*Het lange verhaal

“Heb ik je eigenlijk al verteld hoe bijzonder jouw aankomst hier was?” Opa zit
weer op zijn favoriete stoel. Ik kijk hem aan, verwachtingsvol. “Ga
er maar eens goed voor zitten, want in die negen maanden dat je in de buik van
je moeder groeide, heb jij vreemde dingen gedaan…” Hij kijkt me
glunderend aan. “Om over de bevalling zelf nog maar helemaal te
zwijgen!”

Ik weet dat je opa’s verhalen met een flinke korrel zout moet nemen, maar toch probeer ik me altijd
even voor te houden dat wat hij zegt echt waar is, dat maakt het leven zo mooi.
Hij neemt een slok van zijn koffie, zuigt zijn wangen naar binnen,
slikt hoorbaar en zucht eens diep. Hij speelt met de vergulde knop van
zijn wandelstok, die tegen de rugleuning staat. Hij kijkt om zich heen,
samenzwerend buigt hij zich iets naar mij toe, en dan barst hij los.

“Jij hebt de krachten van de wereld in je, dame. Vanaf het moment dat je begon te groeien
was dat al merkbaar: toen je armpjes groeiden, sloeg je in het rond. Zo hard,
dat je moeder bijna een rib gebroken had. Toen je voetjes ontwikkelden, schopte
je tegen de buik. Zo hard, dat je moeder je de contouren van je tenen
naast haar navel zag verschijnen. Terwijl de negen maanden vorderden,
vloog je energie in vonken door de buik van je moeder. Wanneer ze binnen kwam
gelopen zagen we groene en gele flitsen vanonder haar trui vandaan komen, ze
schrok er soms zelf van!”

Ik stel me voor hoe dat moet zijn geweest, en grinnik een beetje. Hij kijkt me bedenkelijk aan,
klakt even met zijn tong. Dan zwiept zijn wandelstok omhoog, hij houdt hem dreigend
voor mijn neus. “Je gelooft me niet hè, dame?” Zegt hij op een
strenge toon. “Natuurlijk wel!” roep ik enthousiast, “Ik zou
niet aan je durven twijfelen hoor!” Ik weet wat hij nu gaat zeggen, en ik
val hem meteen maar bij: “Heb ik óóit onzin tegen je
verteld?” spreken we in koor. Ik schud nee met een grote glimlach, en
vraag hem verder te vertellen. De wandelstok wordt weer op zijn plekje gezet en
hij praat verder.

“Toen je uiteindelijk geboren moest worden was je moeder doodmoe, totaal uitgeput,
energieloos en wilde ze niets liever dan dat jij zou komen. De negen maanden
waren om, ze lag al in het ziekenhuis op je te wachten. Maar jij verroerde geen
vin, dame! Niets! Al die beweeglijkheid, maar de wereld in trekken, ho maar! De
dokters keken het een dag aan. Ze keken het twee dagen aan. Op de derde
dag kwam de arts je moeder vertellen dat je nu toch écht moest komen, anders
zou je uitgedroogd raken en dan kon je niet meer zwemmen. Tot het krieken van
de dag hadden ze je de tijd nog gegeven, daarna zouden ze je een handje gaan
helpen…”

Hij dwaalt even af, je ziet in zijn ogen dat hij ergens anders is, ergens lang geleden. Ik wacht
stil op zijn terugkeer. Bekijk hem stiekem, hoe zijn hand de glimmende knop
aait, terwijl zijn pupillen in de verte staren. Een beetje is hij hier, en
een beetje daar. Dan hoor ik de lucht tussen zijn tanden door gezogen
worden. Hij knippert met zijn ogen en tikt drie keer met zijn stok op de
vloer. “Waar waren we, dame?” “Ik had tot de ochtend, en
anders…” herinner ik hem.

“Ah ja, natuurlijk! Je moeder wist het niet meer, geen idee hoe ze je kon lokken. Toen is
oma de ziekenhuistuin in gewandeld om aldaar de krachten van de wereld aan
te spreken en heeft ze gevraagd wat er nodig was voor je komst. Overduidelijk was
het antwoord! Ze is meteen naar je moeder gegaan, en heeft haar de magische
woorden in het oor gefluisterd: “Lopen, kind. Lopen!” Je moeder
keek even bedenkelijk, maar stapte toen vastberaden uit bed. En lopen deed ze,
die nacht. Lopen, om het bed, langs het raam, naar de deur en weer om het bed.
Kilometers moet ze gemaakt hebben in dat steriele kamertje! Maar toen gebeurde
het dan toch!

