*Grondstof

Stap een week uit de wereld en kijk wat het je oplevert. Besta louter uit gesprekken, uit gedachten, maar laat je dagelijksheid niet versloffen. Praat, denk, voel, erken. Geef het een naam en het bestaat. Het blijkt altijd al bestaan te hebben. Geef het een draai en het spint en tolt in je hoofd tot het volledig herschikt weer precies op zijn plaats valt. Geen idee wat het je oplevert, maar je weet dat het iets in gang zet, een laagje van je blinde vlek pelt, je tenen dieper in de aarde drukt. Wil je iets anders bereiken, dan zul je iets nieuws moeten doen.

We laten elkaar bestaan, zoeken elkaars diepten op. De huid glijdt zachtjes van onze botten, naakter dan bloot zien wij elkaar. We zien meer overeenkomsten dan voorheen, meer verschillen dan voorheen. In elkaar en onszelf. Verleden en heden kabbelen naast elkaar, haar leven en mijn leven schurken zich zachtjes getweeën tegen de bank. Gedachten, overpeinzingen, luchtbellen, waarheden, het vrije denken en sigaretten, krijt en woorden: we trekken de spiegel iets gladder, openen onze ogen iets wijder. Inzicht pingpongt zijn weg naar onze kronkels, de even dagen zijn van haar, de oneven dagen zijn de mijne.

Ze laat me zien wat mogelijk is, ik laat haar zien wat nodig is – en dat draaien we net zo makkelijk om. We creëren een wereld waarin wij de norm zijn, waarin de wereld een bijrol speelt. Een glansrijke, dat wel. Want dit ís mijn bestaan, dit ís wie ik ben, of ik nu wil of niet. En opeens wil ik wel, blijkt alles te mogen bestaan, niets behoeft ontkenning. Wat een last leek, blijkt nog best van pas te kunnen komen, en wat standaard leek, blijkt makkelijk op losse schroeven gezet te kunnen worden. Ik begrijp. Laat ons maar overspoeld worden, laat ons maar een ondoordringbaar woud van associaties bouwen, zolang we de basis in het oog houden kan er niets misgaan. Ik klim over mijn muur en werp een blik op het wijde bestaan dat leven heet, zij neemt de leem ter hand en begint langzaam doch gestaag haar wereld af te bakenen, werpt een blik op het wijde bestaan dat ‘ik’ heet.

Van een afstand roepen we elkaar toe hoe mooi het hier is, kruipen dan weer terug op de bank, schouder aan schouder. Klein beginnen. Haar strijd is de mijne niet, is de mijne wel. Wat zij voor elkaar heeft moet ik bereiken, wat ik doorgeworsteld heb moet zij overwinnen. En toch zijn we volledig uniek, en een week lang volledig onszelf. We laveren tussen de uren die we hebben en de jaren die komen: soms een overdosis te plaatsen woorden voor de een, soms voor de ander. Twee keer vijf woorden ontlokken ons hele bestaan aan elkaar, aan onszelf. Kijk: hier kom je vandaan, kijk: daar ga je heen, voorzichtig: hier ben je bekrast, voorzichtig: daar ben je onaantastbaar. We peuteren aan elkaar zonder te irriteren, raken aan elkaar zonder te strelen. We bestaan louter uit alles wat in ons opkomt en dat blijkt een schot in de roos: gaandeweg worden we kristalhelder, zelfs de donkere vlekken glanzen.

Haar tranen zijn de mijne niet, mijn schouder is wel van haar. Verdriet en afscheid vechten in haar mond om woorden, zienswijzen en nieuwe doelen vechten in haar hoofd om een plek. Langzaam lopen we vol, ontladen weer. Ze kan geven terwijl ze zelf ontvangt, ik kan ontvangen tijdens het geven. Avondwandelingen om de wereld niet te vergeten; een teek in mijn knieholte als aandenken. Een dagje natte broekspijpen aan zee; verbrande schouders als aandenken. Eindeloze gesprekken tot we leeg zijn, vol zijn; een deur vol tekeningen als aandenken. Herkenning en ontlading, balanceren tussen ernst en absurditeit; menig schaterlach in tweevoud als aandenken. Een weekje binnenkijken bij onszelf. Zicht op een nieuw leven als aandenken, als startpunt, als houvast. Wij komen er wel.

Ja, wij komen er wel. We kunnen weer vooruit. Zeven dagen lang kregen we de kans omstandigheden om te vormen tot solide grondstof, vol vertrouwen nemen we afscheid. Ik houd van haar. Ik houd van mij. Ik houd van weggaan en weer terugkomen, een stap verder dan voorheen. Ik houd van weer op weg kunnen zijn in mijzelf, met mijzelf. En god, wat houd ik van hem. Mijn tranen zijn een mengeling van opluchting, nieuwe doelen en thuiskomen.

11 Reacties

Mick

Geplaatst op 5 augustus 2007 om 21:22

ik denk dat ik me aansluit bij Mick…
…wat kan ik hier aan toevoegen?

Misschien een liedje van Leonard Cohen (vetaald door herman van Veen): Suzanne

Geplaatst op 6 augustus 2007 om 11:20

Mooie woorden mooie beelden mooie gedachten.

Geplaatst op 6 augustus 2007 om 20:17

En dat in zeven dagen, voor de meesten een heel mensenleven ..

Geplaatst op 7 augustus 2007 om 04:59

uitgeluld..

Geplaatst op 7 augustus 2007 om 10:13

in die hele lap tekst viel mijn oog direct op deze zin:

“Verdriet en afscheid vechten in haar mond om woorden”

weergaloos prachtig!!!!!!!

Geplaatst op 8 augustus 2007 om 00:34

Je kunt er weer even tegen?

Geplaatst op 8 augustus 2007 om 09:27

Wonderschoon…

Geplaatst op 8 augustus 2007 om 11:45

Sprakeloos sluit ik mij aan bij mijn voorgangers. Alles wat je hier op zegt is overbodig.

Geplaatst op 8 augustus 2007 om 16:15

Bijzonder prachtig. Ongelooflijk knap hoe je daar woorden aan hebt gegeven. Schrijven is niet moeilijk, de juiste woorden vinden wel. Volgens mij heb jij ze gevonden.

Geplaatst op 10 augustus 2007 om 09:16

“We bestaan louter uit alles wat in ons opkomt en dat blijkt een schot in de roos: gaandeweg worden we kristalhelder, zelfs de donkere vlekken glanzen.” Zó van een week terugkeren en je haalt weer opnieuw adem. Prachtig Wenz.

Geplaatst op 10 augustus 2007 om 21:00