*Koprol

Ze stapt in een trein. Groen. Alles is groen. De wanden groen, de ruiten groen getint, de bekleding van de stoelen: groen. Hier en daar een krantje, een tas, allemaal groen. De gladde vloer onder haar voeten is even groen. De schuifdeuren, de tafeltjes, de prullenbakken. Groen groen groen. Vooraan zit een koppel, al op leeftijd. Zij draagt een groene rok met groene panty en groene instappers. Haar groene jas met groene sjaal dicht om zich heen gewikkeld. Hij zit weggezonken in zijn groene windjack. Groene sokken piepen tussen zijn groene pantalon en groene schoenen uit.

Nee, denkt ze. Hier wil ik helemaal niet zijn. Nog even probeert ze alles in het wit. Wit wit wit, wanden, vloeren, stoelen, mensen: wit. Ze zet zelfs een jonge vrouw in haar bruidsjurk in één van de coupés. Bedenkt er nog een poedel bij. Wit uiteraard.

Maar nee. Het klopt allemaal niet. Laat maar. Dit werkt niet. Ze gooit de trein van een steile klif, ziet hoe de vonken van het metaal spatten als het ding de diepte in stort. De coupés scheuren aan flarden, ze gooit er op gepaste tijden wat ledematen uit. Delen van de trein vliegen in brand, de rookontwikkeling zorgt voor een slecht zicht, maar ze weet dat de weinige mensen die nog niet dood waren door de val, nu wel fijn allemaal stikken in de gloeiendhete rookwolken. Hè verdorie, denkt ze, nu wordt het meteen weer zo luguber.

Ze probeert een grasveld. Nee, een zwembad. Niet weer zo’n groen geval alsjeblieft. Ja. Zo’n privézwembad, in een overdekte kamer. Het complete dak is een koepel, waardoor je de sterren in de nacht kunt zien. Er hangt een serene sfeer, alles lijkt door melkglas bekeken. Ze draait een muziekje, iets lounge-achtigs, terwijl ze naakt in het water duikt. Verwarmd water, niet muffig heet, maar precies aangenaam. Verfrissend zonder een enkele rilling. Ze laat haar hand een bescheiden voor in het water trekken. Het oppervlak zet zich in beweging, rimpelt zacht tegen de wanden aan. Ze zwemt geluidloos. Ho, nu loopt haar make-up opeens uit. Dat hoort er niet bij. Geen make-up? Ach wat, gewoon de perfecte mascara die niet van zijn plaats wijkt, ongeacht hoe nat haar gezicht wordt. Haar lichaam trekt ze ietsje strakker. Niet teveel, het lijkt er nog op, alleen die paar minpuntjes vereffent ze. Ze zwemt naar de overkant, gracieus. Ze zet er een heel klein beetje slow-motion op.

Ja. Dit lijkt er wel op. Met een soepele draai begint ze aan een nieuw baantje. Het ruikt zelfs naar melk hier. Een kalme, lichte geur. Ze zet een kat op de rand van het bad. Gewoon zo’n kleine grijze, een beetje lui van het spelen, die haar – liggend op z’n zij – met zijn groene oogjes volgt. Zodra ze de kant nadert, begint het kleine ding te spinnen. Ze glimlacht. Vlak voor de tegelwand duikt ze onder, met een koprol zet ze weer koers naar het midden van het bad. Ze is zo diep gedoken dat ze haar handen even op de bodem kan zetten. Terwijl ze langzaam weer naar het oppervlak zwemt, blaast ze kleine bellen lucht. Ze borrelen perfect langs haar oren omhoog. Nog een stukje, dan komt ze weer boven water. Ze recht haar rug en splijt het oppervlak, haalt adem en gooit haar haren naar achter.

Ze knippert het water uit haar perfecte mascara en boem. Opeens dobbert er een jongeman voor haar. Zijn ogen zwart als de nacht, zijn lijf half onder water. Ze gniffelt, zet hem een moment op de kop in het zwembad. Zijn benen zwabberen recht omhoog. Ze grinnikt. Nee kom, zijn bovenlijf steekt natuurlijk boven het oppervlak uit. Gewoon, zoals het hoort. Hij staat alweer rechtop nu. Hij lacht en slaat zijn armen om haar heen. Och getsie, nu wordt het wel heel stereotype. Dat hoeft nu ook weer niet. Ze probeert drie mannen. Ze dobberen verwachtingsvol om haar heen. Pff, teveel gedoe. Ze zit alweer op de bank. Een kop thee in haar ene hand, precies genoeg afgekoeld om te kunnen drinken. Een boek in de andere hand, precies pakkend genoeg om haar in het verhaal mee te slepen. Een knie opgetrokken, het andere been eromheen geslagen. Ze zoomt uit, ziet de spots van de reclamemakers op het tafereel gericht. Te glad, te perfect. Ze schuurt het wat menselijker: voelt de wallen onder haar ogen, de pijnlijke rug van het scheef zitten. Ze morst wat thee over haar knie.

En nu? Ze zit op haar stoel, tuurt in de donkere woonkamer naar het veel te felle scherm. Ze drukt haar sigaret uit, voelt een nachtelijke kat langs haar ijskoude kuiten strijken. De thee is alweer op. 1.19 uur, geeft haar computer aan. Ze ging vroeg naar bed, was doodmoe. Maar na een uur te hebben liggen woelen stond ze weer op. Haar gedachten waren te druk voor de doodstille slaapkamer. Zo, denkt ze. Dat was het wel zo’n beetje. Oh ja, het regent zachtjes op het veranda-dak. En ze heeft een to-do lijstje geschreven. Meer een don’t-forget lijstje. Dadelijk maar weer naar boven, in bed kruipen, een verse poging tot inslapen doen, in plaats van zichzelf bezig te houden met doelloze fantasieën.

3 Reacties

Han

Dagdromen in de nacht, het beste surrogaat voor echt dromen.

Geplaatst op 2 januari 2012 om 09:36

Lijkt me een mooie manier om de zelf af te leiden van welke situatie dan ook.

Geplaatst op 4 januari 2012 om 14:07
Geertrui

Dat ken ik: wakker liggen door doelloze fantasieën….
Ik sta er nooit voor op, val uiteindelijk na uren toch in slaap en sinds ik de relaxatie-oefeningen op mp3 ontdekt heb, lukt het toch om die fantasiemolen in mijn hoofd stop te zetten…

Geplaatst op 5 januari 2012 om 09:58