*Warboel

Het is een onrustige nacht. Woelig. Inslapen, weer wakker, voortdurend schipperen tussen waken en slapen. Plots: het nachtkastje trilt oorverdovend. (Bijgeleerd: trilfuncties werken alleen bij mobiele telefoons wanneer je ze niet op een plat houten oppervlak legt.) Een smsje van een vriendin. Haar baan in de horeca levert mij voornamelijk in-het-holst-van-de-nacht-berichtjes op. Aan de stand van de maan weet ik al van wie het teken van leven zal zijn. Als iemand geschillen zou moeten beslechten, oorlogen voorkomen, zet haar dan in. (Niet in de ochtend, dan zal ze weinig vredelievend zijn, maar op nachtelijke uren is ze op haar best.) Met het juiste, bescheiden, alcoholpromillage manifesteert ze zich als de vleesgeworden liefde. Euforisch meldt ze mij een schat te vinden, ongelooflijk blij te zijn met onze vriendschap, het leven geweldig te vinden, enorm uit te zien naar onze volgende ontmoeting. Dat alles gelardeerd met vele uitroeptekens, een enkele typefout en bergen enthousiasme. Hoe dan ook levert het altijd een brede glimlach op van mijn kant.

Twee uur zoveel. Nu ben ik echt te wakker. Geen geldige reden meer om in bed te vertoeven. De trap af, kraak. Het huis lijkt in de nacht de baas over de geluiden te zijn; waar overdag muziek en stemmen klinken, regeert ‘s nachts het pand. Treden kraken hun klaagzang, koelkasten zoemen hun overpeinzingen en deuren piepen hun filosofieën. Ik voel me bijna een indringer, de spelbreker die op verwijtende blikken kan rekenen. Geruisloos probeer ik te bestaan. Alleen het zachte glijden van mijn pen over het papier lijkt getolereerd te worden, ik los cryptogrammen op terwijl de rook van mijn sigaret kringelt. (Lang geleden al geleerd: probeer slapeloosheid nooit te bestrijden. Geef het de ruimte, dan ontglipt het je weer.) Na vier bladzijden, drie sigaretten, twee keer spieken bij de oplossingen en één gaap (ook nachtelijke uren prefereren ritme; schoonzwemmen op het droge maakt de beweging niet minder gracieus) vertrek ik weer naar boven. Kraak, pardon, kraak, sorry, kraak, ik kan er niets aan doen, kraak, ssst!

De slaap laat me nog even dwalen, dan strekt zij haar deken over mij uit. Dacht ik. Ze blijkt een loopje met me te nemen. Ik slaap, maar in mijn dromen laat ze me afzien. (Onvrijwillig bijgeleerd: dromen kunnen je meer uitputten dan een dag werken.) Ditmaal geen geniepige sluipschutters, geen doden, alleen iemand die mij grijnzend, van dichtbij, de rug vol hagel schiet. Haarscherp voel ik de snijdende pijn (Nog best te doen naar omstandigheden, denk ik relatief kalm. Beesten schieten ze ook soms vol hiermee, toch? Weet ik nu ook hoe dat voelt, weer iets bijgeleerd.), de warmte die erop volgt, het verdwaasde rondlopen nadien. Koortsachtig denken wat te doen, ga je hier dood aan? Nee toch? Het doet wel pijn. Ik loop een huis in. Daar zijn mijn gezinsleden. Naar de badkamerspiegel. Ik durf haast niet te kijken. Eerst voorzichtig voelen. Foute boel. Getver. Omdraaien, over de linkerschouder kijken. De bovenkant van mijn rug, tussen de schouderbladen. Bezaaid met metalen schijfjes. Vuurrode bulten, groen ontstoken huid rondom. Een kraterlandschap. En daar in het midden, niet over het hoofd te zien, een soort vierkante bochel. Een verticaal dak welhaast, overspannen met huid. Verdomd, denk ik, botbreuken. (Al vroeg geleerd: in je droom heeft logica geen plaats.) Ik zie er niet uit. Het doet pijn. Ik sleep me de woonkamer in.

