*Mevrouw Snep en de perfecte buurman

Wij wonen dus in een huis waar we niet zo heel tevreden mee zijn.

Rotte steunbalken onder de houten vloer in de woonkamer, ook wel bekend als ‘Niet te hard lopen hier op dit stuk want dan valt de flatscreen van de kast‘. Een afdakje boven de voordeur dat langdurig een lekkage in de muur heeft veroorzaakt, ook wel bekend als ‘Heeft die muur nou tumoren? Oh kijk, als ik eraan kom flikkert al het stucwerk in bruine rottende klompjes op de vloer. Wat een gaten zeg. Hee, zijn dat dode insecten?‘ Daarnaast nog vele kleinere ongemakken: (met de fietsen door het huis slepen en ze via de voordeur met trappen omlaag zien te krijgen als je weg moet. Een woonkamer waar het altijd schemerig lijkt, kamers vol behang waar nog kranten uit 1960 achter zitten, houten deuren die niet meer sluiten en trappen waarbij men- als we op de geur af moeten gaan die vrijkomt na zeventien lagen dikke verf verwijderd te hebben -  nog vóór de uitvinding van de kwast geopteerd heeft voor paardenurine als beitsmiddel. Als we boven door de gang lopen sneeuwt het beneden op de jassen aan de kapstok gezellig brokstukken plafond, en oh ja, er staat een flatgebouw naast onze tuin). Kortom: dingen waar een mens niet zo bijster gelukkig mee blijkt.

Dus geregeld kijken we of er nog andere huizen te koop staan die mogelijk wel aan onze vele eisen voldoen.

Nu hadden we weer een potentieel interessant huis te koop zien staan, en dus hadden we vanmiddag een afspraak gemaakt om het te bezichtigen. De dagen voorafgaand aan de bezichtiging fantaseerden we, aan de hand van de foto’s die online stonden, al wat we eventueel van de ruimtes konden maken. Er moest ook wel een en ander aan verbouwd worden, maar daar zouden we bij ons huidige huis ook niet aan ontkomen. We hadden hier overwogen om de benedenverdieping uit te bouwen, extra ramen toe te voegen en de vloeren gelijk te trekken, maar dat is ten eerste redelijk ingrijpend, en ten tweede moeten de buren het ook maar ermee eens zijn dat je hen opzadelt met een meter of vijf lange muur waar ooit daglicht kon binnenvallen.

Goed. Wij togen dus verwachtingsvol naar dat andere huis. En liepen rond. In de schrikbarende puinzooi. Tussen de ouder-dan-oude muren. Krakend over de ouder-dan-oude vloeren. We duwden tegen een buitenmuur en haalden verschrikt onze hand weg toen bleek dat het gewoon eigenlijk een houten plankje was waar wat roofing tegen geplakt was en waar we al bijna doorheen braken. De weinige ruimtes waar wel iets mee gedaan was, bleken met een overeenkomstig motto verbouwd te zijn: zo goedkoop mogelijk. Het was raar, onlogisch, er was totaal nergens ook maar enige isolatie te vinden en het huis leek echt bij elkaar gehouden te worden door onzichtbare krachten. Hier een stuk schrootjes die in het luchtledige staken, hakkelend reikend naar het plafond, daar een gipsplaatje dat er treurig misplaatst bij stond, hier weer wat stenen die vertwijfeld rammelden in hun cement, het was vreemd en hopeloos. De oppervlakte van het huis was eigenlijk heel groot, maar doordat het opgedeeld was in onhandige kleine ruimtes met hoogteverschillen in zowel vloer als plafond was het alles bij elkaar verdomd lelijk en vooral onbegonnen werk om daar ooit een fatsoenlijk huis van te maken – laat staan een thuis.

Geen man overboord, kan gebeuren, niks aan de hand, gewoon schouders ophalen. Maar toen kwam de eigenaresse van het huis erbij staan. Een jonge vrouw, ze leek me op het eerste zicht wel leuk. We liepen van de woonkamer naar de keuken, daarachter waren drie steile treden omlaag naar iets dat ik als washok zou bestempelen. Daarachter lag dan weer de douche. ‘Dit is de eetkamer!’ riep de eigenaresse. Ik keek verbaasd om me heen, op zoek naar een deur die ik gemist had, maar ze bleek het echt over het hok te hebben waar we zojuist in afgedaald waren. Er stond een stuk muur met gaten erin, waar buizen door liepen en waar een boiler hing. In de ruimte was een timide man druk aan het klussen, wat ik niet helemaal begreep als je hele huis een bouwput is en je het wil verkopen… ‘Kom, laten we dit ene hokje eens snel vol gipsplaten plakken, dat is precies waar de nieuwe eigenaren op zitten te wachten!’ En het is misschien vreemd, aangezien ik zelf rook, maar toen ze een sigaret op stak en tegen de deurpost geleund de boel blauw stond te paffen, kon ik me toch niet aan het idee onttrekken dat dit wellicht niet een echt slimme zet was om bij potentiële kopers het ijs te breken.

