*Feilen

Ik dwaal rond in mijzelf. Normaal is mijn wezen overtrokken met een laagje lijf, precies passend. Vandaag niet. Vandaag is wat ik ben, mijn zijn, teruggetrokken in de diepten van mijn lijf. Te klein, een erwt misschien. Meer kan het niet zijn. Het zwalkt wat door mijn ingewanden, probeert eens wat – hier en daar. Het heeft geen zin. Ik zit te diep in mijzelf verborgen. Het beweegt wat lastig zo. Ik voel me stram, loos. Vanuit de diepte piept mijn ik om de afwas te doen, een boek te pakken, iets, het maakt niet uit wat. Mijn lijf heeft er geen oren naar.

Ik voel het. Ik voel het haarfijn aan. En toch kan ik er niets aan veranderen. De klok tikt de uren weg, ik zit. Ik zit, ik vegeteer, ik kijk en blijf kijken naar het scherm. Pep jezelf op! roep ik. Stel je niet aan! verzucht ik. Genoeg nu! Het heeft geen zin. Ik kan mijzelf niet bereiken. Ik voel dat ik er nog ben. Dat is het probleem niet. Maar ik kan er niet aan vandaag, aan mijn zelf. Ik probeer dit, dat, zus, zo. Het werkt niet. Langzaam rolt de erwt door mijn binnenste. Kom op nu, blaas jezelf weer het leven in. Gisteren was alles nog prima, maar vandaag ben ik onbereikbaar.

Het is een vreemd gevoel. Ik besta dubbel vandaag. De ik die ik ben, en die zich verschuilt. En dan de ik die te zien is, mijn lijf. Ze lijken niets met elkaar te maken willen hebben vandaag. Naarmate de dag vordert, wordt het erger. Verder dan naar mijn scherm staren en af en toe op de muis klikken kom ik niet. Wil ik niet komen, lijkt het wel. Hoe hard ik ook probeer, ik krijg geen contact. En het ergste is, ik zal niet alleen zijn vanavond. Ik raak een beetje in paniek.

Ik moet mezelf terug zien te halen, de erwt weer tot lijfelijke proporties opblazen, alvorens ik sociaal moet zijn. Zodra deze gedachte zijn vorm heeft aangenomen voel ik de erwt nog verder weg schieten. Ik wroet. Ik zucht. Verdomme. Ik kan mijzelf niet overrulen. Dat zet me aan het denken. Wie ben ik dan eigenlijk? Waar huist dat ik? In de erwt? In dat andere deel van mij dat voelt dat die erwt er is? In alles? In niets? Ben ik eigenlijk wel? En zo ja, waarom vandaag dan niet? Ik kan er niet omheen, al heb ik geen idee wat het precies is, dit gevoel.

Ik zou voor het eten zorgen, maar ik kan niet beslissen. Ik kan niets beslissen vandaag. Ik kan zelfs niet beslissen of ik wíl beslissen. Ik ben er, ik zit hier, mijn hand gaat omhoog wanneer ik dat wil, en toch ben ik er niet. Dan staat hij voor de deur. Hij praat, hij denkt, hij leeft. Ik bekijk hem, en ervaar het verschil. Hij vraagt naar het eten, ik haal mijn schouders op. Hij vraagt of hij dan zal koken. Ik haal mijn schouders op. Hij vraagt of hij dan iets moet bestellen. Ik haal mijn schouders op. Hij vraagt of ik eigenlijk wel honger heb. Ik voel, ik denk, ik ga na – niets. Ik haal mijn schouders op.

Ondertussen lijk ik mijzelf te observeren. Doe iets. Zeg iets. Voel iets. Verdomme. Niets. Ik krijg mezelf met geen mogelijkheid aanwezig. Ik kan er werkelijk niets op zeggen, ik voel werkelijk niet of ik honger heb. Ik kan alleen beredeneren dat ik wel honger moet hebben, ik heb amper iets gegeten vandaag. Hij bestelt eten. Ik eet. Ik luister naar hem. Ik zeg af en toe iets terug, maar na gemiddeld twee zinnen verlies ik iedere feeling met het gesprek. Ik ben er wel, maar ik ben er niet. Zie mij over het hoofd vandaag, alsjeblieft.

Mijn bord is leeg. Ik heb dus kunnen eten, constateer ik. Mijn scherm lokt alweer. Hij voelt het aan, gelukkig. Hij kent me langer dan vandaag. Hij trekt zijn eigen plan, ik knik. Hij is opgehouden met vragen stellen. Ik bedenk dat een sorry op z’n plaats is. Toch zeg ik het niet. Het woord vindt simpelweg de drang niet om mijn mond in beweging te zetten. Ik hef mijn hand op. Een soort zwaai. Dag. Mijn vinger klikt alweer. De beelden zweven weer over mijn scherm. Ik zie ze. Ik neem ze in me op. Ik doe er niets mee. Ik ben er niet, vandaag.

