Welkom in mijn geest!

Wandel rond, kijk om u heen, neurie een melodietje,
ga op een gedachte zitten, blijf even stilstaan bij een verhaal
als u wilt - en laat eventueel een stukje van uw geest achter.
Want denken doet geen zeer, toch?
 
(Voor de duidelijkheid: zo schrijf ik wat ik schrijf.)
 
egeltjegrey.jpg
En vergeet niet: ruilen kan altijd! Graag zelfs.

*Klik ze

Games for the brain: Rotate, een aangenaam tijdverdrijf tussen de bedrijven door.

Ondertussen ben ik even erg druk met het ‘offlinese leven’, dat gebeurt zo nu en dan. Geduld is een schone zaak roept men in zulke gevallen… Het druk hebben is ook een schone zaak, in dit geval. Ik geniet ervan in ieder geval, al blijven er enkele dringende zaken liggen (mailen! mailen! mailen!). Ik ben er nog, maar eventjes alleen in vleselijke zin, niet in virtuele zin. Ik hoop u snel weer tussen de nullen en eentjes terug te zien!

Ps. De tik is er nog. Ik raak er aardig aan gewend.

*Holland tegen Nederland… spannend!

*Tik

Ik heb een tik.

Geen tic, oh nee. Een echte tik. Na overenthousiast met een bal gesmeten te hebben, heeft mijn nek besloten een tijdbom te worden.

Neem twee knikkers. Of twee dobbelstenen. Of twee dominostenen. Tik die tegen elkaar aan. Het geluid dat je hoort, hoor ik nu al twee dagen bijna non-stop. Tik-tik. Tik-tik-tik. Tik. Tik-tik. Tik. Ik denk dat er ergens een zenuw bekneld zit. (Het is dat, of ik heb een wekker ingeslikt. Die naar mijn nek uitstraalt.) Zodra ik beweeg, loop, draai: tik ik. Tik-tik. Tik-tik-tik-tik. Tik-tik. Wat ik ook doe, niets helpt.

En ik kan u mededelen dat het aardig irritant is, tik-tik, zo’n geluidje de hele dag, bij alles wat je doet, alles waar je naar kijkt, alles wat je oppakt. Tik-tik. Eerst dacht ik steeds dat ik iets liet vallen, en keek ik verbaasd om me heen. Daarna probeerde ik zo min mogelijk te bewegen. Iets dat onmogelijk is. Nu, bijna 48 uur vol tik-tik later, ben ik zo goed als klaar om iemand in elkaar te slaan, simpelweg omdat ik gek word van dat geluidje. Tik-tik-tik. Langzaam aan heb ik alle geduld verloren. Alle sanity, zelfs bijna. Tik. Ik heb gescholden op de tik, ik heb meegetikt, hardop, ik heb mijn hoofd wild heen en weer geschud, ik heb gegild dat het op moet houden. Zoiets kleins, maar wat een impact heeft dit op mijn gemoed. Tik.

En tot overmaat van ramp blijk ik ook nog koorts te hebben. Tik-tik-tik. Ik voel me dus op en top, zoveel moge duidelijk zijn. Zo. Nu tik genoeg tik-tik gezeurd. Echt.

Tik-tik.

Grrrr.

*Zij

Haar borsten hingen iets meer dan voorheen. En het vel rond haar heupen leek iets losser te zitten. Haar benen waren langer dan hij zich herinnerde. Haar buik klopte nog precies: zacht maar toch strak. Voorzichtig liet hij twee vingers rond haar navel draaien. Haar huid was koel.

De eerste vier jaar hadden ze niet genoeg van elkaar kunnen krijgen. Maar de vijf jaar die daarop volgden, had hij haar minder en minder aan mogen raken - laat staan bekijken. Andere dingen waren belangrijker, ze leek zo vaak haast te hebben. Eerst had hij gedacht dat het wel weer bij zou trekken. Na verloop van tijd was het gewoon geworden. Ze hadden nog wel seks hoor, eens per week. Maar dan even snel, en met het licht uit. Hij was eraan gewend geraakt. Zijn gedachten vulden het donker op.

Ze was begonnen de badkamerdeur op slot te doen nadat ze verhuisd waren. Omkleden deed ze altijd daar. Hij had, als hij eerlijk was, zijn eigen vrouw al meer dan drie jaar niet naakt gezien. Misschien wel vier. Misschien vijf. Hij kon zich de laatste keer niet eens herinneren, omdat hij toentertijd niet wist dat het de laatste keer zou worden.

In gedachten had hij haar lijf vorm gegeven aan de hand van zijn herinneringen, haar contouren, zijn fantasieën, haar lijf onder de dekens tegen zich aan. Nu hij haar zo mocht bekijken viel het hem op hoe mooi ze was. Hoe zacht. Hoe echt. Hoe hij haar gemist had, eigenlijk.

‘Mocht bekijken’ was misschien niet de juiste omschrijving. Kon bekijken. Haar nek, haar armen, haar tepels. Haar buik, haar benen. Een streepje haar daartussen. Dat had ze al die tijd dus wel bijgehouden. Vrouwen zijn ondoorgrondelijk, concludeerde hij en veegde zijn wang droog. Haar tenen. Koud.

Tijd om de ambulance te bellen. Al betwijfelde hij of dat veel zin had. Ze moest hier al vanaf vanochtend liggen, toen hij net naar zijn werk vertrokken was. Ze zag er vredig uit. En mooi, zo mooi.

*Luiaard

Juj! Ik heb een luiaard getekend op een shirtje! Nooit gedacht dat het me zou lukken, dus ik deel mijn vreugde even met jullie. :)

slothdetail.jpg

*Zes drummers

Eén van de vele kortfilms van een vijftig uur durende box die ik recentelijk heb aangeschaft. Prachtig.



*Bezig blijven

Zoals jullie waarschijnlijk al gezien hebben wanneer je omlaag scrolt, staat er in mijn zijmenu opeens een link naar Etsy: de plek om handgemaakte dingen te verkopen. Ik ben ook gezwicht voor die community, wat een prachtige dingen zijn daar te vinden. Ik kijk mijn ogen uit, kwijl hier en daar, grinnik zo nu en dan, maar raakte vooral geïnspireerd. En ja hoor, voor je het weet heb je zelf een shopje geopend met al je zelfgemaakte dingen. Vanaf nu ben ik dus niet meer alleen creatief met woorden, maar ook officieel met stoffen! Ik wil er nog honderden dingen opzetten, en mijn eerste twee sales zijn al binnen. Nu nog een relatief goedkope manier vinden om op stof te printen en ik kan werkelijk al mijn ideeën realiseren. Juj! :)

Omdat de afgelopen dagen even in het teken van ‘een Etsyshop opzetten’ hebben gestaan, laat ik jullie achter met enkele tips om jezelf te vermaken:

- Neem je lievelingsgedicht en een krijtje. Schrijf op iedere straathoek een regel, zodat alle wandelaars zo langzaam het gedicht tot zich kunnen nemen. (En misschien wel een blokje om lopen voor die ene missende regel!)

- Zoek een medespeler. Ga naar een grasveld, sluit je ogen (blinddoeken is nog beter) en probeer elkaar in het midden te treffen. Zonder te spreken uiteraard.

- Heb je reservesleutels van iemand? Ga langs en doe de afwas. Dankbaarheid gegaradeerd!

- Bindt krijtjes aan touwtjes en hang die aan de bagagedrager van je fiets. Prachtige sporen zullen het resultaat zijn. (Niet te snel fietsen, dan vliegen de krijtjes door de lucht.)

-Zoek een kevertje op de stoep of in het park. Niet oppakken! Enkel naar kijken en de loop en route van het beestje nadoen in het groot. Probeer je in te leven.

- Laat iemand in je koelkast duiken en er vijf eetbare dingen uit opduikelen. Probeer nu met gesloten ogen te raden wat je eet. (Vertrouwen in je aangever is een pré…)

-Koop een wegwerpcamera, bind er een touwtje aan vast, bevestig het aan een lantaarnpaal of bankje met een begeleidend briefje. Schrijf op dit briefje dat iedereen hiermee foto’s mag maken en dat je de camera aan het eind van de dag komt ophalen. Bekijk met verbazing de resultaten.

