*Beknopte levens

In de zomer beweeg ik makkelijker. Mijn spieren lijken langer, mijn ogen lijken sneller op te nemen wat er om me heen gebeurt, mijn huid lijkt meer plaats te hebben voor mijn botten. Wanneer ik in een herfstbui probeer de overkant van de weg te bereiken lijkt alle zwaartekracht zich te bundelen in mijn benen: ik twijfel, mijn hersenen lijken niet in te kunnen schatten hoe ver het verkeer verwijderd is, mijn ogen zien niets dan grijze strepen en mijn gedachten zijn al de hoek om voor ik een stap gezet heb. Ik heb een hekel aan kou: het maakt stroop van mijn bewegingen en gedachten.

Het is 12 november, mijn winterjas voelt klam en beperkt mijn lichaam. Ik loop door de oudste straat van deze stad, op weg naar een paar uur ontspanning. Ik kan het niet laten door het raam te kijken bij alle huizen waar ik nooit een stap binnen zal zetten. Het lijkt een logische handeling, ik passeer niet alleen voor mij onbeduidende huizen, in drie stappen loop ik een leven binnen en weer buiten. Wellicht zit er een wat vieze, oude vrouw voor het raam. Niet meer in staat zichzelf fatsoenlijk schoon te houden zoals ze dat ooit zonder nadenken kon. Al maanden vergeet ze dingen, maar niemand die het opmerkt. Haar lectuurverkoper merkt wel dat ze iedere dag hetzelfde puzzelboekje koopt, hij probeert haar hieraan te herinneren maar ze houdt stug vast aan haar beleving. Hij kan niet anders dan haar iedere dag de cryptogrammen waar ze zo stellig om vraagt mee te geven. Twee keer in de maand komt haar zoon langs, ze kletsen wat, zij herhaalt wat dingen, maar hij luistert toch niet echt. Het komt niet in hem op om in alle lades te kijken, in de keukenkasten, in de boodschappentassen onder de kapstok, in het dressoir. Hij zal niet merken dat zij haar houvast kwijt is, zij zal er alles aan doen om dat voor haar zoon te verbergen, zoals ze het iedere dag voor zichzelf verbergt. Ik zie haar aan de keukentafel zitten, ze heeft een sinaasappel in haar handen. Twee stappen later zal geen van beiden ooit nog iets met elkaar van doen hebben, maar hier, in dit moment, aan weerszijden van de groezelige gordijnen, bestaan wij samen eventjes. En dan weer niet. Ik zal doorlopen, zoals altijd.

Wanneer ik door de ramen kijk, kijk ik tegelijkertijd ook naar de weerspiegeling die ik veroorzaak in het voorbijlopen. Soms lijk ik op mezelf, klopt het beeld dat ik zie met de persoon in mijn hoofd. Af en toe lijk ik langer, soms ouder, of dunner, vermoeider, gejaagder, verwarder. Het is elke keer opnieuw een overgave aan mezelf. Wanneer ik een zwaarwegende vergadering heb is het belangrijk om het beeld dat ik rond mezelf bouw, een kalme, zelfverzekerde, mooie vrouw, in mijn hoofd te behouden. Dan verplicht ik mezelf om naar de straatstenen te kijken, naar mijn schoenen, naar de persoon voor me, naar de bomen, naar de klok aan de wand van de fietsenmaker. Wanneer ik mijn reflectie zou zien, was de ontgoocheling groter dan het zelfvertrouwen. Maar wanneer ik voor mij kijk loop ik evengoed langs ramen, langs mensenlevens. Ik besta wanneer er iemand naar buiten kijkt, ook al kijk ik niet terug. Ik besta te vaak, te veel, versplinterd.

