*&%$#@zooi

Een dagje naar zee! Een van de dingen waar je mij blij mee kunt maken. Dat wil zeggen: wanneer het alles behalve warm is. Het is niet zo dat ik niet van zon houd, het probleem ligt meer bij de kuddes op het strand. Wanneer de huidplooien van de gezette vrouwen met pastelkleurige bikini (die overigens maar gedeeltelijk te zien zijn wegens deining van het lichaam wanneer ze zich behaaglijk omrollen in het zand en ik met man en macht iedere associatie met een varken probeer te verdringen) de flodderige grauwe huid van de net iets te bruine en toch veelal grijzende mannen in vaal zwembroekje haast overlappen, rij na rij, kolom na kolom, is dat veelal het teken voor mij om oh zo ver van het strand te blijven.

Toch gebeurt het zo nu en dan dat de zon net voor mijn aankomst onaangekondigd haar streberige best gaat doen en zodoende op de valreep en ondanks de voorspellingen toch nog een hoop volk naar het strand trekt. Datzelfde strand waar ik met dikke trui en verwaaide haren rondloop, er zojuist nog van overtuigd op een verdwaalde visser of enthousiaste wandelaar na niemand tegen te komen. Gelukkig zijn de zonnebaadkuddes veelal erg voorspelbaar: verder dan veertig passen van de strandopgang verwijderd raken ze niet, een flink eind doorlopen is dan ook meestal afdoende om aan de vleesklomp te ontkomen. Het enige vervelende is dat ik in die gevallen toch echt eerst langs deze wancreaturen des levens moet zien te raken. Ook daar is een relatief bevredigende oplossing voor te verzinnen. Stoïcijns voor je uit turend loop je in een rechte lijn naar de zee, alwaar je tot je knieën in het water gaat staan. Vervolgens draai je je lijf een kwartslag en begin je voorwaarts te ploegen.

Het merendeel van de vleesklomp beperkt zijn bezoek aan de zee tot de handdoek op veilige afstand van daar waar het nat is. In het water lopen zorgt ervoor dat ik meestal net ver genoeg verwijderd blijf van de zonder twijfel hoogstaande gesprekken die zich tussen de roodverbrande ledematen afspelen. (“Zou het water koud zijn?” “De zonnebrand zit onder het zand!” “Hebben ze hier ook frieten?” en meer van die geestverruimende levensvragen en wetenswaardigheden.) Het enige nadeel is dat zij mij kunnen zien. Uit de vleselijke klomp puilen honderden ogen, spiedend en turend naar alles wat beweegt. U begrijpt: mijn hartverwarmende afkeer van mensenmassa’s neemt onverwacht nieuwe proporties aan op zo’n moment. Verlangend kijk ik in de verte terwijl ik langs de massa stiefel, mezelf moed in pratend dat ik over een kwartier weer opgelucht zal kunnen uitademen, ondertussen pogend vooral niet op te vallen, vooral niet over kleine spelende jongetjes met blauwe zwembroekjes en een emmertje vol modder te struikelen (u kent ze wel: zo’n jongetje dat er tien meter verderop op onverklaarbare wijze alwéér blijkt te zitten, en daarna wéér, en wéér. Wat is dat met blonde jongetjes van een jaar of vijf in blauwe zwembroekjes, kan men die ergens in de buurt van de zee per gros kopen?), en vooral niet toe te geven aan mijn drang hard weg te rennen naar de duinen, ondertussen loeiende geluiden makend om uiting te geven aan mijn milde ongenoegen alvorens ik mijn shotgun te voorschijn zal toveren en alles weer vredig en fijn zal worden.

Waar was ik? Oh ja: daar loop je dan, je ietwat ongemakkelijk te voelen, je ietwat te storen aan het feit dat het lege strand plots gevuld is met ongewenste beharing en walgelijker dingen die het daglicht eigenlijk niet verdragen, uniseks windschermen en zichzelf overschattende, tot op het bot bakkende en puffende levensvormen. En daar loop ik dan tussen: een naar haar voeten starende dame in trui met lange mouwen (Heb ik al eens verteld dat ik een koukleum ben?) en overduidelijk zónder, ik herhaal: zónder handdoek, zompig lunchpakket of bikini. Goed. Niets aan te doen. Ik schraap al mijn rudimentaire moed bij elkaar en begin aan de uitputtende tocht langs het vleesfront, op weg naar daar waar het strand weer uit zand bestaat.

