*Beproeving

Hij was benieuwd of het mogelijk was. Theoretisch gesproken moest het kunnen, maar hij wist uit ervaring dat dat niet genoeg was: de praktijk gooide vaak roet in het eten. Ditmaal kwam het er op aan of hij bij bewustzijn kon blijven tijdens de uitvoering van het experiment. Hij had al tijden geleden geleerd dat maar weinig mensen enthousiast konden worden gemaakt voor zijn ideeën, laat staan dat ze proefpersoon wilden zijn. Hij stond er dus ook ditmaal weer alleen voor.

Geconcentreerd trof hij alle voorbereidingen. Maandenlang had hij onderzoek gedaan, met als eindconclusie dat er geen enkel obstakel was dat de uitvoering van zijn idee onmogelijk maakte. Onethisch wellicht, in de ogen van leken, maar daar kon hij niet van wakker liggen. Nog eenmaal doorliep hij in gedachten het moeilijkste stuk van het experiment, het gedeelte dat hij op de tast zou moeten doen. Als hij die koeienkoppen niet had kunnen krijgen van die jongen in het slachthuis, zouden de voorbereidingen allemaal veel langer geduurd hebben. Hij was er klaar voor.

Het varkenshart was aangesloten op het systeem, het bloed werd netjes rondgepompt. De aders waren klaar voor gebruik, al moest hij ze wel nog gaan verbinden. Hij begon met het verdoven van zijn bovenbeen. Hij had zijn rechterbeen gekozen, dat was de sterkste en meest ontwikkelde van de twee – dat zou dus het snelst genezen. Terwijl het gevoel langzaam uit zijn been verdween begon hij de huid al te ontsmetten. Voor hem op tafel lagen de steriele instrumenten al te wachten.

Na een snelle test concludeerde hij dat de verdoving optimaal werkte. Voorzichtig begon hij een ovaal uit zijn huid te snijden, er goed op lettend dat de bloedtoevoer dadelijk mogelijk zou zijn. Hij nam de lap vlees van zijn been en verbond de stukken ader met het varkenshart. Even leek het erop dat de toevoer gestremd was, maar toen zag hij toch duidelijk de circulatie op gang komen. Stap één: geslaagd! Snel hechtte hij de wonde op zijn been en nam de huid die al klaar lag. Hij had wekenlang het vel op zijn kuit opgerekt, tot hij genoeg had kunnen wegsnijden om als substituut te dienen.

Hij plaatste de huid op zijn bovenbeen en omzwachtelde het geheel volgens de voorschriften. De komende uren had hij het lab voor zich alleen, in doodse stilte en absolute rust werkte hij verder. Tijd voor de volgende stap. Hij verdoofde zijn tong, en zette ook meteen een spuit onder zijn slapen en achter zijn oren. De tong zou een fluitje van een cent zijn, dus dan kon hij direct verder met de derde stap. Hij trok de spiegel naar zich toe en opende zijn mond. Van achteren naar voren sneed hij een kwart centimeter van de bovenkant zijn tong af, volgens zijn berekeningen moest dit zonder problemen kunnen. Hij smeerde zijn tong direct in met een desinfecterende gel en plaatste ook dit lapje vlees bij het varkenshart. Ook hier kreeg hij de doorbloeding geregeld, al moest hij het eerst deels vasthechten aan de huid afkomstig van zijn bovenbeen.

Nu was het tijd voor het binnenoor. Hij moest het perceptieve deel verwijderen, om dit te kunnen verbinden met een rubberen midden- en buitenoor. Dit model zou voor de geleiding van het geluid zorgen. Hij maakte een paar incisies, voor en achter zijn oren. Aangezien hij op de koe had kunnen oefenen wist hij hoe hij te werk moest gaan. Enigszins pijnlijk was dit wel, ondanks de verdoving. Toch zette hij door, en binnen een half uur had hij de benodigde onderdelen verwijderd. Aan weerszijden van de huid die verbonden was met het varkenshart bevestigde hij de nieuwe oren, zorgde ook hier voor juiste verbindingen. Hij was blij zo vaak geoefend te hebben, dat scheelde hem hopen werk. Ditmaal mocht er niets mislukken, dat sprak voor zich. Hij hechtte de incisies routineus en precies.

