*Abject

Ze haalt het verfrommelde briefje met een zenuwachtig gebaar uit haar zak, probeert flink de pas erin te houden terwijl ze het adres nogmaals bekijkt. Wat bezielt haar eigenlijk? Ze lijkt wel een puber op zoek naar alles wat haar ouders haar verboden hebben. Ze hoort hier helemaal niet, dat voelt ze haarfijn aan. En aan de vijandige blikken te zien, weten de inwoners van deze wijk dat ook maar al te goed. Met argusogen worden haar bewegingen gevolgd. Ze wordt er nog nerveuzer van dan ze al was. Ze probeert haar blik op alles behalve de mensen om haar heen te laten rusten. Veruit de meeste ramen hier zijn ofwel verdwenen en met grote houten platen dichtgetimmerd, ofwel ingegooid en versplinterd. Groen is hier hoogstens een kleur van de graffiti op de muren. Deze complete buurt lijkt uit een aaneenschakeling van steegjes te bestaan. Ze schrikt op wanneer iemand haar plots de weg verspert.

Huiverend zet ze een pas naar links in de smalle straat. De vrouw tegenover haar doet hetzelfde. Ze probeert naar rechts uit te wijken. De vrouw tegenover haar volgt haar beweging weer. Ze kan geen kant op. Omdraaien lijkt haar een van de domste dingen die ze op dit moment kan doen. Ze heeft maar een moment om te beslissen welke strategie ze zal voeren. Verman jezelf! Ze zet haar benen stevig naast elkaar, maakt haar schouders wat breder en probeert zo kalm mogelijk te ogen. “Pardon, mag ik even passeren?” Oei, bij pardon ging ze de mist al in, veel te netjes. Niets meer aan te doen nu, gewoon volhouden, en vooral het oogcontact niet verbreken. Met een hese klank wordt ze uitgelachen. “Passeren? Ga je gang, hahaha!”

Ze beweegt naar links, maar haar tegenstander beweegt direct met haar mee. Waarom probeerde ze het ook, zo kwam ze alleen maar naïever over. Haar ademhaling versnelt ongewild, ze voelt de neiging om een bange blik achter zich te werpen langs haar rug omhoog kruipen. Niet doen! Dan verlies je sowieso al het overwicht. Alsof de vrouw tegenover haar deze gedachte kan raden, bijt ze haar iets toe. “Je kunt geen kant op hoor.” Ze recht opzichtig haar knokige rug. “Niet zolang ik je niet doorlaat.” Paniek klopt nu in haar slapen, ze ziet hoe een groepje mannen nadert. Ze moet snel handelen. “Wat is je probleem? Wat wil je van me? Laat me gewoon langs, ik moet naar Arno.” Ze hoopt dat die naam enig gewicht in de schaal legt.

“Arno?! Arno de Raaf? Wat moet jij met onze Arno?” Behalve de vrouw beginnen nu ook de drie mannen die genaderd zijn te lachen, terwijl ze een losse kring om haar heen vormen. Een van hen buldert: “Dan kun je lang zoeken dame!” De anderen joelen uitgelaten mee. “Ze moet naar Arno, zegt ze! Hahaha. Naar Arno!” Ze voelt hoe de moed in haar schoenen zinkt. “Wat heb je daarvoor over?” sist de vrouw nu. Een moment overweegt ze haar tas vrijwillig af te staan. Is dat wat ze willen? “Je mag alles hebben, als je me maar langs laat.” Haar stem klinkt benepen, ieler dan bedoeld. “Horen jullie dat?!” de vrouw schreeuwt nu. “Ze wil me alles geven, als ik d’r maar laat gaan!” Ze grinniken met z’n allen, verzetten geen voet. Ze voelt tranen achter haar ogen branden, maar ze mag nu echt niet gaan huilen. Onmogelijk. Ze bijt op haar onderlip, slaat een moment haar ogen neer.

