*Het eindigende verhaal

Zijn hand zakt opeens futloos omlaag, langs zijn lijf. Even schrik ik. Terwijl ik naar hem kijk zie ik dat hij mij niet meer herkent. Ik doe totaal niets, kijk alleen naar hem. Naar zijn spieren, hoe ze verkrampen, hoe zijn mondhoek trilt.

Hij zakt achterover, drukt zijn schouderbladen in de rugleuning van de stoel. Een been schiet uit, zijn wandelstok valt om. Ik vang het ding op, terwijl ik mijn blik niet van het lichaam voor me laat afdwalen. Zijn ogen lijken opeens weer de kamer te zien, het hier en nu. Hij spert ze wijd open. Ik neem zijn hand in de mijne en plaats hem terug op de vergulde knop.

Zijn blik verwatert alweer, hij hijgt. Dit is de vierde keer dit jaar dat zijn lichaam ermee op wil houden, bedenk ik terwijl ik diep inadem. Nu rolt er een traan over zijn wang, maar ditmaal geen spoor van groene of gele vonken. Ik sta op en stap over zijn benen heen, verleg zijn elleboog en neem plaats op de leuning.

Hij schokt, zijn ademhaling hapert. Ik sla mijn arm om zijn schouders, leg mijn hoofd op zijn kruin. Ditmaal zal ik niet naar de telefoon lopen, ditmaal zal ik gehoor geven aan zijn wens. Ik weet hoe het werkt, het is makkelijk praten in de zon, op een bankje, terwijl er niets aan de hand is. Maar ik heb het hem beloofd, geen weg terug. Zijn handen schieten uit, de stok klapt tegen de tafel.

Ik draai zijn hoofd een beetje naar links, kijk hem aan. Hij kijkt mij wel aan, maar lijkt niets te registreren. Hij probeert zijn lippen te bewegen, zijn onderlip wiebelt een beetje, verder gebeurt er niets. Ik knik, nu moet het gebeuren. Zijn schouders zakken, ik trek hem een beetje naar me toe. Een stoot lucht ontsnapt uit zijn longen, ik druk mijn lippen even zacht op zijn voorhoofd. Met mijn mond dicht bij zijn oor verzamel ik de moed die hiervoor nodig is.

“Heb ik je eigenlijk wel eens verteld van jouw afscheid?” zeg ik met onvaste stem. Hij slaakt een geluid, diep vanuit zijn keel. “Je had de hele middag fantastische verhalen verteld, de zon ging al onder.” ga ik verder. “We spraken af dat we elkaar altijd verhalen zouden blijven vertellen, iedere dag een nieuw avontuur.” Ik slik. “Je stond op, rekte je uit terwijl je je omdraaide. Ik keek naar je rug en schrok: onder je trui bewoog iets. Ik wilde net opspringen toen je je hoofd omdraaide en voorzichtig nee schudde.”

Zijn lichaam zakt onderuit, ik aai zijn wang. “Je begon te lopen, met flinke passen. Steeds verder verwijderde je je van mij. Met iedere pas die je zette vervormde je rug meer, je trui spande om je heen, terwijl je langzaam krommer ging lopen. Ik riep je na waar je naartoe ging, en of je uit zou kijken. Je reageerde niet, liep steeds sneller. Je trui scheurde van je schouders, viel in lappen op de grond. Toen zag ik het. Grijs met zwart, lang en stevig. Het waren vleugels, op je rug.”

Hij duwt zijn hoofd tegen mijn kin, ik knijp in zijn arm. Hij schokt en trilt, ik ga door, ook al twijfel ik aan onze beslissing. “Je maakte vaart, begon te rennen. Onderwijl dook je steeds verder ineen, je leek aan kracht te winnen. Van een afstandje zag ik hoe aan het eind van de straat je benen tot poten verwerden, en je met een grote sprong van de grond raakte.” Mijn stem trilt, maar ik ga door. “Ik stond op om het beter te kunnen zien. Ja, je vloog! In een grote duikvlucht raakte je de toppen van de bomen, steeg weer op, daalde weer.”

Hij verkrampt nu helemaal, maakt onaardse geluiden terwijl hij kwijlt. “Na drie rondjes om de daken streek je neer op de straat, zodat ik kon zien dat je snavel glom en je ogen glinsterden. Toen vloog je weg. Zonder om te kijken klapwiekte je met je vleugels de avond in.” Ik knijp mijn ogen dicht terwijl ik mijn nagels in mijn palm druk. “Je maakte steeds meer snelheid, tot je uit mijn zicht verdween, de wijde wereld in.” Ik veeg langs mijn neus, luister. Ik hoor niets meer. Ik bijt op mijn onderlip terwijl ik mijn wangen droog veeg. “Ik zwaaide je nog na, ook al was je al weg. Ik bleef zwaaien.” Ik laat hem los, mijn handen trillen. Hij glijdt bijna uit de stoel. “Ik blijf zwaaien…”

10 Reacties

Een ander genre, maar net zo beheerst tot in de finesses. Wenz, verdorie: jij moet een Echte Schijver worden. Ach nee, dat ben je al lang.

Geplaatst op 2 juni 2006 om 23:34
Twin

het is orgastisch mooi…..

Geplaatst op 3 juni 2006 om 00:19
joost

Ontroerend mooi…

Geplaatst op 3 juni 2006 om 01:58

KLENG!TETTER!!!!
BLLLAAAAWWWHHHHHIIIEEEEEEEE!!!!!
BOEM, BAM BAM BAM!!!
KLADENGGGGG!!!!
TOOOOEEEEEETTTTTTTTTTEERRRRRRRRRR!!!
LUI LAK BEDDEZAK!!!
IEDEREEN WAKKER WORDEN!!!!
LUILAKKENNNNNNNN!!!!!!!!!!!!!!!!!

Geplaatst op 3 juni 2006 om 07:31

Mirel, niet zo energiek zo vroeg in de ochtend, ik moet nog werken vandaag. ;)

(Voor de oplettende lezer: Het verhaaltje is iets aangepast, na enkele tips en wat rust. :) )

Geplaatst op 3 juni 2006 om 08:14

Ja. ;)

Geplaatst op 3 juni 2006 om 20:29

Ok. ;)

Geplaatst op 3 juni 2006 om 20:43

Gezien. ;)

Geplaatst op 3 juni 2006 om 23:45

Prachtig Wenz, zowel dit als het vorige verhaal. En op de een of andere manier verrijken ze elkaar.
Of je de krachten van de wereld hebt, weet ik niet, maar schrijven kan je zeker!

Geplaatst op 4 juni 2006 om 17:49

Een prachtig stuk, ‘In een grote duikvlucht raakte je de toppen van de bomen’.
Als ik even tijd heb, dool ik graag rond op jouw log, Wenz, en dan kom ik er iedere keer weer achter dat er nog zoveel is, wat ik niet gelezen heb, waar ik nog niet van genoten heb. De kunst, zoals jij dingen onder woorden brengt, beschrijft, alle verschillende onderwerpen, en alles is prachtig geschreven. Het houdt niet op…bedankt!

Geplaatst op 12 oktober 2006 om 23:43