*Onvoorzien

De hagelstenen waren groot en vinnig. Ze kletterden op zijn hoofd alsof ze het persoonlijk bedoelden, nog iets uit te vechten hadden met hem. Hij rende met zijn handen boven zijn hoofd naar het dichtstbijzijnde portiek, met zijn ogen naar de grond gericht perste hij zijn rug tegen de deur. De hagel spatte voor zijn voeten op de stenen, langs de stoeprand ontstond al een stromende watermassa. Hij probeerde zijn doorweekte gezicht droog te vegen met zijn doorweekte mouw, wat natuurlijk niets uithaalde.

Naast hem hoorde hij iemand gniffelen, gevolgd door een luidruchtig ophalen van de neus. Hij keek om, voor het eerst sinds hij hier aangekomen was, en zag dat hij het portiek deelde met een kleine gestalte, diep weggedoken in de hoek tegenover hem. Vanonder een capuchon keken twee heldergroene ogen hem aan. Door de grote jas waarin ergens een lichaam verstopt zat en de bedekte haren onder de capuchon kon hij niet direct opmaken of tegenover hem een man of vrouw, jongen of meisje stond. Hij keek in de heldere ogen terwijl hij met zijn rechterhand het water enigszins uit zijn haren  probeerde te schudden.

Met een vrolijk, verontschuldigend gebaar maakte hij kenbaar zich machteloos te voelen over het plots opgekomen noodweer dat zijn lijf zo snel doorweekt had. De druppels gleden over zijn wangen, langs het puntje van zijn neus, dropen van zijn kin, slopen naar zijn kraag. De ander grijnsde en hief beide handen met de palmen naar boven op, ten teken er ook niets aan te kunnen doen. Hij trok zijn linkermondhoek op en lachte een korte lach. Samen keken ze naar de onafgebroken stroom hagel die uit de lucht bleef kletteren. Het monotone geruis had wel iets gezelligs, vond hij. De ijsbrokken die de grond raakten stuiterden wel een halve meter omhoog alvorens op te gaan in de drab die zich op de stoep vormde.

Vanuit zijn ooghoeken keek hij weer naast zich, naar het weggedoken mens dat ondanks het noodweer uiterst vrolijk leek te zijn. Met één hand werd de capuchon iets naar achter geduwd, waardoor de ogen weer zichtbaar werden vanuit zijn positie. Snel richtte hij zijn blik weer vooruit, hij stopte zijn handen dieper in zijn jaszakken. Naast hem was nu wat geschuifel te horen, het ruisen van de natte stof langs de deur gaf hem het idee dat de ander richting hem bewoog. Ditmaal draaide hij zijn hoofd, keek gericht naar de gestalte die inderdaad de meter tussen hen aan het afleggen was. De groene ogen bleven op hem gericht terwijl de afstand tussen hen kleiner werd.

Ook al was de ander in het portiek hem volkomen vreemd, toch voelde hij zich niet ongemakkelijk. Die ander stond nu dicht naast hem. Nog steeds geen idee welk geslacht onder de jas verstopt zat keek hij nieuwsgierig naar het stukje gezicht dat wel zichtbaar was, hopende op een aanwijzing, iets dat duidelijk zou maken met wie hij te maken had. In de groene ogen was nu een zweem van vermaak zichtbaar, de ander zag de onderzoekende blik in zijn ogen. Hij voelde een grijns opkomen, zonder aanwijsbare reden vond hij deze situatie meer dan prettig. De ander leek hetzelfde gevoel te hebben en terwijl hij voelde hoe een arm op zijn arm gelegd werd keken ze weer naar de straatstenen. De hagelbui was langzaam overgegaan in een pittige regenbui, het ruisen veranderd van toon en de overkant van de straat was zelfs weer zichtbaar.