Haar hoofd vliegt met een smak tegen de muur. Een snijdende pijn in haar linkerslaap. Ze duwt zichzelf recht op haar benen, haar schouder pijnlijk. “Je vind jezelf heel wat hè?” grinnikt de vrouw vals. Een vuist treft haar recht in haar gezicht. Ze wankelt, voelt hoe haar neus en mond beginnen te gloeien. “Ik heb je niets gedaan… laat me gewoon gaan…” De tranen rollen nu over haar wangen. Ze strekt haar tas vooruit, wacht totdat de vrouw hem aanpakt. Met een welgemikte trap voelt ze de botten in haar hand verschuiven, de tas valt op de vloer. Ze grijpt naar haar pijnlijke hand, haar hart bonkt wild in haar keel, haar slapen, ze likt bloed van haar bovenlip. “Raap die tas op.” Ze slaat haar ogen op, de vrouw tegenover haar lacht nu niet meer. “Oprapen zeg ik.”

Instinctief houdt ze een arm voor haar gezicht wanneer ze naar de tas reikt. Net voor ze het hengsel te pakken heeft klapt ze dubbel. Haar maag voelt doorboord. Meer trappen volgen, tegen haar rug, haar benen, haar buik. Ze zakt neer. “Waarom… doe je dit?” perst ze eruit. De vrouw spuugt op haar terwijl ze op haar neerkijkt. “Hou je bek dicht.” Ze wordt bij haar haren gegrepen en overeind gesleurd. Met bonkend hoofd probeert ze haar evenwicht te bewaren. Haar lichaam lijkt aan alle kanten gescheurd. De mannen staan nog steeds toe te kijken, van hun gezicht valt geen enkele emotie af te lezen. Ze kijkt de vrouw angstig aan. “Kleed je uit, trut.” Ongelovig schudt ze haar hoofd, kruist haar armen voor haar borstkas. Een welgemikte schop in haar onderbuik doet haar weer voorover klappen.

Een vuist raakt van onderaf haar kin. Ze voelt het bloed direct in haar mond. “Pak wat je wil hebben…” ze fluistert het bijna. “Ok,” spreekt de vrouw bedachtzaam terwijl ze haar ijzig aankijkt, “ik wil je bh.” Een moment is het stil, dan barsten de mannen in lachen uit. Ze grijnst zelfingenomen. “Nou? Waar wacht je op? Is je bh je zoveel waard soms?” Ze voelt hoe de schaamte tussen haar pijn door begint te sijpelen. Dit mens wil haar alleen maar denigreren. Ze kijkt rond, zoekt naar vluchtwegen. “Heb je alle tijd ofzo?” haar bovenlijf wordt hardhandig aan haar hoofdhaar omhoog getrokken. Hun gezichten zijn nu enkele centimeters van elkaar verwijderd. “Mijn geduld raakt op.” Een kopstoot doet haar achterhoofd tegen de muur botsen. Langzaam ritst ze haar jas open. Met trillende vingers laat ze het kledingstuk op de grond zakken. Haar pijnlijke hand verkrampt gemeen.

“Kunnen we hier niet…” de voet die met volle kracht op haar knieschijf terecht komt snoert haar de mond terwijl ze voorover valt. Ze krabbelt op, werpt nog een wanhopige blik naar de mannen, maar die staan grijnzend af te wachten. Terwijl de tranen zich mengen met het bloed op haar gezicht begint ze haar blouse open te knopen. Ze weet niet wat nu erger is, de pijn, de vernedering of de angst. Knoop voor knoop laat ze haar laatste restje waardigheid achter zich. Rillend voelt ze nu ook haar blouse van haar schouders glijden. De stilte is om te snijden. “Fancy-schmansie hè, die bh van d’r.” Een van de mannen fluit, de anderen grinniken weer.

“Hup, laat je tieten zien, trut. Ik heb nog meer te doen vandaag. En zorg dat er geen bloed op dat ding komt, dan heb ik er niks meer aan.” De vrouw kijkt haar uitdagend aan. Met haar goede hand reikt ze achter haar rug, voelt de spieren in haar lichaam venijnig in opstand komen. Ze denkt niets meer, voelt alleen dit moment zwaar op haar bestaan drukken. Terwijl ze de bandjes van haar schouders laat glijden, bedekt ze haar borsten met haar arm. Met een uitgestoken hand houdt ze de bh voor de vrouw op. Ze trilt nu over haar hele lichaam. “Ik draag geen tweedehands kleding, slet.” Met een snelle beweging wordt de bh uit haar hand geslagen. Een van de mannen raapt hem op en stopt hem in zijn jaszak terwijl hij begint te joelen: “Laat je tieten zien!”

