgeving, de volkomen uitgestorven straten en huizen.

streetview04

dekus04

school01

En toen we Doel uiteindelijk weer verlieten en langzaamaan terug de bewoonde wereld naderden, mocht ik deze zonsondergang nog even meemaken. Dat maakte het gevoel in een alternatieve, on-dagelijkse wereld te zijn geweest vanavond, helemaal af.

sunset04

* ஐ

Mooi tekentje he? Maar dat volledig terzijde.

Druk dus, nog steeds, met mijn Etsy creaties. Ondertussen ook een tweedehands winkeltje opgezet, je zou gaan denken dat ik tijd teveel heb. Het tegendeel is waar, maar de energie is er in overvloed, en dat zorgt voor efficiënt gevulde dagen*. In gedachten zie ik mezelf jongleren met de nodige ballen. Sommige groot, andere handzamer. Kleding ontwerpen en naaien, online winkel op dreef houden, huishouden, tweedehands winkeltje online vullen, angststoornis knikkerklein houden ondertussen, relatie en part-time dochter niet uit het oog verliezen, tripjes naar het postkantoor, vergeet niet de boodschappen te doen. En terwijl ik een zoom af zit te spelden, een vloer dweil, een foto bewerk – draait de gedachtenmolen flink door. Niet alleen de praktische niet-vergeten-nog-te-doen dingen, maar evengoed de zielenroerselen, het zelf-therapeutje-spelen, het wat-wil-ik-met-mijn-leven, het leven in al zijn facetten kortom.

En tussen al die bedrijven door even heerlijk mijn rss-feed doorpluizen, en zelf ook nog online shoppen natuurlijk – de economische kringloop draaiende houden weet u wel – naar een nieuwe tas bijvoorbeeld, of het zoveelste tunneltje voor in mijn opgerekte oorgaatjes. Mijn postbode draait overuren met mijn pakketjes, kan mijn gegevens ondertussen dromen. (Wel handig, zelfs een pakje zonder huisnummer of achternaam komt goed aan.)

Allemaal prima natuurlijk, maar dan moet het niet opeens volop zomer worden. Dat vind ik dan weer zo flauw. Moet ik opeens gaan kiezen. In de tuin met een boek (en een blije kat omdat ik mee naar buiten kom)? Of toch nog maar een creatie naaien, een stapel dvd’s fotograferen, de badkamer poetsen?

Nee, dacht ik daarjuist, toen ik even in de tuin met een balletje aan het gooien was (mijn kat is een soort hond, rent er doldwaas achteraan en duikelt het ding op uit de struiken) ik ga een logje schrijven. Zodat mijn virtuele vrienden ook nog enig idee hebben hoe het leven van Wenz loopt.

Kwijlt u dan nu even mee over mijn nieuwe tas? Virtueel welteverstaan.
Oeh, leuke tas zeg, Wenz! Ja he! Lekker ruim! En zo’n soort dokterstas-model, lang moeten zoeken! En nu helemaal van mij! Mijn spullen erin! Mijn houten punkertje eraan! Mij mij mijn!

woei

* Soms laat ik wel een steekje vallen hoor. Mijn pinpas in de automaat laten zitten, bijvoorbeeld. Alweer. En dan dus langs de bank de ochtend erna. Alweer. Om de pas op te halen. (Lees: de medewerker moet achter de schermen het ding uit de automaat gaan vissen.) Alweer. En dan langs mijn eigen bank op de fiets. Alweer. Om de automatische blokkade op te heffen. Alweer. Ahum.

*Het fout

Is het ‘het snoep’ of ‘de snoep’?

*Tromgeroffel*

Ik ben er dus zojuist pas achter gekomen dat het echt, zonder grap, ‘de snoep’ is.*

Ik kan er maar niet over uit raken. De snoep?! Pfff.

Die kan in het rijtje Voelt-Fout-Maar-Is-Goed erbij.

Het krat.
De matras.
Het tennis.
De doolhof.

En wat vroeger het fret was, is nu de fret. En de medicijn is tegenwoordig het medicijn, evenzo de risico, dat is het risico vandaag de dag. En een hoop woorden mogen tegenwoordig zowel met ‘de’ als met ‘het’.

En dan heb je natuurlijk nog van die woorden die soms onzijdig zijn, en soms niet. (De of het idee, de of het eigendom, de of het nerts, de of het diamant… pfff.)

Met de kooi of het debat of het kwik heb ik het dan weer niet moeilijk, maar vele andere mensen dan weer wel.

Maar de snoep? DE snoep?

Dat vind ik verreweg de moeilijkst aanvaardbare hoor.

*Update: Nietus! ‘Het snoep’ is – zoals Stro aangaf in de reacties - óók goedgekeurd. Maar dat neemt niets weg van het besef dat het al die jaren ‘de snoep’ was, en ik dat nooit geweten heb.

*Eigenlijk

Ze stapte kippig achter hem aan, zijn tempo net iets te snel voor haar. “Maar ga je er nu wat aan doen of niet?” In haar woorden begon gehijg door te klinken maar ze bleef naast hem stappen alsof ze iedere dag snelwandelde. “Ik bedoel, het is mijn zaak natuurlijk niet, maar ik zou het gewoon niet begrijpen als je uitgerekend háár zou…” Hij onderbrak haar litanie: “Precies.” Ze keek hem een moment verbaasd aan, begon toen heftig ja te knikken. “Ja, want zij is tenslotte…” “Het zijn inderdaad jouw zaken niet.” Hij zei het droog, zonder enig spoor van irritatie. Ze hield pas op de plaats en keek hem ongelovig aan. Hij wandelde onverstoord verder en kon een kleine glimlach niet onderdrukken.

