*Op losse schroeven

De file trok langzaam aan hem voorbij. Vrachtwagens regen hun koppen en staarten aaneen, af en toe onderbroken door een futloze camper of auto. Op de linkerbaan zouden nu honderden personenauto’s staan te puffen, maar vanaf het veld zag hij alleen de dichtstbijzijnde weghelft. Dit stuk grond was al generaties lang in de familie, en stond nu al veertien jaar op zijn naam. Hij herinnerde zich nog hoe hij als jongetje gefascineerd had staan kijken naar de langszoevende auto’s wanneer zijn vader op de tractor gezeten bedaard het veld ploegde, en hij vanuit de berm het verschil in werelden probeerde te classificeren. Nu, jaren later, zat hij zelf op de grote machines. Een zoon had hij nooit gekregen, geen vrouw die in deze tijd nog op een boer zat te wachten.

De rust van de ronkende motor die het snelweggeweld overstemde had hem altijd gekalmeerd. In gedachten kon hij, wanneer hij achter het stuur zat, bedenken dat de langsstuivende auto’s vlogen, precies zoals de vogels die kortstondig op de lantaarnpalen en elektriciteitsmasten neerstreken, om dan in duikvlucht weer verder te trekken. Vervelender was het, wanneer er een file ontstond. Op die momenten veranderden de blikken vogels weer in auto’s, volgepropt met verveelde gezichten achter de raampjes. Traag kropen de nieuwsgierigen aan hem voorbij, de ene oogopslag nog veelzeggender dan de ander. Ja, hij was boer. En ja, dat vond hij prima. Hij kon zich geen ander leven voorstellen. Iedere ochtend een stropdas om te moeten knopen om met mensen te gaan praten waarvoor je in je vrije tijd hard weg zou lopen? Of urenlang naar een klein schermpje staren in een met droge lucht gevuld kantoor? Hij was de weidsheid, de lichamelijkheid en de vrijheid zo gewend. Nee, hij zou nooit willen ruilen.

Zelfs niet vandaag, ondanks alles. Na de hevige regenval van afgelopen week was de grond zo drassig geworden, dat hij vanochtend zijn tractor met de neus omhoog had gevonden. De enorme wielen waren vannacht in de modder gezakt, en hadden zich stevig genesteld. Er zat niets anders op dan het ding uit te gaan graven. Met de grootste spade die hij had kunnen vinden in zijn handen, stond hij al een tijdje te ploeteren. En alsof dat nog niet genoeg ellende en oponthoud veroorzaakte, was er ook nog een file ontstaan op de weg naast hem. Honderden ogen keken hem meewarig aan vanaf de snelweg, hun blik sprak boekdelen: er zijn ergere dingen dan in de file staan. Een deel van hem wilde het roerend eens zijn met deze voortschuifelende massa, maar toch won zijn relativeringsvermogen het wederom van het moment: liever een of tweemaal per jaar dit soort ongemakken dan dagelijks, jaar in jaar uit, de lege sleur van een doorsneebestaan.

Toch kon hij op dit moment zichzelf wel voor zijn hoofd slaan dat hij nooit erg spraakzaam was geweest. Vrienden had hij niet echt, een gezin was nooit een optie geweest en de buurman – eveneens boer – zou nog een dikke week op vakantie zijn. Hij stond er alleen voor. Erg snel ging het niet, wat hulp had hij goed kunnen gebruiken. Zelfs wanneer hij de wielen uitgegraven zou hebben, zou het nog een uitdaging zijn om de tractor weer op vaste grond te krijgen. Hierbij kon hij pottenkijkers missen als kiespijn. Bruusk draaide hij zijn rug naar de file, concentreerde zich weer op de klus. Verstand op nul en graven. Laat iedereen maar kijken, wat kon hem dat nu eigenlijk schelen? Wat had hij met die mensen te maken? Behalve de vangrail en de berm was er veel meer dat hen van elkaar scheidde: hun bestaan en het zijne voltrok zich mijlenver van elkaar verwijderd. Zoals hij hen nooit zou begrijpen, zo zouden zij zich onmogelijk in zijn situatie kunnen verplaatsen.

