*Eindsprint

Het mandje begint zwaar te worden. ‘Toch een karretje moeten nemen’ verzucht ik, terwijl ik de mand van de ene – lamme – arm overhevel op de andere. Ik kijk mijn lijstje nog eenmaal vluchtig door. Ja, ik heb alles behalve de perziken, die waren er niet.

Ik slalom tussen de karren in het gangpad door en zet koers naar de kassa’s. Terwijl ik nader, zoek ik al naar de snelste rij. Daar helemaal rechts, die lijkt de beste optie. Géén uitpuilende karren in de rij, géén bejaarde koppels met tegoedbonnen, passen en kleingeld: dat gaat hem worden.

Nog geen twee minuten later ben ik al bijna aan de beurt. Alle boodschappen liggen op de band en schuiven schoksgewijs richting caissière. Ik bekijk de druk scannende dame terwijl ik langs de band voortschuifel. Een stevige dame met bruin, sluik haar, over haar tenue draagt ze iets dat op het schort van de vleesafdeling lijkt. Snel hierheen geroepen toen de rijen te lang werden waarschijnlijk. Nog twee broden en een fles olijfolie, dan kan de heer voor mij in de rij gaan afrekenen.

De dame haalt geroutineerd de fles olijfolie langs de scanner en grijpt met haar andere hand al naar het brood. De bekende bliep blijft uit. Ze draait haar hoofd en haalt de fles nogmaals langs de laser. Niets. Ze bekijkt de fles en zoekt de barcode. ‘Ach,’ spreekt ze, en draait zich om naar de caissière in de rij naast haar, ‘wil jij even naar 12 bellen voor een andere?’ De heer voor mij bekijkt zijn schoenen uitvoerig. Terwijl galmend assistentie wordt omgeroepen staat de wereld even stil.

De dame staart naar de fles olijfolie, de heer nog altijd naar de vloer. Ik buig me om de heer heen en kijk naar de fles. Het etiket is gescheurd, er is nog maar een halve code over. De mensen in de rij achter mij turen de gangpaden in, wachtend op de verlosser. Maar er lijkt niemand te komen. ‘Kun je nog eens…?’ vraagt de dame aan haar collega. Zuchtend pakt ze de hoorn weer vast en roept nogmaals de boodschap om. Weer staart de dame naar de fles, de heer naar het centrum van de aarde, de medewinkelaars naar daar waar de mysterieuze hulp vandaan moet komen.

Niets. Er gebeurt niets. Ik schraap mijn keel. ‘Zal ik even een andere gaan halen? Dat is misschien de snelst…’ Nog voor ik mijn zin kan afmaken onderbreekt de caissière me. ‘Natuurlijk niet, mevrouw. Dit is ons werk, laat ons dat dan ook afhandelen.’ Resoluut draait ze zich weer om naar haar collega. Verbouwereerd kijk ik om me heen, maar niets dan afkeurende blikken vallen mij ten deel. Ik trek een wenkbrauw op en duw zomaar wat tegen mijn boodschappen op de band. ‘Roep 7 dan maar eerst, dan kunnen die 12 inlichten.’ De dame knikt vastbesloten naar de hoorn. Haar collega onderbreekt haar werkzaamheden wederom, en de nieuwe boodschap schalt door de winkel.

Na nog een minuut wachten probeer ik het nogmaals. ‘Ik kan hem toch even gaan omwisselen, dat is een kleine moei…’ ‘Mevrouw wilt u zich hierbuiten houden,’ klinkt het pinnig, ‘zo gaan wij hier niet te werk.’ Ik slik de rest van mijn zin in en friemel wat aan de rits van mijn handtas. Ik snap er niets van. ‘Bel 6 en vraag waar iedereen van 7 uithangt en waarom 12 niet reageert.’ Ze bast het naar haar collega. Die op haar beurt weer netjes doet wat er van haar geëist wordt.

