*Idiocratie

De mist maakte het rijden er niet makkelijker op, deze avond. Hij tuurde door zijn voorruit en hoopte dat hij snel thuis zou zijn. Nog een half uurtje als het mee zat, dan kon hij zijn schoenen uittrekken en ontspannen. Het was een lange dag geweest, maar wel een goede. Nog vier jaar, verzuchtte hij, en dan mag ik met pensioen. Het was nog best druk op de weg. Was dat een brug daar, iets verderop? Hij drukte zijn bril stevig op zijn neus bij het zien van lichtgele letters. ‘File vanaf knooppunt Amerdeen tot Havingen.’ Ah, een informatiebord. File? Hij mompelde een vloek, wierp een blik op de opengeslagen kaart naast hem op de stoel. Aha! Iets verderop moest nog een afrit zijn, net voor het knooppunt. Volgens de kaart lag daar een druppelvormig stadje, dat kon hem perfect de file doen ontlopen. Van daaruit kon hij na Havingen de snelweg weer op.

Hij reed een eindje verder, de auto’s voor hem leken in aantal toe te nemen. Daar was de afrit al, hij stuurde zijn auto weg van de massa en reed de bocht door. Er was hier geen ander verkeer, concludeerde hij blij. Het zou een minuut of tien omrijden zijn, zo gepiept. De weg kwam uit op een splitsing. Hij kon links, rechts of rechtdoor, een makkelijke keuze. Hij reed de middelste weg op en ontspande. Wat was het hier rustig. Hij kon niet echt ver zien, maar zover de mist het toeliet zag hij niets dan huizen en groen. Geen auto te zien, geen dronken jongeren, geen bussen of trams, en dat in het weekend! Hij kon ongestoord verder rijden. In gedachten liep hij de afgelopen uren nogmaals over. Ja, hij had goede zaken gedaan, als hij nog zo’n dag had deze maand, was hij weer binnen. Een glimlach gleed over zijn gezicht.

De weg die hij volgde kende geen enkele bocht, geen verkeerslicht, geen kruisingen. Zover hij kon inschatten moest hij nu bijna het einde van de weg naderen, en dan links de snelweg weer op. Thuis had hij nog die chocoladecake van zijn kerstpakket staan, het water liep hem al in de mond. Plots doemde er voor hem een spoorboom op. Een overweg? Terwijl hij remde keek hij op zijn kaart. Niets te zien. Hij stopte voor de gesloten slagboom en keek om zich heen. Behalve een grote kast met twee sleuven en de gesloten boom waren er niets dan huizen te zien. Een moment wachtte hij af, maar er gebeurde niets. Hij liet zijn raampje omlaag zoemen en tuurde naar de kast die naast hem stond. Bij de bovenste sleuf stonden de woorden ‘VOF invoeren’, bij de onderste ‘IK invoeren’. Het zei hem niets.

Na nog een minuut of twee gewacht te hebben besloot hij de boom te gaan inspecteren. Misschien kon hij hem opheffen? Hij stapte uit en liep naar de voorkant van zijn auto. Het was koud. Hij legde zijn handen tegen de onderkant van de slagboom en gaf een zetje. Het ding wipte ietsje omhoog. Mooi! Hij zette zijn voeten stevig naast elkaar en duwde nu stevig tegen de onderkant van het ding. Het gaf iets mee, maar op datzelfde moment begon een sirene te loeien. Instinctief liet hij de paal los. Hij plofte van de schrik met zijn achterwerk op de motorkap. Wat een herrie was dat. Beschaamd keek hij om zich heen, wat had hij gedaan?

Alsof het afgesproken was gingen in de huizen rondom hem simultaan alle lampen aan, en vlogen deuren en ramen open. In een mum van tijd stond er een handvol mensen om hem heen. Hij begon zich direct te verontschuldigen, schreeuwend om boven het lawaai uit te komen. De omstanders begonnen tegelijkertijd door elkaar te praten. “…echt nodig?” “Had u niet…” “Wat heeft dit…?” “…gedaan?” Hij kon het niet goed verstaan, maar twijfelde niet aan de strekking van hun woorden. Nogmaals probeerde hij zich te verontschuldigen. Een oude grijze man liep op hem af en nam luid het woord. “Waarom heeft u geen formulier ingevuld?”

