*M.

“Hoe kom je eigenlijk aan dat litteken daar?”

“Ah, dat is nogal een verhaal. Ik woonde nog thuis, bij mijn ouders. Op een middag parkeerde mijn vader de auto vlakbij een groepje hangjongeren in onze straat. Die hadden zin om problemen te veroorzaken ofzo. Twee van hen gingen op de motorkap van de auto zitten, de rest stond er wat omheen te lachen. Mijn pa vroeg ze eerst vriendelijk om dat te laten, maar ze bleven maar uitdagen. Toen verloor hij zijn geduld en schreeuwde dat die gasten maar ergens anders moesten gaan staan. Antilliaans temperament he… Ik zat binnen, maar herkende zijn stem, dus ik liep meteen naar het raam. Zie ik daar hoe die groep rondom mijn vader gaat staan en begint te duwen en te joelen. Ik naar buiten natuurlijk. Toen ik bij de deur aankwam zag ik hoe een van die jongens opeens een vlindermes trok! Dus ik storm erop af en spring ertussen in. Mijn pa en ik dus die gasten van ons afslaan natuurlijk. Ik kreeg een ram op mijn oog onder andere, mijn pa wat stompen in zijn maag, maar uiteindelijk, met veel geschreeuw van onze kant, konden we ze toch intimideren en dropen ze af. Heel gedoe, politie erbij, ziekenhuis. Nu ja, daarvan heb ik dat litteken dus overgehouden.”

We staren beide voor ons uit, onze ruggen tegen het hoofdeinde van het bed. ‘Wat heftig’, denk ik. Mijn flauwe gevoel voor humor komt om de hoek kijken, en in een poging de zwaarte van het onderwerp wat af te zwakken, grap ik “Aha. Maar eigenlijk, stiekem, ben je als kleuter gewoon van de wip gevallen in de speeltuin”, terwijl ik een stomme grijns opzet.

Zijn daverende lach klinkt door zijn slaapkamer. ‘Gelukkig,’ denk ik, ‘hij ziet de humor er wel van in.’ Tussen twee lachsalvo’s door bekent hij “Tegen de verwarming gekukeld thuis, toen ik een jaar of vier was. Maar dit verhaal klonk toch veel stoerder?”

Nu lig ik ook in een deuk. “Patser!” hik ik hem toe, terwijl we beiden nog harder moeten lachen.

Het is alweer jaren geleden dat we elkaar leerden kennen. We zijn een tijdje bedmaatjes geweest, ik gok een half jaar lang. Ik kwam net uit een lange, intensieve relatie en mijn hoofd stond niet naar nieuwe serieuze relaties. Ik had besloten dat ik niet verliefd op hem was, en daar bleef het bij. Toch konden wij het opmerkelijk goed vinden met elkaar. We konden goed met elkaar praten – zaten altijd op één lijn – en nog beter met elkaar lachen. Achteraf gezien denk ik ‘Had gewoon niet zo eigenwijs gedaan. Was het werkelijk zo erg geweest toe te geven dat we eigenlijk gewoon een relatie hadden?’ Ik hield mijn leven met hem gescheiden van mijn vriendenkring. Hij woonde in de nabijgelegen stad, dus dat ging makkelijk. Mijn vriendinnen zeiden jaren later wel ‘ja, dan gingen we uit, en dan stond je te bellen met iemand en na een half uur vertrok je stilletjes uit de kroeg en stapte je bij iemand in de auto, wij hadden geen idee wie het was!’  Maar als ze er al eens iets over vroegen, hield ik het vaag en wimpelde ik ze af.

Hij grapte wel eens dat hij me mee wilde nemen naar zijn ouders. Onze voorkomens verschilden nogal van elkaar. Hij, rechtenstudent, altijd sportief gekleed in de laatste rap- en sportmerken, zijn eigen flatje in een goede buitenwijk, autofreak. En dan ik, gitzwart haar, gezicht vol piercings en bijbehorende outfit, werkend in een kledingwinkel, terug op een  studentenkamer in die verpauperde stad, na jaren samengewoond te hebben. We verzonnen hoe zijn ouders zouden reageren op mijn voorkomen, lachten weg wat eigenlijk toch wel een stiekeme wens van hem was.

In de auto zette ik vorige week een cd op die ik al jaren niet meer had gehoord. Een cd uit mijn oude leven, min of meer. Bij het derde nummer hoorde ik in mijn hoofd opeens zijn stem. ‘Uhm, mag ik iets minder, uhm, depressieve muziek opzetten?’ Opeens lag ik weer in zijn bed, in zijn flat, in zijn stad. Zijn rapmuziek tegenover mijn alternatieve singer-songwriters. Ik had diezelfde cd meegenomen, maar wat thuis gevoelige nummers waren, leken die ochtend inderdaad vooral verdrietige klanken, volkomen misplaatst in zijn slaapkamer, waar we uitsluitend leuke dingen deden. Nu, een compleet leven verder voelt het wel, denk ik toch nog steeds met een glimlach terug aan ons ‘ding’ samen, toen.

