*Ontdaan

Zo veel te veel van alles dat het niks kan worden, hectiek leidt alleen maar tot een maagzweer, tactiek is een betere insteek. Maar waar is de tact gebleven? Een piranha heeft meer fatsoen dan de gemiddelde verbitterde egoïst. Tactisch gezien moet ik mijn mond houden. Tactisch gezien moet ik de hand in eigen boezem steken, de enige manier om spiegel te zijn. Maar vandaag niet. Vandaag is een dag voor compromisloos gespuw. Ik ben ze ziek, de mensen met korte lontjes, de mensen met grote bekken, de mensen met apathische blikken, de mensen met het verstand van een kurk, de mensen met evenveel beleefdheid in hun afzakkende lijf als de gemiddelde terminale patiënt levensvreugde bezit.
Waarom moet het zo?

Waarom lompheid, stompzinnigheid, klootzakkerigheid? Wat haal je eruit? Je zuigt de ziel leeg van degene die je zojuist vernederd hebt? Je vindt dat een mens moet vechten voor zijn bestaan? Ik vecht voor het recht jou het zwijgen op te leggen, je alles uit handen te nemen. Op het ene log lees ik over bizar norse bediening, op een ander over ruziezoekerij om een opmerking van een kind. Ik hoor van scheldpartijen om een stuk stoep, bierglazen die in ogen worden gestoken, kwade bestuurders op de weg, kwetsende opmerkingen met vergaande gevolgen. Is het ons nieuwe doel geworden om ten koste van anderen ons eigen miezerige bestaan belangrijker te laten lijken? Wie vindt de wereld nog leuk tegenwoordig?

Maar ik dwaal af. Hectiek. Mijn hoofd loopt over van niksigheid, van lijstjes die sneller groeien dan ze weggewerkt kunnen worden. Van doelen die zichzelf voorbijstreven. Blaren op mijn handen en krassen op de plaat, lood in mijn schoenen en vliegende tijd. Ik schrik ‘s nachts vaker wakker van triviale gedachten dan van de jankende honden bij de buren. Ogen open, donkere kamer, duistere gedachten over brieven posten, mensen mailen, dingen zoeken, zaken onthouden. Laat me slapen, morgen ligt mijn lijst gewoon op tafel. Hoe stop je een in werking gezette machine? Ik probeer een stok in mijn wiel te steken. De splinters vliegen om mijn oren. Ik probeer een halt toe te roepen. Mijn stem sterft weg in het gedruis. Ik loop leeg, langzaam maar gestaag. Sleep mezelf de douche in.

Warm water, voor mij doemt het lijstje weer op, zwevend in het midden van de badkamer, groeiend tot immense proporties. Ik draai me om. Met het scheermes ontdoe ik mijn oksels van stoppels. Dan voel ik het. Opeens is het me duidelijk. Strategisch ga ik te werk. Zit er haar op tenen? Nu in ieder geval niet meer. Langzaam werk ik omhoog. Mijn benen, het punt waarop ze samenkomen. Dan mijn armen, van pols tot schouder. Dat kan nog beter, van boven naar beneden en van links naar rechts, van voor naar achter en in de rondte. Ik voel het gebeuren. Dan zijn mijn wenkbrauwen aan de beurt. Geruisloos verdwijnen ze in de afvoer. Dan de nek, gestaag richting voorhoofd werkend. Slierten zwart rond mijn voeten, krullend druipen ze af. Ik laat mijn hand over mijn natte, kale schedel glijden.

Nog één ding te doen. Ik ga voor de spiegel staan, trek een voor een mijn wimpers uit. De laatste leg ik in de palm van mijn hand, blaas hem theatraal weg. De Egyptenaars begrepen het al veel eerder dan ik: ontdoe je van alle lichamelijke ballast, dan volgt de geestelijke rust vanzelf. Ik kijk naar mezelf, of wat er van over is. Holle ogen onder een kale schedel, knokige armen langs het naakte lichaam hangend. Opeens begrijp ik de mensen die beweren een lichaamsdeel teveel te hebben. Ik kan me helder voorstellen mijn linkerbeen te amputeren, puur omdat het er niet lijkt te horen. Niet nodig nu, dit is genoeg. Dit is het. Meer is er niet. Meer doet er niet toe. Leegte vult de ruimte. Een voorzichtige glimlach breekt door.

