*Hou je eiguh bek!

Toen ze gisteravond na de warmte en droogte eindelijk regen hadden, reden ze al snel door een volkomen overstroomde wijk.


Ze hadden nog goede hoop dat hun eigen wijk nergens last van had, maar helaas: thuis aangekomen bleek de kelder toch een laag water te bevatten.

Wat doe je als het negen uur in de avond is na een lange dag? Juist. Je gaat vermoeid staan hozen.

“De kelder is toch niet droog gebleven.”
“Oh. Balen.”
“Ik ga zo wel even dweilen.” zei hij, alsof het niets was.
“Ik kom je wel even helpen.” zei zij, alsof het niets was.

Toen ze eenmaal de trap afdaalden, werd meteen duidelijk dat dit een redelijk omvangrijke klus werd. De stapels verhuisdozen stonden al op latjes van een eerdere wasmachine-misstap. Maar het water stond nu zo hoog dat het zompige karton zich gewoon al om de latjes had gevouwen en moedeloos in het water lag te verpulpen.

Ze dweilden. En dweilden. En dweilden. Het was een kip-ei probleem: waar de natte en droge spullen te zetten als de vloer onder water staat? En als ze een stuk vloer droog hadden, stroomde het water vanaf andere plekken weer daarheen. Het werd een flink chaotische puzzel daar beneden.

De bijkomende uitdaging was om absoluut niet met de handen aan het gezicht te zitten, ook al stond je in de bedompte warmte te zweten. Iedere wring van de dweil goot regenwater gemengd met zand, steengruis, spinnenwebben, spinnenlijken en dingen die je niet eens wilde herkennen over je armen de emmers in.

Ze laveerden als volleerd balletdansers om alle spullen heen en tussen alle water door. De tijd tikte verder. De vloer kwam maar traag in zicht. De vermoeidheid sloeg toe. De ruggen begonnen in opstand te komen, de vingers raakten verkrampt van het wringen. Toen duidelijk werd dat ook een voorraad eten in een poel water stond en er dus heel veel pasta gegeten zou moeten worden de komende tijd, was alle geduld al snel op.

Het onvermijdelijke gebeurde: ruzie.

Hij stond bakstenen te stapelen om daarop weer dozen te stapelen. Zij stond spullen droog te wrijven en over te hevelen. (Overigens, probeer een doordrenkte doos maar eens op te tillen, of zelfs om te draaien. Alle inhoud stort op de vloer omdat de bodem het begeeft.)

“Geef die dozen maar aan.”
“Ik moet dit eerst nog overhevelen.”
“Ik zet alles daar in dat kleine hok, oké?”
“Nee! Daar zitten allemaal spinnen! Ik wil daar geen spullen waar ze in kunnen kruipen!”
“Ja waar wil je het dan allemaal laten?!”
“Spellen en plastic zooi mag wel daarheen, de rest niet!”

Hij geïrriteerd. Zij geïrriteerd.

“Ik kijk zo wel. Laat me eerst die computertroep in een doos doen.”
“Laat mij dat maar doen.”
“Waarom? Ik ben het toch al aan het doen?!”
“Laat. Mij. Dat. Doen.”
“Ik! Doe! Het! Toch! Al!” Om haar weloverwogen redenatie kracht bij te zetten smeet ze zo hard als ze kon een kluwen snoeren in de droge doos, ondertussen naar willekeurig nieuwe kabels, kastjes en ander computerverwante inhoud graaiend om ook die dingen woest in de doos te kunnen smakken.

“IK WIL DAT DOEN! LAAT DAT!” Zette hij kalm en welbespraakt uiteen tegen haar.
“MOET ALLES VERDOMME WEER OP JOUW MANIER?!” Ze kwakte bij ieder vriendelijk woord de spullen nog harder in de doos.
“LAAT DAT VERDOMME JE MAAKT ALLES KAPOT! IK WIL DAT DOEN!”
“JA DE HELE BUURT WEET ONDERHAND WEL DAT JIJ HET WIL DOEN!” Nu vloog de doos ook al half door de kelder.

Zij stampvoette woest door de plassen weg van de plaats delict. Hij sprong op de computeronderdelen af en smeet ze minstens zo hard in de doos als zij daarjuist deed. Zij schopte tegen alle verzopen spullen die ze tegenkwam. Hij gromde.

Zij keek om zich heen en grabbelde haar verstand bij elkaar. Wat een rotzooi.
Wat een klus nog.
“We zijn gewoon moe,” kon zij uiteindelijk beredeneren.
“We zijn gewoon moe,” kon hij uiteindelijk beredeneren.

“Sorry dat ik zo uitviel.”
“We zijn gewoon moe.”
“Ja.”
“Ja.”