Het is kwart over vijf en ik mag mijn blik over alle huizen en ramen laten dwalen, ik ben op weg naar Roald, en heb geen verwachtingen hoog te houden vandaag. Ik zie mezelf en ik lijk op degene die ik in de spiegel dacht te zien voor ik vertrok. Ontspannen loop ik langs de deuren, de ramen, de levens van mensen die ik niet ken, op weg naar de ene persoon in deze wijk die ik wel ken. In tegenstelling tot het beeld dat hij van zichzelf geschapen heeft, ben ik een van de weinigen die hem kent. Hij zag zichzelf al rondlopen tussen hordes excentrieke mensen, die stuk voor stuk bewonderend naar zijn werk zouden kijken. De een zou de ander aanwijzen welk schilderij favoriet was, hij zou ertussendoor schrijden met een gekwelde doch berustende blik, hier en daar een woord van uitleg sprekend tegen zijn publiek. Maar het enige dat wel strookt met de werkelijkheid is zijn gekwelde gelaatsuitdrukking. Vierendertig nu, en vanaf zijn puberteit al overtuigd van zijn talent. Tegen beter weten in blijft hij met toenemende verbetenheid verf op de doeken smeren, hij sluit zijn ogen voor wat iedereen ziet: een eenzame man, triest vastklampend aan zijn jongensdromen, niet in staat toe te geven dat hij zich vergist heeft al die jaren. Ik heb mijn pogingen hem in de wereld te betrekken al jaren geleden opgegeven. Onze stilzwijgende afspraak om, wanneer ik niet verwikkeld ben in de zoveelste relatie vooraf gedoemd tot mislukken, onze lichamen van tijd tot tijd te verlagen tot een kluwen hectisch graaiende ledematen. Ik vraag niets over zijn leven, of hij zijn huur kan betalen, of hij wellicht een baantje als dit of dat kan waarderen. Hij vraagt niet of ik nog contacten heb, wat ik van zijn schilderijen vind, welke kunstenaars wel exposeren. We beperken ons tot nietszeggende complimenten over onze lichamen wanneer we in zijn (overigens altijd schone) bed liggen. Wanneer een van de twee zich dreigt te wagen aan diepgaander contact zal de ander altijd ingrijpen, en het niveau snel weer doen dalen naar buiken, billen en sporen vocht.

Hij is mooi. Hij neemt mijn gezicht tussen zijn handen en kust me, duwt me zachtjes op zijn matras. We kleden elkaar uit, ook al hebben we dit de afgelopen jaren al vaak gedaan, het blijft een ritueel dat ons laat vergeten dat de rest van de wereld bestaat. Zijn hand over mijn borsten, zijn ietwat hijgende manier van zoenen, zijn buik altijd warm tegen de mijne, zijn been verstrengeld in mijn benen. Wij hebben de gave elkaar te vergeten, waardoor iedere ontmoeting een nieuwe is. De komende uren zullen voorbij gaan zonder een enkele gedachte aan de rest van mijn leven. Geen moment denk ik aan de mensen in mijn huis, aan de stapel enveloppen op mijn tafel, aan de afgelopen dagen waarin wederom meer mis ging dan ik had kunnen vrezen. Zijn stotende ritme houdt me hier, alleen zijn handen op mijn lichaam bestaan, zijn speeksel in mijn nek, de lok op zijn voorhoofd die mee wipt op onze bewegingen. Hij grijnst om mijn kreunen, ik glimlach om zijn gretigheid.

Wanneer ik de nacht weer instap blijft het gevoel nog een tijdje hangen. Ik glimlach de straten door, enigszins ongecoördineerd loop ik langs de ramen en deuren naar de metro. Ontspannen stap ik in, zet mijn tas op de plaats bij het raam en ga zelf ernaast zitten. Mijn lichaam nog warm van de afgelopen uren staar ik naar de stoel voor me, naar de nietszeggende kriebels op de hoofdsteun. H-town crew was here. Maaike is een slet. J hartje P forever. Dat betwijfel ik. De stoelen naast mij worden bezet door een man en een vrouw, beide in de tweede helft van de dertig. De een lijkt te willen verdwijnen, onopvallend grijs en bruin gekleed. De ander, een spijkerbroek en oranje topje, witte laarzen met ijzeren knopjes erop, haar riem vol dieprode steentjes passend bij haar lippen, lijkt zijn afwezigheidsdrang te willen compenseren. Haar stem komt overeen met haar uiterlijk: schreeuwerig meldt ze naar de nieuwe club te willen omdat al haar vriendinnen daar ook zullen zijn. Ik draai mijn hoofd weg, en doe alsof ik naar buiten staar. Op een enkel voorbijschietend lichtje na zie ik alleen mezelf hier zitten, weerspiegeld in de vuile ramen. De aanblik van mezelf herinnert me eraan dat ik hier zit, op weg naar mijn huis waar tot mijn spijt al zeven weken lang dingen anders gaan dan ik zou willen.