Ik trek mijn strakste spijkerbroek aan, mijn meest smetteloos witte shirtje. Statig daal ik de trap af, omlijst mijn ogen met kohlpotlood. Zonder angst, zonder haast, zonder druk, zonder zenuwen bekijk ik mijn te-doen notities, ze reiken van vloer tot plafond. Hier ben ik, kom maar op. Ik voel me herboren. De rust zelve neemt haar pen te hand en begint te schrijven, steekt de armen uit de mouwen en begint aan te pakken. Alles lijkt lichter, overzichtelijker, gestript tot de essentie. Mijn leven is onbelangrijk genoeg, nietig tot op het bot, perfect geschikt om geleefd te worden zonder pretenties, zonder stress. Dit ben ik, niet meer en niet minder. Ik werp een blik door het raam en zie mijzelf weerspiegeld. Ik ben even onbeduidend, even belangrijk, even niets en alles als de dingen die gedaan moeten worden, en dat stelt me in staat om ze te doen. Oordelen is voor de vastklampende drenkelingen in de draaikolk van zelfingenomenheid. Ik ben niets. Ik ben alles. Ik ben naakt, en naakt toon ik mij aan dit leven.

27 Reacties

intens, beklemmend, wonderschoon. een pareltje mag ik wel zeggen.

Geplaatst op 23 november 2007 om 18:48

Prachtig…

Geplaatst op 23 november 2007 om 20:10

Wat weet jij mij toch genadeloos te raken en boeien met wat je schrijft. Respect.

Geplaatst op 23 november 2007 om 22:54

Mijn buik kromp tesamen terwijl ik dit las.

Geplaatst op 24 november 2007 om 08:19

Mindblowing!! Ik geloof dat ik even moet gaan bijkomen. Pfew! Intens, mooi en een beetje angstaanjagend.

Geplaatst op 24 november 2007 om 12:23

W A U W !

Geplaatst op 24 november 2007 om 13:33

Foto’s! =)

Geplaatst op 24 november 2007 om 14:42

tering. geweldig geschreven.

bij de eertse 2 alinea’s sluit ik me geheel aan. dat gaat ook door mijn hoofd. niet een glas maar een fles sloeg voorgoed mijn wang in een litteken. als ik straks 80 ben en in de spiegel kijk sta ik weer midden in die nacht die ik vergeten wil.

Geplaatst op 24 november 2007 om 15:19

Thanks iedereen.

(David: het is fictie hoor. :))

Frommel, ook jij zo’n ervaring? De wereld is bizar. Het litteken in mijn gezicht komt in ieder geval nog door mijn eigen stommiteit. :/ :)

Geplaatst op 24 november 2007 om 15:23

Duizendmaal beter niets te willen houden dan iets te houden wat je niet wilt.

Geplaatst op 24 november 2007 om 16:49

Schat, wat kan je toch heerlijk schrijven.

Geplaatst op 24 november 2007 om 20:06

Fictie? Duh! ;-)

Geplaatst op 24 november 2007 om 20:49

Ja, je schrijft erg goed.

Geplaatst op 24 november 2007 om 22:32

Mooi puur Wenz. :)

Geplaatst op 25 november 2007 om 17:29

(Ben ik zeker weer de enige die zat te lachen om al dat kale gedoe?)

Geplaatst op 25 november 2007 om 17:31

Het is bijna jammer dat dit ‘fictie’ is. Hier spreekt een soort van bevrijding en het vastzitten van de mens in al zijn kwetsbaarheid, maar ook met veel en heel veel lef.

Geplaatst op 25 november 2007 om 18:47

Intens.

Carpe Diem
Natasza

Geplaatst op 25 november 2007 om 20:47
Jonas Bananen

Niet de enige; bij mij brak mijn eerste echte glimlach sinds dagen door ;) Complimenten Wenz. Ik zit er zowaar over te denken het ook eens te proberen!
—————————
Carol

(Ben ik zeker weer de enige die zat te lachen om al dat kale gedoe?)
—————————

Geplaatst op 26 november 2007 om 09:48

Zo, dat is griezelig: een hoofd zonder haar en wimpers (Pink Floyd – The Wall (film)).

Maar wel heel beklemmend en mooi geschreven.

Geplaatst op 26 november 2007 om 17:07

Je hanteert een scherp fileermes. Snel, hier heb je wat kleren, voordat de haaien komen en zich bedrinken aan de wijn die je schenkt.

Geplaatst op 27 november 2007 om 18:49

Vlijmscherp, Wenz. Doe je wel een muts op als je naar buiten gaat (alsof ik jou dat moet vertellen :) )?

Geplaatst op 27 november 2007 om 20:18

:)

Geplaatst op 28 november 2007 om 15:47

Schitterend. Ik verleng het lidmaatschap van jouw fanclub weer met een jaartje.

Geplaatst op 1 december 2007 om 13:19

Doet me denken aan iemand die zich letterlijk wegschoor, laag na laag tot er niets meer over was. Ook fictie uiteraard. Kan me er in vinden maar heb toch gewoon mijn haar maar ijdel rood geverfd :)

Geplaatst op 4 december 2007 om 12:22

Mooi…

Geplaatst op 8 december 2007 om 15:50

Je omschrijving van gedachten blijft echt geweldig..ik lees de oude meesters als Woolf in je terug…heerlijk

Geplaatst op 11 december 2007 om 10:55

Haha jack, wat zeg je dat toch mooi. :D

Geplaatst op 12 december 2007 om 14:22