Tik tik tik tik – daar kwamen haar hakken alweer achter hem aan. En daaraan vast zijzelf natuurlijk. Hij trok zijn gezicht weer in de plooi en wachtte tot ze hem ingehaald had. “Nou ja zeg!” ze riep het net iets te hard op het drukke perron, en een handvol mensen keek nieuwsgierig naar het tweetal. Dat weerhield haar er niet van verder te praten. “Ik bedoel het goed hoor, en ik wéét dat jij dat ook weet, dus doe maar niet zo – dat slaat nergens op.” Hij zuchtte, wat had hij toch een hekel aan dat soort uitspraken – die sloegen iedere vorm van discussie dood. Ze had geen oog voor zijn irritatie en was zo te zien nog lang niet uitgepraat. “Zij is gewoon een kruising tussen een barbiepop, een profiteur en alles wat er maar mis is met de wereld. Ze líjkt alleen maar aardig, maar ik weet zeker dat ze een dom wicht is want ik hoorde van Rosalie van de Lonenafdeling dat ze had gezegd dat ze Koen maar een manke kloothommel vond terwijl hij er niks aan kan doen dat hij met die gedeeltelijke verlamming is geboren en hij is gewoon heel aardig, echt, dus ze speelt gewoon het innemende dametje maar zodra je uit haar zicht bent weet ze niet hoe snel ze je moet afkraken en bij zo iemand zou je toch niet willen zijn?” Ze haalde gejaagd adem en keek hem streng aan.

Hun trein was er nog niet. Hij keek even rond en besloot verderop in de zon te willen wachten. “Nou?” Ze leek zowaar echt pissig te worden nu. Hij keek haar aan en schudde zijn hoofd. “Sanne, wat bazel je nu allemaal? Ze vroeg alleen of ze mijn notulen mocht lenen. Meer niet. Ze besprong me niet, ze sloeg geen boeien om mijn polsen, ze vroeg simpelweg na de vergadering om de notulen. Waar maak jij je druk om zeg, het lijkt wel alsof we opeens weer pubers zijn.” Het afgelopen jaar waren ze redelijk goed bevriend geraakt, voor zover dat op een kantoor mogelijk was. Ze reisden iedere dag samen met de trein en hadden elkaar al heel wat zielenroerselen toevertrouwd. Maar nu deed ze toch echt heel… heel puberaal.  Hij had iets tegen het woord ‘onvolwassen’. Het impliceerde het tegendeel als je het uitsprak, op een of andere manier. Zoals kleuters die stampvoetend roepen dat ze al heel groot zijn.

“Het was óverduidelijk dat ze er meer mee bedoelde, je moet een blind paard zijn om dat niet op te merken. Ze duwde haar borsten bijkans onder je neus! En ze weet dat de notulen gewoon rondgemaild worden, dus het sloeg nergens op om ze aan jou persoonlijk te vragen. Ze ként je niet eens! Kijk, ik ken haar ook niet echt. Maar ik weet wel dat sinds ze vorige week begonnen is op onze afdeling, ze meteen al iedereen probeert af te… in te palmen.” Ze probeerde er snel overheen te praten, maar hij pikte er snel op in voor het moment voorbij was: “Af te…? Af te pakken? Dat wilde je zeggen toch?” “Nee, nee, ik… ik versprak me gewoon. ‘Af te kolven’ wilde ik zeggen maar dat is iets heel anders en daarom, daarom zei ik dus ‘in te palmen’”. Maar wat ik dus maar duidelijk wil hebben…”

“Nee, wacht. Praat er nu niet overheen. Als er iets is dat je me wil zeggen, of misschien wel vragen, dan is dit het moment.” Hij glimlachte naar haar. Hij zou liegen als hij zei dat hij er nooit over gefantaseerd had hoe het zou zijn om met haar te daten in plaats van alleen collega’s te zijn. “Ik heb geen idee waar je het over hebt,” antwoordde ze bits, “ik probeer je alleen maar te behoeden voor stommiteiten. Dat is alles. Heus. Wat zou ik jou in godesnaam moeten vragen?” Zijn glimlach gleed van zijn gelaat en hij slikte. Hij keek om haar heen naar waar het denderende geluid vandaan kwam: hun trein reed net binnen. Hij pakte met een ruk zijn tas op. “Ik hoef jouw adviezen niet. En voor de duidelijkheid: ze is mijn stiefzus. We kennen elkaar al zeventien jaar en gaan met elkaar om als broer en zus, altijd al gedaan. Dus houd je zelfingenomen foute aannames maar voor je voortaan, dat lijkt me beter voor iedereen.” Hij beende langs haar en stapte de eerste de beste coupé in.

*Kippengaas + bouwlamp = WireWenz

Dan haal je je dus weer eens iets in je hoofd. En dan dénk je dat het wel kan lukken. En dan schuim je de kelder af op zoek naar benodigdheden.

Knalgeel schreeuwerig statief van een stel bouwlampen? Heb ik.
Meters ijzerdraad en tangen in alle soorten en maten? Heb ik.
Spuitbus matgrijze verf? Jazeker.
Een lichaam? Toevallig wel!
Een rol kippengaas? Nope, alleen groen stug gaas, dus even naar de bouwmarkt.
Creatieve bui en zin om je pijngrens te verleggen? Eén van de twee toch zeker…

En dan maak je dus van dit…
before

… met behulp van schuurpapier, verf, en vervolgens je eigen lijf als startpunt en het nodige gereedschap – en natuurlijk uren geduld – het volgende!

mannequin01

Details zegt u? Klik maar:

mannequin02

mannequin03

Alleen een beetje jammer dat ik komende week, met het blote-armen-weer in aantocht, moet uitleggen wat ik zoal in mijn vrije tijd doe…

catfight

Ziedaar: een WireWenz! Een draadmens. Vooruit, een draadtorso met een artistieke nek. Hij is nog niet helemaal af, de puntjes moeten nog op de spreekwoordelijke i. Maar toch. Dat u niet denkt, die Wenz, die zit maar de hele dag achter haar naaimachine. Want dat is dus niet zo. Ik doe ook nog stoere mannelijke klussen hoor. Puh.

