Ik maak er werk van om gezien te worden. Als ik in de stad ben koop ik wel eens een sapje, ook al heb ik geen dorst. In drukke winkels ga ik zelfs zover dat ik mijn wisselgeld op de grond laat vallen, zodat de dubbeltjes en stuivers alle kanten op rollen. Ik laat me op mijn knieën zakken. Het kost me veel moeite om me op mijn knieën te laten zakken, en nog meer moeite om weer overeind te komen. En toch. Misschien zie ik er belachelijk uit. Ik ga bij de Sportschoenen naar binnen en vraag: Wat hebben jullie aan sportschoenen? De verkoper neemt me eens goed op en ziet de sukkel die ik ben en loodst me naar het enige paar Rockports dat ze hebben, iets in oogverblindend wit. Nee, zeg ik, die heb ik al, en dan loop ik naar de Reeboks en pak iets dat niet eens op een schoen lijkt, eerder een waterdichte halve laars, en vraag om maat drieënveertig. Het joch kijkt me nog eens aan, nu wat aandachtiger. Hij kijkt me heel lang en strak aan. Maat drieënveertig, zeg ik nog een keer terwijl ik de dikgeribbelde schoen tegen me aan druk. Hij schudt zijn hoofd en loopt naar achteren om ze te halen en wanneer hij terugkomt zit ik mijn sokken uit te trekken. Ik rol mijn broekspijpen op en kijk naar die afgeleefde dingen, mijn voeten, en er volgt een ongemakkelijke stilte tot duidelijk wordt dat ik wacht tot hij me in die laarsjes helpt. Kopen doe ik nooit iets. Ik wil alleen maar niet doodgaan op een dag dat ik door niemand gezien ben.
-
-
-
- Erwin Troost: Waarom doen jouw logjes mij altijd...
- Wolf: Ik heb nog best een band...
- CiNNeR: Dacht even dat je richting the...
- Martine: En het mooie kastje? Dat leek...
- gewebkijk: altijd nog beter als een jeweetwelkater...
- BoringBits: De televisie :)...
- Wenz: Haha Impa! Ik kan een subtiele...
- CiNNeR: "In case of nothing to do...
- Impa: Wauw.... Wat een prachtig, prachtig stukje. Wat? O,...
- Wolf: Hehe. Ik mag die flauwe humor...
-
-
-
-
Wenz'
tweedehands
webwinkeltje -
-
-
-
- Luminescent
- Ludificatie
- Lijnenspel
Wenz bevindt zich sinds 1981 onder de levenden. Zo nu en dan grijnst ze breeduit, dan weer slikt ze de brok realiteit diep in haar keel weg. Je kunt haar doen walgen, je kunt haar evengoed doen smelten. Af en toe komt ze venijnig uit de hoek, maar vaker nog schoorvoetend. Ze bestaat zoals ze is: met haar onverklaarbare voorkeuren, rariteiten, een onophoudelijke stroom vragen die ze nooit beantwoord wil hebben en boven alles: een niet in te dammen drang tot schrijven. Ze is een koukleum die, weliswaar hortend en stotend, toch van het leven weet te genieten.

