*James en Wenz

Ik ben een paar uur alleen met de hond in haar huis, want zij gaat met mijn opa naar het ziekenhuis. ‘Ik ga wel een rondje met hem lopen,’ opperde ik spontaan. ‘Dat zal hij wel leuk vinden,’ zei zij, en gaf me wat aanwijzingen.

Ben ik eigenlijk wel een hondenuitlaatmens? Zo iemand die met een hond aan de lijn in het bos joviaal goedendag zegt tegen medehonduitlaters? Zo iemand die weet wanneer er tijd voor snuffelen is, en wanneer tijd voor doorwandelen? ‘Zijn mijn haren al droog genoeg om naar buiten te gaan? Oh, en heb ik mijn boodschappenlijstje al gemaakt voor vanmiddag?’ Zie, daar heb je het al: dat klinkt toch niet als een sportieve hondenuitlater?

Kom op zeg, doe niet zo stom, jij kunt best een hond uitlaten. Ik sta op en pak de riem. Als door een bij gestoken springt James uit de mand en begint op de keukenvloer rond te stuiteren. Zijn oren flapperen alle kanten op, maar ik slaag er uiteindelijk toch in om hem zijn halsband om te doen. Hij vliegt naar de deur en kan haast niet wachten tot ik hem open heb. Met in een hand de riem en in de andere de reservesleutels stap ik vol goede moed naar buiten.

James stuift voor me uit, we gaan meteen de hoek om. Maar dan. Realiseert hij zich. Dat er iemand mist.

Puh, lijkt hij te denken, dan hoeft het niet hoor.

En hij staat stil. Hij draait zich om. Speurt de straat af. Kijkt mij aan. Wil terug naar huis. Waar is zij?

Nee James, en kom James, en vooruit James, en een zucht. Als ik aan de riem trek, zet hij zich schrap en schakelt in z´n achteruit. Pasje voor pasje vordert de straat, om de twee stappen begint het ritueel weer van voren af aan. Bij iedere auto kijkt hij hoopvol op. Iedere vrouw staart hij gehypnotiseerd na. Ieder grassprietje moet besnuffeld worden, in de hoop dat zij de hoek om komt terwijl hij staat te wachten.

Schoorvoetend begin ik de strijd te winnen. Hij wandelt zowaar tien, twintig stappen. Het einde van de straat komt hortend en stotend in zicht. Hier dit steegje in. Hallo, joehoe, hier dus ja. Je voelt me toch aan de riem trekken? Hallo mens, hier gaan we in hoor. Ik kijk het straatje in. Helaas, die weg ken ik totaal niet. Nee James, zucht ik, we gaan rechtdoor. Na een bescheiden staarwedstrijd geeft hij zich over en loopt gedwee achter me aan.

Nu we die eerste lange straat uit zijn, lijkt hij eindelijk een beetje vrede te hebben met het feit dat ik hem uitlaat. Het natuurgebied komt al in zicht, en James laat zich zowaar meevoeren in zijn enthousiasme. Hier lopen we dan. Ik heb het gevoel dat de hele wereld ziet dat die riem helemaal niet in mijn hand hoort, die hond helemaal niet aan mijn zijde. Ik ben zo’n mens dat binnen zit, met een poes naast zich waar ze de hele dag tegen babbelt. Straten oversteken met honden staat helemaal niet in mijn beperkte draaiboek.

Daar zijn we dan, zijn bekende beboste heide. Met het watervalletje waar hij altijd even speelt en drinkt. Hij begint al aan de afdaling richting beekje, helemaal gewend zonder riem te zijn binnen de groene grenzen. Maar ik durf hem niet los te maken, ben bang dat hij linea recta naar huis gaat rennen, dwars de drukke wegen over. Hij plonst in het water, ik glij langzaam maar zeker van de modderige helling af in mijn poging de riem toch maar lang genoeg te laten zijn voor hem om in het water te kunnen spelen. Net voordat ik zeker weet dat ik kniehoog in de beek terecht ga komen hupt hij de helling weer op met zijn korte pootjes, en ik er natuurlijk achteraan. So far so good, laten we maar zeggen.

Een jogger. Dat is geen medehondenuitlater. Hij nadert, ik zorg dat de riem niet dwars over het pad spant. Onze blikken kruisen. ‘Hoi!’ hoor ik. ‘Hoi!’ reflex ik terug. Aha, al heeft hij geen hond bij zich, wij behoren natuurlijk wel allebei tot de natuurbewandelaars op dit moment. Dat vind ik zoiets moois: tussen de bomen groet iedereen elkaar, terwijl je daar in het winkelcentrum niet over piekert. James kijkt de jogger gebiologeerd na. Lijkt te denken: hee, je kunt dit pad dus ook terug lopen… En ja hoor, het riemgetrek begint weer.

