*Opmerkzaam

De lichten waren uit in de kleine woonkamer. De houten salontafel, zijn uitgezakte fauteuil, ooit bordeaux rood maar nu een onbestemd donker, de kleine cd-kast aan de linkerwand, de grote logge kast, een erfstuk, aan de rechterkant. Hij kon zijn spullen dromen in de ruimte. Nooit botste hij tegen hoeken of poten, feilloos wist hij bij het doorgaans zwakke maanlicht zijn weg.

De gordijnen, de grijs met blauw gestreepte zware dingen, altijd en eeuwig half dicht. Dan valt het niet op, had hij geredeneerd. Dag en nacht, zijn gordijnen bleven in positie, al bijna drie jaar nu. Half tien, en al aardedonker buiten. Hij had een hekel aan de zomernachten: soms wel tot half één ‘s nachts bleef het licht in de straat. Maar nu, in november, kon hij als het echt nodig was na zes uur al beginnen.

De muurkast in het halletje. Dan voorzichtig het gevaarte naar het raam brengen. In positie zetten, hij begon altijd bij zijn uiterste gezichtspunt, het eind van de straat, door de bocht nog net goed te bekijken. Daar woonde de vrouw in haar rolstoel. Strakke planning, kon je de klok op gelijk zetten. Kwart voor tien hees zij zichzelf in bed, daarvoor tanden poetsen en omkleden. Dan ging hij door naar het appartementencomplexje in het midden van de straat: de man met de twee Rottweilers, hij minstens zoveel tattoo’s als zijn dunne vrouw. Zij hadden niet eens gordijnen. Als zij een avond simpelweg voor de televisie doorbrachten, raakte hij snel uitgekeken. Schuin boven hen de alleenstaande moeder met twee tienerdochters. Altijd iets te zien. Rechtsonder het echtpaar op leeftijd, ze aten iedere avond om dezelfde tijd hun bakje yoghurt, aan de tafel bij het raam.

Naast het complex de twee mannen, een jaar of veertig, intrigerend. Altijd het rolluik van de slaapkamer dicht, jammer. Wel een goed zichtbare badkamer. Daarna draaide hij zijn telescoop een eindje, vol zicht op de woonkamer van de zakenman en zijn devote vrouw. De directeur stond soms voor zijn raam, staarde de nacht in. De eerste keren schrok hij zich wild, dook weg achter het gordijn. Maar hij kon niets zien, niets weten. Zijn woonkamer een zwart gat voor de overburen. Nu bleef hij ongegeneerd naar zijn onderkinnen kijken, hoe hij zijn sigaar rookte, hoe hij soms zelfs in zijn neus peuterde. Naast hem de woonkamer die bijna altijd donker was. Als er al eens leven was, zag hij mensen in en uit lopen, vreemden, nooit eerder gezien en zoals de ervaring leerde, ook nooit meer opnieuw.

En dan zijn lievelingshuis: de vrouw met haar kanaries. Uren stond ze voor de kooi, zodra de gele dingetjes een kik gaven liet ze alles uit haar handen vallen om haar aandacht op de beestjes te richten. Zelfs als de aardappels overkookten. Zelfs als ze telefoneerde. Ja zelfs als ze zojuist in bad gestapt was. Haar billen stevig, haar borsten klein maar mooi. Haar buik niet meer de strakste, maar een mooi lijf, zeker weten. Hij wist dat ze haar haren regelmatig blondeerde. Ze was gek op appels en had geen televisie. Wel een radio, aan haar bewegingen te zien. Kanaries hadden hem nooit kunnen interesseren, maar voor deze drie voelde hij niets dan dankbaarheid. Er kon zo een uur voorbij gaan wanneer hij haar volgde. Soms stelde hij zich voor dat hij op haar bank zat, naast de kooi. Dat ze tegen hem praatte, voor hem paradeerde, kookte, danste.

Hij schrok wakker van de bel. Het licht probeerde zich al een weg te banen door zijn lamellen. Hij stond al naast zijn bed, verward. Shirt, broek. Nogmaals de bel. Naar de voordeur, de sleutel van de muurkast routineus in de zak van zijn regenjas aan de kapstok laten glijden. Hij schrok van de bel die opnieuw rinkelde. De voordeur op een kier, vragende blik. Daar stond ze. Hoe laat zou het zijn? Negen uur? Elf uur? De ochtend al voorbij?