- Bouw een ’sneeuwpop’ van bladeren vermengd met modder.

-Als je echt teveel tijd hebt: naai een fleurige hoes voor een bankje in het park en bekijk van een afstandje de reacties!

*Late ontluiking

Het was een goede dag vandaag. Ze was makkelijk haar bed uitgekomen, had geen last van haar heup gehad, en nu, nog geen twee uur later, liep ze achter haar rollator al richting markt.

‘Sinaasappels. En misschien een paar lychees, en kiwi’s natuurlijk. De zon schijnt al lekker vandaag!’ dacht ze bij zichzelf. ‘Kijk die kinderen toch eens spelen, wat een vreugde brengt dat toch.’ Meteen dacht ze aan haar eigen kleinkind, Dorothee. ‘Ze is zo snoezig. Oh, niet vergeten, over drie weken wordt ze al vijf jaar. Als Antoine dat nog had kunnen meemaken…’ Ze verzonk in herinneringen. Het was nu vier jaar geleden dat hij overleden was. Plots. Op een ochtend, op het toilet. Een hartaanval. ‘Ik mis hem nog wel. Maar toch minder dan ik had gedacht, na achtentwintig jaar huwelijk. Maar het was een lieverd hoor, absoluut.’ De kramen van de markt doemden verderop al op. Haar linkerbeen voelde wat zwaar. ‘En toch is het een goede dag. Gisteren kon ik niet eens de trap op. En zie mij hier eens lopen vandaag!’

Op de markt was het al druk. Ze keek wat om zich heen terwijl ze voorzichtig langs de bloemenkraam wandelde, op weg naar het fruit. ‘Is dat mevrouw Van Taarden niet?’ Ze boog haar hoofd ietsje, en probeerde in de stroom mensen op te gaan. ‘Daar heb ik nu geen zin in hoor. Dat mens heeft altijd alle tijd van de wereld.’ Daar was de fruitkraam al. Ze liet haar ogen over alle waar dwalen. ‘Ach, Granny Smith. Daar hield Antoine altijd zo van.’ De eerste week na zijn overlijden had ze de groene appels nog gekocht, uit gewoonte. Maar zijzelf lustte ze helemaal niet. ‘Wat lijkt dat lang geleden zeg.’ Ze glimlachte. ‘Ik mis de warmte wel hoor. Een knuffel in de ochtend, een kus voor het slapen… Maar kom, niet zeuren, ik heb een goed leven.’

Ze zocht kiwi’s en sinaasappels uit, zag nog een tros radijsjes liggen, die wilde ze ook meenemen. Ze keek op en speurde de verkopers achter de kraam af. Daar was meneer Klaassen. En die jongeman stond er ook. Verderop stond mevrouw Klaassen, samen met haar dochter. Ze waren net een bestelling aan het afhandelen. ‘Ik kijk nog wel even aan die kant, of er ook lychees zijn.’ Ze verplaatste zich naar het eind van de kraam. Met één oog hield ze mevrouw Klaassen in de gaten. Zodra deze klaar was met haar klant, sprak ze haar aan. ‘Goedemorgen!’ Mevrouw Klaassen keek op, herkende haar vaste klant en riep een welgemeend goedemorgen terug. ‘Wat mag het zijn vandaag?’

‘Zes sinaasappels alstublieft,’ ze hoorde dat haar stem wat trilde. Wat was het warm zeg. Ze keek hoe mevrouw Klaassen de sinaasappels in een plastic tasje deed. Haar korte zwarte haar was weer perfect gekapt, zoals iedere keer dat ze hier haar fruit kwam kopen. ‘Anders nog iets?’ Ze schrok op. ‘Uh ja… jaja: kiwi’s. Kiwi’s graag. Vier stuks. Ja.’ Met een glimlach stopte mevrouw Klaassen de kiwi’s bij de sinaasappels. ‘Wat zijn haar handen mooi.’ Ze bekeek de vingers van mevrouw Klaassen; ze hadden amper pigmentvlekjes. ‘Was het dat?’ Ze keken elkaar aan. ‘Nee, graag nog een halve kilo lychees, als dat kan. Graag.’ ‘Lychees! Geen probleem! Ze zijn lekker hoor, heerlijk zelfs!’ Het was echt warm vandaag. ‘Heb ik wel genoeg ontbeten? Ik voel me wat licht in mijn hoofd.’ dacht ze bij zichzelf.

‘Heerlijk weertje hè?’ Ze keek mevrouw Klaassen verwachtingsvol aan. ‘Ja, geweldig hè? Het is nu misschien nog wat frisjes, maar reken maar dat het vanmiddag korte-mouwen-tijd is! U ziet er kwiek uit vandaag, mevrouw Dooren! Anders nog iets?’ Blozend stamelde ze van niet, dat dit alles was. Mevrouw Klaassen gaf haar het fruit aan, en zei de totaalprijs. ‘Achja, afrekenen…’ dacht ze verstrooid. Ze prutste haar portemonnee uit haar tas en gaf haar een biljet. Ze keek mevrouw Klaassen na terwijl ze naar de kassa liep. Wat een mooie vrouw was dat toch. Binnen een paar tellen stonden ze weer tegenover elkaar en reikte mevrouw Klaassen haar het wisselgeld aan. Ze stak haar hand geopend uit. Terwijl de munten in haar palm gleden, raakten hun vingers elkaar even. ‘Dank u, dankuwel.’ Trillend stopte ze haar geld in haar portemonnee. ‘Een heel fijne dag nog mevrouw, en tot de volgende weer!’ glimlachte mevrouw Klaassen. ‘Ja, nog een heel fijne dag, en bedankt weer hè.’ Ze keken elkaar nog even aan voor ze haar tocht voortzette.

Ze liep langs de stoffenkramen naar de De Gravestraat. Zoals altijd liep ze haar rondje terug naar huis. ‘Wat een heerlijke dag is het!’ Stralend wierp ze een blik op de tas vol fruit in haar rollator. ‘Dat wordt smullen vanmiddag.’ glimlachte ze. Voor de sigarenwinkel stonden twee heren een praatje met elkaar te maken. Toen ze hen passeerde, wenste een van de twee haar een goedemorgen. Ze mompelde een goededag terug, en liep zo snel haar lichaam het toeliet verder. ‘Daar moet ik niets van hebben hoor. Oh nee. Daar heb ik geen behoefte aan. Geen nieuwe man voor mij. Nee nee. Geen man, daar heb ik helemaal geen zin in.’ Hoofdschuddend wandelde ze weer verder op weg naar huis. ‘Oh verhip, de radijsjes vergeten!’ Even dacht ze na. ‘Ik kan best maar even teruggaan. Ja. Laat ik dat doen!’

*Geduld

En zij, de eerste die
vraagt hoe ik hier
- nou gewoon
je raadt het al -
terecht ben gekomen
ze snapt het
(ach zo)

Ze glimlacht en raakt
mijn gezicht aan mijn ogen
mijn mond
neigt naar spreken - ik weiger
zoek koetjes
een kalfje
(en kaf)

In mij het koren
wachtend op stilte
op voeten
in andere straten
om dan te vertrekken - in draf
naar mijn eigen
gedachten
(dat mag)

*Online dingen die jeuken

10. - BCC - Zeg mij na: ‘Ik zal altijd de bcc-optie gebruiken wanneer ik naar meerdere personen mail’. Misschien heb je er nog nooit over nagedacht, maar niet alle mensen die jij kent, kennen elkaar. Ik sta niet te springen om door een wildvreemde toegevoegd te worden aan zijn of haar adresboek. Dus bcc, mensen.

