*Eigenlijk

Ze stapte kippig achter hem aan, zijn tempo net iets te snel voor haar. “Maar ga je er nu wat aan doen of niet?” In haar woorden begon gehijg door te klinken maar ze bleef naast hem stappen alsof ze iedere dag snelwandelde. “Ik bedoel, het is mijn zaak natuurlijk niet, maar ik zou het gewoon niet begrijpen als je uitgerekend háár zou…” Hij onderbrak haar litanie: “Precies.” Ze keek hem een moment verbaasd aan, begon toen heftig ja te knikken. “Ja, want zij is tenslotte…” “Het zijn inderdaad jouw zaken niet.” Hij zei het droog, zonder enig spoor van irritatie. Ze hield pas op de plaats en keek hem ongelovig aan. Hij wandelde onverstoord verder en kon een kleine glimlach niet onderdrukken.

Tik tik tik tik – daar kwamen haar hakken alweer achter hem aan. En daaraan vast zijzelf natuurlijk. Hij trok zijn gezicht weer in de plooi en wachtte tot ze hem ingehaald had. “Nou ja zeg!” ze riep het net iets te hard op het drukke perron, en een handvol mensen keek nieuwsgierig naar het tweetal. Dat weerhield haar er niet van verder te praten. “Ik bedoel het goed hoor, en ik wéét dat jij dat ook weet, dus doe maar niet zo – dat slaat nergens op.” Hij zuchtte, wat had hij toch een hekel aan dat soort uitspraken – die sloegen iedere vorm van discussie dood. Ze had geen oog voor zijn irritatie en was zo te zien nog lang niet uitgepraat. “Zij is gewoon een kruising tussen een barbiepop, een profiteur en alles wat er maar mis is met de wereld. Ze líjkt alleen maar aardig, maar ik weet zeker dat ze een dom wicht is want ik hoorde van Rosalie van de Lonenafdeling dat ze had gezegd dat ze Koen maar een manke kloothommel vond terwijl hij er niks aan kan doen dat hij met die gedeeltelijke verlamming is geboren en hij is gewoon heel aardig, echt, dus ze speelt gewoon het innemende dametje maar zodra je uit haar zicht bent weet ze niet hoe snel ze je moet afkraken en bij zo iemand zou je toch niet willen zijn?” Ze haalde gejaagd adem en keek hem streng aan.

Hun trein was er nog niet. Hij keek even rond en besloot verderop in de zon te willen wachten. “Nou?” Ze leek zowaar echt pissig te worden nu. Hij keek haar aan en schudde zijn hoofd. “Sanne, wat bazel je nu allemaal? Ze vroeg alleen of ze mijn notulen mocht lenen. Meer niet. Ze besprong me niet, ze sloeg geen boeien om mijn polsen, ze vroeg simpelweg na de vergadering om de notulen. Waar maak jij je druk om zeg, het lijkt wel alsof we opeens weer pubers zijn.” Het afgelopen jaar waren ze redelijk goed bevriend geraakt, voor zover dat op een kantoor mogelijk was. Ze reisden iedere dag samen met de trein en hadden elkaar al heel wat zielenroerselen toevertrouwd. Maar nu deed ze toch echt heel… heel puberaal.  Hij had iets tegen het woord ‘onvolwassen’. Het impliceerde het tegendeel als je het uitsprak, op een of andere manier. Zoals kleuters die stampvoetend roepen dat ze al heel groot zijn.

“Het was óverduidelijk dat ze er meer mee bedoelde, je moet een blind paard zijn om dat niet op te merken. Ze duwde haar borsten bijkans onder je neus! En ze weet dat de notulen gewoon rondgemaild worden, dus het sloeg nergens op om ze aan jou persoonlijk te vragen. Ze ként je niet eens! Kijk, ik ken haar ook niet echt. Maar ik weet wel dat sinds ze vorige week begonnen is op onze afdeling, ze meteen al iedereen probeert af te… in te palmen.” Ze probeerde er snel overheen te praten, maar hij pikte er snel op in voor het moment voorbij was: “Af te…? Af te pakken? Dat wilde je zeggen toch?” “Nee, nee, ik… ik versprak me gewoon. ‘Af te kolven’ wilde ik zeggen maar dat is iets heel anders en daarom, daarom zei ik dus ‘in te palmen’”. Maar wat ik dus maar duidelijk wil hebben…”

“Nee, wacht. Praat er nu niet overheen. Als er iets is dat je me wil zeggen, of misschien wel vragen, dan is dit het moment.” Hij glimlachte naar haar. Hij zou liegen als hij zei dat hij er nooit over gefantaseerd had hoe het zou zijn om met haar te daten in plaats van alleen collega’s te zijn. “Ik heb geen idee waar je het over hebt,” antwoordde ze bits, “ik probeer je alleen maar te behoeden voor stommiteiten. Dat is alles. Heus. Wat zou ik jou in godesnaam moeten vragen?” Zijn glimlach gleed van zijn gelaat en hij slikte. Hij keek om haar heen naar waar het denderende geluid vandaan kwam: hun trein reed net binnen. Hij pakte met een ruk zijn tas op. “Ik hoef jouw adviezen niet. En voor de duidelijkheid: ze is mijn stiefzus. We kennen elkaar al zeventien jaar en gaan met elkaar om als broer en zus, altijd al gedaan. Dus houd je zelfingenomen foute aannames maar voor je voortaan, dat lijkt me beter voor iedereen.” Hij beende langs haar en stapte de eerste de beste coupé in.

8 Reacties

Gooood one!

Geplaatst op 5 juni 2010 om 08:04

“Ze is gewoon mijn stiefzus.” Was daar nu alle kou mee uit de lucht? Mooi onderhoudend verhaal Wenz.

Geplaatst op 5 juni 2010 om 08:51

Heb je daar nou lol in, het verzinnen van personages en die vervolghens de meest pijnlijke situaties in loodsen? Durf je wel? ;)

Geplaatst op 5 juni 2010 om 13:01

Aw weer geen happy end. Nog niet. Dat daten, dat komt nog wel toch? Op de een of andere manier? Hihi. Goeie reactie wel van die man. Als is het een beetje een vrouwelijke reactie. Vind ik dan.

Geplaatst op 6 juni 2010 om 18:23

Hé die onthoudt ik als smoes, stiefzuster, cool!

Geplaatst op 6 juni 2010 om 20:17

Jaa, weer een onverwachte wending, heb het niet zien aankomen, goed gedaan!

Geplaatst op 7 juni 2010 om 14:19

I like!!

Geplaatst op 7 juni 2010 om 17:39

En is ze dan bij hem gaan zitten in de coupé? Mooi geschreven!

Geplaatst op 7 juni 2010 om 17:42