*Avontuur in de vroege ochtend

De lampen zijn nog uit, maar de deur is al open. Ik stap binnen en meld me aan de balie. Ik mag ‘trap op, trap op, en dan de eerste deur links’. Na drie trappen opgelopen te zijn (ja precies, na de tweede trap zag ik van alles, maar geen eerste deur links) loop ik een klein kamertje in en kijk om me heen. Voor mij staat een kruising tussen een bed en een stoel, geflankeerd door een of ander apparaat dat niet, zoals moderne apparaten, lelieblank is maar een onbestemd beige. Aan het voeteneind van de bedstoel staat iets dat ik herken van bezoekjes aan mijn huisarts: een plat ding op poten, bekleed met iets dat vaag op nepleder lijkt. Daar bovenop ligt normaal gesproken de eeuwige wit papieren baan, maar hier niet. Hier is het ding overtrokken met een eenpersoons hoeslaken. Om precies te zijn: een hoeslaken dat al lang geleden zijn hoogtepunt heeft beleefd. Er zitten onbestemde gelige vlekken in, gecombineerd met een winkelhaak hier en daar. Ik hoop met heel mijn hart dat ik op de bedstoel terecht ga komen, en niet op dit ding.

Ik geef mijn ogen nog goed de kost voor er iemand binnen zal wandelen. Naast de bedstoel staat een soort badkamercombinatie: twee hoge kasten met daartussen een wasbak waarboven een spiegel hangt. De kleur past perfect bij het apparaat dat ik zojuist al gezien heb. In een hoek zie ik een cd-speler staan. Deze is grijs met oranje en heeft de vorm van een UFO. Ik draai een rondje en beslis dat ik tegen het platte ding op poten geleund ga staan. Ondertussen rits ik mijn vest los en zet ik mijn schoudertas naast mijn voeten neer. Dan hoor ik een tergend gekraak. De dame die mij gaat behandelen komt onmiskenbaar de trap op. Ik zet mijn neutrale doch vriendelijke gezicht op en wacht tot ze in de deuropening verschijnt.

Daar is ze: haar blonde haren strak naar achteren in een paardenstaart, haar iets te ronde gezicht glimmend, haar ogen vriendelijk. We begroeten elkaar, en dan spreekt ze haar gevleugelde woorden. ‘Je mag je schoentjes uitdoen, en je van boven uitkleden tot op je behaatje.’ Een zin die er geroutineerd uitrolt en waarschijnlijk al duizenden malen uitgesproken is. Ik kijk eens naar mijn voeten. Je kunt er veel van zeggen, maar klein zijn ze niet. ‘Schoentjes’ is dan ook een bizarre benaming voor wat ik aan mijn voeten draag. Ook vind ik ‘behaatje’ klinken als een of ander roze friemelig ding met veel kant, iets waar mijn zwarte bh met krijtstreep ook al niet aan voldoet. Maar niet getreurd, ik volg haar aanwijzingen op terwijl zij ondertussen al enige voorbereidingen in de wasbak treft. Dan nodigt ze me uit op de bedstoel plaats te nemen.

Opgelucht loop ik naar de betreffende plaats, om daar te zien dat ook dit ding overtrokken is met een hoeslaken in dezelfde staat als die op het andere bed. Gelukkig legt ze een sprankelend witte handdoek eroverheen, en opgelucht zink ik in de bedstoel. Het ligt redelijk aangenaam, al lijk ik wel enigszins richting voeteneind te zakken. Ik gebruik mijn ellebogen om mezelf weer in positie te duwen en zoek dan een ontspannen houding om het komende uur in door te brengen. Ze vraagt het een en ander, ze zegt het een en ander, ze drapeert een handdoekje over mijn borsten, ze wikkelt een handdoekje om mijn haren en dan gaat het beginnen. Ik sluit mijn ogen instinctief, en dat blijkt geen overbodige luxe. ‘Dit gaat even wat koud aanvoelen.’ ‘Dit ruikt naar kruidnagel en kaneel.’ Ondertussen begin ik me af te vragen waarom ik mascara opgedaan heb vanochtend, na een paar minuten zit de zwarte troep vooral onder en in mijn ogen en niet meer op mijn wimpers. Haar handen bewegen voortdurend terwijl de mijne losjes op mijn buik rusten.