9.  - BLOGGEN OVER BLOGGEN - Hoe lang blijven bloggers nog massaal blogs lezen over hoe je moet bloggen? Titels als ‘How to generate loads of traffic on your blog’ zijn niet meer dan loze luchtbellen voor verwachtingsvolle mensen. Degene die de betreffende post schrijft, krijgt honderden lezers. Al die goedgelovige lezers verwachten een toverformule te krijgen waardoor hun log opeens overstroomd zal worden door lezers. Maar het enige dat er gezegd wordt in die postjes zijn gemeenplaatsen. ‘Zoek een goed onderwerp!’ ‘Laat mensen meedenken!’ ‘Gebruik een duidelijke titel die goed door zoekmachines te vinden is!’ En ondertussen lachen ze zich een bult om de stijgende bezoekersaantallen op hun blog. Laat dat, mensen. Lees die dingen niet. Like, Digg of Recommend die dingen niet. Ik begin namelijk schoon genoeg te krijgen van alle blogs die over bloggen gaan.

8. - ROTZOOI - Hoeveel mensen hebben in hun huis een groot bord voor de woonkamerdeur hangen, vol lampjes, knipperlichten en draaiende, friemelende dingen? Ik denk dat het er precies nul zijn. Waarom dan wel op je internetpagina flash gebruiken? Waarom dan wel een groot blok over je pagina schuiven (zelfs Firefox kan daar niet tegenop) met de vraag een zogenaamde poll in te vullen? En dan liefst een blok dat, wanneer je het wegklikt, meteen een nieuwe pagina opent met nog meer flikkerende dingen? Hoe komen mensen op het idiote idee dat het slim is je eigen tekst onleesbaar te maken door er iets enorms overheen te draperen dat muisklikken vereist voor het verdwijnt? In de hoop zeven euro per half jaar te verdienen aan reclame? Neem dan gewoon een baan en houd je blog rotzooivrij.

7. - LOGICA - Wanneer je ergens op een blog een comment achterlaat, onthoud dan op z’n minst wat je hebt gezegd. Ga niet een pagina verderop - of nog erger: een dag later op diezelfde pagina - jezelf volkomen tegenspreken. Schrijf niet ergens ‘vergeef mij, please’ om een dag later glashard te beweren dat je nooit om vergeving vraagt omdat je nooit ergens spijt van hebt. Zeg niet op log A dat je geen koffie drinkt om op log B mee te praten over een caffeïnevrije ochtend en de bijbehorende rampen die er dan gebeuren. Beweer niet de ene dag dat je een hekel hebt aan kanaries/vinken/alles met vleugels, om de volgende dag te verhalen over de bouw van je voilère. Ook al kun je op het internet iedere identiteit aannemen die je wil, probeer die identiteit dan wel constant te houden zolang je dezelfde naam gebruikt.

6. - RUSSISCH ROULETTE - Wanneer je, om voor mij onbegrijpelijke redenen, kiest voor een reclamesysteem op je blog dat gangbare woorden voorziet van een link naar een winkel of iets dergelijks, kom dan niet op het idee om ondertussen ook nog zelf ‘echte’ linken naar artikels (of informatie of foto’s of andere bloggers) te plaatsen. Wanneer ik eenmaal klik op het woord ‘fiets’ in je tekst en op een of andere site voor fietsonderdelen in Amerika terecht kom, bedenk ik me nog wel zeven keer alvorens ik nog ooit op een link van je ga klikken.

5. - INLOGHORROR - Als je graag reacties op je geschreven gedachten krijgt, laat mij dan gewoon een reactie plaatsen zonder eerst lid te moeten worden, een account aan te moeten maken, drie pagina’s informatie in te moeten vullen of andere idiote dingen. Als je niet in staat bent een fatsoenlijke anti-spambot te vinden, dan moet ik daar niet de dupe van worden. Als jij denkt dat je zo meer mensen aan je bindt, dan moet ik je teleurstellen. Als jij denkt dat dit het enige wachtwoord is dat ik moet onthouden, dan ben je erg naïef. Wachtwoorden zijn prima wanneer ik persoonlijke informatie of betalingen verstuur, maar een simpele reactie behoeft dit soort dingen niet.

4. - ONZIN - Schrijf niet iedere dag een postje van anderhalve regel (liefst nog met een spelfout of twee erin) in de hoop dat mensen dan via hun RSS-feed keer op keer komen lezen. Blog wanneer je werkelijk iets wil delen, iets in gedachten uitgewerkt hebt, iets wil toevoegen. Bloggen doe je omdat je het leuk vindt, niet omdat je dan je bezoekersteller ziet stijgen. Zet dan gewoon een maatbeker onder de kraan en staar daar naar.

3. - BLOGSLETTEN - In godesnaam mensen, als je graag gelezen wil worden, zorg dan dat je schrijfsels interessant zijn. Mensen die een hele linklijst op iemands goedlopende blog afwerken en overal ‘Leuk gedaan, goed geschreven, ik heb laatst ook over zoiets gelogd’ achterlaten en dan maar gaan zitten wachten tot het volk toestroomt op hun eigen log. Verdomd irritant.

2. -HYPES - Stuur mij geen uitnodigingen voor Facebook, Myspace, Mobilenetworking, noem het maar op. Ik doe er niet aan mee. Ik zit er niet op te wachten. Ik heb er niet om gevraagd. Extra irritant: wanneer jij zo snugger bent om ergens je mailadres in te vullen waardoor het betreffende ding al je contacten gaat spammen. Alleen maar meer reden om puntje tien hierboven toe te passen. Ook hoef je niet aan iedere bloghype mee te doen. Hele zinnen doorstrepen puur omdat het zo leuk is dat het kan, zonder dat het zin heeft bijvoorbeeld. Laat dat. Het is eindelijk doorgedrongen dat zogenaamde stokjes en aanverwante ‘opdrachten’ voor bloggers niet altijd enthousiast worden ontvangen, dat is al heel wat. Nu de rest nog. Puntenlijstjes bijvoorbeeld. ;)

1. - LOZE VRAGEN - Als een vraag op z’n plaats is, hoor je mij niet klagen. Maar helaas. Je leest een logje. Een aangenaam logje. Over de auto die het begaf terwijl de drie kinderen achterin voedselvergiftiging hadden en de achterbank onder braakten, terwijl de baas belde om te melden dat hij/zij ontslagen was omdat ‘ie alweer te laat kwam. Goed geschreven, leest lekker weg, een grinnik hier en daar niet te onderdrukken. En dan komt die gevreesde laatste regel. ‘Hoe was jullie dag?’ ‘Hoe doen jullie dat?’ ‘Hebben jullie ook wel eens van die dagen?’ en ga zo maar door. Getverdegetver. Ooit ergens opgevangen dat je de lezers moet betrekken bij je log. Nu standaard ieder schrijfsel met zo’n stompzinnige vraag afsluiten. Eeuwig zonde en oneindig irritant.

*Realiteitszin

De mensen van deze site hebben honderd eetbare producten vergeleken met de verpakking waarin het verkocht wordt. Dat levert een bijzondere collectie op.

Sommige verpakkingen zijn aardig realistisch, maar het gros is mijlenver verwijderd van wat je werkelijk in je mond zal stoppen… Dat is nu ook precies wat deze (Duitse) site wilde aantonen: de onzin van reclame. Ze proberen niet de producten zelf aan te vallen, maar wel de manier waarop ze in de winkel aangeprezen worden.

Gelukkig zijn er een aantal meevallers te bewonderen:

thegoodones.jpg

Maar helaas, er zijn er ook waar de eetlust je van vergaat nadat je eerst kwijlend naar de verpakking hebt staan kijken. Oef. Deze verpakkingen hebben vaag, in de verte, iets met de werkelijke producten te maken. Als je heel goed kijkt. Of eigenlijk, vooral niet kijkt - gewoon in je mond stoppen en stoïcijns aan de verpakking denken…

thebadones.jpg

Neem nu de haringsalade met rode bietjes. Ieder mens weet dat die bieten die hele drab roze doen kleuren, maar daar trekken de reclamemakers zich niets van aan. Nee, het moet er namelijk smakelijk uitzien. Anders koopt vast niemand het.

