*De treinreis

De zon schijnt door het raam naar binnen, wat de bruine laag stof op het glas nog zichtbaarder maakt. Mijn hoofd rust tegen de hoofdsteun en ik hobbel een beetje mee op het ritme van de trein. Er schuiven twee jongens aan in mijn zithoek, ik schat ze een jaar of twintig. Uit hun gesprek begrijp ik, en de rest van de coupé met mij, dat ze elkaar al een tijd niet hebben gesproken. Hun stappen de grote wereld in de afgelopen tijd worden luid en duidelijk besproken.

“Ik heb nu een moeilijk vak zeg, dit semester.” Hij noemt een nietszeggende naam. “Oh, dat vond ik echt wel makkelijk, als je sommetjes kunt maken hoef je niet eens ervoor te leren!” buldert de een erover heen. “Ja, het is ook heel makkelijk, maar het is zo saai.” hoor ik de ander weer zeggen. Ik frons mijn wenkbrauwen bij de ommezwaai die hij in de tweede zin zo plotsklaps maakt. Het lijkt de ander niet te deren. Zo gaat het nog even over en weer, ondertussen kruipt een penetrante chemische sinaasappelvitaminebruistabletten-lucht mijn neus in. Ik kijk of een van de twee wellicht een vreemd drankje drinkt, maar het is toch echt het parfum van de jongen naast mij. Onverstoorbaar flitsen wegen en huizen aan mij voorbij.

Sinas heeft een krantje uit het rek getrokken en leest grijnzend een kop voor aan zijn maat: “Meisjes laatste jaren seksueel ongeremder.” Ze grinniken. Ik heb het artikel net gelezen en weet dat het om aanrandingen gaat. Zij hebben er duidelijk nog een andere voorstelling bij. Sinas leest op luide toon verder, veelbetekenend hinnikend om elke zin. Ik zet me al schrap tot hij bij de zin zal komen die alles duidelijk maakt. Hij trekt nog dubbelzinnig met zijn wenkbrauw richting zijn maat wanneer hij hem opleest. “Veel seksuele vergrijpen worden niet geregistreerd omdat de slachtoffers die de meisjes uitzoeken vaak jonger dan vier jaar zijn.” De laatste woorden sterven weg in de coupé. Ik glimlach om hun pijnlijke stilte. Even weten ze zich geen raad met hun verstarde grijns. Sinas probeert de situatie te redden door het onderwerp vakantie aan te snijden.

Ook dit gaat weer gepaard met de nodige meningswisselingen, afhankelijk van wat de ander ervan vindt. Sinas wil goedkoop op vakantie, zijn maat wil vooral ‘een beetje goed’ appartement. Daar is Sinas het meteen mee eens. Hij op zijn beurt vindt 500 euro duur voor een week, zijn maat opeens ook. Spanje en Turkije vliegen heen en weer tussen de stoelen, drie sterren, nee vier sterren. Vijf dagen, zeven dagen, tien dagen, ze weten er alles van. Waar je het best kunt boeken, wat een goede plaats is, ze hebben overal verstand van. De hele coupé is binnen twee minuten op de hoogte van alle vroegere vakantieboekingen van het tweetal.

Ondertussen staan we stil bij een stationnetje, ik zie verderop een compleet gezin voor hun nog-in-aanbouw-zijnde huis een vreugdevuur voeden met bouwafval. “Wat is dat voor fik!” schreeuwt Sinas dan ook zodra hij het tafereel in de gaten krijgt. “Vermoeiend” denk ik, en zucht stil. Gelukkig begint de trein weer te rijden, voor ik óók nog zijn oordeel over het gezin moet aanhoren. Ik kijk de trein eens rond en zie een oude dame in gedachten met de bovenkant van haar kunstgebit spelen. Een vreemd gezicht, ze duwt met haar tong het witte gevaarte in en uit haar mond, steeds blinkt er iets wits tussen haar lippen. Plaatsvervangende schaamte maakt zich van mij meester, het ziet er alles behalve charmant uit. Ik hoop dat ze snel uit haar mijmeringen zal opschrikken voor de hele coupé heeft kunnen meegenieten van haar orale kunsten.