Formulier? Vragend hief hij zijn handen op, wenkte de oude man toen zijn auto in terwijl hij zelf achter het stuur plaats nam. Hij wachtte tot de man op de passagierstoel was gaan zitten en de deur had gesloten. “Pardon, maar dit praat iets makkelijker.” De grijsaard knikte. “Wat zei u daarnet? Een formulier?” De oude man knikte wederom: “Ja, een vofje. Zoveel moeite is dat toch niet?” “Een wat?” vroeg hij terwijl hij naar de man leunde. “Een VOF! Een verblijfsomschrijvingsformulier! Voor de gegevens!” De sirene loeide onvervalst verder. “Meneer, ziet u, ik ben hier zojuist binnen gereden, ik heb hier niet gelogeerd, ik wilde alleen de file ontwijken.”

“U kunt niet weg zonder vofje. U bent hier, dus u zult het moeten invullen om verder te kunnen. Daar had u rekening mee moeten houden.” “Ik weet niets van zo’n formulier af…” zei hij vertwijfeld. “Waar kan ik zo’n ding krijgen dan?” De oude man schudde zijn hoofd. “Normaliter bij het postkantoor, maar dat is nu natuurlijk gesloten, dat begrijpt u.” Ja, hij was zich er maar al te bewust van dat hij de bewoners had wakker gemaakt met zijn actie. “Het spijt me meneer, is er een andere manier om aan dat formulier te komen? Dit is tenslotte ook niet prettig voor u. Ik wil alleen maar mijn weg vervolgen ziet u.” De man dacht even na, zuchtte toen diep.

“Zie, Charles van de post heeft in zijn huis nog een kluisje met formulieren. Maar om veiligheidsredenen die u wel zult begrijpen heeft hij niet zelf de sleutel van die kluis.” Hij begreep het niet, maar knikte om de man niet te onderbreken in zijn verhaal. “De sleutel van die kluis ligt bij Wim van Ersken in een kluis. De sleutel van díe kluis bevindt zich dan weer bij de weduwe van de villa hier verderop. En, u begrijpt het systeem, de sleutel van haar kluis is in handen van Rob en Mia, van de bakkerij. Tot zover nog geen probleem, ware het niet dat de sleutel van hún kluis, en tevens de laatste kluis, bij meneer Kroven ondergebracht is. De goede heer, god hebbe zijn ziel, is vorige week aan een hartaanval overleden.” De grijsaard sloeg een kruis.

“Wij hebben zijn huis van top tot teen doorzocht, maar geen sleutel gevonden. Een treurige zaak, zeg ik u. Een treurige zaak.” Ongelovig had hij het verhaal aangehoord. Wat was dit voor vreemde stad? “Meneer, met alle respect, is er geen andere manier om de slagboom omhoog te krijgen en die afgrijselijke sirene het zwijgen op te leggen?” De man schudde zijn hoofd. “Nee, helaas meneer.” Hij sloeg zijn armen over elkaar. “Maar, er zit toch nóg een sleuf in die automaat? Voor een… IP ofzo?” “Een IK, meneer, een inwonerskaart. Daar hebt u niets aan.” “Maar daarmee kunt u dit probleem toch oplossen neem ik aan?” hij greep de arm van de oude man.

“Meneer, de IK is voor bewóners, die gebruiken wij wanneer we verderop moeten zijn. U bent géén bewoner.” “Gaat u mij nu vertellen dat u liever die sirene laat loeien dan uw pas gebruiken om de boom op te heffen?!” Ongelovig schudde hij zijn hoofd. “Precies meneer. Regels zijn regels,” de oude man keek plost erg nors, “en u kunt niet van ons verwachten om voor uw stommiteit op te draaien en daarmee de informatie te vervalsen. Wij houden al jarenlang alle gegevens bij via deze automaat, op een correcte manier, en we zijn niet van plan voor u een uitzondering te maken.” Dit was absurd. Hij voelde hoe hij langzaam zijn geduld begon te verliezen. Hij dacht even na, toen klaarde zijn gezicht op. “Meneer, ik rijd gewoon terug. Dan neem ik wel een andere weg!” De man keek hem spottend aan. “Denkt u dat wij van gisteren zijn? Al deze wegen leiden naar hetzelfde punt: deze slagboom. Als u terugrijdt zou u ten eerste de afrit van de snelweg óp moeten rijden, wat mij niet verantwoord lijkt, maar ten tweede en belangrijkste: als u op de hoofdweg in tegengestelde richting gesignaleerd wordt door ons detectiesysteem zal ook aan die kant een versperring actief worden. Wij hebben er niets aan bezoekers te laten gaan zonder vofje in te vullen, meneer. Daar is over nagedacht.”