“Laten we gewoon verse haring nemen, en dan iets van plastic dat met wat fantasie op bietjes lijkt. Dan verkoopt het tenminste lekker. Dat het bakje doorzichtig is, dat zien ze toch niet. De klanten komen nooit op het idee om dat ding even om te draaien in de winkel, dus maak je geen zorgen: niemand die zal merken dat het er net ietsje anders uit ziet in het echt. Komt goed hoor. Wacht, doe ik meteen ook de foto voor die magnetronmaaltijd van Carte, ‘Hacksteaks’. Hoop dat het niet zal opvallen dat het toefje peterselie ontbreekt in de doos, hahaha!”  

Tja.

(Voor de doorklikkers: mijn persoonlijke hoogtepunt op hun site is dat chococakesnackding dat ze in een kommetje melk hebben geplant, want zo staat het ook op de verpakking. Grinnik.)

*Simultania

In een van mijn ruils had Jack of Hearts een laatste alinea geschreven, die ik vervolgens moest gebruiken om een voorafgaand verhaal aan te breien. Deze ruil pakte zo goed uit, dat ‘ie eigenlijk een plaatsje op mijn denkendoetgeenzeer verdiend had. En zo geschiedde...
(Jacks alinea staat cursief gedrukt, maar hoort absoluut bij het verhaal.)

‘Goedenavond.’
‘Onze avond.’

Hij was op weg naar huis geweest, zijn wekelijkse kroegavondje met zijn vrienden zat er weer op. Hij was langs de kade gaan lopen, zijn favoriete route naar huis. Op een van de meerpalen had een gestalte gezeten. Een ruimvallende jas met capuchon en twee donkerblauwe benen was alles wat hij had kunnen zien. Door de uren met zijn vrienden was hij in een goede bui geweest, in een opwelling had hij vriendelijk gegroet.

‘Pardon?’ Zijn olijke knik was halverwege blijven steken en overgegaan in een frons.

‘Je verstond me wel,’ sprak de gestalte vriendelijk met een wat hese vrouwenstem, ‘onze avond.’ Ze zei het resoluut, legde nadruk op beide woorden, alsof hij vanzelfsprekend zou begrijpen waar dit over ging.

Hij twijfelde een moment. Zou hij doorlopen? Was zij gewoon een van de geestelijk verdwaalde types die hier wel eens rondbanjerden? Of zou hij haar vragen naar het waarom achter haar woorden?

‘Ik zal je niet in verlegenheid brengen hoor. Je bent nieuwsgierig, geef er gewoon aan toe?’ Ze grinnikte zachtjes na haar woorden. Hoe kon zij…? Dit trok hem over de streep. ‘Waarom is dit onze avond?’ Terwijl hij de woorden uitsprak nam ze de capuchon van haar hoofd. Twee heldergroene ogen keken hem aan onder het licht van de lantaarns.

‘Het is onze avond,’ sprak ze zacht, voorzichtiger dan eerst, ‘omdat het vandaag Simultania is. Vanavond, om precies te zijn. Rond…’ ze trok haar wijde mouw naar achteren en keek op haar kleine zwarte horloge, ‘een uur of drie.’ Bloedserieus keek ze naar hem op. Verward keek hij haar aan. Simulwat? Dit mens is gek. Langzaam krulden haar mondhoeken omhoog en begonnen haar ogen te twinkelen. Toen barstte ze in een kristalheldere lach uit.

Hij grijnsde op zijn beurt, ietwat ongemakkelijk, en bleef haar aankijken. Ze begon weer te spreken, haar stem was rauw, hees, het tegenovergestelde van haar lach. ‘Weet je, er zijn geen grenzen. Wij denken wel dat we begrensd zijn, maar dat is een illusie. Een van de vele die de mens rijk is, om precies te zijn. Dat is geen ramp hoor, dat is zelfs nodig, zo nu en dan. Maar niet altijd. Oh nee, absoluut niet altijd. Daarom is er Simultania. Om ons eens per maand te bevrijden van onze barrières.’

Hij begreep er nog steeds niet veel van. Terwijl ze sprak had hij haar woorden in zich opgenomen, en ondertussen haar gezicht bestudeerd. Hij kon met geen mogelijkheid raden hoe oud ze was. Ze leek tijdloos, niet jong, maar ook niet oud. Op een bepaalde manier leek ze nog het meest op een schilderij - iets dat eeuwen oud kon zijn maar nog even vastomlijnd als op de eerste dag. ‘Simultania? Daar heb ik nog nooit van gehoord. Wat doet men op deze dag?’ Hij wist bijna zeker dat een dergelijke feestdag absoluut niet bestond.

Ze grinnikte kort. ‘Je stelt me teleur. Waarom zou Simultania niet bestaan? Omdat het niet op kalenders gedrukt staat? Ziedaar: je eerste grens!’ Haar weidse lach weerklonk weer over het water. Hij glimlachte: ‘Ik denk dat ik je begin te begrijpen…’ Ze keek hem verwachtingsvol aan. ‘Ok, laat me even denken… ik… ik eh… ik ben alles, nee, nee wacht, ik ben jou!’ Hij grijnsde voldaan.

‘En ik zou zomaar jou kunnen zijn. Dit water kunnen zijn. Jouw inkt kunnen zijn…’ haar ogen boorden zich weer in de zijne. Even deinsde hij terug, hoe kon zij…? Toen hervatte hij zich, dit was nu juist wat de bedoeling was! ‘Ok… kijk me aan…’ Hij staarde diep in haar ogen, probeerde niets aan te nemen, niets in te vullen, niets onmogelijk te vinden. Langzaam voelde hij alles wat zo belangrijk leek, vervagen, en niets anders dan dit moment bestond.

Plots zag hij haar handen in de aarde, haar knieën tussen het groen. ‘Ik zou jouw moestuin kunnen zijn…’ Het was eruit voor hij het doorhad. De dame tegenover hem begon helemaal te stralen. Ze sprong op en strekte haar armen uit. ‘Juist! Helemaal juist!’ Ze bleef voor hem staan, haar armen loodrecht gestrekt. ‘Ik zou jouw spaghetti kunnen zijn!’ Hij zag nu allemaal beelden rondom haar, door haar heen, boven haar. ‘Ik zou jouw klei kunnen zijn!’ Ze knikte enthousiast, begon langzaam om hem heen te draaien.

‘Ik zou jouw medicijnen kunnen zijn!’
Hij begon langzaam met haar mee te draaien, voelde zich licht in zijn hoofd, maar niet door de alcohol, absoluut niet. Hij zag zoveel beelden door elkaar buitelen, hij zag hoe ze iemand verzorgde, hoe ze de open haard aanstak, hoe ze boven de koffiefilter hing met gesloten ogen, hoe ze met een beitel een beeld uithakte, het ging maar door.

‘Ik zou jouw blokken hout kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw gitaar kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw koffiegeur kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw kersenhouten boekenkast kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw steen kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw kroontjespen kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw donkerbruine kandelaar kunnen zijn!’

Ze tolden nu om elkaar heen, sneller en sneller, en bleven maar beelden benoemen, stukjes leven, fragmenten van andermans bestaan. Het was niet duidelijk wie meer genoot van deze uitwisseling.

‘Ik zou jouw…’ ze zweeg heel even, ‘verdriet kunnen zijn…’

Hij slikte even, volgde toen haar voorbeeld.

‘En ik zou jouw pijnlijke onderrug kunnen zijn…’

‘Ik zou jouw onzekerheid kunnen zijn!’

‘Ik zou jouw onrust kunnen zijn!’

Ze begonnen nu door elkaar te praten, tolden om elkaar heen en bleven uitspreken wat ze van elkaar konden zien, sneller en sneller, tot ze elkaar niet meer konden verstaan en bijna omvielen van het draaien. Toen greep ze zijn handen. Langzaam minderden ze vaart, en toen hun laatste zin gezegd was stonden ze doodstil tegenover elkaar. Ze kneep in zijn handen, glimlachte een prachtige glimlach naar hem en fluisterde uitgeput ‘Simultania’. Toen liet ze zijn handen los, drukte een kus op zijn wang en trok haar capuchon over haar haren.

