De straatlantaarns schijnen hun oranje licht over de late uren, ik houd van deze status quo. Alsof de morgen nooit zal aanbreken, de zon niet meer bestaat, het leven niet meer op gang zal komen, de tijd het bijltje erbij neer zal gooien. Niet de nachten waarin verdwaalde dronken kreten klinken, muziek nog uit cafeetjes schalt: die behoren mij niet toe. Enkel de nachten waarin de gehele mensheid diep in slaap lijkt, de wekker als grootmacht het land lijkt te regeren, tik tik tik tel de uren af, knijp de ogen stijf dicht, morgen moet men weer presteren. Prestatie, presentatie, presentabel, preventie, prevalent, prevelen. Zo bezien lijkt plots het laatste woord niet bestaand, ik weet de eerste keer dat het me overkwam nog: herhaal spaghetti zo vaak dat de letters geen logica meer lijken te hebben. Het lukte, het woord leek een moment lang alle betekenis verloren te hebben. Momentopnames, een mens zou ervoor willen leven.
Hij staat naast me, drukt zijn warmte tegen mijn kou, zijn lippen tegen mijn hals. Zijn handen spreken wat hij niet durft zeggen. Hij denkt aan heel andere dingen. Een moment wil ik hem duidelijk maken wat ik nu voel, stop nu even, kijk naar buiten, zie wat ik zie, laat dit niet aan je voorbij gaan! Ik ben er vervuld van. Maar mijn ogen zijn niet de zijne, wat hij voelt is niet wat ik voel. De wereld raast aan mij voorbij, alleen de nacht geeft mij het gevoel op gelijke voet te staan. Nee. De nacht geeft mij vreugde. Nee. De nacht geeft mij een veilig gevoel. Nee. De nacht geeft mij een onoverwinnelijk gevoel. Nee. De nacht is mijn spiegel. Nee. De nacht is mijn klankbord. Nee. De nacht stroomt door mijn aderen. Ik zoek vergelijkingen, tevergeefs. De verlaten straat in het holst van de nacht geeft mij hetzelfde gevoel als de doorbrekende zon op een vrije dag hem geeft: je krijgt pure, oprechte, niet te evenaren zin in het leven.

Ik hoor de auto’s, onzichtbaar achter de bomen, over de snelweg glijden. Probeer me voor te stellen wie op dit moment en waarom en hoe in die auto zit. Verwarming aan, muziek luid, een bijna lege weg voor zich. Uitgelopen vergadering, geëindigd in een obscure tent. Smoezen verzinnend voor thuis, uren tellend tot de volgende dag weer aanbreekt. Slecht huwelijk. Fleecetrui en wandelschoenen in de kofferbak. Iedere meter onder zijn wielen een tikkende bom, handen om het stuur geklemd, verscheurd tussen de geile avond en de tegemoet rijdende stilzwijgende ruzie. Zijn nacht is niet mijn nacht. Er spatten druppels op uit plassen op de stoep, bomen buigen zachtjes door, alleen het weer en deze straat bestaat. En ik. Mijn lijf buigt zachtjes door onder zijn strelingen.
Is mijn buik mijn buik? Zijn mijn borsten mijn borsten? Bestaan ze niet louter door zijn aandacht? Wanneer de liefde niet zou bestaan, zou ik dan dit lichaam hebben? Ik zie door zijn ogen, waardeer door zijn gedachten, zonder hem was ik een samenraapsel van ledematen. Deze rug te lang, deze taille te hoog, dit gezicht onbeduidend, deze borsten te lelijk, deze voeten te groot, deze knieën te knokig, dit lichaam niet het mijne. Aanwezig, maar betekenisloos. Zijn blik is mijn filter, zijn handen mijn huid, zijn liefde mijn schoonheid. Is dat waarom een mens niet ongeliefd wil zijn? Ik richt mijn blik weer naar buiten, de nachtelijke straat maakt dat ik ook mag bestaan: zie hoe mijn stenen maagdelijk wachten op de eerste stappen van de dag, zie hoe mijn asfalt strak opgespannen wordt onder het licht van de lantaarn, zie hoe mijn takken bewegen op het ritme van de nacht. Of je nu kijkt of niet, ik ben hier.