Rond drie uur in de nacht begon je te woelen. Je maaide met je armpjes en beentjes rond, op zoek
naar de uitgang. Je zat daar al veel te lang, het werd echt tijd! Nu je eenmaal
de wereld in wilde kon het je niet snel genoeg gaan: je trok ten strijde, en je
moeder wilde zo graag een glimp van je opvangen dat ze verwoed met je mee
ploeterde. Toen kwam het grote moment, dame!” Hij kijkt me doordringend
aan. “Opeens lag je daar, je had al een flinke bos krullen op je hoofdje,
was helemaal uitgedroogd van het lange wachten, en je spartelde als een vis op
het droge. De wereld hield zijn adem even in, er was geen enkel geluid te
horen. Je sperde je ogen open, deed je lippen van elkaar, ademde voor het eerst
hortend en stotend in; we bereidden ons allemaal voor op je eerste schreeuw.

Maar wat gebeurde er?
Er kwam geen schreeuw. Geen schreeuw, geen krijs, geen steun. We stonden met
opengevallen monden naar je te kijken… We geloofden onze eigen ogen amper, en
als ik het nu navertel, zul jij je er al helemaal niks bij voor kunnen stellen.
Maar geloof me nu maar op mijn woord, dame!” zegt hij, terwijl hij gaat
verzitten. Hij kijkt me triomfantelijk aan bij de volgende woorden:

“Je zoog je longetjes vol lucht, en bleef toen doodstil liggen. Een handje stak je uit naar de
wereld, je vouwde je vingers wijd open. Niemand bewoog, we stonden als aan de
grond genageld. Je draaide je handje voorzichtig om, alsof er iets heel
breekbaars op lag, en op datzelfde moment welde er in je linkerooghoek een
traan op. Eén traan. Langzaam liep hij langs de buitenkant van je wang naar je
oortje. Je sloot je vingers in de lucht en legde je handje op je buik.

De arts was de eerste die durfde bewegen: hij pakte je voorzichtig op, en legde je op je moeders
buik. Daar aangekomen viel je in een diepe slaap. Wij keken elkaar aan en
wisten niet of we nu moesten lachen of huilen…” Hij kijkt me aan. “Je hebt de
krachten van de wereld in je dame; nog steeds, na al die jaren, weet een mens
in jouw buurt soms niet wat te doen: lachen, of huilen.” Hij haalt zijn hand
van de wandelstok en aait mijn wang. Ik kijk hem zwijgend aan, een glimlach rond
mijn mondhoeken.

9 Reacties

Prachtig weer …
*Glimlacht zwijgend* ;-)

Geplaatst op 31 mei 2006 om 22:20

Mooi mooi. Een lieve opa, voor een bijzonder kind.

Geplaatst op 31 mei 2006 om 22:54
Twin

Ik vind dit zo mooi…. Heb er verder geen woorden voor.. nog…
Kuz voor wenz.

Geplaatst op 1 juni 2006 om 10:32

“De krachten van de wereld in je.” Dat klinkt goed. Maar waarom raakt opa af en toe de draad kwijt? Wat verzwijgt hij?

Geplaatst op 1 juni 2006 om 12:18
Wenz@work

Geduld Don. :)

Geplaatst op 1 juni 2006 om 14:09
Cynthia

Probeerde je met je handje een spankeltje te vangen (die je vanuit de baarmoeder dwars door de buik van je moeder heen al de wereld instuurde)..eentje maar, helemaal voor jezelf te houden als amulet op het levenspad buiten die veilige baarmoeder..helaas glipte deze tussen je vingertjes vandaan, stuiterend op zoek naar iemand anders dan jijzelf..en daarom, lieve Wenz, die opwellende traan omdat je je realiseerde nu voor altijd gedoemd zou zijn, op zoek te moeten naar dat ene sprankeltje – wit/blauw doorschijnend – die bij jou had moeten blijven ..voor altijd…vanaf die dag.

Geplaatst op 1 juni 2006 om 15:00

Jeetje Wenz, wie kan het begin zo vangen. Wie heeft zo’n opa, zo’n geheugen, zulke woorden… Mooi.

Geplaatst op 2 juni 2006 om 12:51
Wenz@work

Cyn, jij maakt er een nog fantasievoller verhaal van! :D Geweldig!
Ruwina, niemand heeft zo’n opa. ;) Maar voor de mooie verhaaltjes heb ik alles wel, even. ;)

Geplaatst op 2 juni 2006 om 14:36

Als ik je logjes zo lees, kan ik hem alleen maar groot gelijk geven…

Geplaatst op 3 juni 2006 om 19:59