‘Dag Maarten.’ Nog een laatste glimlach van onder haar muts, toen begon ze van hem weg te wandelen. Haar stappen leken gewichtloos, hij keek haar na tot ze in het donker verdwenen was.

‘Dag Maya…’ fluisterde hij glimlachend. Toen spreidde hij zijn armen weer, zo wijd als mogelijk, en wierp een blik omhoog. Wat hij nu voelde was met geen pen te beschrijven.

Met zijn hoofd in zijn nek tuurde hij naar de twinkelende sterren. Waren ze nog steeds onbereikbaar? Hij lachte en strekte zijn hand uit in de lucht. Hij voelde dat hij slingerde, maar wilde graag nog even dronken blijven. Ook een beetje van drank, maar vooral van opwinding en misschien wel van geluk over wat hem overkomen was. Of kon je beter zeggen dat het haar was overkomen? Hij grinnikte.

Op het moment dat hij struikelde zei hij hardop  “Stel je niet zo aan”. Hij ging recht lopen, versnelde zijn pas tot doelgericht en richtte zijn blik op de straat in aantocht, waar het wel druk was, zodat aanstelleritis niet onopgemerkt zou blijven.

“Wat een vrouw,” dacht hij.  “Gek mens,” dacht hij ook. Hij stak zijn handen in zijn zak en overdacht wat hij straks in kleermakerszit bovenop zijn bed, gewapend met kroontjespen, in zijn boekje achter haar naam zou kalligraferen.

“Haar woord natuurlijk,” dacht hij. Vervolgens dacht hij “Ons woord” en vond dat best goed klinken.

*Onvermijdelijk

Ze wandelt stil naar de overkant. Van haar gezicht valt geen enkele emotie af te lezen, haar lijf spreekt geen enkele taal. Hij houdt zijn adem in. In een rechte lijn nadert ze hem, geen moment van haar stuk gebracht door de gapende diepte onder haar. Ze zet haar ene voet voor haar andere, steeds weer. Zo bereikt ze al snel het midden.

Dan houdt ze even haar pas in. Een moment laat ze haar opgeheven hoofd iets zakken, en kijkt naar de oneindige rotsen onder haar. Hij houdt zijn adem in. Langzaam heft ze haar hoofd weer, en hervat haar stappen. Daar gaat haar linkervoet alweer, voor haar rechter. Nog een meter of vijftig, dan zal ze weer vaste grond onder haar voeten hebben.

Er waait een zacht briesje, dat af en toe aanzwelt tot een windstoot. Hij houdt zijn adem in. Ze trotseert iedere aanval van de lucht zonder maar een moment te wankelen. Als hij iets over haar moest zeggen, zou het wel zijn dat ze met iedere stap zekerder lijkt te worden, welhaast verankert op het smalle pad dat tussen hen in ligt.

Haar neutrale blik wordt steeds duidelijker zichtbaar naarmate ze de overkant nadert. Haar ogen het enige bruin in dit grijze landschap, haar crèmekleurige huid het enige stralende in dit dode oord. Hij houdt zijn adem in. Nog een tiental stappen nu. Beheerst neemt ze deze laatste meters. Haar blik haakt zich in de zijne.

Nog twee stappen, dan kan ze zijn uitgestoken hand nemen. Ze stopt. Langzaam heft ze haar armen op. Ze spreidt ze helemaal uit, tot de toppen van haar vingers niet verder van elkaar verwijderd kunnen zijn. Met haar blik houdt ze hem in haar greep. Hij houdt zijn adem in. Zij daarentegen neemt een diepe hap lucht, zuigt haar longen vol. Op de punten van haar tenen draait ze een kwartslag, ondertussen blijft ze hem aankijken.

Dan haakt ze haar blik los van hem. Ze kijkt naar de diepte, vervolgens recht voor zich uit. Een moment gebeurt er niets. Hij houdt zijn adem in. Dan krullen haar mondhoeken langzaam op. Nogmaals kijkt ze hem aan, ditmaal met de grootste glimlach die hij ooit op haar gezicht heeft gezien. Dan zet ze zich af met haar tenen, en stort met haar hoofd omlaag de diepte in.

Hij houdt zijn adem in, telt de seconden. Vijf… zes… zeven… acht. Dan de klap, een krakend soort dofheid, gevolgd door de luidste stilte ooit. En dan, dan verlaat zijn adem gierend zijn keel.

De stilste schreeuw ooit.

*Huisgymnastiek

Met de nodige spierpijn presenteer ik u mijn volgende filmknutsel!

Geïnspireerd door deze jongens, besloot ik ook mijn huis en lijf in te zetten. Na uren nadenken, proberen, rondkijken, oefenen en volhouden heb ik zes minuten materiaal dat ik met u kan delen. Tja, je moet er wat voor over hebben, zegt men dan. Ik heb er in ieder geval veel plezier in gehad en zelfs nog wel een grensje of twee verlegd!

*Avontuur in de vroege ochtend

De lampen zijn nog uit, maar de deur is al open. Ik stap binnen en meld me aan de balie. Ik mag ‘trap op, trap op, en dan de eerste deur links’. Na drie trappen opgelopen te zijn (ja precies, na de tweede trap zag ik van alles, maar geen eerste deur links) loop ik een klein kamertje in en kijk om me heen. Voor mij staat een kruising tussen een bed en een stoel, geflankeerd door een of ander apparaat dat niet, zoals moderne apparaten, lelieblank is maar een onbestemd beige. Aan het voeteneind van de bedstoel staat iets dat ik herken van bezoekjes aan mijn huisarts: een plat ding op poten, bekleed met iets dat vaag op nepleder lijkt. Daar bovenop ligt normaal gesproken de eeuwige wit papieren baan, maar hier niet. Hier is het ding overtrokken met een eenpersoons hoeslaken. Om precies te zijn: een hoeslaken dat al lang geleden zijn hoogtepunt heeft beleefd. Er zitten onbestemde gelige vlekken in, gecombineerd met een winkelhaak hier en daar. Ik hoop met heel mijn hart dat ik op de bedstoel terecht ga komen, en niet op dit ding.

Ik geef mijn ogen nog goed de kost voor er iemand binnen zal wandelen. Naast de bedstoel staat een soort badkamercombinatie: twee hoge kasten met daartussen een wasbak waarboven een spiegel hangt. De kleur past perfect bij het apparaat dat ik zojuist al gezien heb. In een hoek zie ik een cd-speler staan. Deze is grijs met oranje en heeft de vorm van een UFO. Ik draai een rondje en beslis dat ik tegen het platte ding op poten geleund ga staan. Ondertussen rits ik mijn vest los en zet ik mijn schoudertas naast mijn voeten neer. Dan hoor ik een tergend gekraak. De dame die mij gaat behandelen komt onmiskenbaar de trap op. Ik zet mijn neutrale doch vriendelijke gezicht op en wacht tot ze in de deuropening verschijnt.

Daar is ze: haar blonde haren strak naar achteren in een paardenstaart, haar iets te ronde gezicht glimmend, haar ogen vriendelijk. We begroeten elkaar, en dan spreekt ze haar gevleugelde woorden. ‘Je mag je schoentjes uitdoen, en je van boven uitkleden tot op je behaatje.’ Een zin die er geroutineerd uitrolt en waarschijnlijk al duizenden malen uitgesproken is. Ik kijk eens naar mijn voeten. Je kunt er veel van zeggen, maar klein zijn ze niet. ‘Schoentjes’ is dan ook een bizarre benaming voor wat ik aan mijn voeten draag. Ook vind ik ‘behaatje’ klinken als een of ander roze friemelig ding met veel kant, iets waar mijn zwarte bh met krijtstreep ook al niet aan voldoet. Maar niet getreurd, ik volg haar aanwijzingen op terwijl zij ondertussen al enige voorbereidingen in de wasbak treft. Dan nodigt ze me uit op de bedstoel plaats te nemen.