-

Nadat ze de deur uit is, loopt Roald naar de telefoon. “Met mij. Ze komt er weer aan.” Hij hangt weer op. Hij kijkt naar zijn laatste doek, wat een gedrocht wordt het weer. Zijn handen trillen. In de keuken gaat hij zitten, en routineus grabbelen zijn vingers twee pillen uit de pot Extra Vitaal. Hoe lang geleden daar daadwerkelijk vitaminepillen inzaten kan hij zich al niet meer herinneren. Hij staat op, loopt naar het raam, staart wat naar de overkant. Het appartement tegenover hem is weer verlaten. Zoals iedere avond. Soms vraagt hij zich af wat zijn overbuurman iedere nacht gaat doen, maar echt interesseren doet het hem niet. Hij is een arts of iets dergelijks, hij zal wel nachtdiensten draaien. Hij voelt de kalmte door zijn lijf trekken en laat zich op zijn oude grijsgroene bank zakken. Nog even, dan zal hij weer een paar uur helder zijn. In die uren slaapt hij af en toe, hij schrijft zijn hersenkronkels op, zijn levenswijsheden tot nu toe. Soms gaat hij naar buiten, naar de Rue, die onderhand tot zijn stamkroeg bestempeld kan worden. Maar vaker zit hij binnen te peinzen over zijn leven. Sinds kort is er weer iets in zijn bestaan dat wellicht een nieuwe draai zal geven aan zijn hopeloze dagen. Marijn was meteen geïnteresseerd in hem. Hij hing maar wat aan de bar, zonder duidelijk plezier of doel, maar zij kwam met hem praten. Ze vertelde dat het bedrijf van haar vader momenteel haar huis aan het verbouwen was, en ze nu dus bij een vriendin logeerde. Dat ze hem meteen al een leuke vent vond, dat hij gekweld lijkt te worden door zijn eigen gedachten, dat hij mooie bovenarmen had. Drie uur later lag ze naast hem een sigaret te roken. Hij schatte haar een jaar of 28, ze was gebruind en strak. Ze had hem gebeten, niet echt hard, maar toch hard genoeg om haar afdrukken nog te zien nadat ze beiden uitgeput in de kussens waren geploft. Hij streelde de hoekige rode streepjes op zijn arm.

Pas na bijna twee weken waren ze erachter gekomen een gezamenlijke kennis te hebben. Al was dat wellicht een understatement. Hij had maar direct toegegeven hoe zijn verhouding met Anne was, dat ze het bed deelden wanneer zij vrijgezel was. Marijn liet een schaterlach horen. “Anne? Ik had het kunnen verwachten. Zij heeft de gave iedere man die ik begeer al ingepikt te hebben voor ik ook maar van hun bestaan weet.” Ze leek er niet mee te zitten, wat op Roald vreemd overkwam. Hij nam maar aan dat Marijn zo toegeeflijk was omdat ze al weken in haar huis mocht wonen zonder dat Anne daar een cent voor vroeg. Marijn was opgewekt, haar lichaam straalde een energie uit die hij niet iedere dag tegenkwam. Ze leek haar leven onder controle te hebben, iedere dag was een optelsom van genieten, ontspannen en beleven. Hij had haar graag in zijn buurt. Ze voerde zijn tijdsbeleving op, hij leek op te leven in haar bijzijn. Ze kon lachen om zijn zwaarmoedigheid en met een beet in zijn nek haar hand over zijn broek laten glijden waardoor hij enkele ogenblikken oprecht kon glimlachen. Ze hadden afgesproken Anne niets te vertellen van hun contact. Roald wilde haar niet laten vallen nu ze hem verteld had het moeilijk te hebben, Marijn had haar nog nodig en wilde Anne niet tegen de haren instrijken. Ze hadden beiden niet gevraagd naar verdere details, ze wilden alleen voor elkaar bestaan, niet in een breder kader. Marijn had alleen gevraagd of hij haar wilde bellen wanneer Anne langs geweest was. Nu hij hier op de bank zat, de loomheid door zijn gedachten voelde sijpelen, was hij bijna gelukkig te noemen. Hij wilde de mythe rondom de nieuwe vrouw in zijn leven nog even laten bestaan, wilde niet ieder detail weten, haar niet laten afdalen tot menselijke laagten – voorlopig. Hij liet zijn hoofd tegen de leuning rusten. Wanneer hij zijn leven op papier had staan wist hij zeker dat zijn leven zou veranderen. Misschien zouden zijn schilderijen nooit verkopen, het verhaal achter de schilderijen zou wel een bestseller worden. Zeker met de laatste ontwikkelingen op liefdesgebied.