“Ja. Laat je handen zakken, hoer.” de vrouw grijpt haar polsen beet. Ze verzet zich amper wanneer de vrouw haar armen langs haar lijf duwt. Met gebogen hoofd wacht ze af. Ze heeft zich nog nooit zo naakt gevoeld. Nog nooit zo lelijk gevoeld. Haar lichaam schokt nu. Van de tranen, van de kou, van de pijn, van de schrik – wie zal het zeggen? “Kijk aan, ze is blij me te zien! Je bent een vieze pot!” Haar tepels steken recht vooruit. “Ik heb het koud, laat me met rust, alsjeblieft…” Haar tong ligt dik in haar mond. Ze kan haar snikken niet meer onderdrukken. “Je vindt ‘t lekker hè?” De vrouw duwt met een hand beide polsen achter haar rug. Haar andere hand grijpt tussen haar benen, knijpt. Daar staat ze, haar bovenlijf duidelijk zichtbaar voor de omstanders. “Hoer.”

Ze hoort of ziet nu niets meer, staat daar maar te staan, te wachten tot het voorbij is, als het ooit voorbij zal gaan, als ze hier ooit nog vandaan zal komen. De mannen jutten de vrouw op. “Geef d’r wat ze verdient!” Ze kijkt haar nog eenmaal met ijskoude blik aan, sist dan dat ze het niet waard is. Ze wordt tegen de muur gesmakt, valt neer. Ze slaat haar armen om haar naakte bovenlijf, staart nietszeggend naar de grond. Ze krijgt nog een trap tegen haar kaak na. Het bloed zit nu overal. De mannen barsten los in een daverend applaus. Ze merkt niet eens meer dat ze kokhalst. “Deze nemen we maar mee hè. Daar hebben sletten zoals jij niets aan.” Ze ziet vanuit haar ooghoek hoe haar jas en tas worden meegegrist, wacht doodstil totdat het gelach en de voetstappen weggestorven zijn. Langzaam dringt de wereld weer tot haar door. Haar autosleutels. Haar telefoon. Wat moet ze nu doen? Beetje bij beetje begint ze haar lichaam weer te voelen. Alles doet pijn. Haar hart nog het meest.

29 Reacties

wow…heftig…meeslepend…

Wat een groepje die lui zeg…
goede openings passage voor een thriller…gaat ze wraak nemen? wat zijn haar gedachten?

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 12:55

Wat een opluchting dat deze onder ‘fictie’ verschijnt…
Man man. Echt een kippevelstuk.

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 16:15

Zou ze door een probleemwijk gelopen zijn?

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 19:34
Elise

Welkom in Wenzland: een land met groene weides, stoffige kelders en duistere steegjes, waar fysiek en psychisch geweld op de loer liggen maar waar af en toe ook wel een kevertje je pad kruist…Gelukkig maar:-)

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 22:26

Naar verhaal (en toch lees je het uit…)

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 23:19

Hier word ik naar van, en ook een tikje aggressief.

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 23:20

Dit greep me meteen bij de keel. Wat een verhaal…

Geplaatst op 4 oktober 2007 om 23:26

Lekker, deze. Soms vind ik het iets te zoet worden allemaal. Arno is ook geen goede naam, dat is vragen om problemen.

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 00:17

ik sluit mij vol aan bij elise.
hoezo diepe gronden… :s

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 02:25

Pfffffffffff, wat een agressie en wat een verhaal.
Ik zat op èèn of ander einde te wachten, maar niet op dit einde.
Dat zal wel komen omdat het vaker gebeurt, dat jij de onthulling vaker anders laat voorkomen als waar de lezer mee rekent:-)
Gruwelijk hoor dit verhaal, maar ik heb weer de spanning gevoeld die ik meestal voel bij jou verhalen.

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 08:56

Ijzersterk.

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 11:41

Het is niet het meest prettige verhaal dat ik geschreven heb, dat geef ik toe. Naar, vervelend om te lezen. Maar toch hoort deze er ook bij. Ook dit is de wereld, door mijn ogen.