Nee James, en kom James, en vooruit James, en een zucht. Deze strijd is sneller gewonnen. We wandelen verder, de een snuffelend, de ander pijnzend. Dan zie ik drie enorme honden op ons af komen. Twee gewoon enorme bakbeesten, en een idioot uit de kluiten gewassen exemplaar dat als koe niet zou misstaan op de boerderij. Shit, denk ik. En ik hoor haar weer zeggen dat James ooit gebeten is door een grote hond en nu bij voorbaat al in de aanval gaat als er eentje in zijn buurt komt. Ik speur naar connecties tussen de man en zijn honden, maar moet tot de conclusie komen dat alledrie de beesten los lopen.

Ik kijk om me heen, geen enkel zijpad. Ik kijk naar James, die heeft ze nog niet opgemerkt. Ik adem diep in en houd de riem al dicht naast me, om James bij de voet te hebben. Dan slaat het viertal een zijweg in. Een paadje dat ik door de struiken niet kon zien. Woehoew! Ik adem weer uit en glimlach vriendelijk richting lucht, alsof daar de scenarioschrijver zit die op het laatste moment medelijden met me kreeg.

De rest van onze natuurwandeling verloopt eigenlijk heel normaal, zonder teveel getrek of geduw, en met het nodige enthousiaste snuffelen en stuiteren. Dan komen we bij het grote waterrad. Ik weet dat hij deze weg prima kent. Het is de terugweg. En zodra ik hem naar links heb gedirigeerd, weet hij het zeker: we gaan naar huis! Zijn staart begint te klapwieken, zijn pootjes roffelen op de grond en zijn tong hangt uit zijn mond. Het kan hem niet snel genoeg gaan. Naar huis! Op een kruispunt aangekomen weet ik de weg zeker wanneer ik naar links ga. Maar ik weet ook dat James de weg naar rechts kent. Ik heb daar pas een keer eerder gelopen. Ik gok erop dat hij de weg wel zal wijzen, en ik anders wel iets zal herkennen en we hoe dan ook de weg wel vinden.

Hij stuitert over stoepen, vliegt over straten, duikt steegjes in en kwispelt onophoudelijk. Heel af en toe wint een geurtje het van zijn wilskracht en wordt er toch even pas op de plaats gehouden om te snuffelen. Na een tijdje herken ik de weg, precies op een punt waar James geen kant kiest. Mooi, denk ik, dat hebben we samen geklaard. En ja hoor, binnen een mum van tijd zijn we weer in de lange straat die hij daarstraks niet wilde bewandelen. Ik fluister zijn naam, hij kijkt me aan, en dan sprint ik weg. Binnen twee passen word ik al ingehaald, hij zoeft me met flapperende oren voorbij, af en toe omkijkend of ik nog volg. Hij is het vleesgeworden enthousiasme. De voordeur wordt overdadig begroet, de hal bestuitert, de keuken berend en de mand beploft. Zo, en nu maar wachten tot zij weer terug is.

James

Taadaa. Ik ben dan misschien geen hondenuitlater, ik heb het toch maar mooi wèl geklaard, deze klus.

11 Reacties

Ik zit op kantoor, maar mij heb je ook een beetje uitgelaten! :-)

Geplaatst op 13 augustus 2009 om 14:50

Braaf zo… ;-)

Geplaatst op 13 augustus 2009 om 20:26

*applaus*

Geplaatst op 13 augustus 2009 om 20:27

Leuk!

Geplaatst op 13 augustus 2009 om 22:16

Volgende keer Jonah? (;

Geplaatst op 14 augustus 2009 om 07:16

Ha! Alsof ik met jullie mee heb gelopen. Superleuk stukje.

Geplaatst op 14 augustus 2009 om 15:09

Een hele prestatie! *gaat staan en geeft Wenz een applausje*

Geplaatst op 16 augustus 2009 om 00:07

De vuurproef, en als ik het goed begrijp heeft James je als uitlater goedgekeurd. Wat een eer!

Geplaatst op 17 augustus 2009 om 11:48

Goed gedaan…je hebt de hond laten voelen wie er de baas is! :)

Geplaatst op 17 augustus 2009 om 14:35

Ook hier een staande ovatie voor dit logje. Zelfs als honden-niet-liefhebber word ik hierdoor meegesleept ;-P

Geplaatst op 24 augustus 2009 om 20:49

Fantastisch, goeie stukjes over beesten zijn toch wel erg leuk.

Geplaatst op 31 augustus 2009 om 23:21