Tegenwoordig hebben we beiden kriskras door het land gewoond, verschillende banen achter de rug, verschillende relaties achter de rug, verschillende levens achter de rug. Heel natuurlijk verwerd ons ‘ding’ langzaamaan een fijne vriendschap. Al die tijd zijn we vrienden gebleven. Online hielden we elkaar op de hoogte van ons wel en wee, af en toe belden we om troost te zoeken, te lachen of simpelweg om elkaars stem te horen – te verifiëren dat we nog waren wie we zijn. Zo nu en dan gingen we daadwerkelijk bij elkaar op bezoek. De laatste keer dat we elkaar gezien hebben, is voor mijn verhuizing geweest, in mijn vorige huis. Zeker een dik half jaar geleden dus, waarschijnlijk al bijna tegen een jaar aan.

Morgenavond is het mijn beurt om zijn nieuwe huis te bezoeken. Om weer eens echt bij te praten. Afgelopen jaar was voor ons allebei geen makkelijk jaar, zij het op heel verschillende vlakken, maar toch. Bijkletsen dus, en zonder twijfel bijlachen. De anekdote waarmee dit log begon, kwam ook opeens weer bovendrijven. De woorden zijn niet letterlijk, maar de strekking ben ik nooit vergeten. Mijn vriendschap met hem is altijd omhuld gebleven met een lach – hoe zwaar het onderwerp ook mag zijn, we weten elkaars lichtvoetigheid te vinden. En dat waardeer ik enorm.

Ik heb er zin in. :)

13 Reacties

Zonder mooie vriendschappen zijn we nergens. “Relaties heb je maar even, vrienden heb je voor het leven”, las ik laatst ergens. Heel veel plezier morgen.

Geplaatst op 17 juni 2009 om 14:14

dat klinkt super wenz,
vooral dat lachen en samen praten,
sommige mensen doen daar zo moeilijk over,

lekker babbelen uren aan een stuk,
ik hou daar enorm van :-)
lachen ook trouwens,
da’s hééél belangrijp in een vriendschap:-)

Geplaatst op 17 juni 2009 om 22:38

Elkaars lichtvoetigheid weten te vinden. Dat is mooi. En belangrijk in het geval dat je die zelf even kwijt bent.

Geplaatst op 18 juni 2009 om 11:21

Dat soort dingen zijn de krenten in het leven als het ware, veel plezier vandaag!

Geplaatst op 18 juni 2009 om 12:40

Hmmmmm heerlijk! Geniet, geniet, geniet!

Geplaatst op 18 juni 2009 om 20:10

Mooi!

Geplaatst op 18 juni 2009 om 22:12

Dat klinkt als een zeer mooie vriendschap en erg blijvend, goed om te koesteren. Veel plezier Wenz (of wacht, je bent alweer terug vermoed ik, dus beter is: Hoe was het?)

Geplaatst op 20 juni 2009 om 01:15

Ja vertel, hoe was het. :)

Geplaatst op 21 juni 2009 om 10:22

Het was erg gezellig, zijn nieuwe woonplek is helemaal goedgekeurd, ook al hadden we elkaar zo weinig gezien, het was meteen weer relaxed, oh en hij heeft heel lekker gekookt. :D
Kortom: ik heb genoten van het de hort op zijn. En genoten van het bijkletsen. En zover ik weet, geldt dat voor ons beiden. :)

Geplaatst op 21 juni 2009 om 10:30

Wenz, dat is een heel knap stukje… Eerst die leuke anekdote, en hoe je het verdere verloop dan samenvat, petje af! Tenslotte; een soulmate is een godsgeschenk, iets om te koesteren… Hopelijk vinden jullie elkaar nog vaak terug!

Geplaatst op 21 juni 2009 om 11:19

Fijn om zo’n goede en duurzame vriendschap te hebben. En dat je een leuke tijd hebt gehad, geniet maar lekker na!

Geplaatst op 22 juni 2009 om 10:03

Mooi, hoe de vriendschap is en ook het verhaal voorafgaand.

Ik twijfel er ook niet aan dat de gedachte om voor te stellen aan wel eens is opgekomen. Ook achteraf, wat als en het had kunnen zijn. Op een gegeven moment scheiden de wegen en komen ze soms samen. Overduidelijk was jullie verbondenheid zo sterk, en waren jullie zo onder de indruk van elkaar dat het voor beide veel heeft betekend.

Daarnaast zitten er ook elementen van herkenning in je verhaal. Vooral waar je de verschillen beschrijft en hoe dat samenkomt. Hoe dat ook weer verder doorwerkt…

Geplaatst op 23 juni 2009 om 09:55

Als ik dit mooie stukje zo lees is het een vriendschap voor het leven. Niks mooier dan dat, je bent een bofkont. :-)

Geplaatst op 27 juni 2009 om 16:37