*Lef

Op zijn tenen sloop hij naar het raam, legde zijn handen op de vensterbank en stond stil. Hij luisterde een tijdje: was er ergens nog iemand wakker? In de verte hoorde hij een monotoon geluid, het leek gesnurk, of in ieder geval iemand die heel zwaar ademde. Wat het ook was, diegene die het geluid voortbracht sliep in ieder geval. Binnen de muren waar hij zich nu bevond waren drie verschillende slaapgeluiden te onderscheiden. Dat gehaaste inademen gecombineerd met een piepend uitademen zou Jasper wel zijn. De diepe zuchten iets verderop schreef hij toe aan zijn beste vriend hier: Boris. Dan bleven de smekkende geluiden over voor Sander. Alledrie klonken ze alsof ze in diepe slaap verzonken waren.

Hij zette zijn rechtervoet op de vensterbank en herhaalde in gedachten zijn strijdplan. “Uit het raam klimmen, naar het hek achter de schuur rennen, het ijzerdraad verbuigen en door de omheining kruipen, aan de overkant van de weg het bos in rennen en daar wachten tot de ochtend aanbreekt om de weg richting Waaldeberg te vinden.” Vanochtend was hij nog in de tuin gaan zoeken naar de beste plek om het stugge ijzerdraad te verbuigen. Hij was niet lang genoeg om over het hek te klimmen, er doorheen was zijn enige kans. “Niet te lang twijfelen nu. Twijfel maakt onzeker, onzeker maakt bang en bang maakt laf.” Die woorden spookten al maanden door zijn hoofd. Hij moest en zou vannacht zijn vrijheid weer hervinden, ook al hield dat in dat hij Boris moest achterlaten.

Eén keer had hij hem over zijn plan proberen te vertellen, maar het was hem snel duidelijk geworden dat hij daar niets van wilde weten. Al was het zijn beste vriend, Boris was ook een lafaard. Hij stond er dus alleen voor. Op zijn hurken zat hij nu op de vensterbank, het raam duwde hij zachtjes iets verder open. Hij wierp een blik omlaag: het struikgewas onder het raam reikte bijna tot aan zijn voeten. Nogmaals luisterde hij of zijn kamergenoten sliepen. De situatie leek onveranderd, ze sliepen onverstoorbaar door. Hij draaide zijn lichaam terwijl hij zijn benen over de rand liet hangen. Zo kwam hij met zijn buik op de vensterbank terecht, klaar om zich af te zetten en via de struiken de tuin te bereiken.

Met zijn voeten zocht hij houvast in de takken die langs de muur kropen. Zijn handen plaatste hij stevig aan weerszijden van zijn romp, hij ademde diep in en zette zich af. Ongeveer een meter gleed hij langs de muur, toen vonden zijn voeten een stevige, kronkelige tak om op te staan. Hij drukte zijn lichaam tegen de muur en wachtte even alvorens verder af te dalen. Hij wierp zijn hoofd in zijn nek en keek naar het raam boven hem: geen beweging, geen geluid, geen leven. Tot nu toe verliep alles volgens plan. Wanneer hij straks in Waaldeberg aankwam, zou hij zijn broer zoeken. Bij hem kon hij zich vast en zeker een tijdje schuilhouden, tot de zoektocht naar hem gestaakt zou worden. Met zijn rechtervoet betastte hij de takken, zocht naar een punt om verder te klimmen.

Het ging goed, met zijn handen kon hij zich nu aan de struiken vastgrijpen. Zo daalde hij snel af. Binnen afzienbare tijd stond hij met beide benen op de grond tussen het gebladerte. Hij balde zijn vuisten en glimlachte: het moeilijkste deel van het plan was voltooid. Nu richting de schuur, en dan door de omheining. Zijn ogen waren al aan het donker gewend, en zonder veel moeite kon hij de schuur zien staan. Hij liep half gebukt erop af, zo dicht mogelijk bij de struiken blijvend om zo min mogelijk op te vallen. Om het gebouwtje heen gelopen kwam hij bij zijn laatste echte obstakel aan: het hek. Hij greep in zijn broekzak en haalde de meegesmokkelde tang eruit.