‘Voor jou, om je te bedanken.’ Hij woelde snel door zijn haar, ging rechtop staan. Hij keek naar wat ze vooruit stak. Een papieren zak met een koordje, een fles wijn waarschijnlijk. ‘Ehhh…’ ‘Pak aan, alsjeblieft! Namens nummer 12, 14 en 16. Zonder jou waren we er niet meer geweest tenslotte, dit is het minste wat we kunnen doen.’ Hij begreep er niets van, stak voorzichtig zijn hand uit. ‘Sorry, maar waar…?’ ‘Vannacht. Ik had niets gemerkt hoor, vaste slaper. Ze hebben zelfs mijn vogeltjes naar buiten gebracht. Jos van verderop wist dat jij het was die had gebeld. Super hoor, echt ontzettend bedankt. Ook namens de anderen dus.’ Vannacht? Hij sliep enkel. Misverstand. Maar zij. Bij hem aan de deur. Misschien het begin? ‘Ja… ach ja, ieder ander…’ ‘Nee nee, jij was het die de brand opmerkte, niemand anders. Bij de heg van de buren begonnen, zeiden de brandweermannen. Net op tijd erbij, anders hadden ze geen huis meer gehad. En wij ernaast… Nogmaals, echt duizend maal dank. Als ik ooit iets terug kan doen, laat het maar weten. Doen hè?’ Haar grote glimlach. Hij knikte, vals bescheiden, een glimlachje. ‘Doe ik. Graag gedaan hoor, het was niets.’

9 Reacties

euhhhhh ik geloof dat ik het niet snap:-(((

Geplaatst op 20 november 2009 om 23:17
Anne

En die is dement??
Of heeft meerdere persoonlijkheden..
Snap hem ook nie:S

Geplaatst op 22 november 2009 om 01:22
Nathan

Leuk! Doet ie zijn best om ongezien te zijn, maar blijkt dat in geval van brand ze alleen aan die voyeur van de overkant denken, terwijl ie dat net niet gezien had. Grappig :)

Geplaatst op 22 november 2009 om 12:15

Even got me confused this time….

Geplaatst op 22 november 2009 om 18:31

Haha mensen toch! Na een gesprek met mijn lieftallige broer Ape denken we het probleem gevonden te hebben: als je aanneemt dat hij wél echt gebeld heeft, is het inderdaad een onbegrijpelijk einde. Maar de goede man heeft simpelweg echt niet gebeld. Zoals Nathan hierboven al zegt: mensen in de straat weten dat hij bij straatgenoten naar binnen gluurt en gaan ervan uit dat hij dan wel degene zal zijn geweest die gebeld heeft. Maar neen, lieve kijkbuiskindertjes, onze gluurder heeft dat nachtelijke hoogtepunt gemist, maar wil zo graag contact met ons vogeltjesmens dat hij met de eer gaat strijken. :)

Geplaatst op 24 november 2009 om 10:22

‘t Is mooi geschreven, maar snappen doe ik hem ook niet echt. Nochtans heb ik gedacht tot het zeer deed.

Was getekend

Geplaatst op 24 november 2009 om 17:27

Ik snapte hem al lezend wel. En ik vond het meteen weer zo’n typisch Wenz-kijkje in de mens. I like!

Geplaatst op 24 november 2009 om 22:23

Ik vind hem erg leuk. Mensen die geheimen proberen te bewaren, weten soms echt niet dat de hele straat, wat zeg ik, de hele wereld het allang weet.
Een kanarielatie lijkt me trouwens helemaal niks, maar het portretje is zeer lieflijk.

Geplaatst op 29 november 2009 om 11:24

Gelukkig Impa en Jack, jullie snapten hem wel meteen. Dat lucht op. :)

Inderdaad Jack, overduidelijk is het soms, maar degene zelf denkt het goed te verbergen. Grappig hoe dat werkt hè? Hahahaahaha, dat kanarievrouwtje lijkt mij ook niet echt een geweldige vangst, maar kom, smaken verschillen laten we maar zeggen. :P Wie weet hoe jij erover denkt als je je avonden slijt met mensen begluren. :P

Geplaatst op 30 november 2009 om 22:34