*Décalage

Langzaam loopt hij door de hal van het station, alsof er geen mensen bestaan die haast hebben, geen mensen bestaan die zuchtend om hem heen slalommen. Hij lijkt zich niet bewust van zijn omgeving, enkel een doel voor zijn geestesoog te hebben, dáár moet hij komen, en deze route heeft hij al ontelbaar keren gelopen, niet nodig nog enig acht op de omgeving te slaan. Dat die omgeving niet statisch is, dat er mensen met koffers staan, of juist met een fiets, dat een uitgang tijdelijk afgesloten is, of ergens houten planken liggen om verwijderde tegels af te dekken, dat twee kleuters joelend door de gang rennen, dat er iets ánders is dan het beeld in zijn hoofd, dat is simpelweg geen optie.

Misschien is hij op weg naar zijn vrouw in het verzorgingstehuis. Misschien is hij terug van een ochtend in het ziekenhuis voor longonderzoek. Misschien is hij chronisch verveeld en hoeft hij nergens heen. Misschien heeft hij een blaar aan zijn voeten. Misschien stinkt hij een beetje naar muffe mottenballen en ongewassen oksels. Misschien laat hij een spoor eau de cologne achter in de hal. Misschien denkt hij aan zijn afspraakje van gisteravond. Misschien baalt hij dat de prei te duur was op de markt vandaag. Misschien denkt hij aan de laatste beursberichten en zijn geld dat nu verviervoudigd is. Misschien zet hij dieren op als hobby en zag hij zojuist een prachtige houtduif die in zijn collectie niet zou misstaan, ware het niet dat het dier nog springlevend rondhipte. Misschien moet hij heel nodig naar het toilet maar gaat hij liefst thuis op zijn eigen pot. Misschien zijn de twee verweerde benen die hem al jaren dragen vermoeid. Misschien is hij de oprichter van een goedlopend restaurant. Misschien laat hij zijn kleindochter iedere maand de strengen overgebleven haar op zijn hoofd bruin verven. Misschien is hij met twee even bejaarde buurmannen aan een universitaire studie begonnen om de uitdaging nog eenmaal aan te gaan.

Ik sla de hoek om en struikel bijna over vier jochies die op weg naar de tram zijn om een middagje te gaan zwemmen. Tasjes stevig op de rug gehesen, spillebeentjes onder korte broeken. Eentje lijkt me Marokkaans, eentje van blanke makelij, twee zijn negroïde. Leuke mix, denk ik. Een van de vier draagt een Spiderman t-shirt. Knalrood en kinderlijk, maar dat moet ook als je acht bent. Ze vertellen sterke verhalen terwijl ze de snelste wandelaar van de vier proberen bij te houden. Op de roltrap gaat het Marokkaanse kereltje op zijn kont zitten. Spiderman volgt prompt. Ze hebben het over een vriendje dat iemand kent wiens broer ooit een been gebroken heeft op de roltrap. Terwijl de blanke pre-tiener ruig staat te doen om zijn moed te tonen, kijkt Spiderman om, omhoog naar mij. Ik sta ze glimlachend gade te slaan. Hij draait zich terug, bedenkt zich dan, draait zich weer om en grijnst me van oor tot oor toe. Bij het tram-perron aangekomen positioneer ik mij naast de automaat. Terwijl het jonge viertal uitgelaten en ongedurig op de tram wacht, komt de automatische-piloot-man de trap af gerold. Hij kijkt nog steeds niet op of om. Zijn blik naar binnen gekeerd gaat hij dáár staan, waar hij waarschijnlijk altijd staat. Midden tussen het jeugdige viertal. Voor een moment vermengen jong en oud, open en gesloten, losgeslagen en vastgeroest, uitbundig en ingetogen met elkaar.

Glimlachend pak ik mijn tramkaart en bedenk dat er tussen een open boek en een gesloten hoofdstuk, tussen ‘was ik ooit ook zo’ en ‘zou ik zo kunnen worden’, tussen dichtbij en veraf, eigenlijk alleen mijn verbeelding zit.

6 Reacties

Mooie pointe en prachtige laatste zin.

Geplaatst op 5 juli 2010 om 21:29

Prachtig beschreven observatie!

Geplaatst op 6 juli 2010 om 10:05

Ik sluit mij geheel aan bij Jack!

Geplaatst op 6 juli 2010 om 10:23

Contrasten geven het leven kleur en overeenkomsten duidelijkheid. Beide partijen leven in hun eigen wereld. En in jouw verbeelding dus. Ik heb weer genoten.

Geplaatst op 8 juli 2010 om 22:39

Met dank voor het voor mij geheel nieuwe woord ‘décalage’!
Geef dan toch de voorkeur aan het open boek. Al gillen de meest afgrijselijke taferelen door mijn verhitte kop als ik aan die knullen op de roltrap denk. Bloedlinke dingen, roltrappen.

Geplaatst op 10 juli 2010 om 03:47

Een mooie reconstructie, heel herkenbaar: gniffelend over je schouder meegekeken Wenz!

Geplaatst op 11 juli 2010 om 11:59