19 Reacties

Ik heb hiervan genoten, spijt toen ik de laatste zin las. Zo bizar dat het best realiteit zou kunnen zijn…

Geplaatst op 1 december 2008 om 23:59

zes korte verhalen minstens… ;)

Geplaatst op 2 december 2008 om 01:08

Prachtig geschreven Wenz.
Ik heb vol aandacht zitten lezen en ben tot de conclusie gekomen, dat je iedere gebeurtenis van minstens twee kanten moet bekijken.

Geplaatst op 2 december 2008 om 07:45

Boeiend!

Geplaatst op 2 december 2008 om 11:53

beklemmend.

Geplaatst op 2 december 2008 om 16:07

Da’s een mooi stuk, het lijkt wel het begin van een roman.

Geplaatst op 2 december 2008 om 19:47

Scherp Laurent, dat is ook wat het ooit moest worden. Maar voor nu laat ik het hierbij en verdiep ik me in keukens verbouwen en lekkende douches repareren. ;)

Geplaatst op 2 december 2008 om 21:45

Mieke, de spijker op z’n kop. Alles van meerdere kanten bekijken inderdaad, het is nooit wat het lijkt.

Geplaatst op 2 december 2008 om 21:46

Thanks AnamCara, grinnik, mooi gezegd: zo bizar dat het realiteit kon zijn. :)

Geplaatst op 2 december 2008 om 21:46

een pareltje dat blinkt in de donkere avonden en nachten van december (2009)

Geplaatst op 2 december 2008 om 22:01

Mooi zeg. Ik heb het in een adem uitgelezen. Spannend dat je steeds om een ander hoekje, of door de ogen van iemand anders, mag kijken!

Geplaatst op 2 december 2008 om 23:24

Dit is weer een typisch Wenz-verhaal. Net als ik denk het te begrijpen, neemt het een andere wending, en word ik gedwongen mijn inzichten om te gooien. Knap vind ik dat.

Geplaatst op 3 december 2008 om 00:49

Een mens lijkt opgebouwd uit talrijke doosjes, in elk doosje een nieuwe dimensie, een nieuw verhaal, een ander geheim, een andere mogelijkheid, een ander zelf.

Geplaatst op 3 december 2008 om 10:54

Mooi en veelbelovend, met dit begin is toch allerlei fijn vervolg mogelijk. Mijn handen jeuken als ik het lees :-)
Jammer dat het keuken verbouwen belangrijker is

Geplaatst op 5 december 2008 om 12:17

Ook ik werd meegezogen in het verhaal en zou het wel verder willen lezen. :-)
Je schrijft erg goed….

Geplaatst op 6 december 2008 om 03:18

Jack, leef je uit, maak er een vervolg op! :)

Thanks allemaal. :)

Geplaatst op 6 december 2008 om 12:17

Ik vind je keuken eigenlijk minder belangrijk dan het schrijven van mooie verhalen voor je lezerspubliek ;-) Wederom een prachtige geschreven stuk. Erg pakkende stijl heb je.

Geplaatst op 7 december 2008 om 02:56

Mooi!

“Ze hadden afgesproken Anne niets te vertellen van hun contact. Roald wilde haar niet laten vallen nu ze hem verteld had het moeilijk te hebben, Marijn had haar nog nodig en wilde Anne niet tegen de haren instrijken.”
Wonderlijk toch hoe vaak mensen denken een ander goed te doen door oneerlijk te zijn…

Geplaatst op 7 december 2008 om 14:04

mooi zeg! Knap hoor, jammer dat je keukens moet verbouwen inderdaad! ;-)

Geplaatst op 7 december 2008 om 14:12