*Menselijkheid op een kluitje

“Zullen we dan even buiten een sigaretje gaan roken? Je computer is toch nog wel even bezig.” zeg ik tegen haar.
“Goed idee. We gaan wel naar de binnenplaats, daar is het rustiger.”
We trekken onze jassen aan en wandelen de gangen door. Wanneer we de glazen deur naderen zie ik een man staan.
“Wie is dat?”
“Oh, dat is Peter. Hm, heb ik eigenlijk niet zo’n zin in, maar vooruit.”
We openen de deur en stappen de grauwe binnenplaats op.

“Die krant was een goed idee van je Peter, anders zijn die tegels veel te koud om op te zitten.”
We scharen ons rond de asbak en steken onze sigaretten aan.
“Ze willen de drie locaties weer samen gaan voegen, trouwens. Nu is het zo lastig als je meerdere dingen moet.”
“Lange termijn plan zeker?” vraag ik. Ze knikt.
Pieter reageert fel: “Dat gaat echt niet gebeuren, weet je. Ik bedoel, mijn vriendin kent de directeur van hier, Van Doorsel. Ik bedoel, ik ken die man. Die laat dat echt niet gebeuren. Echt niet. Ik ken die man. Het draait allemaal om geld. Niets anders. Echt. En trouwens: wat doen ze dan wanneer er een ramp gebeurt?”
“Een ramp?”
“Ja,” zeg ik, “met drie locaties heb je er altijd nog twee over als er iets met een van de gebouwen gebeurt. Toch?” Ik kijk hem vragend aan.
“Precies ja. Precies.”
“Wat voor ramp zou er dan gebeuren?” vraagt ze.
“Een tsunami bevoorbeeld?” grap ik. We lachen gedrieën en roken verder.
“Jij hebt alle kleuren van de regenboog in je haar! Dat gaat van aubergine tot rood tot bruin tot zwart. Dat kan volgens mij niet natuurlijk zijn.” zegt hij, mijn haren bekijkend.
Ik schud mijn hoofd. “Inderdaad.”
“Wel mooi zeg.”
“Dankjewel. Ik ben er zelf ook wel blij mee.”
“Mag ik je haar even aanraken?”
“Nee.” zeg ik.
Zij kijkt me aan met een blik van ‘ goed dat je je grenzen weet aan te geven’.
Ik kijk terug met een blik van ‘Ja, mijn grenzen… die weet ik feilloos te vinden; maar mogelijkheden, dat is een ander verhaal. Mogelijkheden beperken zich in mijn visie tot kiezen wat ik op mijn brood wil ‘s ochtends. Grenzen daarentegen kan ik je zo op een lijst schrijven. Geïnteresseerd?’, al betwijfel ik of ze mijn blik helemaal juist kan interpreteren.
“Nu moet ik opeens aan dat liedje van Ramses Shaffy denken. Hoe heet het ook weer? Dan wil hij ook de hele tijd aan iedereen fröbelen..” ze denkt na.
“Weet je wat Shaffy tegenwoordig doet? Mijn zus woont op de grachten in Amsterdam, naast Shaffy. Weet je wat die de hele dag doet?” Hij maakt een drinkgebaar met zijn hand bij zijn mond. “Die zuipt zich nog dood.”
“Dus hij weet zelf waarschijnlijk ook niet meer hoe zijn nummers heten?” opper ik.
“Haha, ja, daar moet hij Liesbeth voor bellen dan.” roept ze. We grinniken.
“Mag hij blij zijn dat hij zijn cd’s nog heeft. kan hij het daar nog op opzoeken.” sluit ik af.