Het beige apparaat wordt over mijn gezicht gezet. ‘Dit moet je vooral op je neus en op je kin voelen.’ Ik knik. ‘Ik ben over tien minuutjes terug, tot zo!’ Ik hoor hoe ze de cd-speler aanzet en rustige klanken de kamer vullen terwijl ik haar de trap weer hoor afgaan. Een seconde of vijf lig ik doodstil, dan besluit mijn lichaam dat het tijd is om in te ademen. Een hete, vochtige stroom trekt mijn neus in. Zuurstof is ver te zoeken. Proestend concludeer ik dat dit enige creativiteit behoeft. In de komende tien minuten ontwikkel ik een systeem: hoofd vooruit, zo traag mogelijk uitademen, hoofd naar rechts, inademen, hoofd vooruit, zo traag mogelijk uitademen, hoofd naar links, inademen, enzovoorts. Lekker warm is het wel. Langzaam begin ik van de muziek te genieten, ik ontspan zelfs zo nu en dan. Ik voel me dan ook aardig bedreven wanneer ze weer de kamer in stapt. ‘Gaat het nog?’ Ik knik nonchalant, geen probleem hoor. Ze vertelt me wat de volgende stap is. Ik heb geen idee wat die stap inhoudt, maar ik knik vol goede moed.

Een stekende, schurende pijn trekt over mijn wangen, over mijn voorhoofd, over mijn kin. Wat flikt ze me nu?! Het lijkt alsof ze met de langste nagels ter wereld in mijn gezicht knijpt. Niet fijn, niet fijn, niet fijn. Wat zeg ik? Pijn! Pijn! Pijn! Mijn lichaam verkrampt bij iedere nieuwe aanval, ik klauw mijn handen in elkaar en bijt mijn kaken dicht. Waarom wilde ik dit ook alweer? ‘Gaat het?’ vraagt ze poeslief. ‘Het is wat gevoelig…’ weet ik eruit te persen tussen het verkrampen door. Gelukkig meldt ze me dat ze bijna klaar is. Geen seconde te vroeg: de drang om haar ogen uit te krabben begint serieuze proporties aan te nemen. Nog naschrijnend luister ik naar haar beschrijving van de volgende stap. Ik lig alleen maar te hopen dat ik het ergste heb gehad.

Dat blijkt gelukkig het geval. Terwijl ze me insmeert met een of ander aangenaam spul probeer ik weer ontspannen te gaan liggen. Haar handen dwalen over mijn gezicht, mijn hals, mijn schouders, mijn nek. Ze masseert mijn spieren – die nog op gevaar ingesteld staan – weer los, en binnen een paar minuten vind ik haar weer helemaal aardig en lief. Op naar de volgende stap. ‘Dit gaat heel koud aanvoelen.’ Ik kan haar alleen maar gelijk geven. ‘Wil je nu misschien wel een dekentje?’ Deze vraag had ze me bij aanvang al gesteld, maar gezien de staat van de hoeslakens had ik niet veel vertrouwen in dat geheimzinnige dekentje dat me werd aangeboden. Nu staat het kippenvel echter zo dik op mijn armen dat eventuele hygiëne, of gebrek daaraan, me niets meer kan interesseren. ‘Graag!’ antwoord ik dan ook. Ik hoor hoe ze ergens een kastdeur opent. Mijn ogen zijn nog steeds gesloten, er liggen zelfs wattenschijfjes op, dus zien kan ik dat betreffende dekentje niet. Wel voel ik dat ook hier het verkleinwoord weer niet op zijn plaats was, mijn hele lijf wordt al snel verwarmd. ‘Dit moet ook weer tien minuutjes, het zal opdrogen en een beetje trekkend aanvoelen, tot zo!’