Daar word ik op de schouders geklopt, ik krimp ineen. Leg uit. Beschoten. Hagel. Pijn. "Onzin." zeggen mijn fictieve familieleden. Ik raak in paniek, voel me verdrietig. Niemand gelooft me. Kijk dan. Hebben ze geen zin in. Het zal wel meevallen. Maar zie die botbreuk! Zie die ijzeren spikkels! Mijn rug gloeit, mijn hoofd is licht, ik overweeg mijn opties. Hoe kunnen ze dit nu niet zien? (Naar het ziekenhuis gaan komt niet in me op.) Afgezonderd sterven dan? Proberen mijn laatste energie in te zetten om ze toch te overtuigen, zodat ze de hagel kunnen verwijderen? Ik weet het niet, beslis niets, sta alleen te ervaren wat de pijn met me doet. Dan open ik mijn ogen. Gelukkig, daglicht knabbelt al aan de gordijnen. Het was een vreemde nacht. Kwart voor zeven, de donkere uren zitten er officieel op. (Met de nodige irritatie -van velen- bijgeleerd: uitslapen is niet aan mij besteed.) Bed uit, thee, krant, mijmeren. Ik vergeet de nacht, vergeet de droom. Nieuwe gedachten vullen mij. Tijd om te douchen. Kleren uit. Haren in een elastiek vangen. Kraan aanzetten. Langs de spiegel lopen. Opeens een onbestemd gevoel. Niet kijken, doorlopen. Waarom? Ik stap de douche in. Weer dat gevoel, voorzichtig met het water. Waarom? Ah, natuurlijk, de droom. Onzin. Dit is de dag, niet de nacht. Ik probeer te grinniken om mijn gevoel, er is niets. Leef door. Dan toch, vanzelf, voorzichtig, te voorzichtig, mijn hand op mijn schouders. Vingers vlinderen over huid. Gladheid. Onderdrukte opluchting, er is écht niets te voelen. Nee.
Natuurlijk niet.
Freak.

14 Reacties

Ik hoop dat je vannacht wel rustig heb geslapen. :-)

Mooie overgangen van wakkerstatus naar droom naar ochtendroes, waar je niet echt doro hebt wanneer het nu droom of niet is.
En erg leuk die soort redactionele toevoegingen die heel herkenbaar zijn.

Geplaatst op 15 juni 2007 om 08:51
Sonja

nb: mag ik zeggen dat ik die snap-shots bij de links erg irritant vind.(Gob, dat geldt ook voor jou)

Geplaatst op 15 juni 2007 om 08:53

Dat was geen droom, dat was al een nachtmerrie.
Kan het zijn dat jij op het moment een beetje teveel hooi op je vork neemt?
Alle problemen komen op je schouders terecht.

Geplaatst op 15 juni 2007 om 10:14

Dat stukje over het huis dat de nachtelijke geluiden bestiert, vind ik erg mooi. Misschien is dat de reden dat ik liever in een oud huis woon dan in een nieuw.
En de droom – eng of niet – die nog een klein stukje de dag mee in gaat, is erg herkenbaar.

Geplaatst op 15 juni 2007 om 10:49

Joh, geweldige beschrijving van een nightfright (mensen die het fenomeen niet kennen, even googelen). Herken het uiterst precies, iets andere droom, zelfde fenomeen met zelfde naweeen.

Geplaatst op 16 juni 2007 om 04:42

ohhh een echte droom :), dit bedoel ik positief overigens. De laatste tijd heb ik van die saaie dromen waar ik gewoon een beetje rondwandel en alles redelijk logisch is, geen bijzondere of aparte dingen. Je weet de droombeelden mooi te grijpen overigens.

Geplaatst op 16 juni 2007 om 14:13

Ooit had ik ook zo’n vriendin. Roken doe ik al meer dan vier jaar niet meer, maar tijdens sommige dromen zou ik wensen van wel. Enig stukje!

Geplaatst op 17 juni 2007 om 00:54

Heeel apart jij weer.. goed te lezen op dit tijdstip.. ^_^

Geplaatst op 17 juni 2007 om 02:42

Ademloos gelezen, meer hoef ik niet te zeggen.

Geplaatst op 17 juni 2007 om 13:43

ik heb hem herlezen, voor het effect van op je inlaten werken. Het spookachtige moment van ontwaken vind ik echt briljant neergepend: is het waar…nee natuurlijk niet…maar stel dat…even voelen.

Geplaatst op 17 juni 2007 om 15:06

Freak or fake; nee, ik lees heus dat het echt was of precies voorgesteld (vooral het geruisloze bestaan ‘s nachts) en het is herkenbaar ‘Wenz’. Mooi. Rook je niet bij krant en kopje thee?

Geplaatst op 17 juni 2007 om 21:11

Ik reageer niet vaak, maar lees je logs graag. Deze is weer prachtig geschreven. Ik vind je opmerking over slapeloosheid de ruimte geven, dan ontglipt het je weer, echt zo mooi onder woorden gebracht. Hulde!

Geplaatst op 17 juni 2007 om 21:36

Natuurlijk wel Marius, ik rook bij alles. ;) Maar ik wil de lezer niet al teveel gerook door de strot duwen. Ze hebben al heel wat te verduren hier op dit log. ;)

Geplaatst op 18 juni 2007 om 16:53

yep, it is all in your mind… Toch, ergens roept het herinneringen bij me op….

Geplaatst op 19 juni 2007 om 09:48