*Doe mij maar een portie The Civil Wars

Kippenvel prachtig ijzersterk intens ongelofelijk mooi, dit.

You only know what I want you to
I know everything you don’t want me to
your mouth is poison your mouth is wine
you think your dreams are the same as mine

I don’t love you but I always will
I always will

I wish you’d hold me when I turn my back
well the less I give the more I get back
your hands can heal, your hands can bruise
I don’t have a choice, but I’d still choose you

I don’t love you but I always will

I don’t love you but I always will

I always will

-Oh, en mocht u deze of een van de vele andere youtuberts als mp3-tje willen hebben, dan moet u hier zijn.-

*Druilerige nagels

Ik was laatst op zoek naar een soort grijze nagellak. Zo’n kleur zit dan al in mijn hoofd voor ik weet of hij wel bestaat, nagellaksgewijs. Ik had een donkergrijs in gedachten, maar niet écht donker, of nu ja, wél, maar dus, met iets van, uh, ja, zoiets dus.

Ik liep langs alle rijtjes nagellak, van alle merken, in alle kleuren. Lichtgrijs bleek niet moeilijk te vinden, maar die zocht ik niet.

Bij het op één na laatste rek stond ‘mijn’ kleur te lonken. Precies wat ik in gedachten had!

Weerberichtvingers

En toen dacht ik, laat ik eens kijken hoe deze kleur grijs nu eigenlijk heet. Ik draaide het hippe potje om en tuurde naar de kleine lettertjes. Met een brede glimlach las ik de titel: ‘London’s weather forecast’ Ja, toen was ik er al helemaal verliefd op natuurlijk. De weersvoorspelling in Londen! Grijs-grauwe lucht! Niet mooier te omschrijven als u het mij vraagt.

Dus u begrijpt wel, ik heb een nieuwe aanwinst. Het weerbericht in tienvoud op mijn nagels.

-Plaatje geleend van ‘Linnie’s favorites’ bij gebrek aan tijd om zelf een fotootje te maken.-

*Van voor naar achter, van links…

I’m on a mission. En dus zal ik de komende tijd nogal druk zijn. En ik had een heel plan uitgestippeld, in gedachten. Goed bezig die Wenz, hoor ik u al zeggen. En dat is dus ook zo. In gedachten. Want natuurlijk werd ik zondagochtend wakker met een fijne griep. En sleur ik me nu met behulp van de nodige zakjes ibuprofen door de dag heen. En heb ik gelukkig de tegenwoordigheid van geest om te beseffen dat wanneer ik nu ingewikkelde naaiprojecten start, er stomme fouten gemaakt gaan worden. Dingen verkeerd om* aan elkaar naaien enzo. Niet doen dus, al jeukt het wel.

De dingen allemaal al op patroon knippen, dat kan dan wel weer, heb ik besloten. En tot nu toe gaat dat inderdaad nog zonder fouten. Maar het begint aardig op te stapelen nu. En dat gaat recht evenredig aan het jeukgehalte. Dus het zou zomaar kunnen dat ik toch eigenwijs ga naaien. Of misschien kruip ik gewoon in bed. Blad-aan-de-boom-syndroom.

Hoe dan ook: mijn Etsy-winkel gaat volkomen revamped worden, zoals dat zo mooi heet. Komt er eigenlijk op neer dat ik hem zo goed als helemaal opnieuw uit de grond ga stampen. Nieuwe weg inslaan, lekker gevoel. En dus wil ik zo snel mogelijk mijn nieuwe stock opbouwen. Ik heb mezelf een maand gegeven, maar stiekem zou ik graag 1 juni de hele boel live zetten. (Handig hè, een winkel op een Engelstalige site hebben, ga je spontaan allemaal Engelse termen erdoorheen gooien. Vergeef mij.) Maar dat is denk ik niet zo realistisch. *Ahum* Hoe dan ook, ik ga in ieder geval een poging wagen een heel eind te komen in 4 weken. Als ik één project per dag af zou kunnen krijgen (rekening houdend met de rest van mijn leven dat natuurlijk gewoon door moet draaien), zouden er toch zo’n 25 creaties op gezet moeten kunnen worden (gaan lopen doen maken springen – om nog maar wat werkwoorden te noemen) over een maand. En dan gewoon doorploeteren tot ik weer over de vijftig stuks zit.

Dus. Het zou zomaar kunnen dat ik enigszins afwezig zal zijn in logland de komende tijd. Het zou ook zomaar kunnen dat ik geen naaimachine meer kan zien over een aantal weken. Maar dat risico zit er nu eenmaal in. Het zou ook kunnen dat mijn rug het niet eens is met mijn voorgenomen naaitempo, en ik dus binnenkort een vat geduld open zal moeten trekken. Maar dat vat, dat is bij mij altijd meer een vaatje. En dan ook nog bijna leeg, op een klein bodempje na. Mijn geest heeft de neiging dat op te lossen door er algehele desinteresse tegenaan te gooien. En dan komt er dus niets meer van. En dat wil ik dus niet.

Mja. laten we het erop houden dat ik maar gewoon geniet van de rush die ik nu voel. En dan flink hopen dat ik het voor elkaar krijg alvorens mijn hersenen stomme spelletjes met me gaan spelen.

Zullen we in ieder geval nu al afspreken dat u mij niet aan de schandpaal nagelt mocht dit hele project in de soep lopen en nooit het daglicht zien? Dit om de druk enigszins van de ketel te halen. (Ach, zegt u, mij kan het aan mijn derrière roesten wat jij met je leven doet, Wenz. Al steek je het waar de zon nooit schijnt, ik lig er niet wakker van. – Mooi! Laat mij maar aanklungelen hier, met mijn overpeinzingen en plannen en angsten.)

Maar dus. Die griep moet weg, die creatieve impuls moet blijven, en het plan moet lukken. Daar komt het op neer. (Ik spreek het maar even uit, voor het geval er een fee-van-het-internet bestaat die wensen in vervulling doet gaan.) En nu hup, weer aan de slag!

