*Aangenaam

De woorden tot je nemend zoals de nicotine – inhalerend, pagina na pagina tot je je verslikt in Ik, de mens. Starend naar de wentel in de trap, voor je het weet staat het beeld dat je bent daarboven met haar jas aan, ten strijde trekkend tegen het zelf. Bewapenen heeft geen zin, de strijd zit in het moegestreden zijn. Laat je schild maar thuis, daar waar je het toch al nooit dacht nodig te hebben. Trede voor trede daal je af in het pluizige kuiken van het hier en nu: aai jezelf voorwaarts. Toe maar, de scherpe tanden dacht je er al die tijd zelf bij. Het raderwerk van simpliciteit is in werking gezet, wat zoekt een mens meer dan bestaansrecht in dit uitgerangeerde excuus van een leven? Ver van holen en speren en prooi misstaat iedere vorm van gevecht dat buiten jezelf plaatsvindt.

De woorden nog door je bloed razend, het boek bij de verwarming achtergelaten. En dan de aarde die onder je splijt terwijl je thee staat te zetten. De spottende grijns die vanaf de pagina’s recht op je gezicht geplakt wordt, duidelijk weerspiegeld in de zinloze handeling van de herhaling. Zo sta je daar, met je jas aan op de trap, met de mok in je hand naast het aanrecht. Je bekijkt jezelf terwijl jijzelf bekeken wordt en weet: er is geen weg meer terug. Lachend wil je het kokende water over je armen gieten, tot op je botten laten sijpelen zodat je kunt voelen wat je al die tijd had moeten weten. Doe het eens fout. Doe het eens alsof de man in glimmend zwart maatpak met dito microfoon nooit voor je deur zal staan, precies zoals hij er al nooit gestaan heeft; je krijgt geen oorkonde voor meest geslaagde underdog.

De woorden prevelend, alsof zojuist een nieuwe religie is ontsproten aan de dode wortels van je stupiditeit. ‘Inzicht’ noemt men dat, glimlach je smalend, alweer zo’n woord waar je allergisch voor dacht te zijn. Omdat het tot de mogelijkheden behoort spring je over het gapende gat terwijl de thee trekt. Hier was ik, hier ben ik, hier was ik, hier ben ik. Om jezelf te testen ga je wijdbeens boven de gespleten grond staan, kijkend naar welke kant je helt. De hand die uit de mouw van de jas steekt trekt je vanzelf naar daar, naar hier dus, vanaf nu. Zoals er al die tijd geen monsters in je kast bleken te leven, zo sta je naar voorheen te kijken. Hoe heb ik het kunnen denken, hoe heb ik het kunnen doen? Waar de ratio eerst je enige troef leek, blijk je nu in het bestaan een metgezel gevonden te hebben.

De woorden vervagen langzaam tot een solide besef, een zichzelf in logica overtreffend geheel van toen en nu en straks. Je voelt hoe je eindelijk, na meer dan een eeuwigheid, lijkt te ontspannen. Je armen blijken geen vleugels, je rug was nooit als laadruimte bedoeld, je voeten zijn nooit je vijand geweest en je geest blijkt helemaal geen uithoeken nodig te hebben. En nu is gewoon nu en geen toen, geen misschien, geen wellicht, geen ooit en geen nooit. En jij. Jij bent gewoon. Jij bent hier, al heb je het al die tijd over het hoofd gezien. Je kon kunnen, je wilde willen, je moest moeten, je was op je hoede voor alles wat nooit bestaan heeft, maar alle stemmen verstommen en wat overblijft is simpelweg dit. Geen uitgeputte krijger, geen stervende zwaan, geen gedoemde leproos maar een jonge vrouw bovenaan de trap,
klaar om te vertrekken.

10 Reacties

ik trek mijn jas aan en ga met je mee, vooruit.
prachtige reflectie Wenz!

“Je bekijkt jezelf terwijl jijzelf bekeken wordt een weet: er is geen weg meer terug”
moet dat zijn “en weet”?

Geplaatst op 21 oktober 2007 om 10:05

Aangepast Plien, thanks.

Geplaatst op 21 oktober 2007 om 12:24

Meer een voorjaarspeptalk dan passend bij het huidig jaargetijde. Het voorjaar het nieuwe begin, het najaar reflectie. Wellicht symbolisch voor de – want weerbarstige – herwonnen zelfverzekerdheid.

In de eerste alinea wordt de vraag gesteld wat zoekt een mens meer dan bestaansrecht in dit uitgerangeerde excuus van een leven? Jammer dat die onbeantwoord blijft, het bestaan als metgezel is prettig maar verklaart nog niet het recht. Ook het vertrekken is niet het antwoord, maar slechts een reactieve voortzetting van het zoeken naar.