Ik zie aan haar blik dat ze terug begint te komen uit diepe overpeinzingen, dus ik draai snel mijn ogen weg van de hare, om haar eventuele betrapte ongemakkelijkheid voor te zijn. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe ze opschrikt en de witte blinkende rij snel terug in het gareel zuigt. Wanneer ik mijn ogen veilig naar buiten wil richten kruis ik de blik van een medepassagier, die mij een snelle glimlach toewerpt, ten teken dat ze het ook gezien heeft en weet dat ik het ook zag. Ik gooi eenzelfde glimlach terug naar haar en gelijktijdig slaan we onze ogen weer neer.

Sinas en zijn maat hebben ondertussen uitgerekend hoe hoog de terugbetaling van de studieschuld later zal zijn, en of extra lenen in plaats van werken dan loont. Wat begint met ‘dat betaal je zo terug’ eindigt in enkele zinnen met ‘ ik zou nooit lenen’. Waarop vervolgens meteen gemeld wordt dat ze wel allebei geleend hèbben. Ik volg het niet meer geloof ik. Ik sta alweer versteld van de meningsoverdracht in dit gesprek, en begin me echt af te vragen of ik ook ooit zo ‘flexibel’ ben geweest.

De zon schijnt nu recht in mijn ogen. Ik draai mijn gezicht de warmte in, mijn ogen gesloten. Zo gaan vijf minuten voorbij, Sinas en zijn maat zijn weer terug bij hun vakantieplannen. Ik zucht eens diep en werp een blik naar buiten. De zon verschuilt zich achter een flatgebouw, we rijden onder een bruggetje door en de trein schokt en schommelt. We zijn er bijna, constateer ik. Over het bruggetje komen twee bierbuiken aangerend, in net iets te strakke shirts met net iets te grote zweetplekken. Met rode gezichten steken ze de weg over, hun logge buik meedeinend op het ritme van hun passen. Ze rennen mijn zicht weer uit terwijl ik bedenk dat ze vast hopen over een maand twee wandelende Adonissen te zijn, of op z’n minst hun broekriemen weer te kunnen zien. Wat een klus zeg, ik word al moe van de gedachte.

Terwijl we het eindstation naderen stem ik weer af op Sinas. Hij blijkt nog steeds het hoogste woord te voeren. “Weet je” zegt hij, zich bewust van alle oren in de trein, “Ik heb allang geboekt man. Super hotel, recht tegen de zee aan uiteraard, acht dagen, wordt echt geweldig.” Zijn maat knikt hem bewonderend toe. “Voor maar een paar honderd euro, we hebben half-pensioen genomen.”

Pensioen? Ik schiet in de lach, draai snel mijn hoofd weg. Ik merk hoe de hele coupé ook het lachen probeert in te houden, meteen hangt er een tintelend sfeertje. Sinas voelt aan dat er iets mis is gegaan maar weet niet waar hij de fout moet zoeken. Hij zwijgt ongemakkelijk, we rijden het station binnen. Koortsachtig lijkt hij te zoeken naar een manier om zijn zelfverzekerdheid terug te krijgen. Wanneer de deuren open gaan stormt iedereen uit mijn coupé proestend naar buiten. Ook ik kan een grote glimlach niet onderdrukken, hoe een jongeman zich van zó groot, zó klein kon voelen in een fractie van een seconde. Sinas sluipt achteraan stil het gangpad door.

We stappen als een vrolijke stoet het perron op, en iedereen gaat zijn eigen weg vanaf daar, wetend dat we allemaal hetzelfde binnenpretje delen. Ik loop de zonnestralen tegemoet en realiseer me dat er nu geen houden meer aan is: het wordt zomer!

22 Reacties

leuk verhaal leuk geschreven
ben ook zo dol op treinreizen, zoveel mensen die een moment delen en elkaar vervolgens nooit meer zien

Geplaatst op 21 april 2006 om 22:36

Maar wel op een of andere manier je dag een draai geven. :)

Geplaatst op 21 april 2006 om 22:43

Wederom een heerlijk verhaal, mooie observaties van de medemenz. Haha, arme Sinas. (Maar eigen schuld.)

