*Wachtkamerkronkels

Hij was absoluut niet klein, maar leek toch amper ruimte in te nemen in de wachtkamer. Misschien omdat hij zo smal was? Smal was het eigenlijk ook niet, eerder fijn gebouwd. Zijn sleutelbeenderen staken licht maar toch onmiskenbaar door de stof van zijn t-shirt heen. Ze kon bijna raden hoe zijn schouderbladen tegen de rugleuning van de ongemakkelijke plastic stoel schuurden, hoe de uiteinden van zijn heupbeen rauw en zwaar voelden van de harde zitting, hoe hij om de paar minuten zo onopvallend mogelijk zijn gewicht zou verplaatsen om de druk te verlichten.

Hij was al ruim vijf minuten geleden gestopt met bladeren in het tijdschrift dat op zijn schoot lag. Iemand die net binnen zou lopen, zou denken dat hij een artikel aan het lezen was. Maar zij wist dat het bijna onmogelijk was om meerdere minuten geïnteresseerd te blijven in een advertentie voor tandpasta. Misschien was de blauwe achtergrond waarop de tube stond afgebeeld zo fascinerend dat hij ernaar moest blijven kijken, maar het leek haar voor de hand liggen dat hij in gedachten verzonken was. Het was haar opgevallen dat meer dan de helft van alle toiletartikelen in haar badkamer een blauw met witte verpakking hadden. Wit voor steriliteit en blauw voor water en dus schoon? Ze had geen idee welke marketingstrategieën erachter scholen. Misschien werkte hij wel in de reclamewereld en zat hij nu nieuwe ideeën uit te denken. Ze had herhaaldelijk geprobeerd zijn blik te vangen, om te zien wat zijn ogen zeiden, maar hij had nog geen enkele keer enige interesse in zijn omgeving getoond.

Eén keer had ze hem, bijna onhoorbaar, zijn keel horen schrapen. Verder bleef hij onbeweeglijk. Zelfs zijn voeten had hij niet verzet sinds hij hier plaats had genomen. Toch kon ze aan zijn gejaagde ademhaling horen dat hij wel degelijk hier was. Het was geen hijgen, het was stil, maar toch hoorbaar. Wellicht was hij innerlijk vele malen onrustiger dan zijn onbewogen uiterlijk deed vermoeden. Zenuwen? Misschien was hij wel bang voor liften en had hij de negen lange trappen beklommen op weg naar hier. Misschien had hij wel een of andere longaandoening en ademde hij altijd zo. Misschien boezemden dokters hem wel zoveel angst in dat hij al drie keer zijn afspraak had verzet en nu eindelijk toch in de wachtkamer was geraakt.

Er ging een deur open en een verveelde stem riep een naam om. Je kon eigenlijk nooit verstaan wat ze zeiden, maar toch herkende je je eigen achternaam altijd wanneer deze omgeroepen werd. Niet alleen door de combinatie van klanken, maar ook omdat dat ene woord – jouw achternaam – betekenis voor je had, een deel van je identiteit was. De klanken van andere namen leken nooit tot een coherent geheel te stollen, ze bleven onvoltooid in de ruimte hangen. Behalve voor de eigenaar van de naam. Die sprong op, legde snel zijn beduimelde tijdschrift terug op de stapel, greep jas en tas en beende de spreekkamer in op weg naar nieuwe informatie in zijn of haar leven.

Een dame op leeftijd was opgestaan. Nu bleven enkel hij en zijzelf over. Ze gokte dat haar naam hierna omgeroepen zou worden, maar zeker wist ze dat niet: ze was immers veel te vroeg aanwezig geweest, omdat de bustijden niet aansloten op het uur van haar afspraak. Ze had hem niet echt opgemerkt toen hij binnen kwam wandelen, maar vanaf het moment dat ze opkeek en hem schuin tegenover haar zag zitten, was ze op hem gaan letten. Misschien was hij wel eerder dan zij ingepland en zou ze hem toch nog zien opstaan straks. Zijn broek leek aan de laatste mode-eisen te voldoen. Ze begreep niet zo goed hoe dat soort rages, wat ‘in’ was en wat ‘uit’, nu eigenlijk tot stand kwamen. Kochten de winkels het in zodat je er wel mee móest lopen? Of was er eerst een select groepje mysterieus hippe mensen die een trend startten, waarna de winkels volgden en gehoor gaven aan de vraag?

