*(Z)onderling

Ik wandel de zolderverdieping op, zie de oude meubels. Dit is lang geleden zeg. Mijn broer grijnst, herinner jij je dit nog? ‘Wel voorzichtig zijn, ik ga hier wonen met mijn vriendin’. Ik knik, natuurlijk. Het feest is al in volle gang, wanneer ik binnen wandel feliciteert iedereen me, druk door elkaar roepend en joelend. Hoe aardig ik dit verrassingsfeest ook vind, eigenlijk heb ik er geen zin in. De mensen om mij heen zijn bijna allemaal dronken, en gedragen zich daar ook naar. De meubels zijn van hot naar her gesleept, hier en daar ligt braaksel op de vloer en bier wordt overal op en onder geknoeid. Ik krijg tranen in mijn ogen en voel me ongelukkig. Ik pas hier helemaal niet tussen. Een meisje dat blijkbaar een van mijn vrienden is, trekt me naast haar op de bank en vraagt luidruchtig en giebelend of ik het ook zo’n geweldig feest vind. Ik knik maar, en sta weer op. Ik kijk de ruimte rond, realiseer me dat het echt een puinhoop begint te worden. Ik probeer hier en daar de vloerbedekking schoon te schrobben, maar het is onbegonnen werk: iets verderop staat alweer iemand over te geven. Ik sta daar, verloren tussen mijn vrienden.

Dan trekt mijn vriend me mee naar buiten. Op straat staan allemaal mensen, er zal wel een of andere parade bezig zijn, maar ik kan niet tussen de massa door kijken dus ik heb geen idee wat er gebeurt. Met het nodige tempo word ik langs alle mensen geleid. Dan zie ik opeens een oude bekende in het publiek staan, die ik al tijden niet meer heb gesproken. Ik tik hem op z’n schouder en we zijn blij elkaar te zien. Ik wil bijkletsen, maar er wordt hard aan mijn arm getrokken: we moeten verder. Ik roep nog over mijn schouder dat we snel gaan afspreken en struikel vooruit. We lopen verder en staan weer voor de deur waar ik zojuist uitgewandeld ben. We lopen de trappen op naar de zolder en zijn weer op het feest. Ik vlucht de keuken in en voel me weer verdrietig. Wat moet ik hier? Om een of andere reden loopt het feest ten einde, het gezelschap begint naar buiten te druppelen, om op straat nog luidruchtig afscheid van elkaar te nemen. Ik loop achter hen aan, sta buiten tussen de mensen en kijk om me heen. Daar is de man met de lange haren, losjes in een paardenstaart bijeen gehouden. Hij loopt op me af en kust me op mijn mond. De kus duurt veel te lang, ik zoek met mijn ogen naar zijn vriendin die hier buiten ook ergens moet staan en maak me voorzichtig los uit zijn omhelzing.

Ik heb opeens een rolstoel vast, mijn vriend een fiets. De straten zijn opengebroken en we moeten langs alle wegwerkzaamheden laveren. Hij gaat veel sneller vooruit omdat een fiets makkelijker is dan deze rolstoel, ik roep nog dat ik hem niet bij kan houden. Hij roept dat hij de auto wel gaat halen, dat ik even moet wachten binnen. Ik draai me om en loop zonder rolstoel maar mét tegenzin weer richting de vriendenmassa op straat. Plots wordt mijn hand zacht vastgenomen. Ik kijk op en zie een van de feestgangers. Hij is de enige nuchtere van het gezelschap, ik voel opluchting. Hij trekt me mee naar binnen, waar het nu rustig is. Ik kijk rond naar de schade aan de zolderverdieping, en met een brok in mijn keel begin ik op te ruimen. Ik reik omhoog om een groene slinger van de muur te halen wanneer hij achter mij komt staan. Hij slaat zijn armen om me heen en legt zijn kin op mijn schouder. ‘We ruimen het samen wel op.’ Ik voel zijn warmte, ben de eerste keer deze avond eventjes blij. Ik draai me om en voel dat ik hem wil kussen. Bedenk me dat mijn vriend op dit moment de auto aan het halen is, en dit dus alles behalve netjes van mij is. Maar wat is hij mooi, wat is hij lief. De spanning is te snijden tussen ons.