“Dus u zegt mij nu dat ik hier moet wachten tot het postkantoor opent morgen? Kan dat niet nu even geregeld worden? Daar liggen toch nog formulieren?” “Meneer, winkels en aanverwanten mogen niet in de nacht openen, dat weet u ook. U zult inderdaad moeten wachten.” Nu begon hij er genoeg van te krijgen, de sirene bleef maar loeien, en hij wilde niets liever dan naar huis. “Wanneer u niet meer de kluis in kunt moet u toch sowieso nieuwe formulieren gaan drukken?” vroeg hij met een gemeen glimlachje. De stugge man was niet van zijn stuk te brengen. “Correct, maar we hebben er nog 47, als ik me niet vergis, en we hebben er gemiddeld drie per jaar nodig, dus we kunnen nog wel even vooruit. Mochten we uiteindelijk moeten overstappen, dan moet ook de automaat vervangen worden. Maar dat is een zaak voor later.”

Boos zakte hij in zijn stoel. “Weet u meneer, u houdt er belachelijke regels op na. Geen wonder dat mensen dit dorp als het even kan vermijden. Ik begrijp nu waarom niemand die afrit nam, maar de file verkoos boven dit drama, en ik had hetzelfde moeten doen!” De oude man keek hem woest aan, maar hij was niet meer te stoppen. “Weet u wat? Gaat u maar lekker de hele nacht naar die sirene luisteren, ik blijf hier wachten tot dat stomme kantoor open is en dan ben ik hier weg. Als u nu mijn auto wilt verlaten?!” Hij leunde zijwaarts en gooide de deur naast de koppige grijsaard open, keek hem dwingend aan. De oude man snoof naar hem en stapte uit de auto. “Graag zelfs! U hebt geen fatsoen meneer! Geen greintje!” Hij smeet het portier met een klap dicht en begon meteen aan de omstanders zijn ongenoegen uit de doeken te doen. Hij sloot zijn deuren af en zakte achterover.

Hij wreef in zijn ogen, zuchtte eens diep. Waar was hij nu weer in beland? Dit was werkelijk te gek voor woorden. De sirene gilde nog steeds, de slagboom bleef dicht. De omstanders keken nu verwijtend zijn kant op, het kon hem niets schelen. Bizar. Hij had er geen ander woord voor. Hij kon hier niet wegraken voor morgenvroeg. Nu ja, in ieder geval konden die bewoners hun nachtrust zeker weten vergeten. Zelf schuld, dacht hij wraaklustig. Hij moest dus een nacht in de auto doorbrengen, voor geen goud zou hij nu zijn veilige onderkomen nog verlaten. Niemand zou een oog dichtdoen met deze herrie.

Bijna niemand, dacht hij grinnikend. Hij reikte met zijn beide handen achter zijn oren, zette met één knip zijn hoorapparaten uit. Een weldadige rust omringde hem direct. Alleen als hij echt zijn best deed kon hij in de verte de sirene nog horen. Rustig zette hij zijn stoel achteruit, ging zo comfortabel mogelijk liggen en sloot glimlachend zijn ogen.

17 Reacties

Haha, een mooie ontknoping!
Is dit hetzelfde stuk wat je eergister onder je handen weg glipte?

Geplaatst op 10 februari 2008 om 15:49

Yep. Heb de fut gevonden om een tweede versie te maken. :)

Geplaatst op 10 februari 2008 om 15:54

het is nauwelijks voor te stellen,
dat de eerste versie krachtiger zou zijn geweest… ;)

respect voor je fut…

Geplaatst op 10 februari 2008 om 17:29

Zul je ook net zien dat het vrijdagavond is, en het postkantoor pas maandag weer open gaat.

Scherp Wenz, al ben ik nu stiekem benieuwd naar de verdwenen eerste versie. Wat me weer doet denken aan de bibliotheek van de Sandman uit de gelijknamige reeks: een volledige bibliotheek vol met bedachte, maar ongeschreven boeken.

Geplaatst op 10 februari 2008 om 19:14

Tja, het heeft dus toch nog voordelen als je doof bent:-))
Het verhaal laat overigens wel heel duidelijk zien, hoeveel mensen er toch zijn die puur dat doen wat ze moeten doen en er geen enkel stapje naast zetten.
Erg zielige mensen, met hun blik alleen naar voren gericht zijn dat.

Geplaatst op 11 februari 2008 om 08:52

het doet enigszins Kafkaiaans aan, Het Proces (dat ken je vast wel :) )

Leuk geschreven Wenz. En idd ik ken oude mensen die als ze dingen niet willen horen gewoon hun gehoor apparaat uitzetten :)

Geplaatst op 11 februari 2008 om 15:18

Haha! Mooi geschreven, mooi plot, mooie zinnen. Ik denk dat je tevreden mag zijn dat je internetverbinding er nu niet uit vloog. Maar even voor mijn nieuwsgierigheid: waarom schrijf je niet lekker in word?