Met zijn hand tastte hij naar een goed punt om het ijzer door te knippen. Net naast een paal was de kans het grootst om een opening te creëeren. Het was donker hier, achter de schuur scheen geen licht. Zijn handen vonden een paal, hij plaatste de tang op het raster en begon te knippen. Alleen een paar doffe knipgeluiden waren te horen alvorens hij de draad kon ombuigen. Dat ging nog best zwaar, maar het lukte hem. Hij stak zijn arm door het gecreëerde gat en duwde zijn borstkas erachteraan. Het was nauw, hij perste zijn bovenlichaam tussen de paal en de ijzerdraad. Hij moest een been bijzetten om in evenwicht te blijven. Zijn hoofd en linkerkant van zijn lichaam stonden nog op het terrein, zijn rechterarm en been waren al vrij.

Hij duwde zijn lichaam nog harder tegen het hek, voelde dat er nu beweging in kwam. Hij gleed een eindje verder door het gat, zat toen weer klem. Hij maaide met zijn hand, zette zich ondertussen af met de voet die nog in de tuin stond. Zijn hand vond houvast terwijl hij weer iets verder door het gat schoot. Hij perste zijn lijf langs de paal en trok zichzelf door het gat. Bijna verloor hij zijn evenwicht, maar hij klauwde zich vast en bleef net overeind staan. Wankelend trok hij zijn linkerbeen bij en ademde opgelucht uit. Hij hief zijn hoofd, tijd om het bos in te gaan nu. “Is het je weer gelukt, jongen?” hoorde hij iemand grinniken. Verbaasd keek hij naast zich: daar stond de bewaker. Zijn eigen hand lag in de hand van de lachende man, geschrokken trok hij zijn arm terug.

“Doe maar niet zo verbaasd, jongen!” grijnsde de bewaker. “Vanmiddag na de therapie liep je weer langs het hek te snuffelen, en het was alweer bijna een week geleden dat je uit het raam geklommen was, dus ik dacht: laat ik hem maar opwachten.” Hij beet op zijn onderlip, wiegde zijn lichaam heen en weer. “Niet waar!” beet hij de bewaker toe. “Kom nou jongen, je had vanochtend ook weer de tang meegenomen na het creatieve uurtje. Nu moet ik morgen dat hek alwéér gaan herstellen.” Hij lachte hartelijk, pakte hem zacht bij zijn elleboog. “Kom, ik breng je terug.” Hij liep met hem via de hoofdingang weer het terrein op, het gebouw in, richting de slaapzalen. “Zie ik je volgende week weer?” zei hij met een knipoog terwijl hij de deur opende. Boris zat rechtop in bed, tranen liepen over zijn wangen. “Ik dacht dat hij weer weg was!” snikte hij. “Geen zorgen jongen, hier is hij toch alweer.”

24 Reacties

Wat een spanning, ik leefde zo met hem mee. ‘Schiet toch op, maak dat gat wat groter.’ Ach, nu zit hij weer tussen het tuig.:(

Geplaatst op 14 september 2006 om 09:30

Tuig? Hahahaa. :P

Geplaatst op 14 september 2006 om 09:39

de arme mensen van de inrichting toch…

heb je ooit ‘one flew over the cuckoo’s nest gezien/gelezen?

Geplaatst op 14 september 2006 om 12:46

Dit verhaal heb ik gelezen met rillingen over mijn rug en met kippevel op mijn armen.
Je hebt er niet bij geschreven in wat voor inrichting die jonge zit, maar aan het gedrag van de bewaker te oordelen is het zeer zeker geen gevangenis in die zin.
Ik zelf was 20 jaar geleden ook een paar maanden “opgesloten” in een psychologische opvang en weet wat het is niet alleen naar buiten te mogen.
Ik moet dit verhaal nu even verwerken er komen vele herinneringen bij me los.