*In Zuid-Limburg is het dus in sommige kringen normaal om bij kleding niet over ‘verkeerd om’ maar over ‘van links’ te spreken. “Je hebt je trui van links aan, haha!” Volkomen normaal daar. (De uitdrukking, niet dat je je trui binnenstebuiten draagt.) Was me eigenlijk nooit opgevallen, totdat eh, het me opviel. Dus. Dat het raar is, om dat zo te beschrijven. Ik heb het afgeleerd, en zeg netjes ‘binnenstebuiten’ of ‘verkeerd om’ tegenwoordig. Maar laatst belde ik even met mijn oma en sprak zij dus doodleuk over ‘van links’ en vond ik dat eigenlijk heel charmant klinken. Dus misschien ga ik het gewoon weer invoeren, hoe volkomen onbegrijpelijk het ook klinkt voor de rest van de wereld. Lang leve nostalgie en saamhorigheid, of zoiets dergelijks.

*Ons fictieve raamwerk

Ik ben een beetje nieuw. Dat heb ik af en toe, dat ik een beetje nieuw ben. Niets drastisch hoor. Maar toch wel echt een beetje nieuw. En dat nieuw-zijn, dat geeft altijd een beetje af op alles om mij heen. Dat de bank opeens aan de andere kant van de kamer staat, of mijn haar plots in nieuwe kapsels gegoten wordt. Soms komen er ook nieuwe eetgewoonten binnengeslopen, of krijg ik visioenen van compleet nieuwe levens, overweeg ik serieus mijn huis tot kattenopvang om te toveren, of fulltime als houtbewerker aan de slag te gaan. Na een half uurtje vervagen die absurde ideetjes dan weer – gelukkig, voor mijn omgeving vooral.

Ik weet niet zo goed hoe dat zo gebeurt, dat beetje nieuw worden. Het gebeurt denk ik redelijk overnight. Dat ik me ergens op de dag realiseer dat er nieuw in me zit dat er nodig uit wil. Onderdrukken gaat niet echt, hoeft ook niet. Zolang ik niet daadwerkelijk ergens in een boshut ga wonen en tabaksplanten ga verbouwen, valt het allemaal nog wel mee. Dus dan sijpelt dat nieuw zo’n beetje in de loop van de dag door mijn vingers naar buiten. Heb ik opeens tien naai-projecten op stapel staan, en kijk ik verbaasd naar mezelf als ik langs een spiegel loop, omdat dat nieuwe kapsel toch ook een beetje wennen is. Sta ik in de winkel naar mijn karretje te kijken dat vol ligt met dingen waar ik normaal blind langsliep.

Soms maken mijn gedachten dan plotse sprongen. Dat bepaalde vraagstukken waarmee ik al tijden in rondjes draai opeens opgelost zijn. Of nee, simpelweg niet meer bestaan omdat het opeens geen vraagstuk meer is, maar een heel helder weten. En dat ik me dan niet kan voorstellen er ooit aan getwijfeld te hebben. Vaak hebben die dingen met zelfbedrog te maken, dat ik tijdenlang als het ware dingen niet wílde zien, weten, horen. Dat het gewoon niet lukte. En dan dus opeens wel. En dat lucht op, want je ziet de dingen zoals ze zijn, in plaats van zoals je ze maakt in gedachten.

Het vreemde is dat je omgeving veelal totaal niets aan je merkt. Vooruit, je hebt een ander kapsel, je hebt een trui aan die je normaal niet zo snel zou dragen, je neuriet opeens in winkels, of je pimpt je autootje, laat een baard staan, neemt een nieuwe baan, verzin het maar. (Ikzelf probeer al 29 jaar een baard te laten staan, maar het schiet totaal niet op, heel vreemd. Maar dat terzijde.) Maar dus. Mensen zijn vooral met zichzelf bezig, net zoals jijzelf dat bent. Dus dat de auto zilver gespoten is, dat ziet men wel, maar dat dit eigenlijk een reminder voor jezelf is, dat valt totaal niet op. Dat je, wanneer je jezelf in de ogen kijkt, toch echt een beetje nieuw iemand ziet, dat zien die anderen niet.

En dat is ook prima. Wanneer mensen opeens zouden zeggen: ‘Goh, Wenz, ik wist niet dat jij zo goed met een spuit overweg kon! En waar haal je die heroïne eigenlijk zo snel vandaan iedere dag?’ dan was de verandering toch iets te drastisch. Nee, dat beetje nieuw zijn, dat moet vooral een beetje blijven, en vooral voor jezélf nieuw zijn. Zo houdt je jezelf bezig, zonder anderen in paniek te brengen. Ik las dat mensen in principe helemaal niet één geheel zijn, dat wij enkel een idee van iedereen, inclusief onszelf, creëren om ons geliefde categoriseren overzichtelijk te houden. Dat we dingen zeggen zoals ‘dat is helemaal niets voor hem!’ of ‘dat zou ik nooit doen!’ terwijl wij eigenlijk allemaal een vat vol tegenstrijdigheden zijn, verschillende rollen vervullen bij verschillend publiek, bij verschillende stemmingen. Dat we ons leven met terugwerkende kracht aan elkaar praten, om maar een coherent geheel te maken om maar niet in blinde paniek te moeten constateren dat we onvoorspelbaar zijn. ‘Ja toen deed ik dat omdat ik zo depressief was’, ‘die persoon bracht het beste in mij boven’ – noem maar op, we moeten bijna onszelf voor de gek houden willen we functioneren en een soort samenhangend beeld van onszelf hebben, de kapstok waaraan we ons bestaan kunnen ophangen. Terwijl het best deels opluchtend kan zijn te accepteren dat die ‘ik’ die wij denken te zijn eigenlijk niet echt een logica volgt, en dingen dus niet ‘typisch ik’ of juist ‘niets voor mij’ kunnen zijn.

