*Miniatuurgeluk

Het zat op haar hiel. Ze lag op haar buik in het weiland, haar ademhaling verried haar slapende toestand. Haar blonde haren waaierden over het gras, haar rug ging zachtjes, haast onzichtbaar, op en neer. Haar stevige billen tekenden zich af tegen de stof van haar rok, daarvandaan haar benen, vloeiend overgaand in haar voeten. En daar, op haar blote hiel, was het neergestreken. Een piepklein beestje. Glimmend donkergroen, bruinig wanneer de zon achter de wolken verdween. Zes flinterdunne pootjes. Twee halve maantjes waaronder vandaan af en toe trillende vleugeltjes floepten. Zo klein, zo licht, dat alleen een spiedend oog het op kon merken.

Het dwaalde een paar seconden, zette toen koers naar haar kuit. Geruisloos verplaatste het zijn pootjes vanaf haar ruwe hiel naar haar knokige enkel, vandaar naar de zachte huid van haar onderbeen. Het klauterde over de donshaartjes die levensgroot uit haar huid oprezen, wiebelde zich een weg over haar ronde kuit. Langzaam, heel langzaam, kwam het vooruit. Het leek iets aan snelheid te winnen naarmate het vorderde, alsof het snel vertrouwd raakte met haar lijf. Halverwege haar kuit was het nu, op weg naar haar knieholte. Iedere stevige windvlaag zou het beestje meters verderop kunnen blazen, maar het bewoog alsof niets het uit balans kon brengen.

Trippelend bereikte het dat kuiltje tussen boven- en onderbeen, rustte daar even op haar dunne vel. Zo bovenop een door de huid schijnende ader zou je het bijna uit het oog verliezen. Wat zou er gebeuren als ze plots zou ontwaken, haar knieën zou knikken, haar onderbenen van de grond zou tillen, haar voeten naar haar billen zou bewegen? Het beestje zou een roemloze dood sterven, geknakt door het leven. Maar ze sliep onverstoorbaar door. Het begon aan de tocht over haar bovenbeen, haar lichaam voorlopig zijn territorium, haast gewichtloos bewoog het zich voort. Zo’n tien centimeter verderop een eerste obstakel: de zoom van haar rok. Daarachter een bergachtig gebied van gekreukelde stof, opgetrokken tot net binnen de zedige grenzen om de laatste zonnestralen optimaal te benutten.

Wat ging het doen? Erop of eronder? Een moment leek het te twijfelen, wandelde toen schijnbaar onaangedaan de schaduw van haar kleding tegemoet. Het verdween onder haar rok, een stipje tussen de koelte van het gras en de warmte van haar lichaam. Zouden die pootjes nu kriebelen? Zou ze met een rusteloze beweging haar benen verleggen? Het bleef doorlopen, de glooiing van haar billen tegemoet. De warmte opzoekend, deinend op de ademhaling van haar slapende lichaam. Af en toe zigzagde het om de plekken waar de stof haar naakte huid raakte heen, om dan weer de koers te hervatten, tot het echt helemaal uit beeld verdween.

Voorzichtig tilde hij de gebloemde stof van haar rok op, zijn blik zoekend over haar huid. Daar zat het: doodstil door het plotse licht, de koele stroming. Nieuwsgierig sloeg hij het beestje gade, wachtte tot het weer zou doorlopen. Daar ging het alweer, nu zo snel zijn pootjes hem konden dragen, alsof het zijn blik op z’n schildjes voelde branden. Het bereikte haar bil, klauterde de helling op terwijl het een flauwe bocht begon te maken. Zijn pootjes droegen hem gejaagd richting de gladde, donkere stof van haar string, strak tussen haar billen. Hij bekeek het ijverige diertje, liet het nog even met rust.

Bijna liet hij het verdwijnen in de warmte tussen haar dijen, maar nét voor het onzichtbaar zou worden op de zwarte stof, nét voor het ongezien verder zou kunnen kruipen, wierp hij met twee vingers een barricade op. Voorzichtig gleden zijn vingertoppen naar elkaar toe, haar zachte huid ongewild strelend. Het beestje kon niet anders dan op een van beide obstakels klimmen. Ze bewoog slaperig, leek te ontwaken. Met een vloeiende beweging zette hij het miniwezentje een meter verderop in het gras. Hij trok haar rok weer voorzichtig over haar billen, zijn warme hand door de stof op haar huid te voelen. Ze draaide haar hoofd naar hem. “Hm, niet hier lieverd. Laten we naar huis gaan.” Haar slaperige stem gaf haar woorden iets zachts.