“Peter, we gaan weer naar binnen” zegt ze terwijl ze haar sigaret dooft. “Het is koud hier.”
“Weet je trouwens hoe die paal hier is gebouwd? Met die baleinen?”
“Ja, dat heb je me al verteld Peter. Met een tekening erbij geloof ik zelfs.”
Hij is onverstoorbaar. “Dat is ingewikkeld hoor. Lengtelijnen en breedtegraden enzo!”
“Ja Peter. Sterker nog, de eerste dagen dat ik hier was, hebben wij samen al over die paal gepraat.”
Ik knik bevestigend.
“Echt waar?”
“Ja echt. We hadden het er zelfs nog over dat je, als je het echt niet meer ziet zitten hier, die paal kunt gebruiken om je aan op te hangen.” We lachen weer.
“Ja!” Peter is weer op dreef. “En dat we dan hier in de perkjes een leuk klein begraafplaatsje maken! Of nee, dat we de mensen die wíj hopeloos vinden gaan ophangen daar!” We liggen dubbel terwijl we het ons voorstellen.
“Hoe doe je dat eigenlijk? Hoe kom je bovenin?” Hij bekijkt het gevaarte achter ons, dat waarschijnlijk voor kunst moet doorgaan.
“Dan vraag je de begeleiding toch? Daar zijn ze voor!” lacht ze. “Dan gaan die allemaal op elkaars schouders zitten en jij bovenop, en dan gewoon weglopen.”
Hij knikt en lacht hard mee.
“Maar Peter, wij zijn er weer vandoor. Tot later!”
Hij praat nog wat verder in zichzelf terwijl wij naar binnen gaan. We lopen de gangen weer door naar haar kamer.

“Waarvoor zit hij hier?” vraag ik als we weer op haar bed zitten.
“Manisch. Ik praat graag met hem hoor, hij weet over alles wel iets te zeggen, en meestal nog wel iets intelligents. Maar soms is hij me echt teveel hoor.”
Ik zeg dat ik me dat goed kan voorstellen. “Maar hoe is het met jou?”
We praten. Ondertussen zet ik muziek van mijn op haar laptop. “Hoe lang hebben we nog tot etenstijd?”
“Nog drie kwartier. Dat halen we wel, toch?” Ik knik.
“We halen je 31 december op rond een uur of één, is dat goed?” Ze knikt. We hebben er zin in.
“Blijven er eigenlijk mensen op de afdeling op Oudejaarsavond? vraag ik.
Ze denkt even na en knikt. “Peter en Harm. Die blijven.”
Ik stel me voor hoe het is om op de tijdelijk bijna uitgestorven afdeling het nieuwe jaar in te moeten gaan. Mijn hart breekt bijna.
“Dat is ook sneu.”
De woorden die ik spreek dekken weer eens totaal niet de lading van wat ik voel. Ze knikt.
We praten verder. Na een half uur komen we tot de conclusie dat we moeten durven. Om ons leven te veranderen, moeten we lef hebben en het doen. We weten theoretisch wel hoe de vork in de steel zit, maar de uitvoering, daar schort het nog aan.
“Waarom doen we het eigenlijk niet?”
Ik denk even na. Voel dan de harde waarheid. “Weet je wat het probleem is? We weten wel wat we moeten doen, maar we geloven er niet in. We denken eigenlijk, als we eerlijk zijn, dat het leven, nu – zoals het is, beter is, prettiger, dan wanneer we erdoorheen gaan en veranderen.” Hoe stompzinnig het ook is, het is absoluut waar, voel ik.
“2008 wordt het jaar van het lef! Ja. Dat moeten we afspreken. We gaan dit jaar lef hebben, en doen wat goed voor ons is. Lief zijn voor onszelf, dat ook, maar vooral lef hebben!”
“Ja!” zeg ik. “Je hebt helemaal gelijk!”
“Afgesproken?” ze steekt haar hand uit.
“Deal. 2008 wordt het jaar van het lef voor ons.” Ik grijp haar hand en we kijken elkaar aan. Ik zie het vuur in haar ogen. Ze werkt zo keihard, en ze gaat vooruit. Ik ben trots op haar, en trek haar tegen me aan.
We knuffelen even, het is alweer tijd om afscheid te nemen.

“Tot overmorgen dan, jij neemt de oliebollen mee hè?” Ze knikt en we grijnzen naar elkaar.
“Fijn dat je Nieuwjaar bij ons kunt vieren, echt. Tot snel lieverd.”
“Tot snel! 2008! Het jaar van het lef!”
Ik knik, “Absoluut!” en loop de gang in; zwaai nog even naar haar.
De weg van haar kamer tot de ingang van het psychiatrisch ziekenhuis is mij onderhand ook al aardig bekend, al bijna vier maanden loop ik deze weg wanneer ik haar ga opzoeken.
Terwijl ik de hoek om wandel bedenk ik dat er zoiets moet bestaan.
Het moet te voelen zijn.
Het moet aan te boren zijn, en dan wordt alles beter.
Ik screen mijzelf en kom tot de conclusie dat het bij mij ontbreekt. Totaal.
Lef.
Ik heb het niet.
Nog niet.