“Ik ben hier niet, jullie zien mij niet, ik ben hier niet, jullie zien mij niet…” prevelend stap ik voort, hopend op een plotse stortbui, een aanspoelende haai of iets anders dat ervoor zal zorgen dat de kluit ogen zeker weten niet op mij gericht zal zijn. Volkomen in gedachten verzonken en spontaan opkomende zenuwtrekjes onderdrukkend loop ik voor iedereen langs. Hoe ongelooflijk, ontzettend en enorm gelukkig word ik dan ook wanneer mijn lieftallige, enthousiaste en vooral: zich niet ongemakkelijk voelende vriend in al zijn uitgelatenheid een goed idee denkt te hebben en guitig de door hem meegenomen volleybal mijn richting op smijt. Mijn richting. Naar mij. Ik. Terwijl ik daar loop te overleven. En ik dus niets doorheb. En de bal dus, bijna geniepig ‘voltreffer’ fluisterend, doelgericht en zonder omweg met volle kracht tegen mijn rechteroor suist. Om dan naast mij in het water te storten, net op het moment dat mijn hoofd vervaarlijk op mijn nek wiebelt en ik tijdelijk niets meer hoor of zie behalve een snerpende fluittoon en sterretjes. Tegen de tijd dat ik mijn doorweekte broekspijpen aan mijn benen voel plakken is mijn hoofd al zo rood aangelopen, dat ik alleen nog maar een enorme sprint weg van de massa wil trekken, ware het niet dat mijn evenwichtsorgaan mij even hartelijk uitlacht als de lillende vleesklomp van dagjesmensen naast mij. Oef. Koortsachtig zoek ik nog naar manieren om de tijd terug te draaien, het strand om te vormen tot verlaten parkeerplaats, deze dag uit de geschiedenis te laten verdwijnen of mijzelf tot aangespoelde schelp te verpoppen, maar helaas.

Ik heb voorlopig mijn portie strand en zee wel gehad, lieve mensen.

15 Reacties

joost

Ik woon op twintig minuten fietsen van het strand, maar ik zal het niet in mijn hoofd halen om de onvoorzichtigheid te begaan die jij zo treffend weet te schetsen. De onafzienbare rij voortsjokkende automobielen met tetterende autoradio’s en uitstekende hoofden en benen herinneren mij bijtijds aan mijn grondige afkeer van opeengepakt mensenvolk.
‘s Winters kom ik trouwens ook uiterst zelden aan zee – daarvoor ben ik dan weer een te grote koukleum.

Geplaatst op 27 augustus 2007 om 11:48

Hahahaha, weet je Wenz?
Je kent die oogkleppen wel die de paarden op krijgen?
Mischien zijn die er ook wel voor mensen en die zet je dan op als je de volgende keer weer op het strand komt.
Dan kijk je alleen maar naar de zee en verder zie je niets.

Geplaatst op 27 augustus 2007 om 15:00

strand is ook erg mooi bij harde wind en regen.
uitwaaien! woeiiiii

Geplaatst op 27 augustus 2007 om 17:04

haha..wat kan je zo’n momentopname toch prachtig lang en met veel drama verwoorden.
Ik had er bijna bij willen zijn.

Geplaatst op 27 augustus 2007 om 19:22

We hebben het elders al eens eerder tegen elkaar gezegd toen het over hete volgepakte stranden ging: ik voel met terugwerkende kracht met je mee.

Geplaatst op 27 augustus 2007 om 22:03

Dat iedereen op elkaar gepakt zit en je daar een hekel aan hebt ok. Maar het is dat ik zonneallergie heb, anders hees ik mijn dikke lichaam ook in een bikini hoor! (niet op een overvol strand welliswaar maar even voor het principe he)(En zou ik denken, wat doet die griet nou in een trui met lange mouwen op zo’n warme dag hahahaha)

Leeft vriend nog?

Geplaatst op 28 augustus 2007 om 03:27

De volgende keer op een lekkere warme avond gaan. Iedereen gekleed, minder mensen en nog een veel mooier uitzicht! Enne, gewoon de duinen in rennen maar wel uitkijken voor over stekend naakt, :)

Geplaatst op 28 augustus 2007 om 10:16

Oei, ik hoop dat ik niet al zwemmend jouw zeezondag heb vergald…dat je dus niet aan de Noordzeekust van Texel liep…ik zag niets van de vorm die jij beschrijft (met lange mouwen), maar als ik verzaligd het zeewater in duik (tja, óók als dat water slechts 15 graden is…excuus voor deze dikdoenerij) dan zie ik niets meer ;-)

Geplaatst op 28 augustus 2007 om 18:13

Hahaha Bee, ja de zwemmende mensen, daar heb ik veel minder moeite mee: die zijn gefocust op het water. ;) Ik was aan de andere kant, in Vrouwenpolder, dus gelukkig heb je me niet voor l*l zien staan. :P

Cin, dat is nu precies wat ik bedoel: ik heb geen moeite met gezette mensen, wel met een kudde vlees op het strand. Daarbij is het uiteraard karikaturaal, mijn woorden hierboven, om mijn ongemakkelijkheid op dat moment kracht bij te zetten. Voel je dus vooral niet aangesproken.

