*Brulaap

Ik was vanochtend getuige van… iets. Ja. Het was absoluut iets.

Een lange straat. Aan de ene kant allemaal eengezinswoningen. Aan de overzijde allemaal kleine appartementencomplexen. Ik op de stoep, fiets aan de ene hand, sigaret in de andere. Zodra ik de straat in wandelde, hoorde ik muziek. Foute muziek. Iets met een brief, en een moeder.

Voor de duidelijkheid: dat is best uniek, in dit beleefde stuk Vlaanderen. Ik mag dan opgegroeid zijn in een Nederlandse achterstandsbuurt, hier in België heb ik nog nooit half ontklede bierbuikige mannen op hun drempel zien zitten, weetjes over auto’s roepend naar de overbuurman in dito lichamelijke staat, onderwijl het keukenraam wagenwijd openzettend om de muziek beter te horen en de getoupeerde vriendin beter te (laten) zien.

Goed. Muziek dus. Hoe dieper ik de straat in kwam, hoe duidelijker de muziek klonk. Ik zag verderop de deur van een van de appartementenblokjes openstaan. Verhuizing? Verbouwing? Ik wandelde door, de muziek begon nu in de categorie hard te vallen.

“In z’n eeeeeeene hand een vlieeeeeger!” klonk een bassende doch overslaande tweede stem door het lied heen. Ik moest lachen. Het was echt Heel Hard en echt Heel Vals gezongen. Bouwvakkers? Werkers die de moed erin houden? Ik vond het zelfs wel aandoenlijk, en voelde me gek genoeg een fractie van een seconde thuis.

Tegenover de openstaande deur zaten twee mensen buiten in hun voortuintjes. Joh, dacht ik, iedereen heeft hier meteen zomer zodra de zon schijnt! Ondertussen was ik bijna bij de bron van de muziek aanbeland. Ik liep aan de huisjeskant, geparkeerde auto’s onthielden me lang het zicht op wat er nu werkelijk gaande was.

Verder naderend zag ik heel wat mensen achter de ramen van hun huisjes staan gluren. Een enkeling stond vanachter de op een kier gezette deur te kijken. Alle ogen waren op de herrie gericht. Toen ik eenmaal pal tegenover het bewuste appartement stond, zag ik het volgende:

Een geopende inkomsthal-deur. Een geopende appartements-voordeur. Twee zo ver mogelijk opengezette ramen. Vier witte glasgordijnen, waarvan er ééntje aan de kant geschoven was. En daar stond hij.

Borstkas tegen het raam geduwd. Zijn rechterarm van boven tot beneden een grote zwarte tribal. Zijn buik en hoofd iets te rond. Zijn ogen uitdagend, bijna waanzinnig. Een strak zwart shirt, zwart gemillimeterd haar, een opengesperde meebrullende mond. De muziek was echt, echt, écht loeihard. De man leek van iedere seconde te genieten, leek de hele straat uit te dagen, leek te zwellen bij iedere valse noot.

Er kwam een autootje aangereden, dat pal voor zijn raam parkeerde. Er stapte een verkreukeld opaatje uit. De brulaap maakte zich op voor de grande finale leek het wel. Nog luider, zijn hoofd liep rood aan, zijn mond vertrok tot een grijns.

Ik keek naar de mensen aan mijn kant van de weg. Afkeuring, angst, verbazing droop van hun gezichten af. Maar niemand die iets zei, niemand die zich verroerde, niemand die oogcontact met mij maakte. Aan de andere kant brulde de man nog onvermoeibaar hard mee, ik zag het opaatje zich zo snel als mogelijk uit de voeten maken, de straat uit – dat wilde hij, al was het het laatste dat hij zou doen.

Het volgende nummer op de cd begon. Abrupt werd het lied afgekapt, meteen klonken de eerste tonen van het vorige nummer weer. Ik was ondertussen voorbij alle consternatie geraakt. Ik wierp nog eenmaal een blik op de brulaap, hij stond nog onvermoeibaar stevig tegen de ruit geplakt, klaar om een volgende ronde in te zetten.

Terwijl ik het einde van de straat naderde, dacht ik: Zo zeg. Dat heb ik even zijdelings mee gekregen, onbedoeld. Dit… tja, tafereel…?
Dit…
Ik heb werkelijk geen enkel idee wat er nu precies voorafgegaan is, zelfs niet wat er nu precies gaande wás toen ik langsliep.

Maar dat het iets was – ja. Dat weet ik wel zeker.

8 Reacties

Zo herkenbaar! Ik zit hier bijna hardop te lachen :-D. O ja, ook in België vind je zulke figuren, al dan niet gecombineerd met een achterstandsbuurt.
Onze vorige buurman was er zo 1 die in z’n ondergoed, vol tattoeages en met gigantische bierbuik de straat rond liep en met iedereen ging babbelen met een volume dat de hele straat het hoorde.
En nee, ik woon niet in een zogenoemde achterstandsbuurt :-D.

Geplaatst op 15 maart 2012 om 16:17

Hahaha Geertrui, ik weet zelf nog altijd niet of het nu om te lachen of te huilen was. ;) Oh en zeker, ik bedoelde niet dat het in België niet bestaat, alleen dat de wijken waar ik me tegenwoordig ophoud, dat soort types vrijwel nooit hebben. Whahahaha prachtig, jouw vorige buurman! Ik zie helemaal zo’n Onslow-type voor me, de ruige versie dan, van Keeping up appearances, ken je dat (nog)? -> http://www.youtube.com/watch?v=mR2hkw67KeI :D

Geplaatst op 15 maart 2012 om 16:38

Zo surrealistisch… alsof ik naar ‘Keeping up appearances’ zat te kijken. Onslow in Belgie. Je begrijpt dat ik daar nu een heel beeld van heb.

Geplaatst op 15 maart 2012 om 20:21

zo’n tafereel, wie kent het niet ( in Nederland) en toch weet je in elke alinea spanning op te wekken. Je wilt verder lezen om aan het eind van je verhaal te denken: Was dit nu iets of toch niets…

Geplaatst op 16 maart 2012 om 08:04

Brrrr. Misschien moet de buurt proberen te achterhalen waar de moeder van de terrorist woont. En dan vragen of ze zelf even komt, geen brief!

Geplaatst op 16 maart 2012 om 09:13
Jaco

Vooral het gebrek aan reactie van de omwonenden verbijstert mij nog het meest, in dit soort gevallen is het vrij makkelijk: sleutelbos in de ene hand, vijf vingers omhoog in de andere hand; sleutelbos met de scherpste punten bovenop de motorkap van het gebrek-aan-talent, veelbetekenende blik naar het gebrek-aan-talent; opgeheven hand langs keel strijken, hand weer omhoog en vingers een voor een intrekken. Hazes de kop indrukken moet op de plek waar het het meeste raakt (en dat niet achter glas zit).
Mooie beschrijving!

Geplaatst op 18 maart 2012 om 21:43

Hahahahaha Jaco! :P Foei. Maar eigenlijk een verdomd goed plan. :D

Geplaatst op 19 maart 2012 om 14:18

Hahaha, ik zou hebben meegezongen whaha ;)

Geplaatst op 19 maart 2012 om 16:50