Zonder vraagtekens geen denkrimpels. Dank je.

Geplaatst op 21 oktober 2007 om 23:10

Op zijn boerenkinkels denk ik: meid, wat ben jij aan het soulsearchen. Heb er wel bewondering voor, ik hou dat tot nog toe niet al te lang vol :)

Geplaatst op 23 oktober 2007 om 04:23

Als ik het verhaal goed begrepen heb, sta jij boven aan de trap, nadat je deze eerst moeizaam beklommem hebt.
Je kijkt terug en het is niet makkelijk om te herkennen hoe je daar boven aangekomen bent.
Maar om boven aan te komen, zullen er best veel ellende en onmacht geweest zijn.
Natuurlijk moet je af en toe even terug blikken, maar ook de weg van beneden naar boven goed bekijken.
En dan sta je daar met je jas aan en dan gaat het weer voorwaarts.
Ik kom met je mee hoor, ik heb mijn jas al aan.
En het leven gaat verder en het zal nog wel vaker gebeuren dat je daar boven op de trap staat, maar iedere keer ben je sterker gworden.
Ik weet niet of je het verhaal zo bedoelt hebt, maar ik voelde het zo.
Knuf.

Geplaatst op 23 oktober 2007 om 09:48

Soms, als ik van je lees, voel ik me maar een klein jochie…
Heel mooi geschreven, en dan is het ook nog ‘alledag’.

Geplaatst op 23 oktober 2007 om 10:10

Dat klinkt alsof je een boek hebt gelezen met een van mijn favoriete onderwerpen. =) Dit is het fermste stuk dat ik al op je blog mocht lezen.

Geplaatst op 23 oktober 2007 om 16:05

Inzicht… en daar allergisch voor?

Ben wel benieuwd welk boek jou zo confronteerde met je bestaan…

Geplaatst op 23 oktober 2007 om 20:52

Dit is ook weer erg mooi. Ik herken hierin mijn gevecht om inzicht. Ik kan een aantal dingen in mezelf rationeel herkennen, en dat zou dan inzicht moeten heten, maar zo voelt het niet. Ik blijf maar aanhikken tegen een soort omschakeling, een soort binnenkomen, een soort verinnerlijken van dat inzicht. En ondertussen blijft alles in mij dof, verdoofd en grauw. Ik denk dat het een soort angst is (dat inzicht gaat pijn doen). En tegelijkertijd wil ik ook, zoals je schrijft, dat kokende water over de handen gieten, zodat ik maar iets zou voelen, als katalysator, en de rest volgt dan mss vanzelf ?

Ik kijk naar de jonge vrouw bovenaan de trap, klaar om te vertrekken, en besef dat ik zelf nog een hele weg te gaan heb. Hoewel ik zo graag denk van niet.

Geplaatst op 25 oktober 2007 om 10:28

Allergisch voor inzicht ben ik niet, wel het woord in die bepaalde context. Ik ben soms wat bevooroordeeld en raar, Dae. ;) Maar af en toe wordt je weer eens geconfronteerd en moet je je aanpassen, en dat is alleen maar goed. Het waren zelfs 4 boeken trouwens. :) En ja David, in die categorie vallen de boeken inderdaad. :)

Ja Mieke, je zit erg in de buurt. Ik zag mezelf meer de trap aflopen, simpelweg omdat de woonkamer hoger ligt dan de straat en ik dus, om naar buiten te gaan, naar beneden moet, maar tegelijkertijd klopt je hele redenatie uiteindelijk wel nog. :) “Ik kom met je mee hoor, ik heb mijn jas al aan.” -> wat ben je toch een mooi mens, Mieke. :)

Sem, geen peptalk, gewoon een late reactie van mij, in het voorjaar was ik zover nog niet. :) De vraag die ik stel was meer een conclusie en vraag ineen. In de alinea een samenvatten van wat de mens uiteindelijk zoekt: bestaansrecht. In de rest van het stuk een vraag wat dat dan precies in zou moeten houden. En mijn niet weten als eind. Wanneer ik het zou weten was ik niet hier, niet nu, niet zo, zoals ik ben.

Ja Nathan, ratio en daadwerkelijk verinnerlijken kunnen mijlenver uit elkaar liggen. Het eerste is gewoon de eerste stap, waar de tweede op kan volgen als je je best doet. Heb ik me laten vertellen. ;) Nee, ik bedoel: het een kan niet zonder het ander, het enige dat ertussenin ligt is ongeduld denk ik, daar waar hard werken moet liggen.

Geplaatst op 25 oktober 2007 om 13:54