18 Reacties

ik dacht in het begin van het verhaal dus dat het over roken op je werk ging. en lef daar hebben meer mensen een gebrek aan. en het is zo leuk. lef.

Geplaatst op 2 januari 2008 om 19:38

Wenz: koningin van de verrassende laatste alinea ;-)

Geplaatst op 2 januari 2008 om 20:10

Waar haal je het vandaan, dat is de vraag.

Geplaatst op 2 januari 2008 om 20:40

Hmm, ik ben net klaar met het boek: Veronika decides to die.. Psychiatrisch hospitaal, lef! Dat is een voornaam onderwerp in dat boek, lef, om te leven, uit te spreken, jezelf te zijn. LEF-LEVEN…

Een jaar vol le(f)ven Wenz!! Enjoy it..

Geplaatst op 2 januari 2008 om 21:23

Kost dit opschrijven en op internet zetten dan geen lef?

Geplaatst op 2 januari 2008 om 22:23

Dit keer ben ik het met Zach eens.

Geplaatst op 3 januari 2008 om 00:17

lef is net als geluk, een momentopname… ;)

Geplaatst op 3 januari 2008 om 02:24

Nou, dit verhaal heb ik met tranen in de ogen gelezen . Ik ben zo blij voor jullie dat het thema voor 2008 lef is.
Heel moeilijk en heel gewaagd, maar als ik jullie een ruggesteuntje mag geven, iedere verandering is gioezelig, omdat je niet weet wat er komt, maar als de verandering er door is, kun je je op je schouder kloppen omdat je lef hebt laten zien.
Knuf Mieke

Geplaatst op 3 januari 2008 om 08:48
Niemand

Interessant verhaal.

Niet lang geleden las ik net als Marcel Veronika decides to die (van Paulo Coelho) en ik wed dat je dat boek prachtig zult vinden, Wenz! Ik raad het je ten zeerste aan. Het meeste lef heb je nodig voor het openslaan van het boek, daarna sla je het wellicht pas dicht als je het uit hebt. :)

Geplaatst op 3 januari 2008 om 09:20

Jaaaa, Veronika besluit te sterven heb ik ook gelezen. Mooi boekje inderdaad. Ik zag het niet aankomen in ieder geval. :) Dat boek is ook menselijkheid ten top inderdaad. :)

Geplaatst op 3 januari 2008 om 10:53

Mooi Wenz! Een gelukkig en gewaagd nieuwjaar gewenst!

Geplaatst op 3 januari 2008 om 10:56

Misschien Wenz, maar dapper ben je zeker en dat maakt een hoop goed, en trouw en liefde en vooral je grote schrijfvermogen doen de rest.
Ik wens je een prachtig 2008, waarin oude wensen in vervulling gaan en nieuwe kunnen groeien..

Geplaatst op 4 januari 2008 om 01:13

Als je “lef” eenmaal voelt lijkt het iets vanzelfsprekends te zijn. Het was er dus altijd al.

In ieder geval een roekeloos, onverantwoord en hondsbrutaal 2008 gewenst

Geplaatst op 4 januari 2008 om 11:09

Geweldig, die handschoen, gewebkijk! :D

Hahaha jack. :P

Dankjewel Martine. :)

Geplaatst op 4 januari 2008 om 22:02

Nou hoor… ;-)

Geplaatst op 5 januari 2008 om 15:09

“We denken eigenlijk, als we eerlijk zijn, dat het leven, nu – zoals het is, beter is, prettiger, dan wanneer we erdoorheen gaan en veranderen.”

Dat te durven zeggen, in een tijd waarin verandering geen keuze is maar een plicht, getuigt toch wel van enig lef!

Geplaatst op 7 januari 2008 om 12:11

Ik heb het lef om je een machtig mooi nieuw jaar te wensen…ik hoop dat je me dat niet kwalijk neemt, anders durf ik het nooit meer iemand te wensen…;) Grapje, het beste voor 2008 met alles.

Geplaatst op 7 januari 2008 om 18:07