Geplaatst op 11 februari 2008 om 16:00
Michael

Ga eens 6 maanden stage lopen op het Ministerie van Financien.

Ik voelde me net zo! Ze boden me een baan aan, maar ik kreeg de slappe lach (niet dat het daarna niet alleen maar erger werd).

Geplaatst op 12 februari 2008 om 00:07
Michael

Bedrijfsleven gaat (zogenaamd) ergerns over;
maar mensen zien knakken? Vind ik drie keer niks om te zien.
Ik haat uiteindelijk elke vorm waarin mensen samen zijn. Mensen zijn het meest kwalijke wezen dat hier leeft. Vandaar dat zogenaamde broeikaseffect. Mens is het enige dier dat denkt alles te beinvloeden.
Terwijl het maar een diertje is, waar er teveel van zijn. Ha ha

Geplaatst op 12 februari 2008 om 00:11
Michael

Is mijn laatste reactie hier. Ik sla de plank mis. Sorry

Geplaatst op 12 februari 2008 om 00:52
Mick

Haha, tweede versie of niet, ik vind ‘em meesterlijk!

Geplaatst op 12 februari 2008 om 11:21

Prachtig tot en met de laatste zin, een echt Wenz-juweeltje weer, dank je wel.

Geplaatst op 12 februari 2008 om 22:10

allee mevrouw, ge klinkt als een vlaming.. Een prachtig stuk Wenz, volgens mij ben jij ook dol op allemaal regeltjes.. Dat geeft zekerheid, stabiliteit. Zo veel mogelijk procedures, schijnzekerheden inbouwen.. Pragmatiek, flexibiliteit, nee, dat veroorzaakt chaos, alles moet echt volgens de gestelde regels plaatsvinden…

De vlaming –> Hij mompelde een vloek
een prachtige formulering en ik vind het zoooo Vlaams klinken…

Geplaatst op 13 februari 2008 om 21:13
Michael

We haten regeltjes, maar toch is het hele leven er vol van. Ik ga echt niet denken aan mijn pensioen, maar heel erg veel mensen schijnen dat wel te doen.

Ik denk vaak aan de algemene begrafenis die er zal zijn, sinds ik niemand meer wil zien.

Is geen mens die ik meer zou willen zien.
Mensen zijn een verkeerde uitvinding.

Geplaatst op 14 februari 2008 om 02:00

Ik denk dat iedereen in deze wereld een manier kan gebruiken om eraan te ontsnappen. Af en toe :)

Hoewel je het in dit verhaal schijnbaar overdrijft, soms is de wereld zo absurd. Administratie, paperassen, regels, die alle logica tarten.

Geplaatst op 14 februari 2008 om 14:20

Het proces… Gob, ik moet bekennen dat ik die nooit heb gelezen. Vergeef mij, ik heb wel Die Verwandlung laatst gedownload als luisterboek. Ik begin mijn klassiekers in te halen, geduld dus. :)

We haten inderdaad vaak alle regeltjes, maar zonder kunnen we ook niet echt samenleven inderdaad. Alleen: waar is de grens? Tussen handig en overbodig?

Eraan ontsnappen willen we allemaal van tijd tot tijd ja. :)

“een volledige bibliotheek vol met bedachte, maar ongeschreven boeken” -> WAAUW! Dat klinkt geweldig. :)

Waarom ik niet in Word schrijf? Ik weet niet wat het precies is Carice, ik denk dat het begonnen is op mijn vorige log, waar tekst gekopieerd van Word naar de logpagina allemaal overbodige tags en code meenam. was bijna meer werk dat er weer uit te slopen dan het gewoon meteen daarin schrijven. Word heeft ook iets naargeestigs, vind ik. Ik heb een hekel aan blauw, heb zelfs mijn wordpress beginpagina aangepast naar grijs. Misschien is dat het? Ik gebruik tegenwoordig ook alleen nog Open Office, maar loggen blijf ik toch stug in mijn logvenster doen, het heeft iets stimulerends, ik kan het niet goed uitleggen merk ik. :P :D

Geplaatst op 14 februari 2008 om 20:58

adembenemend verhaal, het doet me denken aan de vrouwen van Stepford en boeken van Orwell.

ik begrijp wel dat je direct in je log wil schrijven, het is direct, knippen en plakken voelt als tweedehands. Ik doe het wel, maar verbeter nog altijd een beetje als het in het beheer staat.

Geplaatst op 15 februari 2008 om 10:33