Na een seconde of tien gaat de telefoon bij de kassa verderop. ‘Ja nee, kapotte code. Nee van 12. Ja, maar die zijn er dus niet. Weet ik toch ook niet. Nee, voor Lorna. Nee, hier naast mij, eh, nummer 11 is dat. Nee maar dat kan niet, die heeft geen…’ Ze kijkt van de hoorn in haar hand naar de dame die blijkbaar Lorna heet. ‘Opgehangen. Je moest zelf bellen.’ Verbaasd sla ik alles gade. ‘Maar ik heb hier geen toestel!’ Die had ik aan zien komen. ‘Ja, nee, ja, dat zei ik dus. Of dat probeerde ik… nu ja, kom even hierheen en bel maar met de mijne dan.’

‘Dat mag ik niet, dat weet je.’ Lorna kijkt belerend naar haar collega. ‘Bel het hoofdkantoor dan, en leg de situatie uit. Meer kunnen we niet doen.’ Mijn mond zakt langzaam open van verbazing. De collega typt braaf een nummer in en begint het hele euvel uit de doeken te doen. Lorna draait zich om en spreekt de man die voor mij staat aan: ‘Zou u wellicht zonder olijfolie… ik bedoel, is het een groot probleem wanneer…?’ De man zucht diep, zegt dat hij het eigenlijk wel nodig heeft voor het eten vanavond. ‘Nee, nee, begrijp ik hoor, begrijp ik.’ Verwachtingsvol keert ze zich naar haar collega, die nog altijd moeizaam probeert uit te leggen wat er aan de hand is. ‘En dus wisten wij ook niet wat we verder nog konden doen.’

‘Ja. Hmhm. Begrijp ik ja. Is goed. Nee, geen probleem, ik geef het door.’ Ze hangt de hoorn terug en kijkt moeilijk. ‘Eh, ja. Ze zeggen dat je eerst de filiaalmanager moet informeren, voordat zij iets kunnen doen. Ook wel logisch natuurlijk, eigenlijk.’ Ik kan mijn lachen nu amper nog inhouden, en kijk om me heen of ik nu werkelijk de enige ben die dit belachelijk vindt. De andere mensen staan gedwee te wachten en lijken de situatie volkomen normaal te vinden. ‘Kom op zeg!’ Lach ik naar de dame. ‘Dit is toch idioot? Ik kan toch gewoon die domme fles gaan wisselen?’ Ze zucht diep en drukt op een knop naast haar kassa. Ze kijkt me zwijgend aan.

Binnen vijf seconden komen er twee gespierde mannen aangesneld, die beiden één bovenarm van mij beetnemen. Voor ik kan protesteren word ik uit de rij getrokken en naar een zijdeur geleid. ‘Dit kunnen jullie toch niet menen?’ roep ik door de winkel. Een van de mannen trekt hardhandig aan mijn arm en sist dat ik geen respect heb. Ze versnellen hun pas en slepen mij zo’n beetje mee. ‘Vinden jullie dit normaal?’ roep ik nu. ‘Ieder z’n taak, dame, ieder z’n taak.’ De ander valt hem bij: ‘Bemoeials kunnen we missen als kiespijn.’ Zijn gezicht blijft ernstig. ‘Laat de winkel dit nu maar afhandelen, daar zijn wij in getraind.’ Met die woorden word ik de steeg in geduwd waar de zijdeur op uitkomt. Met een klap sluiten de mannen de deur achter mij.

Uit baldadigheid schop ik tegen de gevel. Meteen beginnen er sirenes te loeien. Ik schrik me rot, en zet het op een lopen. Zonder veel effect: binnen 20 meter word ik ingesloten door zes minstens zo gespierde mannen als het tweetal van daarjuist. Alleen richten deze mannen allemaal, stuk voor stuk, een scanapparaat op mij. ‘Burgercode!’ ‘Op de vloer!’ ‘Stoppen!’ Ze roepen van alles door elkaar. Ik word met mijn gezicht op de straat geduwd, en voel hoe een hand mijn haren omhoog tilt, om bij mijn nek te kunnen komen. Een snelle bliep, en mijn burgercode is gescand. ‘Verdomme!’ krijs ik, en probeer me los te worstelen. ‘Waar is die tijd dat een mens nog anoniem boodschappen kon doen gebleven?!’ De mannen grinniken dom, wat me nog veel giftiger maakt. ‘Jullie zijn allemaal je verstand kwijt, als je dat maar weet! Dit is écht geen leven meer!’ Ik schop lukraak naar mijn omstanders en probeer op te staan. ‘Code groen, baas?’ Terwijl ik omkijk naar degene die iets in zijn zender brult, haal ik diep adem om nog meer verwijten te kunnen schreeuwen. De man knikt naar zijn groep, en het enige dat ik nog voel is een hevige schok die mij vanuit mijn schouder razendsnel lamslaat.