Geplaatst op 21 april 2006 om 23:01

Precies Eep: eigen schuld. :D Mijn dag begon vrolijk, dat wel. :D

Geplaatst op 21 april 2006 om 23:02

En laat ik nou gedacht hebben dat het op je terugreis was…

Geplaatst op 21 april 2006 om 23:06

Nee. :D

Geplaatst op 21 april 2006 om 23:07

(Het log is te vers om verder vol te praten; ik zwijg eerbiedig. :) )

Geplaatst op 21 april 2006 om 23:10

Ik probeer meestal mijzelf weg ter maken met koptelefoon op en krant voor mijn snufferd, om te voorkomen dat ik me ga irriteren aan de luidruchtige domheid van de overtollige medemens.

Maar soms, soms is het inderdaad enorm vermakelijk om stoere boys te horen zichzelf te overspreken.

Geplaatst op 21 april 2006 om 23:25

Hahahaa precies Yo. Als ik die laatste zin gemist had was het alleen maar irritant geweest, nu kon ik smakelijk lachen om zijn grootspraak. Krantje of boek zijn mijn wapens ook inderdaad, in de trein. :D

Geplaatst op 22 april 2006 om 08:11
Sonic

Heel leuk geschreven.
En wat kom je toch soms rare en irritante mensen in de trein tegen.

Wat ben ik blij dat ik rustig en alleen voorin zit waar ik van het mooie uitzicht kan genieten. :D

Geplaatst op 22 april 2006 om 15:59

Meestal ben ik te druk in mijn hood om mijn mede-reizigers te bekijken/-luisteren… Dan ben ik druk bezig met werk, krant, boek, o eigen schrijsels…
Maar soms… soms… als mijn hood ook daar te vol voor is, dan… kan ik genieten van alle rare mensen om mij heen. Hoe ze doen, wat ze zeggen… Heerlijk!

Geplaatst op 22 april 2006 om 16:55

(Hahaha Esk, ik blijf lachen om je kapotte f :D )

Geplaatst op 22 april 2006 om 19:05

Ben benieuwd wanneer de vrolijkheid omslaat in irritatie…? ;)

Geplaatst op 22 april 2006 om 20:35

Wederom heerlijk om te lezen. Zo’n realistische situatie zo mooi en raak beschreven :)

Geplaatst op 22 april 2006 om 20:50

Ecce homo…

Geplaatst op 22 april 2006 om 21:27

Ik zag ze niet alleen, ik hoorde ze ook…meer dan ik wilde. ;)

Geplaatst op 23 april 2006 om 09:37

wat is er nou mooier dan naar mensen kijken en luisteren?
Dat is het enigste voordeel van de trein, al die verschillende mensen met hun eigen “ding” die de zelfde kant op gaan.
De een zit ongeneerd uit z`n neus te eten, de ander kauwt een broodje weg en dat allemaal in de veronderstelling dat er niemand op let. Tenminste, dat maken we elkaar wijs….. ;)

Geplaatst op 23 april 2006 om 12:42

Precies Willem, haha. :D Alleen zijn sommige mensen wel érg aanwezig in het geheel. Maar gelukkig trekt dat vanzelf wel recht voor je uitstapt. ;)

Geplaatst op 23 april 2006 om 13:28

Heerlijk om te lezen, als altijd. Het klinkt zeer bekend, die jongens te horen praten, en proberen ‘groot’ te zijn, groter dan ze in werkelijkheid zijn.

Geplaatst op 24 april 2006 om 09:04

Dat is precies wat er aan de hand was inderdaad. :)

Geplaatst op 24 april 2006 om 09:12
Niemand

Je krijgt me hier zelfs bijna vrolijk van. :)

Geplaatst op 25 april 2006 om 16:05

bijna… :( :) :D

Geplaatst op 1 mei 2006 om 11:18