Hij stampte de schep diep in de modder achter de wielen. Nog een uur of twee, drie zou hij nodig hebben, schatte hij. Het zou een lange dag worden, hij had nu al anderhalf uur vertraging in zijn drukke planning opgelopen. Niets aan te doen, besloot hij. Eerst dit beestje maar weer eens op zijn poten zien te krijgen. In gedachten verzonken werkte hij verder. Ach, goed voor de biceps, grinnikte hij in zichzelf. “Dat ziet er niet zo best uit!” Hij schrok op, draaide zijn hoofd verbaasd naar waar het geluid vandaan gekomen was. Tegenover hem stonden twee mannen en een vrouw. Stadsmensen, dat zag hij zo. “Nee… inderdaad.” Een van de mannen, de kleinste van de twee, vervolgde het gesprek: “Het ding is een beetje in een depressie gezakt, niet?” Ze grinnikten. Achterdochtig bekeek hij het drietal. “Ja kijk, wij dachten zo, wij staan toch nog wel even in de file. We hebben de auto op de vluchtstrook gezet. We dachten dat je wel wat hulp kon gebruiken, weet je.” Verbaasd knikte hij. “Nou, aan de slag dan!” Ze stroopten alledrie hun mouwen op en keken om zich heen. Snel schoot hij in actie. “Ik heb nog meer gereedschap achterin liggen. Wacht, ik haal het even.” Het drietal knikte overtuigd, een van de mannen greep de vuile spade al en begon te graven.

Verbaasd liep hij weg. “Ze menen het. Ze staan hier echt om mij te helpen.” Hij keek om naar het drietal, zag dat er een tweede auto gestopt was. Er kwamen nog twee figuren aangelopen, zo leek het wel. “Wel heb ik ooit…” Hij nam alle bruikbare spullen die hij kon vinden in zijn armen. Met een beetje geluk had hij de tractor over een uur alweer op de weg. Hij keek op naar de snelweg, de aaneengeregen sliert nieuwsgierige blikken leek nu minder op hem te drukken. “Er staat gewoon een compleet team klaar, hier…” Hij slikte moeilijk, slaakte een diepe zucht, knipperde een paar maal snel met zijn ogen. Die wind ook, die kon zo plots opzetten en flink snijden. Met een snelle beweging van zijn mouw veegde hij zijn ogen droog, liep toen op de groep helpers af. Er was werk aan de winkel.

12 Reacties

Cool, de gedachte… Het zou wat zijn… Ver moeten we terug gaan dat de tijdgeest zo rondzwierf. Zomaar een medemens helpen, handen uit de mouwen steken. Nu, is het volgende waarschijnlijker:

“Dat ziet er niet zo best uit!” Hij schrok op, draaide zijn hoofd verbaasd naar waar het geluid vandaan gekomen was. Tegenover hem stonden twee mannen en een vrouw. Stadsmensen, dat zag hij zo. “Nee… inderdaad.” Een van de mannen, de kleinste van de twee, vervolgde het gesprek: “Het ding is een beetje in een depressie gezakt, niet?” Ze grinnikten. Achterdochtig bekeek hij het drietal.

De grootste van de twee mannen loopt richting auto, pakt zijn gereedschap eruit. De achterdocht, terecht, een camera met een flinke lens. ‘Negeer ze, negeer ze, denkt hij met de rug naar het drietal toe.

Na een lange lange werkdag ploft hij in zijn luie stoel, biertje in de ene hand, afstandsbediening in de ander. “Hierbij een foto ingestuurd door F. Derksen uit Heinekenszand. Zie hoe deze boer ploetert om zijn tractor uit de modder te trekken”………

Geplaatst op 31 augustus 2007 om 10:58

in een ideale wereld…

Geplaatst op 31 augustus 2007 om 17:07

Het lijkt zo logisch, je hebt toch niks beters te doen, stop de auto aan de kant van de weg en help mee. Het doet zo goed aan de ander, maar ook aan jezelf! Maar helaas gebeurd dit niet al te vaak. Mooi geschreven, dat wel, zoals altijd. Ciao.