Opgelucht loop ik naar de betreffende plaats, om daar te zien dat ook dit ding overtrokken is met een hoeslaken in dezelfde staat als die op het andere bed. Gelukkig legt ze een sprankelend witte handdoek eroverheen, en opgelucht zink ik in de bedstoel. Het ligt redelijk aangenaam, al lijk ik wel enigszins richting voeteneind te zakken. Ik gebruik mijn ellebogen om mezelf weer in positie te duwen en zoek dan een ontspannen houding om het komende uur in door te brengen. Ze vraagt het een en ander, ze zegt het een en ander, ze drapeert een handdoekje over mijn borsten, ze wikkelt een handdoekje om mijn haren en dan gaat het beginnen. Ik sluit mijn ogen instinctief, en dat blijkt geen overbodige luxe. ‘Dit gaat even wat koud aanvoelen.’ ‘Dit ruikt naar kruidnagel en kaneel.’ Ondertussen begin ik me af te vragen waarom ik mascara opgedaan heb vanochtend, na een paar minuten zit de zwarte troep vooral onder en in mijn ogen en niet meer op mijn wimpers. Haar handen bewegen voortdurend terwijl de mijne losjes op mijn buik rusten.

Het beige apparaat wordt over mijn gezicht gezet. ‘Dit moet je vooral op je neus en op je kin voelen.’ Ik knik. ‘Ik ben over tien minuutjes terug, tot zo!’ Ik hoor hoe ze de cd-speler aanzet en rustige klanken de kamer vullen terwijl ik haar de trap weer hoor afgaan. Een seconde of vijf lig ik doodstil, dan besluit mijn lichaam dat het tijd is om in te ademen. Een hete, vochtige stroom trekt mijn neus in. Zuurstof is ver te zoeken. Proestend concludeer ik dat dit enige creativiteit behoeft. In de komende tien minuten ontwikkel ik een systeem: hoofd vooruit, zo traag mogelijk uitademen, hoofd naar rechts, inademen, hoofd vooruit, zo traag mogelijk uitademen, hoofd naar links, inademen, enzovoorts. Lekker warm is het wel. Langzaam begin ik van de muziek te genieten, ik ontspan zelfs zo nu en dan. Ik voel me dan ook aardig bedreven wanneer ze weer de kamer in stapt. ‘Gaat het nog?’ Ik knik nonchalant, geen probleem hoor. Ze vertelt me wat de volgende stap is. Ik heb geen idee wat die stap inhoudt, maar ik knik vol goede moed.

Een stekende, schurende pijn trekt over mijn wangen, over mijn voorhoofd, over mijn kin. Wat flikt ze me nu?! Het lijkt alsof ze met de langste nagels ter wereld in mijn gezicht knijpt. Niet fijn, niet fijn, niet fijn. Wat zeg ik? Pijn! Pijn! Pijn! Mijn lichaam verkrampt bij iedere nieuwe aanval, ik klauw mijn handen in elkaar en bijt mijn kaken dicht. Waarom wilde ik dit ook alweer? ‘Gaat het?’ vraagt ze poeslief. ‘Het is wat gevoelig…’ weet ik eruit te persen tussen het verkrampen door. Gelukkig meldt ze me dat ze bijna klaar is. Geen seconde te vroeg: de drang om haar ogen uit te krabben begint serieuze proporties aan te nemen. Nog naschrijnend luister ik naar haar beschrijving van de volgende stap. Ik lig alleen maar te hopen dat ik het ergste heb gehad.

Dat blijkt gelukkig het geval. Terwijl ze me insmeert met een of ander aangenaam spul probeer ik weer ontspannen te gaan liggen. Haar handen dwalen over mijn gezicht, mijn hals, mijn schouders, mijn nek. Ze masseert mijn spieren - die nog op gevaar ingesteld staan - weer los, en binnen een paar minuten vind ik haar weer helemaal aardig en lief. Op naar de volgende stap. ‘Dit gaat heel koud aanvoelen.’ Ik kan haar alleen maar gelijk geven. ‘Wil je nu misschien wel een dekentje?’ Deze vraag had ze me bij aanvang al gesteld, maar gezien de staat van de hoeslakens had ik niet veel vertrouwen in dat geheimzinnige dekentje dat me werd aangeboden. Nu staat het kippenvel echter zo dik op mijn armen dat eventuele hygiëne, of gebrek daaraan, me niets meer kan interesseren. ‘Graag!’ antwoord ik dan ook. Ik hoor hoe ze ergens een kastdeur opent. Mijn ogen zijn nog steeds gesloten, er liggen zelfs wattenschijfjes op, dus zien kan ik dat betreffende dekentje niet. Wel voel ik dat ook hier het verkleinwoord weer niet op zijn plaats was, mijn hele lijf wordt al snel verwarmd. ‘Dit moet ook weer tien minuutjes, het zal opdrogen en een beetje trekkend aanvoelen, tot zo!’

Lekker warm, relaxed muziekje, fris gezicht, rust: binnen een minuut of vijf val ik bijna in een ontspannen slaap. Ik doezel wat, ik geniet wat, ik laat de gedachten in mijn hoofd ronddwalen. Dan stapt ze alweer binnen. Jammer, denk ik bijna. ‘Hoe voel je je?’ Ik meld haar dat ik zo in slaap kon vallen, en dat stemt haar tevreden. Ze doet haar ding weer, haar handen maken geroutineerde bewegingen met natte handdoeken, cremes en aanverwanten. Binnen een mum van tijd ben ik weer schoon en fris en zacht. ‘Nu nog de laatste stap, en dan ben je klaar.’ Ik voel hoe ze mijn gezicht insmeert, het ruikt lekker, citroenachtig. Dan verwijdert ze de deken en de handdoeken rondom mijn gezicht en mag ik opstaan. Ze helpt me nog mijn bh-bandje dat ze omlaag geduwd had terugvinden, en wanneer ik rechtop zit merkt ze zelfs nog een uitgevallen oorbelletje op. Ik loop naar de spiegel en steek het dingetje weer in mijn oor, veeg de mascara weg en kijk in een fris en rozig gezicht. Ik glimlach. Het mag dan misschien niet het meest moderne kamertje zijn: zij verstaat haar vak, zonder enige twijfel.

Terwijl ik me aankleed geeft ze me nog wat tips over hydratatie. Dan bedankt ze mij uitvoerig en wenst ze me een prettig weekend. Ik vind het vreemd dat ze mij bedankt, zij is tenslotte degene die al het werk gedaan heeft. Dat meld ik haar dan ook, en glimlachend nemen we afscheid. Ik kraak de trappen weer af en voel me nog wat suf. Wanneer ik na het afrekenen mijn fiets opzoek, laat ik mijn vingers even over mijn gezicht glijden. Dat voelt goed. Ik spring op mijn fiets en glimlach: mijn eerste bezoek aan de schoonheidsspecialiste is een feit.

*:)

rebussss.jpg

*Omhoogdatum

Deze titel is zonder twijfel de slechtste vertaling van ‘update’ ooit.