Toen verdoofde hij zijn tong nogmaals, eventuele pijn zou hem alleen maar afleiden van het experiment. Hierna waren zijn keel en neus aan de beurt. Bovenaan zijn neus moest hij door kraakbeen heen prikken, wat hem altijd een vreemd boterachtig gevoel gaf. Hij wachtte tot ook hier de verdoving zijn werk deed. Zijn doel was het reukslijmvlies. Als hij het echt volgens het boekje wilde doen zou hij zijn hele neus moeten verwijderen, maar dat zou hem vreemde blikken opleveren op straat, dus daar had hij vanaf gezien. Ook zonder de botplaten die voor de luchtstroom zorgden kon hij het reukorgaan werkend krijgen. De lucht zou kouder zijn en niet gefilterd worden van bacteriën, maar het zou wel kunnen ruiken.

Hij nam het reukslijmvlies en een beetje kraakbeen en bot van het achterste deel van zijn neus. Hij had ditzelfde experiment al met dierlijke delen uitgevoerd, maar dat gaf hem niet de voldoening die hij zou krijgen wanneer zijn eerste menselijke variant af zou zijn. De eerste menselijke variant ooit zelfs! Voorheen was iets dergelijks wel eens geprobeerd met aan de wetenschap geschonken dode lichamen, maar de enige kans op succes werd verkregen wanneer alle delen en organen nog doorbloed waren. Hij plaatste de delen van de neus in een rubber omhulsel en verbond ook dit met de rest van zijn tot nu toe gefabriceerde project. Nog één onderdeel, en hij zou de allereerste puur zintuiglijke mens gemaakt hebben! Aangedreven door een varkenshart, dat wel, maar dat had geen invloed op de menselijke zintuigen. En niet zomaar een zintuiglijk mens, nee: eentje die werkelijk geluid kon opvangen zoals een doorsnee mens – via twee kanalen aan weerszijden dus. Zo ook de ogen, hij wilde dat deze creatie werkelijk diepte kon zien.

Het enige dat hij niet zelf kon doen, was delen van zijn hersenen die correspondeerden met de zintuigen bij het geheel voegen. Maar wanneer zijn creatie gezien werd zou iedereen zo enthousiast zijn dat hij wel iemand kon vragen om de hersenoperatie uit te voeren. Pas dan zouden de hersengolven getraceerd kunnen worden. Na zijn neus te hebben gehecht stak hij de verdovingsspuit rond zijn ooghoeken. Ook zijn oogballen verdoofde hij, het zag er vervelend uit in de spiegel, maar pijn deed het niet. Hij ging zo diep mogelijk, om de achterkant van zijn ogen zeker gevoelloos te krijgen. Zijn enthousiasme won het van de pijn toen hij aan de klus begon. Zijn linkeroog kon hij nog gewoon eruit halen terwijl hij in de spiegel keek, maar zijn rechteroog zou hij zonder te kunnen zien moeten doen. Hij bevestigde het eerste oog alvast aan zijn bijna voltooide project, ademde toen diep in en begon aan het laatste en meest risicovolle gedeelte.

Eenmaal schoot hij uit, maar verder verliep het probleemloos. Eveneens op de tast bevestigde hij het tweede oog, hiermee het zintuiglijke wezen vervolledigend. Zover hij kon beoordelen zat het goed bevestigd, alles leek te werken. En hij was al die tijd bij bewustzijn gebleven! Een moment zat hij sprakeloos op zijn stoel, toen slaakte hij een overwinningskreet. Hij hoorde niets. Natuurlijk, zijn binnenoren waren verwijderd. Dat kon hem niet deren, hij sprong op om iemand, wie dan ook, te gaan verwittigen dat zijn experiment geslaagd was! Met een klap viel hij tegen de tafel aan, gleed languit op de vloer. Hij bevoelde zijn gezicht, zijn hoofd, zijn ledematen. Hier en daar was het nat en warm. Instinctief stopte hij een vinger in zijn mond, maar ook proeven of het bloed was kon hij nu niet. Hij moest voorzichtiger zijn.

Hij trok zich op aan de tafel, probeerde rechtop te gaan staan. Wederom viel hij om, maar ditmaal trok hij de tafel met zich mee. Met het verwijderen van zijn binnenoren had hij ook zijn evenwichtsoorgaan meegenomen. Shit, dat had hij over het hoofd gezien. Hij tastte om zich heen, voelde het tafelblad op zijn rechterbeen liggen. Voorzichtig trok hij zijn been eronderuit. Hij zou over de vloer naar de telefoon kruipen, en dan zijn professor bellen. Hij zou niets kunnen horen of zien, maar de professor zou het wel begrijpen en naar het lab komen. Toen drong het langzaam tot hem door. Als de tafel was omgevallen, betekende dat natuurlijk dat zijn zintuiglijke mens ook was gevallen. Op de vloer. Terwijl het apparaat dat de bloedcirculatie regelde aan de muur bevestigd was. Langzaam maakte de paniek zich van hem meester.

