*Tol

Alsof ze wist wat ze deed. Alsof ze niet anders zou willen. Berekenend, zei iemand, ergens, ooit, in een donkere kroeg. Tegen haar helderblauwe ogen. Omdat ik niet beter weet, fluisterde zij, tegen de blossen op haar wang. Alsof ik hier ooit voor gekozen heb. Ze liep tegen de muren op. Dat heb je wel, dacht ze toen. Dat heb je wel.

Ja. Maar nee. Dat was zo’n beetje alles wat er helder was. Ja, maar nee. Ooit, toen haar voetstappen nog binnen de voegen van de keukenvloer pasten, had ze ervoor gekozen. Niet gekozen, ze was ertoe gedwongen. Niet gedwongen, ze wist gewoon geen andere manier om te overleven. Meer was het lange tijd niet geweest: overleven. Dat het zich zo diep in haar zou verankeren, had ze nooit kunnen voorzien. Dat het iedere dag opslokte en in gefilterde druppels teruggaf. Dat het hapklare brokken uitgespuugde – nooit ook maar de minste glimp van wat het oorspronkelijk geweest was, of had kunnen zijn.

Dat ze nu binnen deze geprogrammeerde machine probeerde te leven. Probeerde overleg te plegen. Met zichzelf, met de blik van buitenstaanders, met het oordeel dat zelfs in de keukenschaar gekropen was, in de tandenborstel, in de lach van iemand aan de overkant van de straat, in haar hakken over de sloot, in de filter van haar sigaret. Dat ze schopte, en net zo snel weer stopte daarmee, doodstil want doodsbang. Dat het zou breken. Dat ze gilde, en haar eigen tong afbeet zodra een klank een oor bereikte. Dat ze woest geduldig bleef. Ongecontroleerd koelbloedig. Dat ze oorverdovend implodeerde, fluisterzacht brak.

Dat ze niet wist waar het zwakste punt zat, en of ze daar nu juist wel of niet moest beginnen. Dat ze niks deed en ondertussen keihard veranderde. Dat er geen weg terug was, ook al was er geen beginnen aan. Alsof ze dit ooit had voorzien. Dat ze de puzzel moest herschikken. Dat het niet eens een puzzel bleek, het enkel een vage schets was van wat ze had willen zien. Willen zijn. Zorgvuldig over de werkelijkheid geplakt. En dat ze niet naar die schets kon kijken zonder te schreeuwen dat ze zo nooit had willen worden. Nooit. Maar dat het nooit anders had gekund.

Dat ze overweldigd een blik wierp in de troebele ruiten van haar bestaan. Dat ze haar verkrampte vingers niet los wilde wrikken van haar hals, haar tanden nog dieper in haar eigen vlees wilde boren. Dat ze geruisloos bloedend verder zou gaan, kalm glimlachend, vriendelijk knikkend met dat wat ze wel had, wel wist, wel kon in haar uitgestoken handen. Ze wilde het anders doen, maar niet anders, exact hetzelfde, geen minuscule verandering was mogelijk. Om deze machine nog te laten draaien moest alles blijven. Zoals altijd, zoals zo lang. Nee. Nee, niet blijven, ze wilde het vermorzelen, het had lang genoeg geduurd, afrekenen nu. Nee. Niet lang genoeg, nooit lang genoeg, het mocht zo blijven. Altijd zo blijven, omdat het niet anders kon. Ze holde achter haar veranderende zelf aan.

Dat ze nog niet kon kiezen, al had ze overduidelijk al gekozen.

Dat ze naar zichzelf keek als naar een verloren snorhaar op de vensterbank. Een intrigerend dingetje, maar je kunt er verder niets mee. Resten van een spinnend onbehagen.

14 Reacties

Verloren snorhaar. Prachtig beeld.

Geplaatst op 26 juli 2011 om 21:45
Han

Tussen het onontkoombare en ongrijpbare springt de sprank hoop in het oog: “Ze holde achter haar veranderende zelf aan.”

Geplaatst op 26 juli 2011 om 22:06

Een zeldzaam knap vormgegeven beeld van – ja, waarvan, dat ontdek je, na lezing en herlezing. En dan op eigen interpretatie. Eigen herkenning. Eigen zieldemonen.
Klasse!

Geplaatst op 27 juli 2011 om 01:36

Ik sluit me compleet aan bij Wolf.

Geplaatst op 27 juli 2011 om 08:05
Nova

Gaat het over angst? Angst kan een monster lijken, maar is het niet.
Prachtig beschreven in elk geval!

Geplaatst op 27 juli 2011 om 11:32

Opgesloten en onomkeerbaar. Dramatisch en tegelijketijd had het ook nooit minder kunnen zijn. ‘Zo ben ik nou eenmaal’hoor ik opeens. Je maakt me aan het huilen.
Heel mooi.

Geplaatst op 27 juli 2011 om 14:06
Lobdozer

Mooi geschreven. Een meeslepende en indringende beschrijving van menselijke zieleroerselen. De beschrijving “heftig” is een beetje een cliché, maar wel op zijn plek denk ik.

Geplaatst op 27 juli 2011 om 15:20
Jutta

Samengevat: mooi

Geplaatst op 27 juli 2011 om 16:19

Al gekozen hebben voor je wist dat je koos. Voor je wist dat je kiezen kon. Ik verkrampte bij het lezen, maar ontspande toch uiteindelijk.

Geplaatst op 27 juli 2011 om 21:29

Auch… heel mooi verwoord. Beklemmend maar heel mooi. En ergens ook met een beetje hoop.

Geplaatst op 1 augustus 2011 om 16:30
Thea

Denken doet toch zeer!
Heel mooi geschreven, meer weet ik niet te zeggen….

Geplaatst op 3 augustus 2011 om 20:25
Marc Fabels

Prachtig.

Geplaatst op 6 augustus 2011 om 00:53

Ik ben er stil van..

Geplaatst op 7 augustus 2011 om 22:12

En dan kijk ik naar beneden en zie dat het onder het kopje fictie geschreven is. Waardoor ik mijn ingehouden adem weer durf te laten gaan..maar nog niet helemaal gerust.

Geplaatst op 15 augustus 2011 om 01:28