*Tussenstop

Ze staren voorbij de voorruit, voorbij het bos dat voor hen ligt, voorbij de middag, voorbij hun samenzijn.

Hij ziet hoe zij naar hem glimlacht, liggend op zijn bed, in zijn huis, in zijn stad. Alles is goed, het is compleet zo. Heel anders dan wanneer hij straks thuis zal komen. Zij ziet hoe ze naar hém glimlacht, ongemakkelijk, verontschuldigend, vanaf de andere kant van de tafel, in de keuken, in hun huis. Hoe hij zal breken wanneer zij zal vertellen dat ze met hem in het bos geweest is, in de auto geweest is, naar zijn huis is gegaan. Hoe ze daar op zijn bed naar hem geglimlacht heeft. Ze ziet hoe zijn blik zal verstrakken, hoe zijn mondhoeken zullen trillen, hoe hij zal vechten om wat te doen, hoe te reageren. Ze ziet de kilte die daarna om hem heen zal drijven, de afstand die zij zal nemen, het begin van het einde, het onmogelijke van het mogelijke, het breken van wat niet kapot was.

Hun gedachten zweven in hun midden. De auto vult zich langzaamaan met rook, met adem, met hitte, met willen, met ooit, met wat daar nu nog van over is. Hij praat, zij praat. Hij voelt haar strijd, voelt tegelijkertijd hoe hij deze strijd allang verloren heeft. Woedende tranen rollen over zijn wangen. Zij strijkt ze weg, aarzelend, zoekend. Verlangend. Strijdend. Hij slaat zijn arm om haar heen, zij kruipt tegen hem aan, ontspant, verstart dan weer. Hij zoekt haar, zij zoekt zichzelf. Hun omhelzing is een oorlog. Haar hart klopt onder zijn trillende vingers, ze tasten af waar het botsen begint.

Hij ademt langs haar hals, de ruimte tussen hen wordt kleiner. Zijn stem vult haar verlangen. Ooit stapt bij hen in de auto, neemt plaats in haar gedachten. Haar lichaam klampt zich vast aan wat ze wil. En toch. Ze weet dat wat ze wil een scherf is van wat hij wil, dat wat ze wil een rijzige berg is voor hem, die thuis op haar wacht. Een traan drupt op zijn arm, hij streelt haar wangen droog. Hij weet dat ze niet alleen huilt om wat verloren is, maar ook om wat gewonnen is. Ze wil dit niet willen, wil dit tegelijkertijd niet loslaten. Hij roept haar terug naar hun tijd samen, haar blik vlamt op onder zijn zware ademhaling, haar huid gloeit onder zijn thuiskomen. Ze wil dit.

Zijn hand zoekt de hare, ze strelen hun strijd strak. Zijn vingers laten zwarte vegen achter op haar toekomst, het is pijnlijk hoe thuis deze auto voelt. Hoe ze in zijn bed wil liggen, naar hem zal glimlachen. Ze dwingt zichzelf het bed uit, haar kleren in, terug naar de andere kant van de wereld. En hoe ze dan bij iedere stap richting huis misselijker zal zijn. Misselijk van hoe ze genoten heeft, van hoe ze hem gebroken achterlaat, van hoe ze verder moet, op weg naar nog meer brokstukken, naar het gekozen hebben voor het niets. Hij raakt haar wezen aan, hij weet feilloos waar dat te vinden is. Aait haar zacht toe te geven. Ze wil dit, dat weet hij ook. Ze pakt zijn hand, graait alle rechtvaardigheid in zichzelf bijeen, leidt hem terug naar waar ze vrienden zijn, zoekt haar eigen helft van de auto weer op.

Hij start de auto, stilzwijgend rijden ze terug naar nu. Met iedere meter groeit zijn onmacht, zijn verdriet. Met iedere meter groeit haar onmacht, haar verdriet. Ze is niet wie ze zou willen zijn, maar ze wil niet anders dan dit. Hij ziet de kaarsen die nooit aangestoken zullen worden op zijn tafel staan, de chocola die niet gegeten zal worden in de koelkast liggen. Zij ziet ze ook, schrijnend helder. Het bed dat half gevuld zal zijn vannacht. Ze treuren om hetzelfde, maar zijn verdriet is het hare niet. Zij denkt aan hem, waar ze zo vervuld van is, waar ze zo bij mag bestaan, mag groeien, maar ook aan hem, die naast haar zit, de auto richting afscheid stuurt.

Ze weet dat opsplitsen afsplitsen is, maar dat gegeven verzacht dit samenzijn amper. Nog eenmaal denkt ze aan zijn bed, hoopt een moment dat hij haar geen keus laat, alle consequenties wegneemt. Ze weet dat dit onmogelijk is, dat zij dit niet zonder zichzelf kan doen. Haar verdriet reikt verder dan haar eigen tranen. Hij zal alleen moeten zijn, niet zij. Ze slikt moeizaam. Het weggaan nadert. Haar keel is rauw van het ingehouden schreeuwen, haar lippen ruw van de niet gekuste mond, haar hart verzwaard van het dubbele bestaan. Ze loopt weg, maar afscheid nemen kan ze nog niet.

12 Reacties

Plien

oei, oef en oeps. Dit is prachtig verdrietig maar ook weer verhelderend. Wat is dat toch met auto’s? Een kleine wereld waar je niet uit kan vluchten. Waar intimiteit op de ramen geblazen staat.

Geplaatst op 13 augustus 2007 om 10:29

mooi, wel treurig inderdaad, maar ook heel pakkend geschreven

Geplaatst op 13 augustus 2007 om 15:30

Integriteit: “Je eigenbelang niet laten meespelen in de ‘strijd’ van een ander” maar wat als die strijd voor beiden gelijk opgaat?

Mooi en mooi.

ps Plien: “Waar intimiteit op de ramen geblazen staat.” Die is mooi!

Geplaatst op 13 augustus 2007 om 19:16
Mick

Dit voelt auw …

Geplaatst op 13 augustus 2007 om 19:26

That’s it. Ik wil een draagbaar beeldscherm. Met dit soort verhalen wil ik lekker op de bank opgekruld kunnen liggen lezen. Wanneer komt het in boekvorm uit? Dan wil ik bij deze 10 exemplaren bestellen. 1 voor mij en de rest om uit te delen.

Geplaatst op 13 augustus 2007 om 20:48

‘Ze wil dit niet willen, wil dit tegelijkertijd niet loslaten.’ Kern van een universele strijd…weer pakkend. Wacht ook op boek.

Geplaatst op 14 augustus 2007 om 13:50

Het was van begin tot het einde heel boeiend om te lezen.

Geplaatst op 14 augustus 2007 om 18:28

Zie de reactie van Marleen.

Geplaatst op 15 augustus 2007 om 14:40
Do

Na dit te hebben gelezen moet je minstens 5 minuten voor je uitstaren voordat je je bezigheden weer kunt hervatten.

Geplaatst op 16 augustus 2007 om 11:27

:)

Geplaatst op 17 augustus 2007 om 21:54

Jezus! Ik ben nooit in een dergelijke situatie verzijld geraakt, maar ik kan me geen betere omschrijving voorstellen van hoe ik me zou voelen als het toch zou gebeuren. “Hun omhelzing is een oorlog.” Wat is dat toch met verboden liefdes?

Geplaatst op 20 augustus 2007 om 23:13

Verboden liefdes zijn zo universeel dat iedereen het kan herkennen, kan voelen, Jaco. Net zoiets als hoogtevrees: een deel van je wil springen. :)

Geplaatst op 23 augustus 2007 om 22:52