We doen maar wat. Daar komt het eigenlijk op neer. En achteraf kletsen we daar dan een verhaal rond, om onszelf gerust te stellen. Dus dat ik nieuw ben, een beetje nieuw, dat is eigenlijk onzin. Ik was nooit oud, er was geen ‘ik’ zoals ik me dat voorhoud iedere dag. Ik ben vandaag gewoon zo, en morgen kan ik zomaar weer anders zijn. Wat zeg ik, over vijf minuten ben ik weer iemand anders dan nu. En dus ook weer niet. Ik ben niet iemand anders, ik ben gewoon ik, dat lijf blijft hier maar rondlopen iedere dag, maar achter de schermen is het niet zo duidelijk. Dat wat ik ‘ik’ noem, is iets dat reageert op de omgeving, schema’s, verleden, angsten, overtuigingen, van moment tot moment kiest die ik een van de vele mogelijkheden die er zijn. En daarna gaan we daar logica aan hangen. Dat houdt den mensch van den straet, zeg maar.

Dus tja. Ik ben een beetje nieuw vandaag. Ook al ben ik dat helemaal niet. Toch schrijf ik er een logje over. En dat doe ik, omdat… dat is logisch, omdat… nu ja, dat heb ik dus gewoon gedáán. Omdat het kan.

Die Wenz toch, wat is ze in een rare bui vandaag.

*Verzonnen ideaal

Ik kreeg de uitdagende opdracht een fictief leven te verzinnen, grenzeloos – alles kan, alles mag. Hoe zou je je dagen vullen? Als wolkenmeter? Als ijssmakentester? Bomenfluisteraar? Wandelende warmtebron, teennagelweger, als ontdekker van IQ-verhogende dagcreme?

Mijn versie staat hieronder, maar ik ben minstens zo benieuwd naar uw versie!

Officieel was het haar dagelijkse training, maar zij noemde het in gedachten altijd haar vrijheidstijd. Met een glimlach stak ze de sleutel in het slot en trad binnen. Ze deed het kleine licht aan en sloot de deur. Ze keek tevreden rond, zoals iedere dag. Letterlijk rond, er was in deze toren geen hoek te bekennen. Ze noemde dit haar schuilkelder, al was het gewoon de begane grond. Het gebrek aan ramen, de warme kleuren op de muur, hier kwam niemand behalve zij. Ze zette de muziekinstallatie aan en terwijl ze zich omkleedde hoorde ze bovenaan de trap de eerste klanken al.

Terwijl ze de treden beklom het daglicht in, maakte ze haar spieren al los. Bovenaan aangekomen scheen de ochtendzon dwars door de ruimte. Waar haar schuilkelder geen enkel sprankje dag of nacht, tijd of seizoen doorliet, was de rest van de toren één groot buitenverblijf. Volledig in glas kon ze vanuit iedere hoek de omgeving zien. Het strand, de duinen, de zee verderop, nog kalm op dit uur. Ze gespte haar polsband om en controleerde of de batterijen nog werkten.

Ze wachtte tot het intronummer afgelopen was, en klom toen in haar doeken. Terwijl ze de juiste knop op haar polsband indrukte, steeg ze langzaam de hoogte in. Op de klanken van de muziek begon ze haar bewegingen te oefenen. Geconcentreerd vouwde ze haar lijf in de bochten die nodig waren. Het klimmen, wanneer ze welke doek om een van haar lichaamsdelen moest wikkelen, de onopvallende knopen die ze daarmee maakte, die ervoor zorgden dat ze niet omlaag stortte wanneer ze haar doek plots liet uitrollen, hoe ze iedere spier in haar lijf onder controle hield – ze deed het allemaal met plezier, maar waar het écht om ging was dat ene gevoel. Dat gevoel wanneer je bovenaan de achtbaan staat en het karretje omlaag begint te storten: de snelheid, hoe je maag daarop reageert, de wereld die om je heen tolt, het veilig vallen. Vrijheid. Metershoog in de lucht, totaal aangewezen op jezelf, je gezond verstand, je inzicht, je spierkracht, je gevoel voor ritme en schoonheid. En dan loslaten, omlaag denderen, het suizen, cirkels draaiend aan je enkel, je pols, de wind in je gezicht, de soepelheid van je lijf.

Ze werkte het hele programma af, zorgde dat ze de volle twee uur die de zanger nodig had om zijn repertoire iedere avond in de zalen ten gehore te brengen in haar hoofd had zitten. Wanneer ze het rustig aan deed om even op adem te komen, wanneer de muziek aanzwol en zij een spectaculaire beweging zou maken, wanneer ze ingetogen zou bewegen, wanneer ze juist alles zou geven. Over het algemeen kregen ze alleen maar positieve reacties, dat het origineel was een singer-songwriter optreden in te kleuren met acrobatiek op de achtergrond, dat het de emoties in zijn nummers leek te versterken en visueel leek te maken, dat ze een bepaalde chemie leken te delen die ervoor zorgde dat ze op elkaar konden inspelen.

De zon stond nu hoog aan de hemel en de strandwandelaars waren in aantal toegenomen tot het punt waarop er regelmatig iemand bleef staan kijken naar hoe zij in haar glazen toren bezig was. Aan de wanden van haar schuilkelder, de laagste verdieping, hingen affiches van de zanger met data en plaatsnamen. Zo was haar oefenprogramma ook meteen reclame – regelmatig zag ze mensen het reserveringsnummer in hun telefoon opslaan. Na het laatste nummer op de playlist te hebben afgewerkt, liet ze zich omlaag zakken. Haar strekoefeningen deed ze in stilte, om geestelijk al over te schakelen.

Nadat ze in haar schuilkelder gedoucht had en weer in haar spijkerbroek rondliep, schakelde ze de lijn in en zette haar headset op. Een blik op de klok leerde haar dat het vijf voor één was. Perfect. Terwijl ze flyers op maat sneed en wat brieven doornam kwam het eerste gesprek van de middag al binnen.