Geplaatst op 14 september 2006 om 16:03

wat een treurig verhaaltje. een loupe in je leven waar je maar niet uitkomt.
@Mieke jij zal het tig keer intenser lezen als dat ik het doe.. (en ik vind het al intens.. pfff..)

Geplaatst op 14 september 2006 om 17:38

Goed verhaal. Loopt lekker. Vraagt om meer.

Geplaatst op 14 september 2006 om 17:50

Ik begrijp dat je de tijd tussen de vensterbank en de lach van de bewaker moet overbruggen, maar volgens mij verlies je je daarbij teveel in details. Ik zou meer willen lezen over en minder over de fysieke omstandigheden. ;)

Geplaatst op 14 september 2006 om 18:28

… meer willen lezen over hem

Geplaatst op 14 september 2006 om 18:29
kronkel

zou hij nou echt willen ontsnappen of zou het om de spanning gaan? of hopen dat het lukt tot de ochtend en zich dan niet echt raad weten? Waaldeberg is best een eind namelijk vanaf het bos.
Ligt het aan mij of is de bewaker met zijn hartelijke lach helemaal niet zo hartelijk??

@Mieke: ik hoop dat het inmiddels iets gezakt is. Wel bijzonder hoe tekst je soms kan raken, al zou het prettiger zijn als het een vrolijk verhaal geweest was.

Geplaatst op 14 september 2006 om 18:37

Ja hoor, 20 jaar geleden zat ik in diepe depressies.
Ik ben nu een positief denkend en optimistisch mens hoor.

Geplaatst op 14 september 2006 om 18:46

ben het met Daedalus eens sommige beschrijvingen zijn te lang en verliezen aan spanning. Is niet nodig want je hebt door kleine dingen de spanning en de aandacht genoeg opgebouwd.
Een pittig verhaal en heel voorstelbaar. Triest ook hoe vruchteloos pogingen kunnen zijn om uit te breken.

Geplaatst op 14 september 2006 om 19:05

Gelukkig maar daar is hij weer, komt alles toch nog goed!

Geplaatst op 14 september 2006 om 19:39

Gobboe, natuurlijk heb ik die film gezien. Dat is een klassieker. :) Evenals Awakenings trouwens.

Mieke, dat hakt er natuurlijk in dan, als je het je zelf zo goed kunt voorstellen. Goed te horen dat je nu weer lekker in je vel zit. :) Je bent een overlever zo te horen.

Dae (en Jackie*), dit is nu juist mijn manier van schrijven. Ik wil niet een psychologische karakterschets van die jongen geven, dat deed ik in andere logs al, wanneer het zo uitkomt. Ik vind juist dat je niets over hem moet weten, dan zit je meer in het verhaal en kun je er zelf nog vanalles omheen fantaseren. Tevens zijn alle details nodig om tot het eind te komen waarin hij de hand van de bewaker gegrepen blijkt te hebben, mijns inziens. :)

Kronkel, hij is wel heel hartelijk hoor. Hij heeft het alleen al tig keren meegemaakt, dus hij ziet er de ironie van in. Zoiets. :)

Geplaatst op 14 september 2006 om 20:14
Wen.

Je schrijft zoals je schrijft inderdaad, lekker zo verder schrijven ^_^ Volgende keer een boek met 1 lang verhaal? ;) En de bewaker komt heel sympathiek over :)

Geplaatst op 14 september 2006 om 20:51
Jackie*

dat mag, jij bent jij. hoe moeilijk ook, eens zij iemand tegen mij: het lastigste is “to kill your darlings” Ik ben ook behept met een stijl en daar wijk ik nauwelijks van af.
Mijn opmerking doet overigens niets af aan het feit dat ik jouw verhaal goed geschreven vind!