Ze zag hoe de dame van daarjuist de spreekkamer alweer verlaten had en – enigszins moedeloos leek het wel – naar de uitgang slofte. De volgende naam zou binnen enkele seconden omgeroepen worden. Ze hoopte dat het zijn naam zou zijn. Dan zou ze proberen om hem te verstaan. Niet dat ze er verder iets mee zou kunnen, maar dan had ze toch het idee iets meer van hem te weten: het valse gevoel de jongeman waarmee ze ruim een half uur in een kleine ruimte had gezeten toch enigszins te kennen. Hij had ondertussen zijn tijdschrift dichtgeslagen en zat met gebogen hoofd naar zijn handen te kijken. Tenminste, dat nam ze dan maar aan. ‘Waarts. Mevrouw Waarts.’ Dat was zij. Terwijl ze dezelfde haast in haar lijf voelde als iedereen die naar binnen geroepen werd, voelde ze ook teleurstelling. Ze keek naar hem terwijl ze opstond en hem passeerde, maar hij bleef onbewogen. Ze wandelde de spreekkamer binnen en sloot de deur. Terwijl ze haar jas over de stoel hing bedacht ze dat hij, zover zij kon beoordelen, niet eens ogen hoefde te hebben. Misschien waren er wel twee gapende donkere gaten waar normaal oogballen zaten. En was het tijdschrift maar voor de sier geweest. Ze glimlachte om dit bizarre beeld en richtte haar aandacht volledig op de medische termen die al monotoon op haar afgevuurd werden.

15 Reacties

Mooie beschrijving van hoe het zou kunnen gaan, in een wachtkamer. (Al is het wat vreemd dat een dokter lukraak medische termen af gaat vuren zonder iets aan de patiënte gevraagd te hebben ;))

En volgens mij is dat waar, iedereen die opgeroepen wordt bij een arts, snelt zich naar de spreekkamer. Alsof als ze te langzaam lopen, ineens niet meer binnen mogen. Ik doe het zelf ook. Vreemd eigenlijk

Geplaatst op 28 oktober 2010 om 01:59

Ha Cin, ik had steeds in gedachten dat ze enkel uitslagen kreeg van eerder gedane onderzoeken. Vandaar dat gevuur met termen. :) (Maar natuurlijk is het eigenlijk veel voorkomender dat je gewoon op consult gaat en wel eerst een en ander moet uitleggen.)

Haha, ja inderdaad, alsof je dan opeens niet meer binnen mag. Of misschien een soort van ‘laat ik hem/haar maar niet laten wachten dan wordt hij/zij chagrijnig’? Geen idee wat er eigenlijk achter zit.

Geplaatst op 28 oktober 2010 om 05:54

Daarom neem ik maar lieven mijn droedelboekje mee en buig ik mijn eigen hoofd in opperste concentratie over mijn gekrabbel zodat ik vooral maar niet op anderen ga letten en staren en verzinnen wat ze allemaal wel niet zouden kunnen mankeren als reden van hun aanwezigheid in diezelfde wachtkamer. Bovendien hoef ik dan niet mee te doen aan het maffe spelletje van allemaal op een rijtje zitten en om de haverklap “goedemorgen” zeggen tegen een ieder die binnenkomt of weggaat als een soort meerstemmige toeter die nooit maat kan houden.

Geplaatst op 28 oktober 2010 om 10:53

Fascinerend he, hoe mensen zich in sommige situaties kunnen gedragen. Misschien was hij wel gewoon bang voor hetgeen hij zou kunnen krijgen te horen?