‘Ja daar ben ik weer hoor, ik heb er weer een nodig hoor!’ Ze glimlachte bij het horen van haar stem, een van haar favoriete klanten. ‘Kom maar op’, antwoordde ze dan ook enthousiast. ‘Ja kijk, het is een soort bruin gevoel, of nee, eerder terra cotta, een mengeling, het gevoel dat je hebt wanneer je een hele dag in het water hebt gezwommen, gecombineerd met het horen van goed nieuws, en iemand na lange tijd terugzien, waar je hopeloos verliefd op was ooit… Snap je wel? Zo’n soort rozige rust, maar daardoorheen zit een ongeduldig soort opwinding, tja, ik weet het niet beter uit te leggen denk ik…’ Ze had goed geluisterd, liet de woorden tot haar doordringen en proefde de beschreven gevoelens. ‘Wacht even, ik heb het bijna denk ik…’ Ze wachtte tot alles samen zou klikken, zoals het altijd deed. Daar was het al. ‘Bedrazelijk?’ Ze luisterde tijdens het uitspreken of het leek te kloppen. ‘Ik ben uiterst bedrazelijk dit nieuws te horen? Bedraasd liep hij op haar af, breed glimlachend?’ Aan de andere kant van de lijn klonk een verheugde kreet: ‘Perfect! Dat voldoet helemaal! Wacht, ik noteer het even en zal het meteen in het systeem gooien, dan kan het morgen al live gaan. Een van de verslaggevers had het nodig, dus er is wat haast bij.’ Ze luisterde naar het tikken van de computer aan de andere kant van de lijn. ‘Staat erop! Ontzettend bedankt weer he, wij kunnen weer vooruit.’ ‘Graag gedaan!’ glimlachte ze. ‘Ik weet je te vinden voor de volgende! Dahag!’

Ze wist dat het vandaag wat drukker zou kunnen zijn dan normaal, twee van de vijf collega’s hadden vrij vanmiddag, wat betekende dat alle woorden die verzonnen moesten worden door de overgebleven drie van de groep bedacht moesten worden. Ze vond het niet erg, voelde zich helder en fris vandaag, herboren na haar acrobatiek vanochtend. Zo werkte dat vaak, alsof ze haar zintuigen wakker schudde daar bovenin de toren. Ze neuriede een melodietje terwijl ze water opzette om een grote pot thee klaar te maken. Daar kwam het volgende verzoek alweer binnen. Enthousiast nam ze het gesprek aan.

*Rariteitencabine

Hij staat onder de douche, ik loop rond in de badkamer.
“Hoe is het trouwens met die bult in je hals?”
Ik sta stil, breng mijn hand naar het gebied onder mijn kaak en voel.
“Die is nog onverminderd aanwezig.” roep ik naar de glazen cabine.

“Mooi!” roept hij terug.

Verbaasd kijk ik naar waar het geluid vandaan kwam.
“Mooi? Een zwelling in mijn hals die er niet hoort? Waarvoor ik naar de dokter moet als hij niet snel verdwijnt? Zo mooi vind ik dat niet.”

“Neehee” klinkt het door het geklater, “je woordkeuze, hoe je het omschrijft.”

*Vurige illusie

Hier houd ik dus van hè: een bergje kaarsen, beetje wiskundig inzicht en een scherp oog, en wat eerst zomaar een rijtje kaarsen lijkt, blijkt opeens… ja, mooi vind ik dat, creatieve optische illusies.

*Gram & In-zicht

Veelal ruil ik achter de schermen. In alle logstilte zweven de mooiste creaties via mijn ruilpagina de mailbox in.

Zo nu en dan wordt er eentje publiek gemaakt, wanneer de ruiler dat zelf wil. Zo ook Riekster. (Wie haar nog niet leest, gaat heen en geniet. Woorden zoals deze, of deze, zeer de moeite waard.)

En zij ruilde dus. Een pracht van een gedicht. Krachtig en beladen, met een vleugje schijnbare luchtigheid. Ik geniet iedere keer weer van deze onverwachte juweeltjes in mijn mailbox, en vind het heerlijk uitdagend iets gelijkaardigs terug te ‘moeten’ doen.

Want ruilen, dat betekent dat er ook iets van mijn kant zal komen. Zij mocht op haar beurt drie woorden voor mij kiezen waaromheen ik een gedicht zou doen aanwassen.

Die drie woorden waren

-lading:1. vracht 2. munitie in een vuurwapen, springlading 3. bijgedachte, gevoelsinhoud

-karakter 1. figuur, letterteken 2. iems eigenschappen; aard, inborst 3. goede eigenschappen 4. het eigenaardige, typische

- kartel 1. overeenkomst tussen zelfstandige ondernemers om concurrentie (gedeeltelijk) op te heffen, m.n. door prijsafspraken 2. insnijding langs de rand

En zo ging ook ik aan de slag.

Mijn tegenruil:

In-zicht

Hij had het uitgedacht
tot in de puntjes
zoals dat zo mooi heet
Hoe hij gelukkig zou zijn
zou raken en vooral zou blijven

Hij zou van haar houden
en zij van hem
zoals niemand ooit deed
Hun liefde het vrachtschip
de lading hun warme lijven

En hij aan het roer
het kompas rotsvast in de hand

Hij zou haar binnenvaren
in zijn veilige haven
en daar voor anker gaan
Hoe ze oud zouden worden
onder elkaars toeziend oog

Maar dat zijn havengebied
uit niet meer dan drijfzand
voor haar bleek te bestaan
Waar zijn liefde voor haar
veel te zwaar op hen woog

En zij niet eens meer omkeek
vanaf de kade aan onbereikbaar land

Hoe hij stuurloos dreef
op het loze wrakhout
waar geluk ooit te water was gelaten
De kartels sneden diep
in zijn trillende ziel

En hij overdacht stil
die vreemde scheuren,
roestplekken, lekkages, gaten
Hoe ze hadden kunnen zinken
en hoe diep hij viel

Maar nooit werd hem duidelijk
dat zij simpelweg op zijn karakter was gestrand

*Rood met witte stipjes

Terwijl ik zo’n 30 vierkante meter aan Klimop in kleine stukjes aan het knippen was afgelopen week, kwam ik ook langs dit exemplaar. Ik knipte hem pardoes in deze juichende positie, maar durf te betwijfelen of hij echt zo blij is om in stukjes gehakt te zijn.