Al loopt geen mens op mij, ik blijf iedere nacht bestaan. Al rijdt geen auto over mij, al weerkaatsen geen stemmen tegen de gebouwen, al warmt de zon mij niet op, al lijken kleuren uit mij verdwenen, ik blijf. In deze uren ben ik van mijzelf, en niet van jullie. Ik knik. Zo is het goed. Dankbaarheid. Om deze straat in al zijn bestaan te mogen aanschouwen. Zijn vingers omvatten mijn tepels, mijn adem vormt wolkjes op het glas. De nacht door een waas bekeken, ik onderdruk de neiging mijn handen tegen de ruit te leggen, mijn mond wijd open te sperren, mijn ziel naar buiten te zien buitelen, de stoep op, de straat door, langs de bomen, oranje in het nachtelijke licht, de hoek om. Ik voel zijn hart tegen mijn schouderbladen kloppen, mijn lichaam ontwaakt onder zijn warmte, ik draai me om, leg mijn lippen op de zijne terwijl ik met een hand het gordijn weer sluit. Goedenacht.






16 Reacties
Stil leven is ook stil genieten.
heerlijk dat je mij de ruimte geeft om zelf een beeld te maken van jouw verhaal. Ik moest hier aandenken; een songteks van de dijk;
Deze stad
Altijd wat
Niks van plan
Toch weer plat
Wil of niet
Je gaat mee
Deze stad
Kent geen nee
En je weet wel dat het afloopt
Met een koffer vol berouw
Deze stad is een hele mooie vrouw
Neonlicht
Oogopslag
Vlees is zwak
Overstag
Geen verweer
Geen excuus
Leven eens
Leven nu
En wat draait ze met haar heupen
En wat sluit haar truitje nauw
Deze stad is een veel te mooie vrouw
Een veel te mooie vrouw
Je geeft alles wat je hebt
Maar zij geeft geen moer om jou
Wat zou dat nou
Deze stad
Meer dan zat
Niks van plan
Toch weer plat
Graag of graag
Ja of ja
Deze stad kent
Geen gena
En je weet wel hoe het afloopt
Maar wat zijn haar ogen blauw
Deze stad is een veel te mooie vrouw
Een veel te mooie vrouw
Je geeft alles wat je hebt
Maar zij geeft geen ene moer om jou
@Sonja: bis!
@Wenz: je log is een waardig en knap vervaardigd monument voor de nacht! Doe je ook aan verzoekjes? Dan vraag ik de vroegste ochtend aan.
Dat is waarom een mens niet ongeliefd wil zijn, en zo, zo is er weer een dag geboren. Wenz, dit zijn je mooiste stukjes, deze indringende, zoekende, mijmerijen. (Laat de gordijnen maar een beetje open, dan is het niet zo donker.)
zo koester ik mij in de nacht, in jouw schrijfsels… :)
Ik moet je eerlijk bekennen dat de nacht niet voor mij is weggelegd.
Geef mij de dag maar.
Wel de vroege ochtend uurtjes als iedereen nog slaapt, maar dan moet het wel licht zijn.
Maar nietemin heb je het nacht verhaal weer prachtig verwoord.
ik ga de wekker voor aankomende nacht eens zetten, al zal je voor het gehele begrip wellicht zonder geluidsaanleiding de ogen moeten openen.
ik mag graag in jouw straat lopen…en niezen…even plotseling geluid…misschien de wekker voor anderen ;-)
Ik geniet van je stijl en je beschrijvingen. Kijken door jouw ogen moet geweldig zijn.
*Is er stil van*
Thanks iedereen. :)
Ah Roer, de vroege ochtend, ja, daar kan ik ook wel een boek over volschrijven. :) Minstens zo mooi, die minuten voor de wereld ontwaakt.
Grinnik, kRonkel, ja, nies maar. Dat zou een saamhorig gevoel geven: er loopt hier nog iemand in de straat, niet wetend dat ik er ook ben op dit moment, hetzelfde zie als hij, zijn nies horen, zijn voetstappen, bijna zijn gedachten kunnen horen. Mooi. :)
Ja Marius, zo is het minder donker. :)
Wat een lieve reacties van jullie allemaal. (Sonja, jouw opgeroepen associatie is ook een mooie.) Ik geniet eventjes, ook al is het dag momenteel. :)
Hier wil ik niet eens een reactie aan toevoegen. De woorden spreken en ieder woord eist zijn aandacht meer als genoeg en heeft het bij deze ook gekregen. Prachtig geschreven, Wenz.
allenachtigprachtig!
mooie combinatie van beelden van de stille stad (bijna stille stad is wellicht beter aangezien het geluid van auto’s wordt beschreven), avond, filosofie en tederheid.
Als de nacht kan blozen, dan heeft hij dat na jouw mooie woorden stiekem gedaan.
:)
Ik ben hier voor het eerst, via de top 10 van GdB. Deze log lees je niet zomaar even snel tussendoor. Ik ga hem later nog een keertje lezen, maar dan goed en rustig, want dat verdient hij! En zeer waarschijnlijk ga ik nog wel meer van je lezen.