Geplaatst op 29 oktober 2010 om 18:27

@Wenz: bij mij is dat volgens mij gestart omdat artsen in ziekenhuizen de neiging hadden nogal snel naar hun kamer te lopen, tegen de tijd dat ik was opgestaan zag ik ze dan niet meer en wist niet welke kamer ik moest hebben. Of artsen blijven staan wachten en dan voel ik me al snel knullig met bij elkaar rapen van mijn spullen en op gang komen (als ik lang heb gezeten kan ik niet meteen gaan lopen), inderdaad een beetje bang dat ze misschien sjacherijnig worden. Al is dat waarschijnlijk alleen mijn belachelijke idee ;)

Geplaatst op 31 oktober 2010 om 01:48

Dat gehaaste gevoel als je naar binnen moet is heel herkenbaar. Er zitten een paar zeer mooie observaties in dit stuk. Leuk om te lezen.

Geplaatst op 1 november 2010 om 09:55

Elk woord is weer raak. Ik zie mezelf ergens in die ruimte zitten, zo onopvallend mogelijk meekijkend met jouw observaties.
Dank je wel Wenz, voor dit smakelijke woordengebakje.

Geplaatst op 1 november 2010 om 10:06

Heel mooi, maar ik raakte ook even in de war van de slotakkoorden. Toch klopt het wel: Er begint iets (de ontmoeting) met open eind, en er gaat iets verder (het doktersbezoek) met een open begin. Of zoiets. Dus toch een soort evenwicht…

Geplaatst op 1 november 2010 om 16:51

Superblogje! Complimenten weer!

Geplaatst op 3 november 2010 om 03:56

Prachtig! De universele wachtkamer…

Geplaatst op 3 november 2010 om 10:52

Mooi verhaal. Kon het me helemaal voorstellen. Goed geschreven.

Geplaatst op 3 november 2010 om 22:43

Een mooi beschreven observatie Wenz. Even dacht ik, waar gaat het heen, maar dat is de wachtkamer: meestal een onvoltooid verhaal.

Geplaatst op 4 november 2010 om 11:31

Als klein kind durfde ik nooit iets te vragen.
Goed oplettend hield ik bij wie er binnen kwam.
Zodat ik wist wanneer het mijn beurt was.
Vaak werd ik tussendoor uit de wachtkamer geroepen.
Waardoor ik mij ook weer schaamde voor mijn voorkeursbehandeling.
Ja, heel wat tijd heb ik doorgebracht in wachtkamers van onze huisarts.
Raar om laatstelijk een nichtje van onze huisarts als collega te krijgen.
Maar tandartsbezoeken zijn mij te traumatisch.
Liever zwijg ik hierover en vergeet ik die vreselijke wachttijden …..
Vriendelijke groet uit Amsterdam-ZuidOost

Geplaatst op 7 november 2010 om 17:52

Lugubere gedachte, zo tussen neus en lippen. Wat wil je ook met zo’n dokter die niet eerst vraagt wat er scheelt, maar onmiddellijk medische termen af gaat zitten vuren. Monotoon nog wel.

Geplaatst op 7 november 2010 om 22:54

Zeg Jack, lees even de eerste twee reacties hier, dan val je niet zo in herhaling. :P (Maar ik begreep de verwarring dus. Kwestie van kader.)

Rob, jij ook de nodige uren in ziekenhuizen doorgebracht hoor ik. Het blijft een rare wereld he? Een tante en oom van mij waren als kind door de schooltandarts zo bruut behandeld, dat ze nooit meer naar de tandarts durfden. Letterlijk panisch bij alleen de gedachte eraan. Nog liever de mond met benzine spoelen dan naar de tandarts. Beiden uiteindelijk in de veertig voor ze bij één bepaalde tandarts – met heel veel geduld en geruststelling – met moeite binnen durfden. Ook beiden al jong een kunstgebit. Jammer, dat zo’n eikel mensen zo kan traumatiseren.

Dat zeg je mooi Marius, een onvoltooid verhaal.

Grappig dat velen dat gehaaste gevoel herkennen. Inderdaad Cin, als de dokter uit beeld loopt weet ik het ook niet meer haha, en als ze staan te wachten is dat inderdaad erg ongemakkelijk, en dan valt je boek ook nog in alle haast en duurt het nog langer en kijkt iedereen je aan en…. pfff. :)

Geplaatst op 8 november 2010 om 22:14