RaarMannetje01

RaarMannetje02

Nu ben ik natuurlijk erg nieuwsgierig naar waarom deze plant rood vanbinnen is, en wélke plant het is. Maar Google leverde zo snel niets zinnigs op helaas. Mocht er hier zomaar een Groene Vinger aanwezig zijn, houd uw wijsheid dan vooral niet voor u. :)

*Onéérlijk!

Na een ochtendje shoppen in Antwerpen centrum stapte ik weer vrolijk in de tram terug naar Daar-Waar-Ik-Woon, een ritje van een dikke tien minuten alvorens ik zo goed als voor mijn deur word afgezet. Ik stap meestal twee haltes voor centraal station op, en zo ook weer vandaag.

De tram was goed gevuld, en iedereen zat rustig voor zich uit te staren. De deuren sloten, de tram vertrok en kwam op snelheid. Nog geen vijfhonderd meter verder vertraagde hij weer, en kwam met tegenzin tot stilstand. Mijn tramlijn gaat gedeeltelijk door ondergrondse tunnels, dus we stonden in een grauwe betonnen koker zonder licht een paar minuutjes stil. Mensen schuifelden wat, mensen keken wat om zich heen, mensen strekten hun nek uit alsof ze dwars door het bestuurdershokje heen konden kijken naar de reden van onze plotse stop.

Ding-dong. Onze bestuurder vertelde ons dat er verderop wat problemen waren maar dat eraan gewerkt werd en we dus even geduld moesten hebben. Als ware het een slechte symfonie, trokken zo’n twintig mensen hun mobieltjes en begonnen verwoed te smssen en te bellen. De stemmen weliswaar gedempt, maar een golf van onrust trok door de tram. Afspraken! Te laat komen! Verveling, wat te doen! Het schuifelen en draaien en gaan verzitten nam toe met iedere minuut dat we langer stil stonden.

Ding-dong. Aangezien er hier in de tunnel geen voetpad is, kan ik niemand eruit laten. Gelieve nog wat geduld te hebben. Iedereen bleef rustig zitten, begon wat in koffertjes en tassen te rommelen, staarde naar de betonnen muren om de tram heen. Zo’n twintig minuten vanaf onze stilstand later werd er opeens op onze ramen gebonkt. Een stel jongens liep door de smalle doorgang tussen tunnel en tram langs ons heen. Al snel volgden er meer mensen, oud en jong, die in ganzenpas langs de tram trokken.

En toen gebeurde er iets opmerkelijks.

De helft van de passagiers sprong als door wespen gestoken op. Ze stampten, renden, walsten naar de achterste deur van onze tram, in de veronderstelling dat deze open stond. Achteraan aangekomen bleek onze tram goed dicht te zitten, de ganzenmeute naast ons bleek dus van een voertuig achter ons te zijn. (Na een dik kwartier stilstand zouden er al snel zo’n tram of tien in de file staan.) En toen werden de opspringers dus boos.

Door elkaar heen werden nu met de nodige stemverheffing de volgende zinnen geuit: ‘Ja maar dat is niet éérlijk, als zíj eruit mogen, dan mogen wíj er óók uit!’ en ‘Ja hallo, zíj mogen wél weg en wíj niet? Dat is onéérlijk!’ en nog enkele varianten van deze uitspraken. Ik stond met mijn oren te klapperen en kon een grijns amper onderdrukken. In gedachten zag ik een stelletje kleuters stampvoetend in het gangpad staan, schreeuwend dat Pietje wél op het hek mocht klimmen en zij níet en – stampvoet stampvoet – dat is toch niet éérlijk?!

Ergens vond ik het ook wel schattig, dat een hele kluit volwassen tramreizigers dit deed. Kijk, ik woon nu een aantal jaren in België en heb duidelijk gemerkt dat er een groot verschil is tussen de Nederlandse en de Vlaamse mentaliteit, wat dat betreft. Voor mij als Nederlander – zachtaardige Limburger dan nog wel – is het soms opmerkelijk te ervaren hoe timide de gemiddelde Belg is. Er heerst hier een sfeer van ontzag voor gezag, van je meerdere nooit tegenspreken, van ervan uit gaan dat de dokter het altijd beter weet, de ambtenaar altijd gelijk heeft en ga zo maar door. Het is echt een verschil, hoe volgzaam en berustend de mensen hier zijn. Waar de gemiddelde Nederlander al tegen een prullenbak staat te stampen als de trein niet komt, blijven Belgen over het algemeen heel beschaafd en stil, soms op het – voor mij – ongelofelijke af. De enige uitlaatklep voor de Belg lijkt soms wel het verkeer te zijn, waar iedereen voorrang neemt wanneer het hen uitkomt en parkeert waar het lekker dichtbij is. Om dan vervolgens werkelijk iedere bestuurder in auto’s die langs de idioot en gevaarlijk geparkeerde eerste auto moet manoeuvreren, geïrriteerd te zien mompelen, mokken en fronsen. Maar niemand, geen enkele chauffeur, haalt het in zijn hoofd om te claxonneren. Want hee. Dat zijn je zaken niet. Ik ga niet mijn kop boven het maaiveld uitsteken. En zo zie ik dus soms hele stromen auto’s een file vormen in hun poging om die ene auto heen te rijden. Die dan allemaal zo gefrustreerd raken dat ze bij het volgende kruispunt met vol gas door het oranje stomen en nog een paar anderen snijden in het voorbijgaan. Maar ik dwaal af.