De hand die op zijn pols rustte zat tot aan de kortgeknipte nagels in de mouw van de jas verscholen. Alles rook naar regen, hun beider jassen begonnen door hun lichaamswarmte al wat van de typische ‘na-de-regen-mufheid’ prijs te geven. Hij keek nogmaals naar die ogen, heldergroen en onbevangen vrolijk keken ze terug. Voor hij zichzelf toestond na te denken over de situatie gaf hij toe aan zijn impuls: hij bewoog zijn hoofd naar de gestalte naast hem, drukte met zijn neus de capuchon iets omhoog. De heldere ogen werden gesloten, hij drukte zijn lippen zacht maar overtuigd op de oogleden. Eerst links, toen rechts. Hij trok zijn hoofd terug, zag hoe het groen langzaam weer zichtbaar werd. Toen de ogen tegenover hem weer wijd geopend waren twinkelden ze hem tegemoet. Hij grijnsde nog eenmaal en stapte toen de regen in. De druppels leken zijn achterhoofd haast te strelen; hij likte vluchtig langs zijn lippen en liep fluitend de hoek om.

17 Reacties

Ja, de stille kracht van ogen. Mooi omschreven Wenz! :)
Zeg eens, ben je zelf een vrouw van ogen?

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 12:23

Het geheel speelt altijd wel mee, ik ben ook meer een persoonlijkheid-mens, vind bijna nooit iemand prachtig overweldigend mooi, maar kan wel helemaal van de wereld raken door het karakter van iemand, zijn doen, het geheel.

Maar af en toe in iemands ogen kijken en aan de grond genageld zijn is toch wel zeer aangenaam. :) Man, vrouw, ongeacht wie, niet op een seksuele manier maar vooral op een indrukwekkende manier. Heerlijk. :)

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 12:59
joost

Wat floot hij?

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 13:22

Ik gok op een ondefinieerbaar doch liefelijk deuntje, ondersteund door de evenzo liefelijke afterbeat van de regen. :P

@Wenz: Wat een romantiek de laatste dagen!;)

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 14:04

Romantiek? Zo zie ik dit verhaal niet hoor. En het vorige verhaal is flirterig, wat mij betreft. Maar wanneer we alles over één kam scheren gaan ze wel over menselijke interactie op een spanningvolle manier. :)

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 14:12
kronkel

Zo zie je maar weer, hoe mooi neerslag kan zijn. Hoe de mooiste dingen gebeuren als je uit je ritme geraakt en overmeesterd wordt door omstandigheden.

Ik had overigens verwacht dat de groene ogen op het eind de voordeur geopend had en haar/zijn woning binnen gestapt was :-)

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 19:14

Hahahahaha, owww die was ook leuk geweest! :D

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 19:31

ik verwachtte een verkleedde ram in schaapskleren maar toch echt een vrouw deze keer…

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 19:49

Nee hoor. Misschien een man, misschien een jongen, misschien een meisje, misschien een vrouw. Maar niet “zeker een vrouw” deze keer. :)

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 20:11

ja, dat vind ik zo raar :P
mooie ogen of niet, dat had ik niet gedaan :D

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 20:52

Dat is nu juist de uitdaging Wouwter. ;)

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 21:10

Eigenlijk verwachtte ik elk moment een gruwelijke wending in het verhaal, dat maakte het heel spannend. Dat die wending niet kwam was absoluut niet storend, opgelucht fluitend kan ik weer door..

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 21:23

Het blijft fascinerend hoe hagel in regen verandert, en hoe na 2 kussen verder schuilen niet meer hoeft. Magic is in the eyes.

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 21:24

Oef, hoe spannend. En ik dacht dat die Engelsen zo preuts waren…(De foto is in de buurt van Canterbury gemaakt. ;) )
Ik was die uitdaging in ieder geval niet aangegaan.
(Wie schreef ergens:’…wat die erotiek betreft: volgens mij bevat mijn logje relatief weinig erotiek.‘ ;) Geeft niet hoor.:) )

Geplaatst op 24 augustus 2006 om 22:14

Ik zei toch ook ‘relatief’! ;) :P :D

Geplaatst op 25 augustus 2006 om 07:33

Ja hoor, en je zei ook ‘volgens mij’. Want volgens mij klopt het niet. ;)

Geplaatst op 25 augustus 2006 om 08:22

Whow

Geplaatst op 25 augustus 2006 om 09:50