*Mantel

Nu vannacht de grens is vervaagd weet ik niet meer wat te doen. Geef mij de sleutel, laat me binnen in mezelf, ik snap het niet meer. Beelden vulden mij, ik kon niet wennen aan de kleuren van de stemming, niet wegkijken van de aantrekkingskracht, niet laten wat ik deed. Niet spreken over wat ik wil. Graag had ik je toegezongen, een voor een de woorden laten zien die ik van binnen schreeuw, maar dit huis is mijn leven, deze wereld is vol taboes en ik doe daar een schepje bovenop. Voor mezelf? Voor de mensheid? Voor het beeld dat zorgvuldig is gemetseld rond wie ik behoor te zijn? Hoe kan ik ooit spreken wat niet te voelen is? Stap voor stap drijf ik de meren op, de diepte in, de onderstroom voert mij mee naar wat de krochten van mijn zijn bepaalt. Ik wil dit niet, maar wil dit wel denken, wel doen alsof, wel niet wel niet. Kon ik dit lichter maken, ik zou het doen. Kon ik dit ontkennen, ik deed het. Maar waar eindigt deze tocht? In donkere steegjes gevuld met fouten? In oud zeer gewikkeld in schone lakens? In niet zijn wat ik wel ben? In niet zijn wat ik niet ben? Geef mij de sleutel, laat me binnen in mezelf, ik wil het weten. Is dat het misschien? Wil ik het weten? Is dat waarom het er is? Wil ik losbreken uit iedere keten die ik zorgvuldig heb gesmeden? Is dit een strijd met mezelf in plaats van met de wereld? Heb ik iets te doorbreken in mijn bestaan? Alles wordt ouder aan mij, behalve dat ene, dat voor mij nooit zal veranderen met de tijd. Niet op deze manier. Wil ik dit leven wel? Kan ik hier wel mee omgaan? Hoe rijm je de angst met de lust van het bestaan?

Het eerste wat ik denk is laat me met rust, laat me dit voor mezelf houden. Dat werkt een tijd, een lange tijd, tot het punt komt waarop het in mij naar boven blijkt te drijven, rechtdoor mijn kussen op, met gesloten oogleden de lakens in. Hier lig ik, met een bom in mijn handen, het tikken van mijn hart als de seconden voor de storm. Sidderend vraag ik mij af of ik mezelf wel in de ogen kan kijken, of ik wel kan zijn wat ik ben. Of ik mijn weg kan gaan, ver weg van wat ik wil, dichtbij wat ik wil. De contradictie schrijnt in mijn keel, ik knipper de nacht weg maar het blijft, het blijft overeind. Ik zal altijd terug naar huis keren, naar het donker, hoe ver ik ook wandel in de glorende ochtendzon, tot ik niet meer zichtbaar ben voor mezelf. Moet ik olie op het vuur gooien? Het tot de rand duwen met het risico alleen in de afgrond te storten? Verstoot ik mezelf als ik het niet doe? Ik speel dit spel al veel te lang, heb mijn eigen spelregels geschreven en kan er niet meer onderuit. Of toch? Of toch. En dan dat wasrek in de school, waar moet ik dat plaatsen? Mijn kleding aan de lijn der tijd? Ik kom er niet uit, ik kom er niet aan, ik loop er met een grote boog omheen, op de kleine uurtjes na. Heb mijn innerlijk behangen met schilderijen die de barsten verbloemen. Maar nu vannacht de wind door mij waaide kan ik niet anders dan in blinde paniek rondrennen door mijn kamers, alle schilderijen ruk ik van de muur, en uitgeput kijk ik naar de bouwval die ik ben.

11 Reacties

Woorden voor een innerlijke strijd, erg persoonlijk, een hoop tegenstellingen.
Ik vind het beeld treffend over het naar boven komen drijven van ergens onderaf zomaar het bed in, en dan vervolgens liggen met een bom in je handen. Deed me denken aan hoe eigen sores ooit de kop opstaken nadat ik ze een hele tijd door mooie schilderijen verborgen had gehouden.

Geplaatst op 24 november 2008 om 23:02

zoals slangen vervellen, en rupsen verpoppen,
groeipijn… ;)

Geplaatst op 24 november 2008 om 23:32

Heel raak beschreven, Wenz. Zo raak dat ik het even moest laten bezinken terwijl ik het vanmiddag al gelezen had..

Geplaatst op 25 november 2008 om 00:39

Lieve Wenz,
Kippenvel, verwondering en sprakeloosheid. Het is niet voor het eerst, but you’re ‘killing me softly’…

Geplaatst op 25 november 2008 om 03:01

Deze wereld is vol taboes en ik doe er een schepje bovenop.
Vind je het gek?
Ik dus niet.
We hebben ons hele leven niets anders geleerd toch?
Heel mooi geschreven Wenz!!!

Geplaatst op 25 november 2008 om 07:21

(Noem je dit fictie?) Maar is het niet (ook) de levensechte strijd om de vraag waarom we ons kleden zoals we behoren te zijn en daarin delen van onszelf verdoezelen? Ik geloof dat ik de strijd een klein beetje heb gewonnen door te volharden in wie en hoe ik ben en me van het ‘behoren’ almaar minder aan te trekken, letterlijk en figuurlijk. Op zeker ogenblik komt de appreciatie doordat authenticiteit het altijd wel wint van de schijn die we zo goed weten te bewaren omdat, naar het schijnt, het ‘nu eenmaal hoort’ – als met de normen de waarden maar niet teloor gaan. Dan lig ik onbevreesd tussen de lakens, open als een boek, als blijk van persoonlijke overgave en te lezen voor wie weet wat liefde is.

Geplaatst op 26 november 2008 om 11:25

Hier kun je wel een paar keer op kauwen…van links en rechts doorheen trekken. En dan…je eigen conclusies.

Mooi.

Geplaatst op 26 november 2008 om 22:25

Inderdaad, er valt weinig touw aan vast te knopen voor de gemiddelde buitenstaander, dus eigen conclusies trekken is het devies. En dat levert erg mooie reacties op tot nu toe, waar ik dan weer diep over na kan denken.

Geplaatst op 26 november 2008 om 22:36

In de ‘bouval’ is de echte mens aanwezig. Dus jij ook, wees er maar blij mee Wenz dat je de zuiverheid en de echtheid in jezelf nog herkent. Houden zo, al voelt het soms als wanhoop. Je bent en blijft toch wie je bent, je bent sterk en oorspronkelijk naar ik lees.

Geplaatst op 29 november 2008 om 11:09

Prachtig prozaisch, Wenz, beeldend, invoelbaar. Echt een stuk dat je meerdere keren kunt lezen, omdat je steeds weer nieuwe lagen en betekenissen tegenkomt, als bij een schilderij of een muziekstuk.
Kom je ook eens bij mij kijken?

Geplaatst op 30 november 2008 om 14:18

Isolde, dank voor je mooie en wijze woorden.

Vino, in gelaagdheid zit vaak juist de schoonheid, zeer waar.

Geplaatst op 1 december 2008 om 19:39