Geplaatst op 31 augustus 2007 om 17:54

Mooi Wenz. Er zijn mensen die werkelijk geïnteresseerd zijn in omstandigheden van anderen en de daad bij het woord voegen.

Geplaatst op 31 augustus 2007 om 19:46

Ik denk er ook wel eens over na: wat gebeurt er met verspilde tijd, energie, emotie, beweging? In de sportschool zag ik dertig mensen zich de tering fietsen op hometrainers. De zaal werd door loeiende airco’s op temperatuur gehouden. Ik dacht: hier gaat zoveel energie verloren. Ook in files verliezen mensen zoveel tijd en energie, zou dat effectief ingezet kunnen worden? Ik herinner me een verhaal van Marten Toonder waar electriciteit gewonnen werd uit menselijke frustratie. Om deze op te wekken werd een nieuw gemeentekantoor opgericht waar mensen nagenoeg letterlijk van kastjes naar muren werden gestuurd. en voilà: einde fossiele brandstoffen. Maar ideaal? Ik weet het nog niet.

Geplaatst op 31 augustus 2007 om 20:07

Wat is er mooier om je naaste een helpende hand toe te strekken.
De wereld, helemaal bij ons westerlingen, is zo vreselijk egoitisch geworden en een helpende hand kan iedereen gebruiken.
En wat is er mooier dan het gezicht, het dankbare gezicht te zien van degene die je geholpen hebt?
Als jezelf in nood zit word je ook graag geholpen toch?

Geplaatst op 1 september 2007 om 05:46
broer Aap

Sterk spul he, die fishermans friend (;

Mooi geschreven! Ook je stuk over de zee trouwens ghaha, erm kink!! En het windharen filmpje is echt super!

Sorry dat ik even alles in dit berichtje zet, beetje druk geweest de afgelopen tijd. *knuff*

Geplaatst op 1 september 2007 om 10:00

Heel mooi. En gelukkig ook in deze wereld niet helemaal ondenkbaar. Want zeg nou zelf: in een ideale wereld was de eerste auto al gestopt toen hij aan de klus ging beginnen.

Geplaatst op 1 september 2007 om 11:06
E

Dag Wenz,

onvervalst sentiment, wel mooi geschreven. Het beeld van de boer en de mensen in de file zie ik voor mij als een stijlvolle zwart-wit foto.

Geplaatst op 1 september 2007 om 20:55

De boer was echt, de tractor was echt, de file was echt (ik zat er middenin, een paar dagen geleden), en heb werkelijk overwogen de boer te gaan helpen. We stonden stil op de linkerrijbaan en moesten voor sluitingstijd iets afhalen in een buurland, als we rechts hadden gestaan en alle tijd hadden zit de kans er dik in dat ik daadwerkelijk was gaan helpen.

Ja, ik had ook naar de andere kant van de baan kunnen gaan en mijn planning kunnen laten voor wat het was enz, klopt, heb ik niet gedaan. Maar toch, vele van jullie reageren alsof het zoiets ondenkbaars is in deze situatie, dat gevoel heb ik niet. Ik dacht het, vond het best een logische gedachte ook. :)

Jaco, goed punt. Dertig fietsende mensen en dan die airco, inderdaad een energieverspilling. Hahahaha, uit menselijke frustratie energie winnen! (Marten Toonder is geweldig.) In dat geval zou ik veel energie kunnen leveren. :P :D

Geplaatst op 2 september 2007 om 07:38
E

Dag Wenz

ik vind het ook niet zo ondenkbaar dat er mensen die boer zouden gaan helpen. Gelukkig maar.

Geplaatst op 2 september 2007 om 11:01

Gelukkig, E. Ik blijf graag geloven dat de maatschappij zo individualistisch niet is als we soms vrezen. Jouw comment helpt me daarbij. :)

Geplaatst op 2 september 2007 om 19:25