We vroegen aan de makelaar wat algemene informatie, en zodra de man antwoord probeerde te geven, snepte de eigenaresse er vanalles doorheen. Ze prees het hele huis van schroothoop tot tochthol aan, alles was fantastisch, alles was zo goed als klaar, alles moest enkel nog dit of dat. En alles had natuurlijk ‘karakter’. Uiteraard. Ik vroeg aan de makelaar of er in het hele huis ‘dit soort’ verwarming hing, terwijl ik op het verroeste, met brokken beton en ander puin dichtgeslibde, vuistdikke onding uit de prehistorie wees.

(Ik zocht zelfs nog een half uur op het internet naar gelijkaardige verwarming en vond uiteindelijk met pijn en moeite een advertentie met foto op de tweedehandssite, van een man die, naar mijn bescheiden mening, niet goed bij zijn hoofd is als hij denkt hier nog geld voor te krijgen, maar dat volledig terzijde.)

De makelaar pikte onze intonatie meteen heel juist op en antwoordde rustig dat we er altijd een omkasting voor konden maken. Aan onze blik van verstandhouding zag hij meteen dat we niet zo stonden te springen om de weinige warmte die er nog tussen de met puin gevulde buis door zou kunnen glippen teniet te doen door een kast, en hij schakelde dan ook wijselijk over op plan B: ‘U kunt natuurlijk ook gewoon nieuwe verwarmingen kopen, die kunnen prima op de buizen aangesloten worden, geen enkel probleem’. Maar Dame Snep zat er alweer tussendoor. Dat die verwarmingen prima werkten. Dat ze misschien even wat gepoetst konden worden. Dat de dingen zo móói waren, zo vol karákter. Zodra de makelaar zijn zin wilde afmaken, walste ze er wederom keihard overheen, volkomen ongevoelig voor zowel onze blikken als zijn hints. Als we aan tafel hadden gezeten, had meneer de makelaar keihard tegen de schenen van Snep getrapt, daar ben ik van overtuigd. Maar nee, al had ik een spandoek vast met de alleszeggende tekst ‘Dit huis is een hopeloos dumpgat waar je voor minstens tweemaal de vraagprijs aan moet verbouwen voor je er ooit in kan wonen’, dan nog zou ze niets opgemerkt hebben. Mocht ze denken dat we ook nog maar één woord van haar serieus zouden nemen, dan had ze het mis. Tip voor Snep: Geef je de overduidelijke nadelen wél toe, dan geloof ik je tenminste als je iets anders aanprijst.

We knikten beleefd, deden nog een vergeefse poging, stopten toen helemaal met verdere vragen stellen, en de makelaar liet ons netjes uit. Terwijl we terug naar huis liepen buitelden onze woorden over elkaar. De weinige zaken die positief waren, werden al snel volmondig overstemd door de vele hopeloze dingen aan dit huis. Onze conclusie was dan ook duidelijk: zelfs wanneer Snep het voor 100.000 zou verkopen, dan zou het nog altijd echt té duur en intensief worden om er een leefbaar huis van te maken.

Bij onze vertrouwde voordeur aangekomen grinnikten we nog wat na om onze verloren dromen, toen de nieuwe buurman kwam aangewandeld. Het huis naast ons is net verkocht aan een jong koppel, dat flink aan het klussen is geslagen. Hij stelde zich voor, we praatten wat, wisselden wat handigheden uit en vroegen ook meteen maar of zij wellicht over een tijdje aan een nieuwe schutting wilden meebetalen, aangezien het ding dat nu onze tuinen van elkaar scheidt, z’n beste tijd al zo’n veertig jaar geleden heeft gehad. De buurman rook zijn kans en flapte eruit dat zij erover dachten om aan de achterkant nog uit te bouwen, maar niet meteen hoor, op langere termijn hoor, voorlopig nog niet hoor. Ik zag zijn blik. De hoop dat we niet moeilijk zouden doen. Mijn hart maakte een sprongetje. ‘Dat willen wij zelf ook!’ riep ik blij. Binnen twee seconden stonden er dan ook drie glimlachende mensen die al hun verbouwingsdromen zagen uitkomen.