Hij kuste geruisloos haar knieholte. Terwijl ze zich omdraaide keek hij nog eenmaal naar de plek in het gras waar hij het beestje had achtergelaten. Glimlachend stond hij op, bekeek haar met twinkelende ogen, reikte haar zijn hand, trok haar overeind – dicht tegen zich aan.

15 Reacties

Leuk! :) Waar de ondernemingszin van een beestje al niet goed voor is. Ik wed dat hij het afgericht had. Zou ik doen, als ik het kon :)

Geplaatst op 26 september 2007 om 23:21
broer Aap

Dus jij wil zeggen dat wriemelige insektjes TOCH nut hebben?! (;

Geplaatst op 27 september 2007 om 11:28

vertederend tafereel :)

Geplaatst op 27 september 2007 om 12:26

Hmm…daar krijg je het zomerse gevoel, dat ik alweer een beetje miste, inenen weer door terug…!

Geplaatst op 27 september 2007 om 18:36

hm doet me denken aan nog meer beestjes die kriebelen. ;) Wat heeft zo’n kevertje of is het een spinnetje, toch een prachtig leven!

Geplaatst op 27 september 2007 om 23:58

Hm, mijn gedachten zijn een stuk luguberder dan van menig reagluurder geloof ik ;)

Geplaatst op 28 september 2007 om 02:13

Dat is nou een verhaaltje waarbij het mij warm om het hart word.

Geplaatst op 28 september 2007 om 08:14
E

dag Wenz

ik vind het eerste gedeelte subtiel erotisch geladen: de sfeer erin, de spanning die wordt opgebouwd (waar gaat dat beestje heen?).
Deze erotische spanning, in combinatie met het beeld van de onschuld van een slapend meisje (Lolita?) in een lieflijke groene weide met een glanzend kevertje op haar been, maakt van ons lezers (die de erotiek gewaarworden) inderdaad reagluurders (mooi gezegd Cinner)en perverten.

Ik vond het hoe dan ook jammer dat haar vriendje zich ermee kwam bemoeien:-)

Geplaatst op 28 september 2007 om 18:55

Een prachtig en echt Wenziaans verhaal. Ik zeg het schaamteloos, ik zag het gebeuren, volgde het beestje nauwlettend totdat ik ook daar zou komen, eventjes, vederlicht.

Geplaatst op 28 september 2007 om 19:00

E en Marius: precies zo was het bedoeld, ja. :)

broer Aap: echt wel ja! :P

Geplaatst op 28 september 2007 om 20:40

doet me denken aan de kikkerrap van Wilfried Finkers (broer van idd):
Roy gaat met Anja, Bart met Margriet
Ik ben op Bea een ander wil ik niet
We zaten aan het water in het malsgroene gras
Zij zag daar helaas hoe groen ook ik was
Haar hempje hing vrij, ‘t onblootte haar rug
Ik zou graag iets doen maar ik deinsde terug
Ik durfde niets, maar een kikkertje wel
‘t Sprong onder ‘t hempje en kriebelde haar vel
Vervelende kikker, stom stuk natuur
Verpest met je sprong nog mijn eerste avontuur
Straks gaat ze gillen en wil ze naar huis
Alleen door de schuld van het kikkergespuis
Zo dacht ik, ik kleurde en voelde me rot
Maar Bea ontspande, een zucht van genot
“Wat doe je dat lekker”, zei ze erbij
Bea verwarde die kikker met mij
Toen durfde ik, ik gooide die kikker eruit
En streelde voor ‘t eerst een meisje d’r huid
Ze zei: “Nee, zo niet, je doet me nog pijn
Hou op, wat je net deed, dat was pas fijn”
Bea en ik, wij gaan met elkaar
Soms pak ik haar vast of streel door haar haar
Dan zegt zij: “Zo fijn wordt het toch nooit meer
Als toen je het deed, voor de allereerste keer”

Beetje lange reactie zo, redacteer er maar op los. ;-)

Geplaatst op 29 september 2007 om 20:35

Weer een onvervalste Wenz-topper, vooral de eerste paar alinea’s zijn prachtig.

Geplaatst op 30 september 2007 om 22:14

toch nog een vleugje zomer :)

Geplaatst op 1 oktober 2007 om 15:50

Hier krijg ik de kriebels van, maar gelukkig niet alleen maar slechte. Wat een hufter trouwens die man, gunt dat diertje niet zijn pleziertje ;-P Heerlijke zomerse sfeer, zeer welkom in oktober.

Geplaatst op 14 oktober 2007 om 21:24

Hahaha ja echt een enorme hufter. :P :D

Geplaatst op 14 oktober 2007 om 21:32