*Onvermijdelijk

Ze wandelt stil naar de overkant. Van haar gezicht valt geen enkele emotie af te lezen, haar lijf spreekt geen enkele taal. Hij houdt zijn adem in. In een rechte lijn nadert ze hem, geen moment van haar stuk gebracht door de gapende diepte onder haar. Ze zet haar ene voet voor haar andere, steeds weer. Zo bereikt ze al snel het midden.

Dan houdt ze even haar pas in. Een moment laat ze haar opgeheven hoofd iets zakken, en kijkt naar de oneindige rotsen onder haar. Hij houdt zijn adem in. Langzaam heft ze haar hoofd weer, en hervat haar stappen. Daar gaat haar linkervoet alweer, voor haar rechter. Nog een meter of vijftig, dan zal ze weer vaste grond onder haar voeten hebben.

Er waait een zacht briesje, dat af en toe aanzwelt tot een windstoot. Hij houdt zijn adem in. Ze trotseert iedere aanval van de lucht zonder maar een moment te wankelen. Als hij iets over haar moest zeggen, zou het wel zijn dat ze met iedere stap zekerder lijkt te worden, welhaast verankert op het smalle pad dat tussen hen in ligt.

Haar neutrale blik wordt steeds duidelijker zichtbaar naarmate ze de overkant nadert. Haar ogen het enige bruin in dit grijze landschap, haar crèmekleurige huid het enige stralende in dit dode oord. Hij houdt zijn adem in. Nog een tiental stappen nu. Beheerst neemt ze deze laatste meters. Haar blik haakt zich in de zijne.

Nog twee stappen, dan kan ze zijn uitgestoken hand nemen. Ze stopt. Langzaam heft ze haar armen op. Ze spreidt ze helemaal uit, tot de toppen van haar vingers niet verder van elkaar verwijderd kunnen zijn. Met haar blik houdt ze hem in haar greep. Hij houdt zijn adem in. Zij daarentegen neemt een diepe hap lucht, zuigt haar longen vol. Op de punten van haar tenen draait ze een kwartslag, ondertussen blijft ze hem aankijken.

Dan haakt ze haar blik los van hem. Ze kijkt naar de diepte, vervolgens recht voor zich uit. Een moment gebeurt er niets. Hij houdt zijn adem in. Dan krullen haar mondhoeken langzaam op. Nogmaals kijkt ze hem aan, ditmaal met de grootste glimlach die hij ooit op haar gezicht heeft gezien. Dan zet ze zich af met haar tenen, en stort met haar hoofd omlaag de diepte in.

Hij houdt zijn adem in, telt de seconden. Vijf… zes… zeven… acht. Dan de klap, een krakend soort dofheid, gevolgd door de luidste stilte ooit. En dan, dan verlaat zijn adem gierend zijn keel.

De stilste schreeuw ooit.

19 Reacties

Onvermijdelijk?
Had hij dat maar geweten…

Geplaatst op 6 mei 2008 om 15:05
mikkel

Je bent een razend slim meisje/vrouw
En dat ben je

Geplaatst op 6 mei 2008 om 22:24
mikkel

En je hebt te veel vrije tijd.
Want bij jou zou het wel moeten gaan om inhoud. En je vindt het wel echt leuk om aan je layout te werken ook:-)

Geplaatst op 6 mei 2008 om 22:29

Haha Mikkel, het leuke is: ik heb er totaal niet de tijd voor, en toch doe ik het. :) Het is eerder een obsessie hobby dan verveling dus. Ik vind het gewoon leuk om te prutsen met photoshop en mijn log, en als het eenmaal in mijn hoofd zit, gaat het er niet meer uit. :) Leuk dat je het nieuwe uiterlijk opmerkt trouwens. :)

Geplaatst op 6 mei 2008 om 22:48

‘de stilste schreeuw ooit’ dat ik de goede slotzin voor dit verhaaltje.

Even muggenziften Wenz, sorry bij voorbaad :) : ‘dat af en toe aanzwelt tot een plotse windstoot’
als hij aanzwelt dat is het in mijn optiek niet erg plots, plots is denk ik overbodig in die zin

Geplaatst op 7 mei 2008 om 09:53

Gob, je hebt helemaal gelijk, heb het aangepast. Thanks! :)

Geplaatst op 7 mei 2008 om 20:11

Waarom, dat wil ik weten. Twee vreemden. Ze irriteren mij.

Geplaatst op 7 mei 2008 om 22:50

Ik vind dit wel heel erg triest hoor.
Maar dat zal wel aan mij liggen.