Hij graaide om zich heen, kon niets zien, niets horen, niets ruiken. Hij had geen idee waar zijn minimens terecht was gekomen en hoe het eraan toe was, maar hij moest het zo snel mogelijk weer aankoppelen, anders was alles verloren! Hij kroop op zijn knieën rond, graaide in het wilde weg om zich heen. Plots voelde hij een venijnige steek in zijn achterhoofd en klapte voorover. Het laatste wat hij deed was met zijn hand achter zijn nek reiken, om te voelen dat de hoek van de tafel diep in zijn huid was gedrongen, net onder zijn schedel.

16 Reacties

Je hebt zo van die verhalen die je leest of ziet, waar je de hele tijd denkt : “doe het niet”, maar waar je via een of andere wetmatigheid erop rekent dat de schrijver nog wel zal zorgen voor een of ander happy end. Dat is natuurlijk buiten Wenz gerekend :) Met steeds maar groeiend afgrijzen gelezen.
Ik lees het als een soort parabel van hoe dom sommige mensen kunnen zijn gedreven door ambitie of winstbejag of iets vergelijkbaars, en daardoor alle mogelijkheid tot zelfkritiek of zelfonderzoek verliezen. Misschien is dat eerder mijn drang om een soort boodschap te kunnen ontdekken, om toch iets moois te vinden.
Al mijn nekhaar staat nog recht :)

Geplaatst op 12 november 2007 om 17:31
Steven

Ook smakelijk eten :)

Geplaatst op 12 november 2007 om 18:38
Laurent

Jezus Christus, hoe verzin je het!

Geplaatst op 13 november 2007 om 00:26

Gruwelijk geloofwaardig.

Geplaatst op 13 november 2007 om 07:47

grenzenloos… ;)

Geplaatst op 13 november 2007 om 09:46

Heel mooi verhaal. Het doet me erg aan H.P. lovecraft denken, de schreef ook van zulke goeie verhalen.

Geplaatst op 13 november 2007 om 11:22

Dag Wenz

ik heb je verhaal diagonaal gelezen, vergeef me, ik ben te gevoelig voor dergelijke gruweltaferelen (vooral waar bloed en menselijke dissectie bij te pas komen)… Ik was wel geïntrigeerd door deze moderne Frankenstein, die zijn creatie letterlijk naar zijn eigen beeld schept. Alleen vroeg ik me af waarom hij zich tevreden stelde met het creëren van een levenloze minimens, voor zo iemand is het toch maar een kleintje om ook wat hersenen te transplanteren?

Geplaatst op 13 november 2007 om 12:58

Oh la la, La Wenz, ik heb dit met mijn handen voor mijn ogen gelezen, welk een gruwelen. Maar: goed geschreven, c’est vrai. U bent een natuurtalent, werkelijk waar.

Geplaatst op 13 november 2007 om 21:34

Lekker ranzig, Wenz! En de zintuigelijke mens is natuurlijk voer voor filosofen.

Geplaatst op 13 november 2007 om 21:37

Cool! :D

Geplaatst op 14 november 2007 om 00:32

wauw!
Doet me denken aan re-animator…een splatter jaren 80 film naar het verhaaltje van Lovecraft :)
Heerlijk absurd en gruwelijk, fantastisch geschreven!

Geplaatst op 14 november 2007 om 11:00

Ik heb hier gruwelijk om gelachen. Heerlijk zo’n perfectionist met het perfecte plan, die helaas dan toch een paar onbetekenende details over het hoofd bleek te hebben gezien.

Geplaatst op 14 november 2007 om 21:16

Kriebelverhaal Wenz, op allerlei vlakken. Roald Dahl heeft ook ooit een dergelijk Pygmalion-achtig verhaal geschreven, met een totaal andere insteek, maar ook met een nogal wrang einde. Toch grappig hoe dit soort thema’s altijd weer de kop opsteken.

Geplaatst op 17 november 2007 om 18:16

…alsof ik er naast stond. Ergo, alsof ik het was ;-)

Geplaatst op 18 november 2007 om 01:26

Allemachtig, nou ben ik me toch misselijk.

Geplaatst op 18 november 2007 om 12:18

Hahaha, sorry voor eventuele misselijkmakende beelden die opgeroepen zijn. :) Toch kon ik het zelf wel waarderen -en jullie over het algemeen ook- achter al zijn vergezochte lugubere ideeën zit vooral een mens die overtuigd is van zijn ‘genialiteit’ en daar in doordraaft, veel en veel te ver. Met de onvermijdelijke consequenties.

Geplaatst op 19 november 2007 om 10:36