Arno, dat het gebeurde was al erg genoeg, als er ook nog eens allemaal ‘bekenden’ bij waren geweest was het nog duizend maal erger geweest. :P

Inderdaad, ‘s avonds is het strand ook mooi, en bij harde wind is het helemaal geweldig! :D Uitwaaien? Wegwaaien!

Dankjewel Polle, dat verzacht het leed. :D

Ghahahahaa Mieke, superidee! :D Grinnik. Al weet ik dan wel dat ik zeker weten op zal vallen, al zal ik dat zelf niet zien. :P

Joost, heerlijk om zo dichtbij te wonen! En over rijen lange files heb ik het nog niet eens, dat zijn de dagen dat ik niet eens op het idee kom naar het strand te gaan. In mijn geval moet ik er minstens een uur voor rijden namelijk, terwijl jij lekker op je fiets kunt gaan… Fijn te horen dat jij die massa ook ontduikt! Haha, in de winter snijdt de wind door je oren, kaken en na verloop van tijd al je overige botten. Brrrrr. Helemaal mee eens. :)

Geplaatst op 28 augustus 2007 om 18:53

Oh, hoe herkenbaar!! Maar ik heb een alternatief gevonden voor het strand in de zomer. Ga na half zeven, dan zitten al die lillende vleesklompen thuis of op de camping aan de warme hap en kun je heerlijk ongestoord over het strand slenteren, picknicken of zelfs, men heeft me er 1 keer op kunnen betrappen, frisbeeen.

Geplaatst op 28 augustus 2007 om 21:46

Ik heb zo een beetje een vaag vermoeden, heel vaag, dat jij heel misschien een ietie pietsie beetje een hekel hebt aan je zonnebadende, blubberende, roodaangeslagen, frietverslindene, strandvolley-spelende, zandkastelen-bouwende, koelbox-met-half-frisse-dranjes-meezeulende medemensen. Ik weet ook niet goed hoe ik daar aan kom, maar waarschijnlijk herken ik iets…

Geplaatst op 28 augustus 2007 om 23:18

@Wenz: het is mijn weerbarstigheid van het moment, veroorzaakt door slapeloosheid, stof, stank, herrie en een totale krakkemikkigheid die mijn reactie ingaf. Hoewel ik eerlijk moet bekennen dat ook meespeelde dat het het zoveelste verhaal was wat ik las waarin de dikke mens als sybool dient om aan te geven hoe vervelend het uitzicht kan zijn. Begrijp ik wel hoe het bedoeld is en normaal zou ik er alleen maar om lachen maar ergens in een klein, verstopt hoekje van mijn hart vind ik het wel eens moeilijk. Omdat ik nu eenmaal dik ben en ik toevallig de laatste weken heeeeeeeeeel veel hoor over slagschepen, varkens en drilpuddingen.

Enfin, hopelijk voel jij je ook niet aangesproken, het is mijn eigen vervelendheid van het moment die het ingaf. Normaal had ik er niet eens bij stilgestaan in deze context.

Geplaatst op 29 augustus 2007 om 05:05

Had ik al gemeld dat ik uberhaupt nogal overemotioneel ben? Ze moesten me verbieden te reageren ;) (Enne, leeft vriend nou nog eigenlijk? ;))

Geplaatst op 29 augustus 2007 om 05:10

Hahaha Youri, ja ik geloof dat je mij een klein beetje begrijpt. :P

Marleen, ik sluit me bij je aan! ‘s Avonds gaan, ik knoop het in mijn oren. :D (En een frisbee komt vast minder hard aan dan een volleybal, toch? :P)

Cin, hahaha, emootje van me. ;) Ik snap het wel hoor, dat je soms moe wordt van dit soort opmerkingen. Toch staat het aardig in perspectief mijns inziens, het is niet zo dat ik alleen maar over dikke mensen praat, ALLE halfnaakte mensen zijn irritant op het strand. :P Grinnik. Slagschepen, varkens en drilpuddingen… de zomer brengt het beste in de mens naar boven… ;) Hoe dan ook succes met je emotionele rollercoaster. :)

Ohja, wat vriend betreft: die shotgun kwam goed van pas. :P ;) Grinnik, nee hoor, het was een ongelukje, kan gebeuren, pech voor mij, maar ik overleef het wel hoor. En hij dus ook. ;)

Geplaatst op 30 augustus 2007 om 08:55

Het strand is als een Twix. Valt altijd tegen.

Geplaatst op 4 september 2007 om 16:40