*Reddeloos

“Dazeggeze allemáál! Whahahaaahaaa!” Zijn stem galmde door de bar. De drie vroege gasten die er – behalve henzelf – zaten, keken op met een blik die het midden hield tussen meewarig en geïrriteerd. “Kom nou maar gewoon, Jos. Het is tijd om te gaan koken.” Hij draaide zijn bovenlijf van haar weg, joelde nog wat kreten langs de bar af. Hij hief zijn hand naar de barman. Ze schudde nee achter zijn rug. De barman gaf een bijna onmerkbaar knikje in haar richting.

Bliep. Ze pakte haar telefoon en staarde naar het knipperende icoontje. Alweer een sms. Ze wist al wel van wie. “Hij zei dat ik niet zo opdringerig moest doen! Wat moet ik zeggen? Hij is zooooo leuk ik wil het niet verknallen!” Ze zuchtte en legde haar telefoon naast haar glas. Zacht trok ze aan zijn arm, deed nog een poging. “Kom nu mee, het was toch leuk? Laten we gewoon gaan, we kunnen vanavond toch gewoon nog terugkomen?” Ze wist ook wel dat hij wist dat dàt niet ging gebeuren. Als hij eenmaal thuis op de bank zat, gleed hij in een urendurende slaaproes. Altijd. “Jij weetniewa geniete isss. Weet je dawel?!” Terwijl hij zijn stem verhief, kneep zij in zijn arm. “Kom op nou Jos. Genoeg voor vandaag.” Ze merkte dat ze een schooljuffrouwenstem opzette. “Noggeeeve deze leegdrinke. Kennemniet zo half achterlate toch? Woehahahahaaaaa!”

Ze greep haar telefoon en typte razendsnel een zoveelste berichtje terug. “Laat hem gewoon ff met rust. Draait wel weer bij. Ben jezelf, dan komt het wel goed.” Verzenden. Ze draaide haar glas jus d’orange rond op zijn voetje, liet het gele vocht in de bol rondklotsen. Ze nam nog een laatste, lauwe slok. “Vooruit, nu is het goed geweest.” Ze klonk pinnig, probeerde de scherpe kantjes in te slikken. “Vergeet je sigaretten niet. Je jas ligt naast je.” Bliep. Ze duwde haar telefoon diep in haar tas, hief haar arm naar de barman en pakte haar portemonnee. De barman gebaarde dat hij zo bij haar zou komen.

Ze haalde de telefoon toch weer boven en las het bericht. “Ik ben zo’n wicht soms. Hij is weggelopen. Ik kan ook nooit een man in m’n buurt houden, ze gaan toch allemaal weg. Lieg maar niet tegen me, ik weet dat ik te moeilijk ben. Klote.” Ze drukte ongeduldig en met halve aandacht op de toetsen. “Nee dat is niet waar, weet je toch. Je bent een schat van een mens, hebt alleen beetje gebruiksaanwijzing. Ga straks naar m toe en zeg dat je zenuwachtig was omdat hij zo interessant is, en dat je je graag opnieuw wil voorstellen. Zal ie vast schattig vinden, komt wel goed. Nu ff wachten tot ie afgekoeld is.” Ze drukte op verzenden toen de barman met de rekening kwam.

“Doemenogmaar zo eentje Roooobert!” Hij lag al haast op de bar met zijn gezicht. Onverstoorbaar rekende ze af. Ze pakte zijn sigaretten en duwde ze in zijn jaszak. Legde de jas om zijn schouders en greep hem bij zijn elleboog. “Tot de volgende keer maar weer!” riep ze vals luchtig. Hij rukte zijn arm los, viel bijna van de kruk. Ze ving hem op. Hij bromde boos en greep zijn zo goed als lege glas vast. Ze klemde haar kaken op elkaar en pakte zijn hand met het glas erin beet. “Kappen nou. Je hebt meer dan genoeg gehad. Kom.” Ze probeerde zijn vingers van het glas te pellen. Bliep. Haar tas trilde zacht. “Nu niet” dacht ze. “Nu gewoon even niet.” Jos begon tegen te stribbelen, lalde “neeeeeneenee” en gaf een ruk aan het bierglas.

Bliep, piepte het alweer in haar tas. Ze zoog haar longen vol lucht en omvatte zijn hand weer met haar eigen hand. “Laat los. Nu. Zo kan hij wel weer.” Hij grijnsde zijn tanden bloot en schudde zijn hoofd. Trok het glas dichter naar zijn al openhangende mond. “Verdomme Jos!” Hij leek er nog lol in te hebben ook. Hij wel. Hij verdomme wel ja.

Glasgerinkel. Ze schrok. De scherven vielen op de bar, op zijn schoot, op de vloer. Hij brulde. Ze keek om zich heen, toen naar hun handen. Voorzichtig liet ze zijn hand los, keek naar de zijne, vouwde hem open, zag het bloed en de resten van zijn bierglas. Trillend trok ze de grootste splinters uit zijn palm. “Govverdomme mens! Bèjegekgeworde?! Dat knijpt maar en doet maar, zienouwajedoet!” Ze hoorde zichzelf sorry mompelen. Sorry sorry sorry. Ze duwde de diepste sneeën dicht en pakte de theedoek aan van de barman. “Wikkelen” hoorde ze. En “langs de EHBO”. Haar tas begon te trillen. Drie keer raden wie haar aan het bellen was. Kon ze nou niet gewoon één minuut rust krijgen?! Jos brulde onverstoorbaar verder.

Genoeg. Dacht ze. Genoeg. Dat is het.

“Genoeg.” Ze veegde haar hand aan de theedoek af. Ze sloeg haar sjaal om en sloot de klep van haar tas. De barman, twee omstanders, Jos zelf, ze keken haar verbaasd aan. “Gewoon genoeg.” Ze draaide zich om en begon richting uitgang te lopen. “Hallo? Hee!” Ze versnelde haar pas. “Daahaag” zei ze stellig, haar hakken diep in het linoleum drukkend. Ze greep de klink en zwaaide de deur open. Ze stapte het daglicht in, snoof diep en knalde de deur met een klap achter haar in het kozijn. “Daahaag” zei ze nogmaals, toen ze haar telefoon in de dichtstbijzijnde vuilnisbak smeet, terwijl ze stevig doorliep, met een hardnekkige, verwrongen grijns op haar lippen.

3 Reacties

Pff! Ik krijg het er warm van.. Nou maar hopen dat ze door blijft lopen, en zich niet moreel verplicht voelt om tóch weer..

Geplaatst op 4 mei 2011 om 22:54

Inderdaad, door lopen! Maar dat doet ze natuurlijk niet. Anders had ze dat wel eerder gedaan. Met een beetje pech gaat ze terug om haar telefoon uit de vuilnisbak te vissen.

Of ben ik misschien wat te donker in deze?

Geplaatst op 7 mei 2011 om 01:08

“Genoeg. Dat is het.”
Herkenbaar.
Weer een mooi epistel, Wenz.

Geplaatst op 7 mei 2011 om 20:08