‘Opruimen’ is het laatste dat ik nog kan horen, voor ik wegzak.

16 Reacties

Wat een nachtmerrie!

Geplaatst op 11 februari 2011 om 15:01

Voldoende stof voor een flinke rel!

Geplaatst op 11 februari 2011 om 15:19

bemoei je dr dan ook niet mee…

Geplaatst op 11 februari 2011 om 15:22

Hahahahaa Geweb! :P

Geplaatst op 11 februari 2011 om 15:58

Had je toch dat karretje moeten nemen, was je vast sneller geweest en vóór die man de winkel uit. En een burgercode onder je haar? Ik heb de mijne in mijn oksel laten zetten: durven ze nooit te kijken :)

Geplaatst op 11 februari 2011 om 22:51

De vrouwelijke George Orwell heeft zich bekend gemaakt. IJzersterk! Zou niet raar opkijken als het over tien jaar zover is. Of vijf.

Geplaatst op 12 februari 2011 om 02:12

En mede daarom kies ik dus de traagste cassière en de langste rij. Als je dan héél stilletjes aanbiedt even die fles te ruilen, is ze blij en krijg je een extra voetbalplaatje ;0}.

Geplaatst op 12 februari 2011 om 03:28

Ik sta op het punt om mijn boodschappen te gaan doen ….
Ik neem toch maar eerst een kop koffie.
Wat een verhaal!
Fijn weekend en vriendelijke groet.

Geplaatst op 12 februari 2011 om 08:21

Jemig Wenz, ga jij eens een verhalenbudel schrijven!

Geplaatst op 12 februari 2011 om 12:46

Haha Jaco, smart thinking: in je oksel! :P

Awww, Wolf, wat lief! Extra voetbalplaatje! :) Ik knoop het in den ooren en zal vanaf nu voor altijd in de traagste rij plaatsnemen. ;)

Stel je voor Cin, dat dat werkelijk over 5 jaar zo zou gaan. Bureaucratie doorgeslagen tot in het absurde.

Hoop dat je de boodschappen overleefd hebt, Rob! :P

Geplaatst op 12 februari 2011 om 20:03

Jaja. Fictie, hè. Hm. Jaja.

Geplaatst op 13 februari 2011 om 11:25

Hahahah, gaaf verhaal!
Moest zo giechelen dat jij dan als enige zo verontwaardig rond staat te kijken van nooouuuuuu moe? En iedereen blijft maar gewoon staan en snapt niets van jou.. waar bemoei je je mee! Hahaha.
Super.

Geplaatst op 13 februari 2011 om 22:18

Hahaha, ik begon pas over de helft door te krijgen dat het fictie was. Nou ja, het eerste deel was ook helemaal realistisch.

Geplaatst op 14 februari 2011 om 19:31

Ha Laurent, inderdaad, het eerste deel zou zomaar vandaag gebeurd kunnen zijn. Het tweede deel wat moeilijker. ;)

Hahaha ja hè, Carol, dat je je zo ongemakkelijk begint te voelen wanneer je de enige lijkt te zijn die er een bepaalde mening op na houdt en iedereen je aankijkt alsof je dwaas bent. ;)

Haha Pepperfly, waar zit jouw burgercode? ;)

Geplaatst op 14 februari 2011 om 19:52

Impa! Ik ben van host geswitched en mijn spamfilter moet opnieuw leren wie fijne, lieve, leuke personen zijn en wie stomme spammers, en blijkbaar worden jouw comments steeds in de laatste categorie gegooid. Mijn oprechte excuses! Ik keur je iedere keer volmondig goed als ik je in de spambak zie liggen en hoop dat het systeem snel leert dat jij toch zeker wel mijn Impa bent en niet een linkdumpende Amerikaanse bot!

Geplaatst op 14 februari 2011 om 19:56

ja, je had mij ook heel even op het verkeerde been.

Geplaatst op 16 februari 2011 om 11:40