*Vreemdeling

Meteen bij binnenkomst merkte hij het al: de paraplubak stond net ietsje anders dan hij hem had achtergelaten vanochtend. Op zijn hoede opende hij zijn woonkamerdeur en trad binnen. Ook daar waren de sporen overduidelijk. Hij stond in de deuropening, keek met haviksogen rond. De cd’s op de radio waren duidelijk aangeraakt. En zijn papieren op het kastje, lagen die vanochtend zo slordig? Voorzichtig zette hij een paar stappen. De staande lamp, die was ook gedraaid. En de stoel bij de eettafel stond scheef. Langzaam begon zijn hart in zijn keel te kloppen. Er lag een peuk in de asbak. De asbak die hij altijd leegde voor hij naar zijn werk vertrok. Hij schrok op van een geluid, draaide zich abrupt om.

Niets te zien. Het zal wel iets bij de buren zijn geweest. Zijn blik dwaalde alweer over de spullen in de voorkamer. De kaarsenkandelaar op de ladekast stond scheef, een teken dat iemand een van de stroeve laden geopend had. Voorzichtig naderde hij de kast, zag hoe zijn hand trilde toen hij de bovenste lade openschoof. Ja hoor, daar was duidelijk in gerommeld. Opeens bekroop hem het gevoel dat hij bekeken werd. Ongemakkelijk schoof hij de lade weer dicht en deed een paar stappen achteruit, richting woonkamerdeur. Hij wierp nog een snelle blik op de keuken verderop, zag meer afwas staan dan hij vanochtend gemaakt had.

Als een haas schoot hij de trap op. Hij liet de badkamer en zijn computerruimte links liggen en sloop linea recta zijn slaapkamer in. Met een zachte klik duwde hij de deur in het slot. Met zijn rug tegen de deur en zijn hand nog op de klink gaf hij zijn ogen de kost. Niets vreemds op het eerste gezicht. Snel maakte hij een afweging in zijn hoofd. Hij besloot de deur nog niet af te sluiten, als hij moest vluchten zou dat niet goed uitkomen. Muisstil liep hij op zijn kledingkast af, trok toen met een snelle ruk de deuren open. Met bonkend hart en zijn lijf in de startblokken ademde hij zwaar terwijl hij de donkere ruimte bekeek.

Er zat niemand in. Hij schoof zijn hemden voor de zekerheid nog aan de kant, maar de kast was leeg op zijn kleding na. Dat was één. Voorzichtig draaide hij zich om en liep om het bed heen tot de ruimte tussen voeteneind en deur zo klein mogelijk was. Toen liet hij zich op zijn knieën zakken. Met ingehouden adem plantte hij zijn handen op de vloer. Hij liet zijn hoofd zakken tot hij onder het bed kon kijken. Behalve wat vlokken stof en zijn ingepakte winterdekbed was de ruimte leeg. Hij sprong op en draaide met een snelle beweging de sleutel in het slot van de deur achter hem om.

Opgelucht haalde hij adem: hier was hij veilig. Een zucht ontsnapte aan zijn lippen. Hij liet zich op bed zakken en begon zijn schoenen uit te trekken. Hij wierp een blik op zijn horloge – twintig over acht. Hij was blij dat hij al warm gegeten had in de kantine op zijn werk vanmiddag. Uitgeput trok hij zijn hemd en broek uit en gleed onder de dekens. Daar krulde hij zijn lijf op en wreef in zijn vermoeide ogen. Zijn telefoon, die had hij nog nodig morgenvroeg, de wekkerfunctie was zijn grootste vriend.

Hij stak een hand onder de dekens uit en graaide naar zijn broek op de vloer. Hij rommelde even in de zakken tot hij het vertrouwde ding in zijn handpalm voelde. Routineus schoof hij het nog even open voor hij het op zijn nachtkastje zou leggen. Hij had een oproep gemist. Even twijfelde hij, het was al laat, toch besloot hij terug te bellen. Hij had hem al vaker zo laat aan de lijn gehad. Hij luisterde naar de toon terwijl hij langzaam opwarmde onder de deken.

“Ja met Olaf,” sprak hij schor. “jij had gebeld daarstraks…” Hij schraapte zijn keel.
“Ja Olaf, met dokter Vervaalen. Wij hadden vanmiddag een afspraak, maar je was er niet?”
Hij dacht even na voor hij antwoordde. Shit ja, hij had helemaal gelijk.
“Uh, ja, sorry, druk op het werk, ik kon niet op tijd weg…”
“Zullen we de afspraak naar volgende week verzetten dan, zelfde tijd?”
“Ja, uh, doe dat maar. Prima hoor.”
“Hoe gaat het ondertussen?”
“Goed hoor, echt prima, ik voel me doodnormaal, haha.”
Hij moest lachen om zijn eigen woordgebruik.
“Dat is goed om te horen Olaf. Je bent nu een dikke week met de antipsychotica gestopt hè? Geen bijwerkingen dus?”
“Nee, nee, ik voel me echt prima!”
“Ok, dan zie ik je volgende week, goed?”
“Ja, afgesproken.”

Hij schoof zijn telefoon dicht en kroop dieper onder de dekens. Hij zou morgenvroeg wel zien of de kust veilig was in de rest van zijn huis. Nu wilde hij eerst slapen.

13 Reacties

Oh jee, dit komt niet goed!

Geplaatst op 23 februari 2009 om 10:41

Brr, griezelig allemaal. Ik zou niet meer kunnen slapen. Mooi en spannend verteld!

Geplaatst op 23 februari 2009 om 11:18

nieuw werk..? of ijzeren voorraad..? ;)

Geplaatst op 23 februari 2009 om 12:29

Bloedstollend geschreven.

Geplaatst op 23 februari 2009 om 17:20

Met veel plezier en spanning gelezen!!

Geplaatst op 23 februari 2009 om 19:29

Ik hoop dat het unheimische gevoel niet autobiografisch is? Erg spannend beschreven.
Just because you’re paranoid….

Geplaatst op 23 februari 2009 om 21:14

Jaja… David Lynch meets Alfred Hitchcock of zoiets. Schitterend!

Geplaatst op 23 februari 2009 om 21:30

Jeetje, bij dit verhaal had ik van het begin tot het einde rillingen over mijn rug.
En ik weet uit ervaring hoe het is om te stoppen met de anti depri. pillen.
Maar ik ben toch blij dat ik het niet zo heftig heb als deze persoon hoor.

Geplaatst op 24 februari 2009 om 08:16

Jaco, het is gewoon fictie hoor, geen zorgen. :)

Geplaatst op 24 februari 2009 om 08:50
Gerhard

Wil je nog weten hoe mijn bootschoenen er uit zien? Heb even update gemaakt. ;-)

Geplaatst op 25 februari 2009 om 18:40

Ik ren al, Gerhard! :D

Geplaatst op 25 februari 2009 om 18:45

Het is duidelijk, met Olaf gaat het uitstekend :-)
Lekker geschreven, echte Wenz-horror.

Geplaatst op 27 februari 2009 om 16:04

Wenz de woordgoochelaar..je bent er weer in geslaagd om een verhaal te schrijven, dat onrustbarend werkelijk over komt, knap!

Geplaatst op 28 februari 2009 om 11:14