Gelukkig gaat ruilen mij beter af, en u ook - aan de reacties van iedereen tot nu toe te zien. Ik heb mijn ruilcategorie dan ook maar eens verfrist! Er staan weer vier nieuwe opties bij, en de oudere blijven natuurlijk nog altijd open staan voor gretige ruilers. Momenteel staan er nog twee ruils op mij te wachten zelfs, ik ga mijn best doen ze zo snel mogelijk te beantwoorden. De afgelopen week was heftig zoals u al kon lezen, maar ik heb toch genoten van mijn paar daagjes weg. Enorm zelfs. Kent u dat gevoel van lichamelijk moe zijn maar geestelijk verzadigd én verfrist? Mijn lijf vraagt om wat rust, mijn hersenen schieten gedachtenpijlen af tegen mijn schedel. Nog vol van alle gesprekken met mensen die ik een tijdje heb moeten missen en de warme gevoelens die in mij rondzoemen na deze week, staat thuis alweer het dagelijkse leven voor de deur. Ik trek vol overgave ten strijde, mijn hart nog bij vorige week, mijn aandacht wisselend van het nu naar verleden week, de toekomst, het verleden. Nu zit hij op de bank volwassen te zijn, toen stopte ik hem in bed en las hem een verhaaltje voor. Een jaar geleden kende ik haar niet, nu slikt ze haar traantjes met moeite in wanneer ik weg ben. Hoe zij hun eigen weg zoeken in het fenomeen relatie. Hoe een avondje kroeg zo vertrouwd voelt met hem, en hij me toch blijft verrassen. Hoe die twee net als ik druk bezig zijn hun leven vorm te geven, en hoe we elkaar na maanden toch weer vinden in een lach, in herkenning, in saamhorigheid. Hoe trots zijn voelt. Hoe houden van voelt. Hoe moeten missen voelt. Hoe je eigen kracht vinden voelt. Hoe genieten voelt. Hoe delen voelt. Hoe bijkomen voelt. Hoe leven zoals leven bedoeld is voelt. Met hoog, met laag, met alles erop en eraan. Ik ben een vat vol leven momenteel, en ik heb het druk. Maar om eerlijk te zijn: ik geniet ervan. Binnenkort hopelijk weer verhalende logjes hier (uw eigen schrijfsels blijven mij ook inspireren en verbazen, woew!) maar voor nu even hectiek.

Ik vlieg verder, tot snel!

 update:

Ow! En nu vergeet ik het bijna! Ik heb er twee nieuwe vriendinnetjes bij! Vroeger, toen ik nog jong en onbezonnen was, hingen ze in mijn gezicht. Tegenwoordig houd ik het op de iets subtielere variant: het oor. Ik weet het, er zijn mensen die het allesbehalve mooi vinden, maar ik kan er echt van genieten. Klein maar fijn, als je het mij vraagt. Zodra ze genezen zijn worden ze nog kleiner, en vind ik het nog fijner. Uiteindelijk is het de bedoeling dat je echt alleen de bolletjes ziet, en geen millimeter staafje dat er natuurlijk tussen zit. Voor nu kijk ik steeds met een gedraaid hoofd in de spiegel, en wacht ik vol ongeduld tot mijn oor ze helemaal heeft geaccepteerd.

oorrrr.jpg

(Ter informatie: het staafje zit er al jaren, de oorbel al een eeuwigheid. De twee piercings ertussenin zijn nieuw. I like. :))

*Pratendoetgeenzeer

Zij kreeg vorige week een herseninfarct.

Zij mag volgende week eindelijk de PAAZ-afdeling verlaten, na zeven maanden.

Beiden vrouwen gaan een ander leven krijgen.
Beiden vrouwen zijn rond de veertig.
Beiden vrouwen zullen moeten knokken voor wie ze willen zijn.
Beiden vrouwen zullen begeleiding krijgen in hun dagelijks leven.
Beiden vrouwen zullen alles uit de kast moeten halen om mee te kunnen draaien in de maatschappij.
Beiden vrouwen zijn belangrijk in mijn leven.

Het was een hectische week. Zowel voor hen, als voor mijzelf. Er komt een storm op gang in mijn hersenen wanneer er zulke belangrijke veranderingen optreden bij mensen die me na aan het hart liggen. En ondertussen heb ik nog mijn eigen strijd. En mijn eigen huis, gevuld met degenen van wie ik houd. En mijn eigen berg dagelijkse beslommeringen. Soms komt alles tegelijk. Ik dacht dat ik onderhand aardig bedreven was in het omgooien van mijn leven en het verleggen van mijn grenzen, maar de diagnose herseninfarct en schizofrenie zijn nóg heftiger, zover ik mij kan voorstellen. Van zelfstandig ondernemer binnen een paar dagen naar iemand die verwoed naar woorden zoekt die eerst nog probleemloos te vinden waren. Van actieve vrouw naar afhankelijk mens dat problemen heeft met kijken, met bewegen, met alles wat voorheen zo vanzelfsprekend was. En zij, zij die al jaren knokt om op de rails te blijven. Zij die manager is geweest totdat het niet meer ging. Die jarenlang een verkeerde diagnose gesteld had gekregen, en zodoende precies de verkeerde dingen deed, tot het zeven maanden geleden niet meer ging. Die huis en levensstijl achter heeft moeten laten om te komen waar ze nu is: sterk genoeg om begeleid te gaan wonen.

En het vreemde is: het is geen ver van uw bed show. Eén op de honderd mensen lijdt aan schizofrenie. Vijfentwintigduizend Nederlanders per jaar krijgen een herseninfarct of hersenbloeding. En zo zijn er nog honderdduizend andere ziekten en aandoeningen die een mens kan krijgen in zijn leven. Van kanker tot fobie, van HIV tot Alzheimer, van spierdystrofie tot huidziekten, alles is mogelijk. Ik bedoel dat niet doemdenkend, ik wil alleen maar aangeven dat er maar weinig mensen zijn die gedurende hun leven niet tegen een of andere (geestes)ziekte aanlopen. Misschien wel meerdere. Dat is het leven, dat begrijp ik, maar laten we er vooral onze ogen niet voor sluiten. Verandert iemand opeens drastisch in zijn gedrag en/of uiterlijk? Dat kan zomaar een hersentumor of een manisch-depressieveling zijn. Zit iemand er opeens als een zoutzak bij? Dat kan zomaar een herseninfarct zijn. Aarzel nooit maar trek aan de bel. De toenemende individualisering heeft als grootste probleem dat mensen elkaar vaker ‘maar laten’. Want wat hebben wij ermee te maken? Het zal wel een midlife-crisis zijn. Het zal wel vermoeidheid zijn. Het zal wel weer overwaaien. Op deze manier worden vele mensen die lijden, aan hun lot overgelaten.

In de tijd dat ik nog buddy was, heb ik veel van zulke verhalen gehoord. Men lijkt opeens banger om voor gek te staan bij de dokter dan het zekere voor het onzekere te willen nemen. Met de serie ‘Je zal het maar hebben‘ wordt iedere aflevering een drieluik van aan elkaar gerelateerde en soms onbekende ziekten neergezet waar jonge mensen in Nederland aan lijden. Zeker de moeite waard. Momenteel lees ik ‘In de wachtkamer van de psychiater‘, het nieuwe boek van René Kahn. Zeker de moeite waard. Maar wat ook werkt: kijk om je heen. Vraag om je heen. Dan blijken er veel meer mensen te zijn die iedere dag een strijd moeten leveren, dan je denkt. Misschien ken of ben je zelf wel zo iemand. Misschien heb je, net als ik, ook aan den lijve ondervonden wat er allemaal mis kan gaan met hersenen of lichaam. (Van een aantal van jullie, lezers, weet ik zelfs dat dit het geval is.) Hoe dan ook: sluit je ogen niet voor al deze dingen. Iemand die opgenomen is geweest is niet hopeloos, niet gek. Iemand die een mismaakt gezicht heeft is niet dom, niet eng. Iemand die HIV heeft, of chemo ondergaat, is niet vies, niet gevaarlijk. Praat iemand moeilijk? Zit iemand in een rolstoel? Ga dan toch gewoon een gesprek aan. Plak niet meteen een label. Dat zou bij Steven Hawking ook eeuwig zonde zijn geweest. Het begint een beetje op een of andere maatschappelijke campagne te lijken, maar ik bedoel het gewoon heel menselijk.

Goed. Mijn hoofd loopt nog steeds over en ondertussen ben ik druk mijn tas aan het inpakken. Morgenavond knijp ik er even een paar daagjes tussenuit. Om te leven. Met alle ups en alle downs die daarbij horen. Van shoppen tot ziekenbezoek, ik ga doen wat ik graag wil doen nu. Kortom: tot zaterdag.