Grinnik, Sem. Dáár ging het allemaal mis: bij de naam Arno. ;)

GdeB, zou je denken? :)

Mieke, ik kreeg al offline de vraag of ik niet iets van hoop aan het einde wilde leggen, of een terugkijken op, of iets anders dat die knoop in je maag wat oplost, maar dat wilde ik juist niet. Ik wilde juist midden in dat moment blijven, wat zou je doen, hoe zou je handelen, hoe zou je je voelen, en inderdaad Gob: wat zou je denken?

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 12:26

Dat had ik nu echt niet nodig. =)

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 13:19

Is dit niet de openingsscene uit Fabeltjeskrant de Musical of zit daar geen Arno de Raaf in?? ;-)
Ik hoor de vrolijke muziek en zie de bijbehorende danspasjes zo voor me.

Verder natuurlijk misselijkmakend en meeslepend.

ps(ssst): 7e alinea begint met En waar Een moet staan.

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 18:20

Hahaha, hij bestaat bijna, kRonkel: “Meneer de Raaf – eigenlijk heet hij Crox de Raaf – is een heer die bij de andere dieren populair is. Hij geeft vaak ironisch-realistische opmerkingen, en gaat zo soms tegen de mening van Juffrouw Ooievaar in. De stem werd door Ger Smit ingesproken.” (Wikipedia) :D
Thanks :) voor de missende -e-, ik heb eroverheen gelezen.

Het zou pas verontrustend zijn als je dit wél nodig had, David. ;)

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 19:23

Als versteend zit ik achter mijn computer. Wenz is altijd meeslepend maar zo heftig? Dat had ik niet verwacht.

Geplaatst op 5 oktober 2007 om 21:40

mag ik aub een vervolg? dat het een beetje goed komt en Arno haar komt redden? btw wie is Arno en waarom wilde ze naar hem toe? Ik wil het weten Wenz!!!!

Geplaatst op 6 oktober 2007 om 11:23

Agressief maar interessant. De dag dat jij stukjes over de poes gaat doen, stop ik met loggen ;-)

Geplaatst op 6 oktober 2007 om 13:13

Plien, schrijf jij het happy end er maar aan, ik vind het verhaal zoals het nu is, helemaal af. ;)

Marleen, ja, af en toe rollen er dingen uit mijn toetsenbord die ik zelf ook niet verwachtte. Maar dat maakt niets uit, er is hier ruimte voor vanalles. :)

Grinnik, Jack, ik ook. :P

Geplaatst op 6 oktober 2007 om 14:29

Ecce homo…

Geplaatst op 6 oktober 2007 om 22:05

Dit soort mensen wil je liefst niet zien, Dae. En toch moet je ze zien, af en toe.

Geplaatst op 7 oktober 2007 om 00:42

Spiegel van de werkelijkheid, meer dan ons lief is. Inderdaad, ecce homo.

Geplaatst op 7 oktober 2007 om 09:56

Wat een heftig verhaal. Ik vind dat altijd knap als iemand zoiets kan.

Geplaatst op 7 oktober 2007 om 14:57

Da’s een mooi verhaal Wenz. Aangrijpend, meeslepend en recht voor zijn raap. Geen vaag gelul of gissen naar wat er nou heel misschien bedoelt zou kunnen worden.

Geplaatst op 7 oktober 2007 om 19:46

(Heel stiekem moest ik ook wel gniffelen toen ik zo ongeveer las of eigenlijk meer dacht wat jij bij mij wel eens riep: TIETUUUUUUHHHHHH)

Geplaatst op 7 oktober 2007 om 19:50

Ik?! Tietuuuuuhhhhhhhhhhhh roepen?! Carol toch, waar zie je me voor aan? ;) :P

Geplaatst op 7 oktober 2007 om 20:37

De vergelijking doet mij nog steeds ernstig verbleken, maar ik kon het echt niet laten.

Aangenaam, ik ben Arno, ik breng u problemen.

Geplaatst op 8 oktober 2007 om 01:49

Sorry Arno, het is niet persoonlijk bedoeld. :)
“Aangenaam, ik ben Arno, ik breng u problemen.” -> Wel een bijzondere openingszin, eigenlijk. :D

Geplaatst op 8 oktober 2007 om 09:31
Mick

Oef … :-(

Geplaatst op 8 oktober 2007 om 14:10