Geplaatst op 8 mei 2008 om 08:19

Haar stel ik me voor als een witte elfachtige verschijning haast zwevend boven een diepe kloof, een luchtwezen, iemand van wie je niet verwacht dat ze te pletter slaat op de rotsen maar juist dat ze zachtjes blijft drijven op het briesje, dat de wind haar opschept in zijn handpalm. Misschien dacht zijzelf dat ook?

Geplaatst op 8 mei 2008 om 14:12

ik vind je nieuwe look ook mooi Wenz, het heeft iets rustigs en ehhhhh….geestelijks ;)

Geplaatst op 8 mei 2008 om 14:43

Je weblog is mooi geworden, Wenz. Dit verhaal is prachtig geschreven, je wordt er als lezer ingezogen. Wel heftig, wel hevig. Maar ik zie het helemaal voor me. Degene die achterblijft, degene die kiest voor een val in de diepte. Dat wat tussen hen was en niet meer is.

Geplaatst op 8 mei 2008 om 19:34

Oh ik dacht dat het om twee spinnen ging en dat ze op het eind dat constante ademinhoudende mannetje zou opvreten.

Geplaatst op 8 mei 2008 om 22:11

Ieks

Geplaatst op 9 mei 2008 om 21:55

Oe.. dit schuurt.

Geplaatst op 9 mei 2008 om 22:26

Het heeft iets zeer triomfantelijks.

Geplaatst op 16 mei 2008 om 14:01

het is gewoon triest. Meer kan ik er niet van maken.

Geplaatst op 18 mei 2008 om 09:44
dick

hallo Wenz, een prachtig verhaal, mag ik je hierop een verhaal terugsturen?? Het is ongeveer 1,25 A4-tje. Al heel wat mensen hebben hier tranen en kippevel van opgelopen.
Of denk je, open dan je eigen weblog?
Groeten
Dick

Geplaatst op 27 juni 2008 om 20:03
dick

Geen titel, geen grens, geen

Ongeveer zo’n 12 meter verder zijn ze, tegels, grijs, 30×30, met wat groene aanslag erop en wat groen mos ertussen, liever zie ik alles van groen, zoals dat gras ernaast, en wat zijn er veel grassprieten, en er is er geen eentje hetzelfde. Zelfs als ik nu voor het eerst van mijn leven mijn ogen geopend zou hebben, dan nog zou ik weten dat die tegels hard zijn, ze zijn namelijk ook onverbiddelijk vierkant, en ik ben nog rond, nu nog tenminste.
Ik lach en zie geen kwaad, wat een ruimte om mij heen, nog steeds geen grens, alhoewel het lachen langzaam plaats maakt voor een ongelooflijke niet te stoppen stilte. Op de een of ander manier is dit mijn plek, ook al begrijp ik er niks van. Bijna in het geluidloze kijk ik opzij, en zie mijn lachende vader, een vertrouwd gezicht en hij wil graag dat ik beleef wat hij beleefd heeft. En langzaam begin ik te voelen wat hij beleefd heeft en mijn hart stopt met voelen en wordt als ijs zo koud.
Ik vertrouw mijn vader, maar wat ik niet vertrouw is mijn broeksknoop. Ik roep “hou op”, maar lijk wel niet gehoord te kunnen worden, schreeuw ik eigenlijk wel echt?? Denk ik dat alleen maar?? Ik kijk nog eens opzij, naar die gespierde arm die nu wel meters lang lijkt, alsof mijn vader niet veel met die arm te maken heeft. Ik voel zijn hand en zijn knokkels achterin mijn broeksband. Dan realiseer ik me dat pappa niet weet van de broeksknoop. Waarom snapt pappa niet dat mijn broeksknoop niet zo sterk is als zijn arm? Waarom is pappa in dat snappen net zo onveranderlijk als die stoeptegels daar beneden? Machteloos zit er niets anders op dan te accepteren wat er gebeurd. Mijn vader ziet nu geloof ik iets in mijn ogen dat hem verontrust, een stille vrede die hij niet kent, en wat hem zich doet realiseren dat dit niet zo goed is wat hij nu doet. Hij kijkt me ook niet meer aan en trekt traag zijn arm terug en zet me terug op de galerij. Hij zegt iets tegen de buurman met een angstige trilling in zijn stem. Toch moeten buurman en hij erom lachen.

Sindsdien ben ik alweer wat stiller en zie de destructieve drang in erg veel mensen, en ze schijnen het niet te weten en lachen zelfs voort, ze klinken holler dan mensen die echt lachen met een twinkeling in de ogen, en dat zijn er niet zo veel. Het lijkt wel alsof ik een beetje ben blijven vliegen.