Hij ademde diep in. Zij ademde zwaar uit.
“Hopelijk gaat het niet straks wéér overstromen…”

Hij zuchtte stevig. Zij zoog haar longen vol.

“Zullen we die spullen daar bovenop zetten en die dingen naar deze kant halen?”
“Zal ik al die dozen hier stapelen en de andere dingen verschuiven naar daar?”

Er werd weer min of meer beheerst en planmatig verder gedweild.

Terwijl ze gehurkt de zoveelste volle dweil uitkneep, dacht ze aan de meest idiote ruzie tussen twee mensen op straat, die ze ooit als puber had meegekregen.

“Hou je bek!”
“Hou JIJ je bek!”
“Hou zelluf je bek!”
“Hou je eiguh bek!”

Ze had er met haar toenmalig vriendje zo om gelachen, dat het ‘een dingetje’ werd. Zodra ze zelf in een schreeuwende ruzie verwikkeld waren, riep een van de twee uiteindelijk die eerste zin. Waarop de ander niet anders kon dan de tweede zin roepen. En bij de derde zin lagen ze alweer in een deuk en was het vuur uit de ruzie gehaald.

“Dat hebben we nodig,” dacht ze in al haar vermoeidheid. “Zo’n raar dingetje. Dat je bewust maakt van hoe idioot je bezig bent.” Ze onderdrukte de neiging om “Hou je bek!” te brullen. Hij zou haar ongelovig aanstaren.

Rond middernacht was de keldervloer min of meer droog. Alles was zo gestapeld dat nieuwe overstromingen minder schade zouden aanrichten. Met vermoeide benen, een kromme rug en vuurrode handen sleepten zij zich de trap op.

“Gelukkig maar, dat de wasmachine en droger al op een tafel staan. Toch nog handig, dat dat stopcontact veel te hoog zat waardoor we de apparaten moesten ophogen.”
“Inderdaad. En liever de stofzuiger verzopen dan de vriezer. Blij dat die op hoge poten staat.”

Hij keek naar de emmers. Zij keek naar de dweilen.

“Zo hadden we de avond niet echt gepland. Haha…”
“Nee. Dit hadden we niet voorzien. Haha…”

De vuile kleding verdween in de wasmand, de lijven werden gewassen. Vermoeid ploften ze op de bank.

“We did it.”
“Ja. Precies…”

We did it.

11 Reacties

Lobdozer

Da’s toch wel even heftig thuiskomen ja! Ergens zou het bijna juist zorgwekkend zijn als je niét even een halve ruzie of meer hebt onder die omstandigheden, denk ik.

Geplaatst op 29 juni 2011 om 21:04

Wat ben ik blij dat ik niet op de begane grond woon!

Geplaatst op 30 juni 2011 om 07:59

Uiteindelijk toch voor elkaar gekregen, dus was het geen dweilen met de kraan open.

Geplaatst op 30 juni 2011 om 10:21

ai, dit is andere koek dan een terloopse tweet. :-)
had ik niet zo begrepen.

Geplaatst op 1 juli 2011 om 15:34

Whahahahaha – heeft toch ten minste een zeer vermalijk blog opgeleverd!… Terwijl overstroming gewoon helemaal nóóit grappig is, eigenlijk.
En naar mij bekend van de menselijke onderlinge omgang, zal het ook tussen de twee dweilerts naar behoren zijn gebonobood….

Geplaatst op 2 juli 2011 om 01:33

Vermakelijk he… te snel op ‘post’ gedrukt.

Geplaatst op 2 juli 2011 om 01:34

3x is scheepsrecht, hopelijk. Om een of andere reden kan ik niet reageren.

Maar wat ik zeggen wilde: All’s well that ends well. Niet???

Geplaatst op 2 juli 2011 om 12:09

Moet er wel een beetje om lachen,
ik hoop jullie nu ook…

Geplaatst op 2 juli 2011 om 13:26

Een heel beschaafd beetje ruzie dus, bij een onbeschaafde hoop wateroverlast. Daar na is het toch wel droog gebleven, hoop ik?

Geplaatst op 2 juli 2011 om 20:22

Pfoeh, drie uur lang dweilen en semiverhuizen, niet benijdenswaardig.. Maar jullie hebben je kranig geweerd in deze bescheiden watersnoodramp… Complimenten, ook voor het logje!

Geplaatst op 2 juli 2011 om 21:09

Ik kon er ook wel om lachen hoor. Na een tijdje. ;) De kelder is verder droog gebleven gelukkig!

(Lenavanka, dat gebeurt heel af en toe met iemand inderdaad. Geen idee waarom je niet kunt reageren. Mocht het zo moeilijk blijven, laat het even weten dan!)

Geplaatst op 7 juli 2011 om 12:26