*Beskarfeloos/Gezisteraal

Onverzadigbaar. Een woord dat ik toch al een ruim aantal keren in mijn leven uitgesproken heb. Maar als ik er eens over nadenk, kan ik alleen maar tot de conclusie komen dat het een onbestaand woord is. Nee, dat klopt niet. Het woord bestaat wel degelijk. Het is de betekenis die niet bestaat.  Het is die ‘on’ die het woord voor mij zo moeilijk maakt. Onmogelijk. Dan is iets niet mogelijk. Ondoordringbaar. Dan kun je er niet in doordringen. Onbeschermd. Dan is iets niet beschermd. Onhandig, ongelofelijk, ongeschikt, onredelijk, onzinnig, onbeduidend, zo kan ik nog wel even doorgaan. Al die woorden drukken een onveranderlijke staat uit. Natuurlijk, iets kan niet af zijn, en nadat je eraan werkt, is het wel af. Maar dan is het eigenlijk al een nieuw object geworden. Het kan nooit in diezelfde gedaante opeens wel af zijn. Je kunt jezelf opgeven voor een of andere praatgroep om redelijker te worden, maar ook dan ben je eigenlijk naderhand een beetje een ander mens. De staat waarin je onredelijk was is verdwenen, en heeft plaats gemaakt voor rede.

Nu raak ik dus in de knoop bij ‘onverzadigbaar’. Dit woord beweert dat het onderwerp niet te verzadigen is. Laten we het even op eten betrekken. Wanneer ik voorgaande logica toepas, zou je dus moeten eten tot je verzadigd zou zijn, dan zou je staat veranderen. Maar je bent onverzadigbaar. Dus je kunt eten zoveel je wilt, je zult nooit het punt bereiken waarop je verzadigd bent. Een onmogelijkheid dus, in mijn ogen. Toch heb ik het woord een aantal keren geroepen. Eigenlijk alleen maar om aan te geven dat iemand voor korte duur ergens geen genoeg van kan krijgen. Maar daar zit het hem nu juist weer : ik weet ook wel dat die muziek uiteindelijk wél gaat vervelen, dat spelletje uiteindelijk wél ergens vergeten in een hoek belandt, die honger uiteindelijk wél gestild zal zijn, hij of zij uiteindelijk toch wél in slaap zal vallen. Eigenlijk zeg ik dus ‘Je bent tijdelijk onverzadigbaar’. En dat slaat dus werkelijk nergens op. Dat is een contradictie waar een mens u tegen zegt. Natuurlijk, het is kommaneuken. Maar dat is een van mijn bestaansredenen, wat de taal betreft. Ik denk graag oeverloos na over de woorden die mijn mond verlaten.

Wij gebruiken dus allemaal het woord onverzadigbaar terwijl we dondersgoed weten dat we nog nooit één mens of dier hebben aanschouwd dat werkelijk ergens onverzadigbaar in was. We gebruiken het woord om een momentopname aan te duiden, maar daar is het helaas totaal ongeschikt voor. Hoe ik het ook probeer, onverzadigbaar blijft een permanente staat aanduiden als we het woord letterlijk nemen. Het valt in de categorie dood of levend. Je kunt niet soms dood zijn. Je kunt ook niet soms onverzadigbaar zijn. Dan ben je het namelijk gewoon simpelweg niet. Nu opteer ik dus voor een aanpassing van dit jeukende woord. Dat is nog best een moeilijke. Schijnonverzadigbaar? Limietarm? Diepbodemig? Schaarsbegrensd? Het moet een woord zijn dat nog niet bestaat, dus synoniemen tellen niet, en het moet uitdrukken dat je ergens tijdelijk niet genoeg van kunt en wilt krijgen. Heeft u nog suggesties? (In het ergste geval verzin ik een compleet onbestaand woord zoals beskarfeloos of gezisteraal, en ga ik dat voortaan gebruiken wanneer ik eigenlijk dat andere onzinwoord had willen zeggen.)

*Nervus olfactorius

Als ik een zwerfkind in een of ander derdewereldland was geweest, stond ik zeker weten vooraan in de rij voor de doorzichtige potjes lijm. Wat een lekkere geur is dat toch. Wanneer ik langs een goedkope schoenenzaak wandel zoals de Schoenenreus, kan ik het nooit laten om even naar binnen te wippen, om zogezegd de sfeer op te snuiven. Niets heerlijkers dan die geur. Nu ja, bijna niets. Er is één ding dat me nog blijer maakt.

Mijn jeugd bevatte een drietal elementen die er, no matter what, altijd waren. Ongeacht hoe vaak we verhuisden of hoe we de woning inrichtten, de drieling kon ik met mijn ogen dicht vinden. Die drie heilige objecten waren, in willekeurige volgorde, de grote metalen oranje kist waar alle schoenpoetsbenodigdheden in zaten, de kleine maar corpulente rode plastic kist waar alle naaibenodigdheden in zaten, en de enorme blikken ton in ruwweg roze met wit. Dat was onze Eerste Hulp kist. En tweede, derde en vierde hulp, om precies te zijn.

Die laatste opbergplaats was zijn carrière ooit begonnen als toffeetrommel, maar dan wel eentje van reuzenformaat. Ik heb de tijd van de bonbons nooit gekend, iets wat ik als kind herhaaldelijk kon betreuren: die enorme ton was ooit gevuld geweest met iets dat zonder twijfel heerlijk gesmaakt moet hebben… en vooral: overvloedig aanwezig was geweest. Ik moest mijn arm tot aan mijn oksel in de ton steken, wilde ik met mijn vingers aan de bodem komen. De ton was gedecoreerd met dames en heren in prachtige ouderwetse klederdracht, lopend en zittend in de meest idyllische straat ooit gezien.

mini_quality_street_chocolate.gif

Die kist was, zolang ik me kon herinneren, gevuld met pleisters, verbanden, ontsmettingsmiddel en andere zaken waarmee je wonden kon verzorgen. Met een kind zoals ik, was die ton geen overbodige luxe. Ik kon de inhoud bijna dromen. In die bewuste kist zat de grootste schat die wij in mijn ogen bezaten: Leukoplast. Jazeker, ik heb het over dat overbekende rolletje met plakkerige bruine tape. Vroeger nog gemaakt van degelijk blik, tegenwoordig van plastic. Je kon het rolletje zo leuk uit het omhulsel drukken, dat gaf zo’n lekkere klik. En dan? Dan opende het paradijs zich voor mij.

Bitterzoet, dat is de beste omschrijving die ik ervoor kan vinden. De geur van Leukoplast roept beelden op van fel verlichte ziekenhuizen, van professionele mensen die weten wat ze doen, van een schijnveiligheid, een ‘hier kan je niets gebeuren’ een ‘dit is het tegenovergestelde van aangebrande aardappels, uitlaatgassen, muffe gymnastiekkleding in een plastic zak en andere aardse beslommeringen’, een geur met een bepaalde kilte, vermengd met een bruingekleurde warmte, een geur vol verwachtingen, vol verleden, vol pijn die zal vergaan. De mengeling tussen steriele en rubberachtige tonen, de zekerheid dat dit spul je verbonden wond zal omarmen, en niet zal loslaten voor jij het wil, ongeacht hoe ruw je speelt.

Ik was de geur jarenlang vergeten. Laatst had een vriendin van mij haar handpalm zo goed en kwaad als het ging ingetaped met de bewuste Leukoplast. Ze zat naast me op de bank en ik werd overspoeld door alle vergeten beelden en gevoelens, gelardeerd met het besef dat ik het nog even lekker vond ruiken als de allereerste keer dat Koning Leukoplast mijn neus betrad. Ik greep haar hand en duwde hem tegen mijn gezicht terwijl ik diep snoof. Automatisch kwam er een glimlach rond mijn lippen. Vanaf dat moment was ze niet meer veilig voor mij. Wanneer ik haar maar binnen handbereik had, moest ze eraan geloven: als het mogelijk was, had ik alle geur uit haar Leukoplast gesnoven. Keer op keer op keer.

leukoplast1.jpg

Een vreemde gelukzaligheid, dat is wat Leukoplast voor mij is.