2 jaar later, ik loop nog steeds wat verder van het galerijhek af, en van holle mensen.
Ik zie buurjongens die veel groter zijn wel eens vanaf de eerste verdieping buiten het galerijhek hangen en die laten zich zo naar beneden zakken om zich de laatste meter te laten vallen. “Durf jij dat ook?” zegt er eentje tegen me die mij in het gras met wormen ziet spelen. Ik zwijg.
Nee, ik kan dat niet, maar ik heb wel zo het idee dat als ik dat ook durf dat ik niet meer zo bang zal zijn voor het galerijhek, en dat dan iedereen ziet dat ik niet meer bang ben en, want destructief, dat schijnt erbij te horen, en ik hoor er toch niet echt bij nu.
Net groot genoeg om over dat hek te klimmen hang ik aan het hek op de eerste verdieping en voel niet veel angst. Dus op naar de bovenste verdieping.
Ik hang weer op twaalf meter, mijn armen en benen gestrekt, mijn voeten op de betonnen galerijrand en mijn handen op het koude staal van het galerijhek.
Geen angst, helemaal niet, totdat ik weer naar de tegels ga staren totdat er niets anders meer is dan tegels en angst en tegels en angst. Toch word ik me weer die stilte gewaar, alsof ik me er helemaal niet druk om hoef te maken en ik voel alles in mijn lichaam, bloed stromen, hart kloppen, een zachte ademhaling en een vreemd soort vertrouwen en een hele hoge toon in mijn oren ……….en ja, ik weet het niet. Wel is me op de een of andere manier duidelijk dat ik een beslissing kan nemen, vallen of niet vallen, mijn vader kan nu niet beslissen, nu kan alleen ik dat nog. En dan is me nog iets duidelijk al weet ik niet hoe ik daaraan kom. Ik hoef helemaal geen beslissing te nemen en kan het gewoon laten gebeuren, en wat er dan staat te gebeuren? Dat doet er niet meer toe.
Mijn ademen verdwijnt helemaal, mijn bloed lijkt verdwenen en het hart hoor ik niet meer, ik zie slechts donker en licht en donker en licht en donker en licht. Tot slot zelfs dat niet.
Mijn ogen openen zich.
Verbaasd kijk ik naar mijn handen, waar ben ik??? Oh ja, aan de buitenkant van het galerijhek, en er schijnt beslist te zijn dat ik vast moest houden.
Een zeer bleke buurjongen staat nu voor me, en ik klim het hek weer over, kijk nog eens om en loop met een onbegrijpelijke glimlach op mijn gezicht terug naar het gras. Huilend aai ik het gras alsof het zieltjes zijn.

37 jaar later
Ik ben nog steeds zo langzaam aan het afdalen dat het veel mensen niet eens opvalt, onopvallend langzaam afdalen is mijn missie, nog steeds heb ik de beweging niet afgemaakt. Van de hemel naar beneden, van het flat naar beneden, en uit mijn hoofd naar beneden, en je zult geduld moeten hebben, ik ben van plan heel oud te worden.

1 jaar later.
Ik loop op het gras en kijk naar boven naar de bomen die nu zo’n 25 meter hoog zijn, prachtig, en geen blad is hetzelfde, net als het gras.
Maar wat is dat??? Daar op de bovenste verdieping hangt een jongetje buiten het hek en zijn gezicht en zijn ogen staan zo koud als ijs.
Ik ga eronder staan, en ben niet van plan weg te gaan al word ik honderd. Huilend staren mijn ogen in de koude oceaan van de zijne.
Ik sluit mijn ogen en slechts in een milliseconde voel ik een steek in mijn hart.
Weer omhoogkijkend: Er verschijnt een twinkeling in zijn ogen, en het gezicht krijgt weer kleur en hij lacht.
Als ik nu voor het eerst van mijn leven mijn ogen zou openen zou ik het meteen weten, dit is mooi.
Ik sluit mijn ogen en in een milliseconde verdwijnt er veel pijn uit mijn hart.
Als ik mijn ogen weer open zie ik dat de arm het jongetje terugtrekt, en ik hoor gelach vanaf de galerij.
Het jongetje lacht ook, echter helder als een vogel, zijn ogen op me gericht, hij loopt de galerij en de trap af naar beneden.
We geven elkaar een hand en ik zeg;
Kom, er schijnt zo’n soort vallend verhaal op de blog van Wenz te staan.

Voor mijn overleden zus Greta, die jaren naast mij gevlogen heeft, op de een of andere manier was dat onze plek, dag Greta, het ga je goed, tot ziens,
en voor al diegenen die met geduld mijn hart weer warm kloppend kregen, het ga jullie goed, tot ziens,
Dick.

Geplaatst op 4 oktober 2008 om 18:59
Joke

@ Wenz en @ Dick
Mooi geschreven, maar o zo triest!!!!

Geplaatst op 9 oktober 2008 om 16:09