Dat deze gezagsgetrouwe en kalme mensen hier in die tram dan toch de moed vonden om een voor hen niet al te voor de hand liggende daad te stellen, namelijk in opstand komen, het niet pikken, hun mond opentrekken, dat is dan toch weer opmerkelijk om te zien. Dat ze dat nu juist in dit geval doen, wanneer er even een opstopping bij de tram is, en de bestuurder lekker onbereikbaar in zijn met veiligheidsglas gepantserd hokje zit, dat ze dit nu doen wanneer ze zien dat een andere trambestuurder het niet zo nauw neemt met mensenlevens en een groep passagiers op die halve meter tussen tram en tunnel laat schuifelen, dat is dan weer wat knullig, maar ach. Het had iets aandoenlijks, deze mensen die niet opgegroeid zijn met het idee dat je je mond mag opentrekken, te horen roepen dat het onéérlijk was. Onéérlijk! Om dan vervolgens met z’n allen in het gangpad te staan mokken. Niemand die een deur probeert te openen, niemand die op het hokje van de bestuurder tikt en verhaal gaat halen, nee: gewoon tegen elkaar en de passagiers die wel rustig bleven zitten, roepen dat je hier wordt benadeeld ten opzichte van de ganzen in de tunnel.

Na een minuutje kwam onze tram weer in beweging. Als bij toverslag verstomden alle gesprekken. Als bij een stoelendans kon men niet snel genoeg een plek vinden om te gaan zitten. Doordat er dus mensen in de tunnel liepen, moest onze tram stapvoets verder rijden, maar we haalden langzaam maar zeker alle wandelaars in, en kwamen ruim voor de voetgangers bij het volgende tramstation aan, waar alle ongeduldige mensen ons rijtuig uit konden vluchten. In alle rust vervolgden wij onze weg.

kapot

(Ik twijfelde nog of ik bij Centraal Station eruit zou stappen en de trein naar huis zou nemen, maar onze tram leek net weer lekker op dreef dus ik bleef toch maar zitten. Twee halten ná CS kregen we te horen dat deze tram niet meer naar Daar-Waar-Ik-Woon zou rijden, maar af zou slaan naar Daar-Waar-Ik-Helemaal-Niet-Woon-En-De-Weg-Niet-Weet. Ik ben dus uitgestapt en heb nog ruim een uur naar huis gelopen. Daardoor kwam ik wel langs de plek waar de problemen begonnen waren: een bovenleiding was compleet omlaag getrokken (waarschijnlijk door een te hoge vrachtwagen) en hing in stukken over de weg. Ik ben nog over de nodige brokstukken gestapt en langs alle hulpauto’s en hoogwerkers geslalomd, terwijl ik toekeek hoe een druk kruispunt vol ongeduldig verkeer omgeleid werd door de verkeerspolitie. Ik heb langs de lange file gewandeld die daardoor ontstaan was. Lekker in de zon gelukkig, en onderweg pikte ik zelfs nog een chocolade milkshake op. Zo kwam ik met rode wangen van het wandelen dan toch veilig thuis aan, in totaal twee en een half uur nadat ik besloten had mijn tram te nemen. Mijn ritje van een klein kwartier was dus ietwat verlengd, maar ik had het hele avontuur voor geen goud willen missen.)

*Erna en Door

Kijk, ik ben heel blij voor haar dat ze de eerste vrouwelijke voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie is hoor. Dat we dat even duidelijk hebben. Met de dame zelf is ook totaal niets mis, prima uiterlijk, welbespraakt, kalm, vriendelijk, intelligent. Maar toch trok ik mijn wenkbrauw op bij het lezen van haar naam. Helemaal zoals het in de zinsconstructie stond.

Meneer die-en-die zal kijkersvragen beantwoorden. Erna Kortlang is ook aanwezig blablabla. Wat? Er is een meneer, en daarna ook iets met kort en lang?

Ha, wacht, het is haar voornaam: Erna. En ‘Kortlang’ is dus haar achternaam. Haar over- over- over- overweetiknietwat grootvader heeft in de tijd van Napoleon toch redelijk wat humor gehad denk ik dan. “Achternamen? Waar is dat nu weer voor nodig? Wat een onzin.” En dan nadenken natuurlijk, een lange achternaam? Een korte juist? Janszoon, Keeszoon en Pieterszoon vond hij maar niks. Hij woonde ook niet in de buurt van een moeras, dus eindigen op -broek viel ook al af.  “Ach zoek het toch lekker uit met die achternamen, nergens voor nodig! Ons kent ons!” riep hij balorig, en met een grijns noemde hij ‘Kortlang’ als de naam waar zijn familie de rest van de geschiedenis mee verder zou moeten.

Erna.
Ervoor.
Erachter.
Ertussen.

Kortlang.
Langkort.
Kort-kort-lang.
Kort-lang-kort.
S.O.S.
Inspector Morse.

En zo kom je dan natuurlijk op de term ‘cameo-optreden’, een woord dat ik vorig jaar pas voor het eerst heb gehoord.

Maar laat ik u niet vervelen met gedachtesprongen.

Erna dus. Kortlang. Als je zo’n naam zou verzinnen in een boek, film, een logje desnoods, zou iedereen denken: slecht verzonnen naam zeg, tsk, alsof iemand echt zo zou heten. In het echt, weet je wel.

Nou. Wel dus. Kan ik lekker ‘Door Zwoegenmaar’ opvoeren in een van mijn volgende fictieve stukjes. Ik denk dat ze een bepaald type is, die Door. Rectrix van een MBO-school, zoiets. Zwart haar in een scheiding tot aan haar oren. Te opzichtige oorbellen, flodderblouse en vormeloze pantalon. En nu dus volkomen geloofwaardig, met dank aan Erna Kortlang.