‘s Nachts val ik uiteindelijk, ondanks mijzelf, in slaap. Ik denk niets, ik denk alles. Wanneer ik ‘s ochtends ontwaak loop ik naar de badkamer. In de spiegel zie ik dat ik vandaag weer precies pas. Mijn lijf zit strak om mijn zelf gespannen. Ik slaak een zucht van opluchting. Ik heb zin in de dag, er moet een hoop gebeuren. Terwijl ik mijn tanden poets kom ik tot de conclusie dat het leven een vreemd iets is. Ongrijpbaar. Ik kijk mijzelf in de ogen, strijk een haar uit mijn gezicht. Zachtjes fluisterend komt het over mijn lippen. Sorry.

16 Reacties

Wenz, ik heb een diepe bewondering voor je.

Geplaatst op 1 april 2008 om 14:35

Wenz’ (ver)Wonderlijke Wereld

Geplaatst op 1 april 2008 om 15:25

Goed getroffen die lethargie, het er niet zijn. Dat je de puf hebt het op te schrijven. Tijdens zo’n dag kan ik het niet en na zo’n dag ben ik veel te blij dat het weer voorbij is om er nog over te willen schrijven.

Geplaatst op 1 april 2008 om 17:53

Raak omschreven, waar haal je het toch vandaan? Een lichaam als kledingstuk voor een ziel? Cool!

Geplaatst op 1 april 2008 om 20:58

Mooi Wenz, mooi…

Geplaatst op 1 april 2008 om 21:35
Michael

Wat je bent is alles en ook niets.
Maar zolang je geniet van dingen en vrij kan zijn ben je ook alles.

Geplaatst op 1 april 2008 om 22:07
Michael

En dank je, voor alweer een prachtig verhaal. Je zit vol prachtige verhalen. Dat is ook alles. En zelfs bijzonder.

Geplaatst op 1 april 2008 om 23:10

mooie woorden wenz… :)

Geplaatst op 2 april 2008 om 06:39

Ik heb er bewondering voor, hoe jij je gevoel kunt beschrijven.

Geplaatst op 2 april 2008 om 07:12

Het is een kunst zo in je terug te zien. Moeten we niet allemaar leren in het duister te leven? Ik wel. (Wat verwaarlozen we als we dat doen?)

Geplaatst op 2 april 2008 om 17:57
Mick

Mooi, en hoe treffend …

Geplaatst op 3 april 2008 om 08:32

Het is een mooi stukje, maar het lijkt op een ander stukje dat je een tijdje geleden hebt geschreven…de titel ontglipt mij even, mijn excuses daarvoor. Niet dat het erg is dat het op een ander stukje lijkt natuurlijk, maar het vertelt wel dat het, schijnbaar, erg belangrijk is om de wisselingen te verwoorden. Desalniettemin vind ik het mooi verwoord en ook vooral erg herkenbaar.

Geplaatst op 3 april 2008 om 10:18

Schaar me achter GobboE, het lijkt een rode draad? Mooi verwoord en herkenbaar, hoewel ik dat laatste zelf een beetje betreur :)

Geplaatst op 3 april 2008 om 14:39

Cin en Gob, bedoelen jullie het logje FFFFFF? Ik heb even teruggekeken, dat is de enige recentelijk die in de buurt komt, al is dat een beschrijving van het tegenovergestelde gevoel. Of is er een ander logje dat ik nu over het hoofd zie? Ben wel benieuwd namelijk, welke jullie met elkaar verbinden. :)

Marius, goeie vraag…

Jack, ik normaal gesproken ook, maar soms, heel soms, kan het juist als inspiratie dienen, achteraf. :)

Geplaatst op 3 april 2008 om 14:52
Michael

Alleen in duisternis, zie je lichtpuntjes. Hoe donkerder de lucht en hoe minder wolken? Des te beter zie je ze.
In Bretagne bijvoorbeeld en lekker kamperen met een mooie katoenen tent en een fijne Coleman lamp, met 200 watt. Goed boek en goed gezelschap en de sleutel van de wijnvoorraad. Lichtpuntjes zijn dan ineens overal.

Geplaatst op 3 april 2008 om 23:11

Het is niet de eerste keer dat jij precies (en onafhankelijk van mij) weet te omschrijven wat er in mijn kop omgaat. Meesterlijk en beter dan ik het kan verwoorden.

Geplaatst op 4 april 2008 om 09:04