Geplaatst op 14 september 2006 om 21:49
kronkel

tja, ik snap dat de bewaker gevoel voor ironie heeft, maar het komt over als erg neerkijkend op de prestatie van de jongeman. zeker de opmerkingen die er nog bij gemaakt worden. misschien is dit wel de bedoeling natuurlijk, maar ik zou hem niet als prettig en hartelijk ervaren denk ik.

en ik vind het juist wel prettig om de jongeman niet echt te leren kennen. nu zou ik het zelf nog kunnen zijn namelijk ;-)

Geplaatst op 14 september 2006 om 21:57

Ik zat maar steeds op de honden te wachten die hem in zijn kont zouden bijten. Maar de bewaker zag ik niet aankomen, en daar houd ik wel van =:~)

Geplaatst op 14 september 2006 om 23:14

Mee eens dat de bewaker sympathiek overkomt. Wat heerlijk zou het zijn als hij vervolgens bij de jongen in bed kruipt en hem vreselijk misbruikt…. Okay, ik hou van tragedie… ;)

Geplaatst op 14 september 2006 om 23:44

Wen, voorlopig houd ik het bij logjes. ;)

Jackie*, met kill your darlings werd toch bedoeld dat je vaak de point uit je gedicht moest halen, omdat het gedicht daar beter van werd? Dus juist de hoofdzin schrappen om de lezer de rest te laten invullen. :)

Kronkel, wellicht juist ómdat je jezelf identificeert met de hoofdpersoon vind je die bewaker zo onsympathiek? Hij beziet gewoon het geheel, die jongen probeert in al zijn gekte iedere week wel een keer uit te breken maar komt nooit ver. Dus het hoort bij de dagelijkse gang van zaken, en daar kan hij om lachen. Hij heeft de rol in het verhaal om alles duidelijk te maken, vandaar zijn opmerkingen. Ik vind het gewoon zo’n goedzak die alles vrolijk in goede banen leidt zonder boos te worden. :)

Marijne, hihi. Graag gedaan. ;)

Don, heerlijk? Beetje uitkijken jij, haha. Ik vond het al tragedie genoeg dat we de jongen serieus nemen in zijn ontsnappingspoging terwijl het een lachertje blijkt te zijn, iets dat hij bijna compulsief doet iedere week, zonder daadwerkelijk te willen ontsnappen. Daar hoeft geen misbruik achteraan te komen om het tragischer te maken, dan wordt het gewoon ronduit schrijnend. :)

Geplaatst op 15 september 2006 om 07:42

Prachtig verhaal weer,dat tussenstukje vind ik juist lekker, langzaam vormt zich tijdens het lezen een knoop in mijn buik. Wanneer gaat het mis, o jongen, schiet nou toch op, zoiets.
Wat mij betreft had alleen de laatste zin er af gemogen, maar wie ben ik..

Geplaatst op 15 september 2006 om 11:12

die laatste zin vind ik juist wel lekker, die benadrukt de waanzin en onrust van het slaapvertrek.

Geplaatst op 15 september 2006 om 14:48

Dit is hoogstaande literatuur. Leg je weblog naast je neer en ga schrijven die roman. Ik zie Wieringa, Ken Kesey en een prachtige dikke pil voor mij en die lees ik niet graag, maar je hebt het. Over inhoud ga ik het niet hebben zie daarvoor de vorige reacties van mensen en doe er iets mee.

Geplaatst op 15 september 2006 om 20:13

Erwin, wat een compliment. :) Maar nee, voorlopig houd ik het echt bij mijn logje hoor. :P

Martine, ja dat zei Epi ook al, en zo ervaar ik het ook. Die laatste zin, daar zat ik een beetje mee, ik zocht een einde.

Sonja, dat is precies de reden waarom hij er nog staat. :) Ik vond dat zonder die laatste zin de mogelijkheid er nog was dat het een gevangenis ipv een inrichting was, als je heel ‘ruim’ zou lezen. Door die zin haal je die optie weg.

Geplaatst op 16 september 2006 om 08:13

Prachtig verhaal Wenz, niks meer aan doen. Juist door je gedetailleerde omschrijvingen werd ik langzaam maar (heel) zeker naar binnen getrokken.

Geplaatst op 16 september 2006 om 17:11