Dan word ik wakker. Met gemengde gevoelens loop ik mijn droom in gedachten nog eens over. Een feest, opgebroken straten, een zolderverdieping, het zijn allemaal logische elementen. Voor ik ging slapen heb ik nog bedacht dat ik de cadeautjes voor de vriendin die vanavond haar feest geeft, moet inpakken. Een paar uur daarvoor mailde ik mijn broer om te vragen wanneer zijn liefje bij hem komt wonen. Op de fiets had ik die middag langs wegwerkzaamheden gefietst, en online had ik meer dan honderd huizen bekeken. Maar waarom was ik zo verdrietig? Waarom liep ik daar zo verloren rond? Waarom waren de vrienden in mijn droom allemaal mensen die ik nog nooit gezien had? Alleen mijn broer zag eruit als mijn broer. Ik had laatst gelezen dat je hersenen geen nieuwe gezichten verzinnen in je dromen, maar uit je herinnering putten. De man die in je droom je opa is, kan de bakker op de hoek zijn, waar je als vierjarige peuter brood bij hebt gehaald. Ik lig stil in bed, vraag me af hoe mensen dat kunnen onderzoeken. Of dat wel mogelijk is, en hoe ze dan aan die informatie zijn gekomen. Nu ja, het is tijd om op te staan.

-

Na de lange treinreis ben ik blij om op het feest aan te komen. Mijn vriendin is uitgelaten, ze is tenslotte jarig. Al onze vrienden zijn er, we praten urenlang en hebben het erg gezellig. Rond een uur of één heb ik het wel gehad, en wordt het tijd naar mijn logeeradres te wandelen. Een van mijn goede vriendinnen loopt mee, zij woont daar ook in de buurt. Druk pratend steken we de spoorweg over. We passeren een drietal mensen. Plots stokt mijn adem in mijn keel. Ik draai me om, en kijk recht in de ogen van één van het drietal mensen. Hij staart mij met even grote ogen aan. “Wacht even…” weet ik schor uit te brengen tegen mijn vriendin. Ik loop langzaam op de man af die ik nu al tien seconden sta aan te staren. ‘Ok, dit mag misschien bizar klinken, maar ik heb gisteren van jou gedroomd.’ Hij schiet in de lach: ‘Dat kun je niet menen, jij zat ook in mijn droom…’ Ik kijk hem ongelovig aan. Hij is het echt. Mijn vriendin en zijn vrienden kijken minstens zo vreemd naar ons. “Ok,” zeg ik met hervonden stem, “waar kan ik jou ooit eerder zijn tegengekomen? Je moet in mijn herinnering hebben gezeten, terwijl ik dacht je nooit eerder gezien te hebben. Heb je ooit in dezelfde stad gewoond? Op dezelfde school gezeten? Bij hetzelfde bedrijf gewerkt?” Hij kijkt me doordringend aan, en vraagt wat ik heb gedroomd.

Tegelijkertijd beginnen we te spreken.
“Er was een feest voor mij georganiseerd…”
“Ik was op een feest…”
We kijken elkaar met stijgende verbazing aan, praten door elkaar.
“Het was een druk feest, iedereen was dronken.”
Ik vul aan: “En het was een puinzooi op de zolder.”
“Bij mij was het gewoon een woonkamer,” zegt hij, “maar buiten was ook van alles te doen.”
“Ja, er stonden rijen mensen!”
“Geef me je mailadres, ik wil dit verder uitzoeken. Hoe hebben wij bijna hetzelfde kunnen dromen?”
“Inderdaad! Geen idee, dit is zonder twijfel het meest idiote voorval in mijn nuchtere leven. Maar goed: ik vond er niets aan en wilde weg. Maar mijn vrienden haalden me over nog te blijven.”
“Ik ging weg maar kwam weer terug…”
“En toen zag ik jou, en opeens was iedereen weg, en jij begon op te ruimen…”
Ik grinnik en knik. We aarzelen allebei een moment, schieten in de lach omdat dit al bevestiging genoeg is.
“Precies,” zeg ik, “en toen zochten we, uhm… toenadering tot elkaar…”
“Ja, ik omhelsde je. En toen begonnen we te zoenen… en toen trok ik je mee naar de badkamer, en daar eh… hebben we de eh… liefde bedreven.” Hij grijnst.
“Wat?! Balen. Dan ben ik te vroeg wakker geworden!”