Toen we ons huis uiteindelijk binnen stapten, zag het er glorieus uit. Wat een prachtig ding was het eigenlijk. Vooruit, die muur moet opnieuw gedaan worden, en de benedenverdieping moet volledig verbouwd worden, en… maar wat ís dat nu eigenlijk helemaal ten opzichte van die treurnis die we zojuist aanschouwd hadden?

Ja.

Wij wonen dus in een huis waar we perfect tevreden mee kunnen zijn, na een paar welgekozen aanpassingen.

En die wetenschap slaapt toch wel heerlijk.

13 Reacties

vlaamse gaai

Wat een ervaring!! Wat een confrontatie!!

Geplaatst op 7 maart 2011 om 23:16

Haha je vertelt het weer beeldend Wenz, zie je gewoon vol verbazing door dat huis schuiven… En dan zo’n verdwaalde sneue bouwvakker, haha! Niet zo slim ook om als eigenaresse potentiële kopers uit te roken…

Geplaatst op 8 maart 2011 om 09:04

Tja, het gras is nu eenmaal niet groener op een ander he! Altijd leuk om die les nogmaals te mogen herbeleven.

Geplaatst op 8 maart 2011 om 09:26
Laurent

Zeg, maar in jullie huidige huis wonen jullie toch ook nog niet zo lang, of heb ik dat verkeerd?

Geplaatst op 8 maart 2011 om 20:32

En nog geschikte buren ook! Ik zou zeggen: néém dat huis. Oh nee je hebt het al ;-)
Wel eerst maar eens met die vloer beginnen Wenz, voordat je met een verwrongen knie in een gat bungelt.

Geplaatst op 8 maart 2011 om 22:17

Huren is ook fijn. Als dingen rot zijn moet de huisbaas dat vervangen. En worden dingen je te slecht, te saai of te doorgerookt of wat dan ook, ach, dan verhuis je toch gewoon, naar een frisser huis, een frissere wijk. Heerlijk om dan weer alles vers in de verf te zetten en eindelijk de bank eens op een andere plek te hebben. :)

Geplaatst op 9 maart 2011 om 14:49

Wat een cadeau! Iedereen zou eigenlijk eerst bij dat huis op bezoek moeten, vooraleer aan verhuizen te denken… En weerom schitterend beschreven Wenz!

Geplaatst op 10 maart 2011 om 17:33

Zo zie je je eigen huis weer eens met andere ogen!

Geplaatst op 10 maart 2011 om 22:18

Soms moet je gewoon even zien hoeveel erger het nog kan om weer helemaal blij te zijn met wat je hebt :0}

Geplaatst op 11 maart 2011 om 02:51

Inderdaad zet het weer even een en ander danig in perspectief hier. ;)

Geplaatst op 11 maart 2011 om 15:18

Mevrouw Snep wachtte nog even tot de potentiele kopers definitief de straat uit waren. Toen gooide ze haar sigaret weg en begon uitbundig te dansen. Weer gelukt! En zo lang haar ex niet overstag ging voor haar eisen, zou zij er alles aan doen om de verkoop van het huis te belemmeren. Jawel, natuurlijk sneed zij daar zichzelf ook mee in de vingers, maar de wraak, ah de zoete wraak!

Geplaatst op 12 maart 2011 om 08:48

Martine! Wat een prachtige draai geef je daaraan. :) Zo bekijk je het meteen van een heel andere kant. :)

Geplaatst op 13 maart 2011 om 00:40
Sophie

Oh dat klinkt inderdaad als een rampenhuis! Daar moet je niet eens aan willen beginnen, zo rampzalig klinkt he haha. Wat leuk dat jullie nu nieuwe buren hebben die dezelfde ideeën hebben als jullie! Dat schept direct een band lijkt me. Mochten jullie voor jullie verbouwing nog een stucadoor nodig hebben, kijk dan eens op deze site: http://www.stucadoor-weetjes.nl/informatie/prijzen/stucadoor-prijzen.html
Heel veel woonplezier!

Geplaatst op 30 mei 2011 om 10:48