Lekker warm, relaxed muziekje, fris gezicht, rust: binnen een minuut of vijf val ik bijna in een ontspannen slaap. Ik doezel wat, ik geniet wat, ik laat de gedachten in mijn hoofd ronddwalen. Dan stapt ze alweer binnen. Jammer, denk ik bijna. ‘Hoe voel je je?’ Ik meld haar dat ik zo in slaap kon vallen, en dat stemt haar tevreden. Ze doet haar ding weer, haar handen maken geroutineerde bewegingen met natte handdoeken, cremes en aanverwanten. Binnen een mum van tijd ben ik weer schoon en fris en zacht. ‘Nu nog de laatste stap, en dan ben je klaar.’ Ik voel hoe ze mijn gezicht insmeert, het ruikt lekker, citroenachtig. Dan verwijdert ze de deken en de handdoeken rondom mijn gezicht en mag ik opstaan. Ze helpt me nog mijn bh-bandje dat ze omlaag geduwd had terugvinden, en wanneer ik rechtop zit merkt ze zelfs nog een uitgevallen oorbelletje op. Ik loop naar de spiegel en steek het dingetje weer in mijn oor, veeg de mascara weg en kijk in een fris en rozig gezicht. Ik glimlach. Het mag dan misschien niet het meest moderne kamertje zijn: zij verstaat haar vak, zonder enige twijfel.

Terwijl ik me aankleed geeft ze me nog wat tips over hydratatie. Dan bedankt ze mij uitvoerig en wenst ze me een prettig weekend. Ik vind het vreemd dat ze mij bedankt, zij is tenslotte degene die al het werk gedaan heeft. Dat meld ik haar dan ook, en glimlachend nemen we afscheid. Ik kraak de trappen weer af en voel me nog wat suf. Wanneer ik na het afrekenen mijn fiets opzoek, laat ik mijn vingers even over mijn gezicht glijden. Dat voelt goed. Ik spring op mijn fiets en glimlach: mijn eerste bezoek aan de schoonheidsspecialiste is een feit.

13 Reacties

van wie moest dat, was het een taakstraf..? :S

Geplaatst op 28 april 2008 om 11:47

dat stond ook
jaren geleden eens
op mijn to do list.
heerlijk.
maar dat afrekenen
naderhand. ;-)

Geplaatst op 28 april 2008 om 13:43

En krijgen we nu de “before” en “after” foto’s nog te zien? ;-)

Geplaatst op 28 april 2008 om 19:56

Iron Lady?

Geplaatst op 28 april 2008 om 22:07

Dat heb ik nog nooit gehad.
Vroeger niet en nu?
Nu hoeft het voor mij niet meer:-))

Geplaatst op 29 april 2008 om 08:24

Het klinkt heerlijk maar ik zou het geduld gewoon niet hebben. Nog lang na kunnen genieten of bezorgde het afrekenen je meteen rimpels? ;)

Geplaatst op 30 april 2008 om 04:16

Hoewel ik dan een man ben, maar dit zelfs mij denk ik wel even een gelukkig mens maken. Al zal ik er dan niet snel komen.

Geplaatst op 30 april 2008 om 13:04

En, was het het geld waard?

Geplaatst op 30 april 2008 om 17:23

…en ik geloof dat het beviel? ;)

Geplaatst op 1 mei 2008 om 16:12

Fijn, weer een fris en fruitig gezichtje! En ja, wie mooi wil zijn…

Geplaatst op 2 mei 2008 om 13:24

Uiteindelijk had het het gewenste resultaat, dus ja, het beviel en het was het waard. :) En het afrekenen viel eigenlijk reuze mee, maar daar had ik het ook op uitgezocht. ;) Al met al nog zeker van kunnen genieten dus.

Hahahaha Gewebkijk. :P

Geplaatst op 3 mei 2008 om 18:59

Maarre.. waarom moesten dan die schoentjes uit?

Geplaatst op 3 mei 2008 om 21:08

Om dat prachtige hoeslaken niet nog verder te verpieteren gok ik, en om lekkerder te liggen. Zoiets. :)

Geplaatst op 6 mei 2008 om 10:37