13 Reacties

(z)onderonsje… ;)

Geplaatst op 18 januari 2008 om 14:58

Ja nu zal ze misschien nooit weten hoe koud de badkamertegeltjes waren.

Geplaatst op 18 januari 2008 om 15:08

Haha! In fictie hoeft er toch niets tussen droom en daad te staan?

Geplaatst op 18 januari 2008 om 15:52

een droom in een droom.

Geplaatst op 18 januari 2008 om 16:36

Grinnik, Martine, inderdaad, maar zo is het verhaal naar mijn mening leuker dan als ze haar zin krijgt. ;)

Hahaha Carol, ik wilde eerst slaapkamer zeggen maar vond dat afgezaagd, en dacht, laat ik een alles behalve romantische, warme, gezellige plaats noemen. :P Er vanuit gaande dat ze niet onder de douche zijn gaan staan heb je waarschijnlijk nog gelijk ook. :P

Geplaatst op 18 januari 2008 om 16:49
girl on the run

Ben blij dat ze elkaar in werkelijkheid zijn tegengekomen :)

Geplaatst op 19 januari 2008 om 00:45

Eerst kreeg ik kippevel van dit verhaal, maar toen dacht bij mezelf, dat kan dus nooit.
De man ontmoeten waar je van gedroomd heb en dat die man ook nog eens van jou gedroomd heeft.
Maar wel jammer natuurlijk, veel te vroeg wakker geworden:-))))

Geplaatst op 19 januari 2008 om 10:30

Een geheel nieuwe variant van voor het zingen de kerk uit gaan.

Geplaatst op 19 januari 2008 om 21:30

Het zou het begin van een magisch-realistisch verhaal in de stijl van ‘De Komst van Joachim Stiller’ kunnen zijn.

Geplaatst op 20 januari 2008 om 11:04

Ik zit hier nu met een hele grote glimlach!

Geplaatst op 20 januari 2008 om 11:33

Geniaal stukje, echt heerlijk. Geestige conclusie ook . Het leuke is dat het je op dit stukje ook de dromentheorie dvan Jung kutn loslaten, waarbij de onopgeruimde zolder en de huiskamer (met vrienden) ook echt een onderbewustzijn-betekenis hebben.

Geplaatst op 20 januari 2008 om 12:09

dag wenz

dit verhaal heeft inderdaad iets weg van Magisch Realisme.
Het gevoel van ‘alleen’ zijn tussen je vrienden of op een feestje is ook wel herkenbaar…dat zijn zo van die momenten waarop je je beter rustig terugtrekt met je laptop, een mooi muziekje op de achtergrond en een kop warme chocolademelk…

Geplaatst op 20 januari 2008 om 15:54

Hm, en nu ga ik iets in de war gooien, denk ik, over het ‘geen nieuwe gezichten maken in een droom’.

Toen ik vijftien was, droomde ik, dat ik in de bus zat…samen met mijn leraar Frans, waar ik toen heftig verliefd op was. Tijdens de rit, veranderde het gezicht van die leraar in het gezicht van een -voor mij- onbekende man.

Drie jaar later ontmoette ik de man, met wie ik zou trouwen…en met wie ik twee kinderen kreeg. Dat is op zich al een heel bijzonder verhaal (te lang voor deze space)…maar -je raadt het al- ik herkende hem meteen…het was de man uit de bus…

(En hoewel ik toegeef -ook- graag fictie te schrijven…is dit verhaal helemaal waar…)

Geplaatst op 28 januari 2008 om 21:57